Slotschrift : over hoe spinnetjes holden en knoopjes rolden en Loesje opnieuw gelijk kreeg: de weg loopt niet waar je ‘m verwacht

Hoe was het ook al weer

Op de kop af 9 jaar geleden begon ik met mijn zoektocht naar de oorsprong van de Zeeuwse knoop. Dat was na een bezoek in november 2013 aan de Foundation Beyeler in Basel, waar ik in de museumwinkel een boek vond over 25.000 jaar sieraden, uitgegeven door de gezamenlijke Berlijnse staatsmusea. De items op de coverfoto deden me sterk denken aan onze Zeeuwse knoop. Dit bracht me in de jaren erna virtueel de hele wereld over, maar het accent van deze reis lag aanvankelijk toch vooral in Europa. Ik schreef er dit blog over dat werd gepubliceerd op de site van de Zeeuwse Bibliotheek in Middelburg.

De aanleiding voor dit slotschrift, was een telefoontje in het voorjaar van 2020 van edelsmid Eva van Kempen uit Amsterdam. Een deel van haar werk richt zich op ambachtelijk erfgoed en filigrain en ze had mijn blog op internet gevonden.

Eva was op dat moment bezig met haar scriptie ter afronding van een Master aan het Sandberg Instituut (Rietveld Academie). Zij deed veldonderzoek naar de staat van filigrain in Nederland en in China.

De laatste Nederlandse filigrain-meester Cor Kuijf (Schoonhoven) gaat/ is inmiddels met pensioen, waarmee de techniek en bijbehorende vaardigheden in Nederland verloren dreigen te gaan.

Als reactie op het dreigend uitsterven van dit ambachtelijk vakmanschap in Nederland en voortbouwend op een recente heropleving van de belangstelling voor het ambacht, is Eva van plan een project te starten in de vorm van een online open source platform over filigrain (vooralsnog alleen op Instagram) onder de naam Filigree Embassy. Met als doel informatie over filigrain toegankelijker te maken voor Nederlandse vormgevers, kunstenaars, sieradenmakers en -dragers en om kennis te verzamelen en te delen.

Het filigrain als ambacht wordt gezien als een belangrijk deel van het Nederlandse immateriële erfgoed omdat de techniek veel gebruikt werd en wordt in traditionele Nederlandse streeksieraden, waaronder de Zeeuwse knoop in al zijn variaties.

Tijdens onze gedachtewisselingen kwamen we begin vorig jaar tot een conclusie over de oorsprong van filigrain in het algemeen en daarmee de techniek en ontwerp van de Zeeuwse knoop in het bijzonder. Een conclusie die naar mijn oordeel het vermelden waard is, al zal misschien niet iedereen die met evenveel enthousiasme ontvangen.

Het gaat daarbij onder meer om de spinnetjes, die zo kenmerkend zijn voor het ontwerp van de Zeeuwse knoop. Door wie, waar en wanneer werden ze voor het eerst gemaakt, waar duiken ze voor het eerst op? Tot nu is, of was de consensus dat de filigraintechniek (dus het draadwerk en de korrels door granulatie) werd ontwikkeld in het oude Mesopotamië, het Tweestromenland. Ook wel het Land van Eufraat en Tigris genoemd, “land van melk en honing”. Wat nu grofweg de landen Irak en Syrië zijn, de bakermat van onze Westerse beschaving, ontstaan meer dan 6000 jaar voor Christus, dus ongeveer 8000 jaar geleden.

Vandaaruit waren het met name (of is het onder meer?) de Etrusken (inwoners van Etrurië, het huidige Toscane, Umbrië en Latina in Italië) die de techniek importeerden naar Europa. Zij versierden hun sieraden soms ook met spinnetjes.

Maar… en het hiernavolgende is gebaseerd op de gesprekken die Eva van Kempen en ik vanaf maart 2021 over dit onderwerp voerden en op een artikel dat zij schreef voor het Engelse tijdschrift Journal of Jewellery Research, Volume 4 May 2021 – ISNN2516-337X.

Overigens, Wikipedia is en blijft natuurlijk de inmiddels bijna onuitputtelijke bron van talloze weetjes:


Het Holoceen is het geologische tijdvak van ca. 12.000 jaar geleden tot nu. Het is een relatief warme periode (ook Interglaciaal genoemd) vergeleken met de daaraan voorafgaande IJstijd, de koude periode aan het einde van het Pleistoceen.

De oude Steentijd eindigt officieel met het einde van het Pleistoceen. In de geschiedenis van de mens in Europa is het Holoceen de periode van de midden– en jonge steentijd, de kopertijd, de bronstijd en de ijzertijd, waarna de geschreven geschiedenis begint.

De midden Steentijd (vanaf bijna 12000 jaar geleden, het einde van de laatste ijstijd): culturen van jagers-verzamelaars

De jonge Steentijd vanaf 6000 voor Chr. (dus 8000 jaar geleden): begin van de landbouw

Kopertijd vanaf ca. 5500 voor Chr. (dus 7500 jaar geleden)

Bronstijd vanaf ca. 3500 voor Chr. (dus 5500 jaar geleden)

IJzertijd vanaf ca. 1200 voor Chr. (dus 3200 jaar geleden)

De Steentijd of het stenen tijdperk is de periode uit de prehistorie waarin mensen stenen en nog geen metalen werktuigen gebruikten. Helemaal aan het eind van de jonge steentijd, dus vanaf 8000 tot 7500 jaar geleden, werden van sommige metalen wel sieraden gemaakt.


China

Over China gesproken dus. Hoe het precies zit met de Chinese jonge Steentijd en Kopertijd is niet eenvoudig te achterhalen. Maar ook dit gebied kent klimatologische en ontwikkelingsperioden die min of meer vergelijkbaar zijn met die in Europa.

Er zijn geen Chinese schriftelijke bronnen uit de tijd voor 1300 v.Chr.. Pas vanaf 200 v.Chr. kunnen schriftelijke bronnen en archeologische vondsten met zekerheid aan elkaar worden gekoppeld.

Maar er is natuurlijk veel meer dan schriftelijk materiaal. Oeroude menselijke resten bijvoorbeeld. Zo las ik vorig jaar op de site van Scientias in een artikel van Rob Oele het volgende:

“In China liep al heel vroeg een ‘moderne’ mens(achtige) rond. Azië wordt steeds meer beschouwd als mede-brongebied van onze diepe roots. Als actueel voorbeeld moge een schedel uit China (Harbin) dienen. Die was al eerder gevonden maar hij werd pas in 2021 goed bekeken en voorts gedateerd op minstens 140.000 jaar oud, maar waarschijnlijk was hij nog een stuk ouder. De Drakenman (die naam kreeg hij) leek op een moderne mens want zijn herseninhoud was tenminste zo groot als die van een moderne mens en ook zijn aangezicht leek op dat van ons. Maar de rest van zijn langwerpige, plattere schedel duidt op andere genetische invloeden. Zou de ‘Afrikaanse’ Homo sapiens zich daar al zó vroeg vermengd hebben met een lokaal ontstane mens(achtige)? Of ontwikkelde de drakenman zich zonder die inmenging vanuit de Aziatische metapopulatie van mens(achtig)en? Wie het weet mag het zeggen.”

Homo Longi
Homo longi NT door Nobu Tamura, CC BY-SA 3.0 , via Wikimedia Commons Geraadpleegd op 10 januari 2023

En wat te denken van mogelijk millennialange overlevering van textiel- en kledingtradities en de edelsmeedkunst en sieraden. Juist en met name in Zuid-China wordt de filigraintechniek nog steeds van generatie op generatie overgedragen en volop toegepast. Hun filigrain is tot uiterste technische en artistieke perfectie ontwikkeld. *

Ik heb het hier met name over twee vrijheidslievende bergvolken, de Hmong (Miao) en Mien (Yao), met hun eigen nauw aan elkaar verwante taalfamilies. Met als meest waarschijnlijke thuisland Zuid-China, tussen de Yangtze- en de Mekongrivieren. Ze behoren tot of zijn de oudste volken in dit gebied, met hun eigen diaspora.

Volgens de Amerikaanse taalkundige Martha Ratliff is er taalkundig bewijs dat de Hmong/ Miao al meer dan 8000 jaar in Zuid-China leven. Ook de bevindingen uit het National Genographic Project (DNA-Haplogroepen) wijzen vermoedelijk in die richting (zie het rode gebied met haplogroep O3d-M7 (y-dna). Even googelen voor een grotere afbeelding).

Y-DNA van Haplogroepen
Chakazul, CC BY-SA 3.0 , via Wikimedia Commons. Geraadpleegd op 10 januari 2023 van https://commons.wikimedia.org/wiki/File:World_Map_of_Y-DNA_Haplogroups.png

*Een absolute aanrader: het boek “Zilver Het wonder uit het Oosten: filigrein van de Tsaren” door Maria Mensjikova en Jet Pijzel-Dommisse, uitgegeven in 2006 door Waanders Zwolle, Stichting De Hermitage aan de Amstel in Amsterdam en Staatsmuseum De Hermitage in Sint-Petersburg.

Dat ‘Oosten’ is voornamelijk China en voor een klein deel India (met medewerking van Chinese meesters?) en Batavia, 17e t/m 19e eeuw.

Voorzijde boek Zilver het wonder uit het Oosten filigrein van de tsaren door Maria Mensjikova en Jet Pijzel-Dommisse
Zilver het wonder uit het Oosten filigrein van de tsaren door Maria Mensjikova en Jet Pijzel-Dommisse

Oudste bron Hmong/Miao?

Een voorzichtige conclusie is dat de oudste bron van het filigrain als zodanig (de draad- en granulatietechnieken) Zuid-China zou kunnen zijn. In het bijzonder het Hmong/ Miao bergvolk. En dat van daaruit verspreiding plaatsvond over de rest van de wereld. Zoals Mesopotamië. Voor alle duidelijkheid: het is een mogelijkheid. Gebaseerd op de wat betreft techniek en artisticiteit uitzonderlijk verfijnde, hoogstaande objecten uit de collecties van de tsaren en het prachtige zilverwerk dat nog steeds gemaakt wordt door de Hmong/ Miao.

Baojing festival copyright Helga Peeters, bedrijfsleidster van reisfactorij Anubhuti in Moerbeke-Waas België

Chinese culturele revolutie

Tijdens de zogenaamde ‘grote proletarische culturele revolutie’ in China, van 1966 tot 1976 onder het regime van dictator Mao Zedong, vond massale vernietiging plaats van historisch cultureel erfgoed. De machthebbers zorgden voor vernietiging van de ‘Vier Ouden’ (oude cultuur, oude gewoontes, oude gebruiken en oude gedachten). In korte tijd werden veel gebouwen, voorwerpen, boeken en schilderijen vernield door hun Rode Gardes. Leden van etnische minderheden zoals de Boeddhistische Tibetanen en de Oeigoeren werden vervolgd omdat zij vasthielden aan hun oude gebruiken. Miljoenen Chinezen werden vervolgd, gemarteld en vermoord of stierven de hongerdood.

Ook textiel en sieraden werden vernietigd of omgesmolten. Het maken, dragen of bezitten van sieraden werd verboden. Maar omdat een bergvolk zoals de Hmong/ Miao zich vermoedelijk in elk geval ten dele aan deze destructie kon onttrekken, zijn hun oude kleding- en sieradentradities in stand gebleven. Inclusief het vakmanschap van hun meesteredelsmeden.

Als ik Internet afstroop kom ik hedendaagse en vintage Hmong/ Miao sieraden tegen die versierd zijn met spinnetjes. Maar het zijn er niet heel veel. En meestal niet in de vorm van een knoop of iets dat daarop lijkt, uitgezonderd een enkele haarpin. En daarmee kom ik wat betreft onze Zeeuwse knoop toch weer, met een sprongetje achteruit, terecht in de Europese 16e en 17e eeuw. In de ons inmiddels bekende landen Spanje en Portugal. In de Nederlanden. En bij de Sefardische Joden.

Azië en Europa

“Vanaf de zestiende en zeventiende eeuw werd de filigreintechniek in bijna alle Europese en Aziatische landen toegepast (…).

Tijdens de verbanning van de Joden uit Spanje in de 16e eeuw en de verbanning van Hugenoten uit Frankrijk in de 17e eeuw, trokken veel edelsmeden weg uit hun geboorteland. In de nieuwe woonomgeving vond een uitwisseling plaats tussen de nieuwe en de lokale meesters. Zo mengden de hun bekende filigreintechnieken zich met de techniek van de autochtone meesters.

Andere belangrijke factoren voor de totstandkoming van een universele stijl waren de ontdekkingsreizen, de verbreding van de invloedsfeer van de Europese landen en de oprichting door Portugal, Spanje, de Nederlanden en (effectief veel later) Groot-Brittannië van hun Oost-Indische Compagnieën ter ontwikkeling van de zeehandel met India, Zuidoost-Azië en China. In de zestiende eeuw werd Portugal het belangrijkste Europese centrum voor de handel met China (…).

Kunstvoorwerpen werden meegenomen door reizigers of bemanningsleden zelf; daarbij voldeden ze aan bestellingen, kochten de voorwerpen voor zichzelf (zoals ook aldaar vervaardigde knopen? T.) of verkochten ze op veilingen om winst te maken. De Nederlanders handelden tot 1661 via Taiwan, daarna werd Batavia de belangrijkste handelspost voor de Republiek.” (Mensjikova 2006).

Zie het naschrift van onderhavig blog van februari 2018. Daar is bovenstaand feitelijk een onderbouwing van en aanvulling op.

Spanje en Portugal

Over onderbouwing gesproken. De Middelburgse edelsmid Bert van Wijk bericht me sinds twee jaar over zijn reizen naar Portugal, waar hij met zijn camper langs edelsmeden en musea trekt waar traditioneel filigrain gemaakt en tentoongesteld wordt. Overigens werd daar door een museumdirecteur ontkend dat het ontwerp van de Zeeuwse knoop uit Portugal komt. Terecht denk ik. Maar na zijn vakantie in Portugal van afgelopen voorjaar doet Bert boodschappen bij de supermarkt en of het zo moet zijn gebeurt daar iets bijzonders:

“Thuis gekomen van mijn vakantie naar AH en naast de nodige etenswaren een tijdschriftje gekocht

National Geographic Historia Nummer 5/2022. Hierin staat een artikel over de Sefardim, Iberische Joden in de diaspora. En nou is er een regeltje in dat artikel wat mijn aandacht trok.

‘Ambachten in Fez (Marokko T.). ‘Maar bovenal blonken ze (de Sefardim T.) uit in het edelsmeden. Als geen ander beheersten ze de techniek van het trekken van goud en zilverdraad.’

Artikel geschreven door Rafael M. Giron-Pascual”.

Een prachtige toevalstreffer. Deze Spaanse auteur even gegoogeld natuurlijk. Hij is werkzaam aan de universiteit van Cordoba (aan de masteropleiding genealogie, heraldiek en archieven).

Wat ik bijzonder vind, is dat Bert direct na zijn vakantie in Portugal notabene bij AH in een tijdschrift van Nat Geo nog een bevestiging heeft gevonden van wat ik noteerde in de laatste alinea van het naschrift bij dit blog (2/2018) met foto van de Spaanse Charro-knoop:

“Van goudsmid Luis Mendez Lopez (met Portugese voorouders T.) uit Salamanca kreeg ik november vorig jaar een aantal teksten die hij weer kreeg van de gemeente Salamanca. Hij had eerst navraag gedaan bij het Regionale Centrum voor traditionele studies in de regio Castilië en León. In de teksten staat dat de Charro-knoop, behorend bij de regionale streekdracht, gemaakt en gedragen werd en wordt in Salamanca, Zamora en de grensstreek met Portugal. En dat lang geleden in de sieradenworkshops van Astorga, León en Salamanca invloeden te zien waren van Joodse en Moorse goudsmeden, met filigraan en granulaat, zoals toegepast in de Charro-knoop. Die op hun beurt zijn afgeleid van decoratieve knopen uit de zestiende en vroege zeventiende eeuw.”

De knopen van Willem van Oranje

Tenslotte kreeg ik eind augustus jl. een mail van Martin van Wallenburg, archeoloog en historicus uit Den Haag met Zeeuwse achtergrond. Hij is sinds vele jaren geïnteresseerd in ‘Zeeland en de West’, waarbij het doorgronden van de Zeeuwse cultuur en tradities een belangrijk onderdeel is gaan vormen van zijn onderzoeksgebied.

Hij oppert op basis van bestudering van een in Middelburg gemaakt schilderij van Willem van Oranje uit 1588 of 1589, dat op diens mantel de oudst bekende afbeelding te zien is van een filigrain-knoop in een Zeeuwse context, met duidelijk zichtbaar een korfje met bovenop een granule.

Op de tweede foto hieronder een ander, ouder portret van Willem van Oranje, uit 1579. Daarop zijn vergelijkbare knopen te zien, alleen lijken de granulen te ontbreken.

De foto’s zijn afkomstig van respectievelijk de sites van het Zeeuws Archief in Middelburg en het Rijksmuseum in Amsterdam. Martin nam ze op in een artikel waar hij aan werkt.

Een mooie ontdekking, waarmee we weer 100 jaar verder terug in de tijd zijn gegaan, naar de 16e eeuw, misschien zelfs einde 15e eeuw.

In een andere suggestie van Van Wallenburg, dat dit type knopen (korfje met granule) een voorloper zou zijn van de Zeeuwse knoop, kan ik niet meegaan. Naar mijn oordeel is het niet zozeer een voorloper maar een broertje, één van de verschillende toepassingen van filigrain.

En voor het schilderij van Van den Queborn uit 1588 heeft Willem van Oranje niet geposeerd. Hij werd immers in 1584 vermoord. Wanneer je goed kijkt naar de details, met name het hoofddeksel en de bontkraag onder de kanten kraag en daaronder de details van de sluitingen van de jas en de schouderstukken, dan lijkt het om dezelfde jas te gaan. Ik denk dat het schilderij uit 1588 voor de gelegenheid (1574 stadsrechten voor Arnemuiden) ‘postuum’ is geschilderd naar het portret uit 1579. De knopen (met granule) zijn wellicht nageschilderd van knopen die Van den Queborn ergens anders heeft gezien. Misschien op een ander schilderij van Willem van Oranje of van een tijdgenoot. Of in het echt.

“Niet vaak speelt een archiefstuk zo’n prominente rol als op dit schilderij van Willem I, prins van Oranje. De oorkonde met uithangend zegel bevat het stadsrecht dat de prins in 1574 aan het dappere Arnemuiden verleende.

In tegenstelling tot de stad Middelburg die trouw bleef aan Spanje (tot 1574 T.), koos het dorp Arnemuiden voor de kant van de opstandelingen en van Willem van Oranje (1533-1584). Het werd voor zijn moed beloond met het stadsrecht.”

Portret van Willem I, prins van Oranje Willem I (1533-84), prins van Oranje, genaamd Willem de Zwijger / Adriaen Thomasz. Key, ca. 1579 Collectie Rijksmuseum Amsterdam, geraadpleegd 10 januari 2023 http://hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.9542

“Onder de edelen die in de Nederlanden in opstand kwamen tegen het gezag van Filips II groeide Willem van Oranje uit tot de grote leider van de opstand. Hij kwam voor zijn eigen belangen op, streefde naar grotere zelfstandigheid en bepleitte vrijheid van godsdienst. In 1580 zette Filips II een prijs op zijn hoofd; vier jaar later werd hij vermoord.”

En kijk dan toch ook nog even naar de haarpinnen van de Chinese Miao (onderste van de twee foto’s). De bovenste helft is een combinatie van een korfje en de spinnetjes zoals behorend bij de Zeeuwse knoop. Hoe bijzonder is dat.

Tenslotte

Beste lezers, dit was het. Nu echt vermoed ik. De cirkel is rond. Mijn eerder geopperde hypothese van drie mogelijke routes die de spinnetjes holden en de knoopjes rolden worden toch weer bevestigd. 1 Het verre Oosten, 2 Mesopotamië richting Italië en Balkan. En 3 Spanje waar relatief recentelijk toch duidelijk de eerste met de Zeeuwse vergelijkbare knopen werden gemaakt.

Welke de meest waarschijnlijke is? Ik denk de route vanuit het verre oosten, waarbij naar mijn oordeel in elk geval de mogelijkheid van een Chinese oorsprong van de basistechniek van filigrain en granulatie serieus overwogen zou moeten worden. Het is zelfs niet uit te sluiten dat de spinnetjes daar ook voor het eerst werden gemaakt, al blijft Mesopotamië hiervoor natuurlijk kandidaat.

Maken we een grote sprong voorwaarts, naar de 16e en 17e eeuw waarin de eerste voor ons herkenbare knopen opduiken (Amsterdam, Middelburg), dan ga ik voor de Sefardim uit Spanje. Maar ze kunnen ook uit het verre oosten zijn meegenomen door onze scheepvaarders van de VOC. En wie weet was het een kwestie van beiden.

Dank

Met heel veel dank aan ieder die de afgelopen negen jaar een bijdrage leverde aan mijn zoektocht. Jullie zijn allen waardige leden van de Orde van de Zeeuwse Knoop.

Trude de Reij

Middelburg, 13 november 2022

Meer informatie:

Meer informatie:
Dit is een gastblog van een couch traveler. Trude de Reij heeft de verre geschiedenis van de Zeeuwse knop onderzocht. Zij publiceert dit onderzoek op uitnodiging van ZB Bibliotheek van Zeeland.
Lees ook:
Deel 1
Deel 2
Deel 3
Deel 4
Deel 5
Deel 6
Deel 7
Naschrift

Tags: ,

Laat uw reactie achter

*