Archief van categorie ‘Geen categorie’

De librije van Hulst

dinsdag, 11 november 2014

Lang voor de Zeeuwse Bibliotheek, en zelfs lang voor de Provinciale Bibliotheek van Zeeland, hebben er in deze provincie bibliotheken bestaan die min of meer voor algemeen gebruik toegankelijk waren. Van deze collecties is meestal bitter weinig bekend, en soms kunnen we het bestaan ervan alleen maar vermoeden. Een enkele keer is de ruimte bewaard gebleven, maar zijn de boeken zelf door omstandigheden verdwenen. Hieronder volgt een indruk van de librije van Hulst, een stad die zich in de 15e en 16e eeuw bij Vlaanderen rekende. De gebruikers van die bibliotheek zouden het destijds wonderlijk gevonden hebben, dat hun boekenschat bij Zeeland ingedeeld zou zijn.

LibrijeHulst

De librije is de verticale aanbouw aan de kerk precies achter de kale boom.

De Sint-Willibrorduskerk te Hulst, sinds 1935 basiliek, bezat in ieder geval sinds het begin van de 15e eeuw een “liberarie”. Deze bevond zich in een nog steeds bestaande, vermoedelijk eind 14e-eeuwse aanbouw met drie verdiepingen aan de noorderzijbeuk van het koor. In de vier hoeken van de kleine zaal op de begane grond zijn beeldhouwwerken te zien die lezende mannen voorstellen. In het vertrek daarboven, waar ze door een wenteltrap mee verbonden is, bevinden zich gebeeldhouwde symbolen van de vier evangelisten. De beelden hebben geen van alle geleden onder beeldenstormen. De wenteltrap leidt verder naar een onverlichte ruimte daar nog boven.

De librije bevatte aanvankelijk vooral gewijde en liturgische boeken, later ook geschriften van kerkvaders, andere theologische werken (onder meer van Thomas van Aquino) en boeken betreffende het kerkelijk recht. De exemplaren waren met kettingen aan lezenaars vastgemaakt. Een enkele maal werd een boek toch uitgeleend.* Het stadsarchief van Hulst beschikt over diverse kerkrekeningen betreffende aankopen en schenkingen uit de 15e en 16e eeuwen. De eerste bisschop van Gent, de Hulstenaar Cornelius Jansenius (1510-1576), liet bij testament zijn boekenverzameling aan zijn priesterneef Jan van Dale na, met de bedoeling dat ze na diens overlijden aan de librije van zijn geboortestad ten goede zouden komen.

Hulst en het omringende land, bekend onder de naam ‘De Vier Ambachten’, ruwweg het huidige Oost Zeeuws-Vlaanderen, ressorteerde tijdens de late Middeleeuwen weliswaar onder het graafschap Vlaanderen, maar hoorde kerkelijk bij het bisdom Utrecht. Bij de kerkelijke herindeling onder de regering van koning Philips II, werden de Vier Ambachten aan het nieuwe bisdom Gent toegevoegd.

Pas in november 1645 hebben de Staatse troepen Hulst ingenomen. De  kerk werd overgedragen aan de gereformeerden. De boekwerken werden uit de librije verwijderd en raakten over de Zuidelijke Nederlanden verspreid. Sommige perkamenten kwamen op het stadhuis terecht, waar enkele versneden werden voor het inbinden van registers en boeken, of voor het verstevigen van de rugband daarvan.*

In 1807, toen de koorkerk en het dwarsschip aan de katholieken teruggegeven werden, ging de voormalige librije als sacristie dienst doen. Later werd ze opslagruimte, maar thans wordt de benedenruimte ’s zomers als schatkamer van de basiliek ingericht en voor het publiek opengesteld.* Ook worden er tijdelijke tentoonstellingen gehouden. Voor de eerste verdieping en de zolder is voorlopig nog geen passende bestemming gevonden.

Over de geschiedenis en inhoud van de librije te Hulst zijn tot nog toe geen studies of artikelen verschenen. Pater Wilfried Brand, archivaris van het bisdom Breda, heeft een hand-out van een pagina geschreven, bestemd voor vrijwilligers van de basiliek die bezoekers rondleiden, en voor bezoekers van de librije. Deze wordt hieronder als bron van deze paragraaf vermeld.

* Vrij naar: W.B. (= Wilfried Brand), De librije in de basiliek van de H. Willibrordus te Hulst, [2008].

Overige literatuur:

K.J.J. Brand, Over de basiliek van de H. Willibrordus te Hulst en haar torens, Hulst 1994 wijdt op pagina 5 een alinea aan de “liberarie”.

In andere recente publicaties over de basiliek komt de librije niet aan de orde.

Dit is het verhaal van de librije van Hulst. Mogelijk zijn er ook librijen geweest in Tholen en Zierikzee. En natuurlijk in de abdij van Middelburg, namelijk boven de westelijke  kloostergang. Daar valt nog minder over te vertellen dan over Hulst.

Ondergetekende is gevraagd om een bijdrage te leveren aan een boek over librijen en oude bibliotheken in Nederland tot het jaar 1800.  Ik zal daarin de Zeeuwse situatie aan de orde stellen. Het bovenstaande is een voorproefje op dat lange artikel. Ik werd gegrepen door het verhaal van Hulst. Vandaar dat ik het graag nu alvast openbaar maak.

 

Marinus Bierens

 

 

 

“To Google…or not”

dinsdag, 29 juli 2014

google

Het zoeken met Google is al langer “bekroond” met een werkwoord: googelen. Dit symboliseert de haast onaantastbare positie van Google als zoekmachine. Het merk Google is zo sterk dat het merendeel van de gebruikers andere zoekmachines niet gebruiken of er niet goed mee bekend zijn.

Het gebruik van Bing en Yahoo kan zinvol zijn omdat ze inhoudelijk sterk verschillen van Google. Op basis van berekening is er een overlap van ca. 15%. Door alleen op Google te zoeken is de kans groot dat je het overgrote deel mist aan nieuwe bronnen.

Google is de eerste keuze als het gaat om het uitvoeren van een eerste zoekactie om informatie op Internet te kunnen vinden. Dit is niet zo gek gezien het feit dat Google inmiddels ruim 25 miljard documenten geïndexeerd heeft. Mocht onverhoopt de eerste zoekactie niet het gewenste resultaat oplevert kan men proberen het zoekresultaat te verbeteren door het gebruik van extra zoektermen of gebruik te maken van andere opties van Google. Deze zijn te vinden op de webpagina Geavanceerd zoeken.

Er zijn ook andere zoekmachines beschikbaar die beschikken over  eigenschappen waarover Google niet beschikt. Google heeft weinig respect voor privacy en volgt gebruikers in hun zoekgedrag omwille van commerciële doeleinden. Dat is geen nieuws maar kan in sommige gevallen hinderlijk zijn. Het Europese Hof van Justitie heeft onlangs in zijn wijsheid besloten dat internetgebruikers het recht hebben ‘om vergeten te worden’. Het laten verwijderen van onjuiste of irrelevante persoonsinformatie uit het verleden vond enorm weerklank. In vijftig dagen tijd heeft Google 250.000 verzoeken van 70.000 mensen gekregen tot verwijdering.

Er zijn zoekmachines die het zoekgedrag van gebruikers niet vastleggen en rekening houden met privacy zoals Ixquick. Ixquick slaat geen IP adressen op en rekent voor een deel ook af met manipulatietechnieken zoals het feit dat zoekmachines vaak resultaten presenteren die al vaker werden gezocht. Het probleem is dat daarmee nieuwe bronnen niet getoond worden.

Er zijn veel verschillende zoekmachines beschikbaar. De Engelstalige Wikipedia beschikt over een lange lijst ingedeeld naar onderwerp en informatietype.

 

Cees de Blaaij
Vakreferent
Zeeuwse Bibliotheek

 

Over de geschiedenis van de Zeeuwse knoop of: hoe een knoopje kan rollen : deel 5

vrijdag, 4 juli 2014

Spanje

Jane Perry doet de suggestie dat het de Spanjaarden waren die hun knopen ‘introduceerden’ in de lage landen tijdens de 80-Jarige oorlog (1568 tot 1648). Dat lijkt plausibel, maar bewijs is er helaas niet. In west-centraal Spanje (Salamanca) zijn veel knopen gevonden die soms veel, maar vaak ook in mindere mate de kenmerken dragen van de Zeeuwse knoop. De spinnenpootjes ontbreken dan. De Spaanse knopen met een merkteken zijn van een veel latere datum.
De Spanjaarden (met tot 1700 Habsburgse vorsten) zaten in deze periode inderdaad ‘all over the place’. Maar wie zegt dat zij (of anderen) de knoop niet van elders hebben meegenomen naar Spanje en de smeden daar er hun eigen ontwerpen van maakten? Dat de knopen vanaf de 16e eeuw uit of via andere Habsburgse gebieden zoals Noord-Italië, Tsjechië (Bohemen) en Slowakije daar binnen kwamen?
Ik blijf vooralsnog bij mijn hypothese dat deze mogelijkheden ook bestaan. Ik leg uit waarom.

Op advies van Perry heb ik contact gezocht met Maria Antonia Herradon, werkzaam bij het Museo del Traje in Madrid, afdeling traditionele kleding en sieraden. Mrs. Herradon stuurt me een foto van een schilderij uit de collectie van het Prado, een portret van aartshertog Karel van Oostenrijk, geschilderd tussen 1608 en 1617. Volgens informatie van het Rijksmuseum (Amsterdam) was deze Don Carlos de tweede zoon van koning Filips III. Hij was twee jaar jonger dan zijn broer, koning Filips IV, en daarmee ‘infante van Spanje’. Op zijn jas een rij kleine bolvormige knoopjes. Helaas. Ze lijken niet op Zeeuwse knopen. Andere documentatie van 17e eeuwse Spaanse knopen lijkt er niet te zijn. Zoals gezegd ontbreken bij de latere, gedateerde Spaanse knopen nogal eens de spinnenpootjes en lijken opgebouwd uit alleen bolletjes en getordeerd draad.

Geschilderd portret van aartsbisschop Carlos van Oostenrijk. Op zijn kleding zijn heel veel knopen aangebracht.

Aartshertog Karel van Oostenrijk, geschilderd door Bartolome Gonzalez
Copyrigth Museo del Prado, Madrid

Vergroting knopen op jas van Carlos van Oostenrijk

Detail kleding Aartshertog Karel van Oostenrijk
Copyright Museo del Prado, Madrid

Al googelend – ik meen op trefwoord Schoonhoven – stuit ik begin februari op de naam Vivianne Veenemans. Zij is metaalconservator in Renkum en deed vanaf 2010 een promotieonderzoek naar Nederlandse streeksieraden. Ze schreef voor het Kostuum Jaarboek 2011 een artikel onder de titel ‘Een Engelse smaak voor (Nederlandse) streeksieraden’.
Ik ben maar zo vrij geweest haar te bellen en kreeg het artikel toegestuurd. Ze blijkt voor haar onderzoek ook in Londen, het Victoria & Albert museum te zijn geweest en kent Jane Perry vrij goed. ‘Ook vanuit Engeland ontstond een vraag naar de Nederlandse streeksieraden en die werden gedurende de tweede helft van de 19e eeuw een modeverschijnsel binnen de Engelse burgerdracht.’ In het artikel van Veenemans is te lezen dat Duitse goudsmidleerlingen in Nederland hun vak leerden. Over de Etrusken dus. En ze noemt de wereldtentoonstellingen waar de authentieke kunstnijverheid tentoon werd gesteld, waaronder die uit Italië en Nederland. Bij haar literatuuroverzicht valt mijn oog op het boek Schmuck, van Helena Johnova, Bratislava (Slowakije) 1986. Een boekenantiquariaat in Dokkum heeft het nog staan en eind februari ligt het bij mij op de mat. Waar zouden we zijn zonder Google!

In de tussentijd vraag ik de in Amsterdam gevestigde klassiek archeoloog en etruskoloog Mieke Zilverberg of zij misschien meer weet over de migratie van de Etruskische filigrain- en granulatietechniek, de ‘spidertrails’ noem ik ze maar, van Zuid- naar Noord-Europa.
Zij bevestigt dat de techniek begint bij de Etrusken, met als hoogtepunt de 6e-5e eeuw voor Chr. Voor verdere informatie verwijst ze naar Ruurd Halbertsma, conservator collectie Klassieke Wereld van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Halbertsma mailt dat hij op dat moment niets kan toevoegen. Maar doet dat later wel. Of het moet puur toeval zijn. Ik google in april nog eens op het trefwoord Etrusken en ineens komt er een pagina tevoorschijn op de site van het RMO met de titel ‘Het goud van de Etrusken’. Met informatie zoals hierboven opgenomen onder het kopje Etruskisch goud.

In het boek van de Slowaakse Johnova vind ik foto’s van een knoop die heel erg lijkt op die uit Bohemen van het knopenmuseum in Baernau (foto). En knopen (op een vrouwenkeurslijfje) die volledig identiek zijn aan de Zeeuwse knoop. Vindplaatsen Levice en Turiec. Gedateerd 19e eeuw. De “Zeeuwse” knoopjes hebben geen meester-/ merkteken en het is dus de vraag of de datering dan wel klopt. In theorie zouden ze veel ouder kunnen zijn.

Holle zilveren knoop opgebouwd uit 5 lagen kleine Zeeuwse knoopjes

Zilveren knoop uit omgeving Levice
Bron: Schmuck / Helena Johnova

In het boek nog meer foto’s van prachtige, heel verfijnde filigrainknopen. Merendeels zonder merkteken en allemaal gedateerd 19e eeuw (door wie?). Ik zou bijna gaan denken dat die datering gemakshalve is bepaald op de 19e eeuw en meer zegt over het moment van conserveren dan over de echte leeftijd van de knopen.
Nu zullen sommigen me betichten van wishful thinking. Immers, deze knopen kunnen evenals die in Noord-Duitsland en Scandinavië, ‘gewoon’ gebaseerd zijn op het oud Nederlandse ontwerp. En toch: volgens Jane Perry lijkt ‘de Slowaakse knoop in het boek, die lijkt op de knoop uit Bohemen’, erg veel op knopen uit Genua, Noord-Italië…
Misschien is mijn idee van een spoor vanuit Italië, via het oude Tsjechië Slowakije naar de Nederlanden, toch niet helemaal onzinnig.
En dan is er nog een derde mogelijkheid: een route Italië, Centraal-Europa, Spanje, Nederland.

Meer informatie:
Dit is het gastblog van een couch-traveller. Trude de Reij heeft de verre geschiedenis van de Zeeuwse knop onderzocht. Zij publiceert dit onderzoek op uitnodiging van de Zeeuwse Bibliotheek.
Lees ook:
Deel 1
Deel 2
Deel 3
Deel 4
Deel 6
Deel 7

Muziek en voetbal

woensdag, 25 juni 2014

Mensen willen graag geëntertaind worden en grijpen iedere gelegenheid aan om iets te vieren en om te kunnen feesten. Sportwedstrijden lenen zich hier uitstekend voor, zoals het wereldkampioenschap voetbal (WK).

Muziek heeft hier een hele belangrijke plaats bij veroverd. Zo lijken voetbal en muziek steeds vaker heel goed samen te gaan. Daar waar het spel vroeger nog met een welgemeende klap en “hoezee” werd toegejuicht, zien we tegenwoordig steeds meer zang en muziek bij deze mooie tak van sport.

We zien dit ook weer dit jaar gebeuren bij het boeiende wereldkampioenschap voetbal in Brazilië.  Om zoveel mogelijk mensen te interesseren voor en te betrekken bij het wereldkampioenschap voetbal wordt er sinds 1962 een WK lied gecomponeerd.

Ook voor het wereldkampioenschap 2014 heeft de Wereldvoetbalbond FIFA een officieel WK lied gelanceerd. Het WK lied van 2014 heet “We are one” en is gemaakt door rapper Pitbull en de zangeressen Jennifer Lopez en Claudia Leitte.

blogrea1

Of dit WK lied het meest populaire lied wordt, valt nog te betwijfelen.

Veel nationale en internationale zangers en zangeressen grijpen deze periode aan om een WK lied te maken zoals :

Screen_Shot_2014-03-18_at_11.19.13_AM

Stromae – Ta Fête

De Belgische singer-songwriter Stromae heeft speciaal voor het WK voetbal 2014 het nummer Ta Fête geschreven. Deze song staat op Stromae’s album “Racine Carreé” (aanwezig in de collectie van de Zeeuwse Bibliotheek) en wordt gebruikt als officieel WK lied van de “Rode Duivels”.

België doet nl. in 2014 , na een afwezigheid van twaalf jaar, weer mee aan het wereldkampioenschap voetbal.

2-Unlimited-No-Limit-111082

2 Unlimited – No Limit

2 Unlimited hebben hun hit “No Limit” uit 1993 omgetoverd tot een WK versie om het Nederlandse elftal te ondersteunen.

blogrea3

Gebroeders Ko

Op 20 april 2014 hebben de Gebroeders Ko een speciaal Oranje nummer gelanceerd. Het lied heeft een algemeen karakter. Daardoor kan het nummer zowel gedraaid worden tijdens Koningsdag als tijdens grote sportevenementen.

blogrea2

Fernando & Sorocaba – Imagina na Copa

Een echt Zuid-Amerikaans nummer, dat zomaar eens de WK hit van 2014 zou kunnen worden. Het is Braziliaanse countrymuziek, dat in Brazilië veel populairder is dan in het buitenland bekendere samba.

Naast deze korte selectie zijn er talloze WK liederen  te vinden op o.a. www.wkhits.nl,  waar je elke dag mee geconfronteerd wordt via de media, soms tot vervelends aan toe… Maar het toont wel aan dat muziek niet meer weg te denken is  bij het voetbal.

De WK wedstrijden zelf  beginnen nooit zonder muziek. Eerst worden er luidkeels de volksliederen van de betreffende landen gezongen  door de spelers, trainers en toeschouwers van de betreffende landen.

Hoe ver zal het Nederlands elftal komen in dit toernooi? We moeten maar uit volle borst het Wilhelmus blijven zingen.

Wellicht helpt dit …. Op naar de finale!

 

Rea Bensch, Domeinspecialist muziek

 

(Bron: muziek-en-film.infonu.nl)

Kunstbende: Zeeland barst van jong talent

woensdag, 23 april 2014

kunstbendezeelandlogo

 

Wil je jureren voor de Zeeuwse voorronde van Kunstbende Zeeland ? Een paar weken geleden werd ik met deze leuke uitnodiging benaderd door Leontien Poppe van SCOOP; Zeeuws instituut voor sociale en culturele ontwikkeling. Of ik er wat voor voelde om namens de Zeeuwse Bibliotheek en als webredacteur van www.literatuurinzeeland.nl , plaats te nemen in de jury voor de categorie Taal van Kunstbende. Leontien werkt tegenwoordig in hetzelfde gebouw als ik. De Zeeuwse Bibliotheek en SCOOP zijn immers hard op weg om samen te fuseren naar één organisatie.

 

Talent

De landelijke organisatie Kunstbende is een jongerenorganisatie voor talentontwikkeling. De kern van de organisatie – de landelijke wedstrijd – wordt in 2014 voor de 24ste keer georganiseerd. Ik las ergens dat er veel artiesten uit de kweekvijver van Kunstbende voortkomen, onder andere Trijntje Oosterhuis, Claudia de Breij, en Abdelkader Benali zetten de eerste schreden in hun vak op het podium van Kunstbende.Kunstbende-logo

Ontdekking

Jongeren willen ontdekken en ontdekt worden. Ze willen weten hoe het is om op een podium te staan voor publiek, hoe een zelfgemaakte film er op een groot scherm uitziet en hoe hun verhaal klinkt als het voorgelezen wordt. Dit betekent dat er ruimschoots tijd en plaats beschikbaar is voor Muziek en Dans, maar ook voor andere disciplines. Kunstbende wil vormen van cultuur die minder mainstream zijn door meer jongeren laten beoefenen. Naast Taal zijn er ook nog de categorieën Expo, DJ en Fashion, Theater & Performance en Film & Animatie, heel gevarieerd dus.

 

Zeeuwse voorronde

De Zeeuwse voorronde vond dit jaar op zondag 13 april plaats in theater de Mythe in Goes. Het thema van 2014 is ‘wordt vervolgd’. De organisatie van het evenement was in handen van SCOOP-medewerkster Leontien, die daar inmiddels al flink ervaring mee heeft opgebouwd, zodat de dag van de regionale voorronde soepel verliep.

 

kunstbende jury

De jury voor de categorie Taal: vlnr Anya, Susan en Sandra

 

Alle juryleden van de acht categorieën werden ontvangen in een apart zaaltje van de Mythe, ook het juryoverleg vond daar plaats. Het gebouw van de Mythe bruiste al van activiteit en de prominent aanwezige deelnemers (zo’n 150 jongeren tussen de 13 en 18 jaar plus hun achterban!) aan de wedstrijd. Ik ontmoette er ook mijn medejuryleden: Dichter Sandra Burgers en Susan van der Beek, eigenaar en redacteur van de website www.dichterbij-teksten-en-meer.nl.

 

Taal

Na de feestelijke dansopening in de grote zaal van de Mythe, begon het uiteindelijke programma, verspreid over drie verschillende podia. Wij waren er voor Taal en waren natuurlijk erg benieuwd hoe de gedichten en verhalen die we van te voren al kregen toegestuurd en hadden gelezen, uiteindelijk op het podium zouden worden voorgedragen. In de beoordeling gaat het niet alleen om de kwaliteit van de ingezonden tekst – wel erg belangrijk natuurlijk -, maar ook over de performance. Hoe wordt de tekst voorgelezen? Wordt er rustig en duidelijk gearticuleerd? Is er emotie in de tekst gelegd? Hoe staat de voorlezer erbij? Rustig en ontspannen, of juist heel zenuwachtig en druk? Sluit de voordracht goed aan op de inhoud van de tekst?

 

Sterrennacht

We waren blij verrast om te kunnen constateren dat de negen inzendingen enthousiast en kundig voor het voetlicht werden gebracht, al waren er natuurlijk wel verschillen. Het was ook fijn om te merken dat we, als driekoppige jury, in onze beoordeling op dezelfde golflengte zaten. Het maakte in ieder geval dat er geen eindeloze discussies nodig waren om tot een gelijkluidend oordeel te komen. Eenheid van taal en voordracht, daar waren we naar op zoek. Er was er één die er wat ons betreft heel duidelijk uitsprong. Eden van der Moere schreef het ontroerende verhaal Sterrennacht, over het afscheid en loslaten van een dierbare, zieke vriend/geliefde. Zij schreef dit in een persoonlijke, beeldende en poëtische stijl en bracht het verhaal al even persoonlijk en ontroerend voor het voetlicht, duidelijk makend dat er een hoopvol einde bestaat dat troost kan bieden. In de zaal kon je een speld horen vallen, zo stil was het. De jury was eensgezind in het oordeel, Edens verhaal sprong er kwalitatief op alle fronten uit als het beste. Zelfs haar blauwe kleding en de ingetogen manier waarop ze op het podium stond, met een opengeslagen boek in haar handen, pasten bij elkaar. Dat Eden al schrijf- en podiumervaring heeft, bleek pas later. Zij won ook voor Taal in 2013.

 

Alleen?

De keuze voor de tweede prijswinnaar, viel op Linda Meester met het verhaal Alleen? We denken dat Linda een uitstekende schrijfster van thrillerachtige verhalen of een complete thriller zou kunnen worden. Het verhaal zou zelfs een aanzet voor een filmscenario kunnen zijn.

Linda weet de spanning van het verhaal heel mooi op te bouwen en dit goed over te brengen op het podium, o.a. door het voordragen met verschillende stemmen en vlugger te spreken als de verwarde hoofdpersoon aan het woord is. Iedereen in het publiek was benieuwd hoe het verhaal zou ‘worden vervolgd’. Linda slaagt er heel knap in om het thema te verwerken op nog twee manieren: vervolgt de politie de ik-figuur in dit verhaal? Wat is er met de tijd aan de hand en waarom is het zo belangrijk waar de klok is?

 

Keep on dreaming

Nadine Alewijn kwam met Keep on dreaming op een verdiende derde plaats. In haar voordracht maakte ze veel contact met het publiek, ze droeg zelfs voor uit haar hoofd. Haar rustige en vlotte uitstraling kwam terug in haar stijl van spreken. Nadine schreef een e-mail van de Nadine van 17 jaar, aan de Nadine van 28. De wensvervullende dromen van de zeventienjarige zijn heel herkenbaar en met humor neergezet. Er is ook duidelijke samenhang in het toekomstbeeld en de realiteit. Nadine schrijft origineel en dicht bij zichzelf. Zij zou een uitstekende blogster kunnen zijn.

 

KunstbendeZeelandwinnaarsTaal

Winnaars categorie Taal (Foto: Dennis Wisse voor Kunstbende Zeeland)

 

Prijzen

Uiteraard werden de drie prijswinnaars per categorie aan het eind van de middag gelauwerd in de grote zaal. Zij ontvingen de felbegeerde Spotlight Kunstbendetrofee, respectievelijk €100, €75 en €50 en een goodiebag met vrijkaartjes, boeken, waardebonnen, workshops en cursussen.
Eerste prijswinnares in de categorie Taal Eden van der Moere, heeft natuurlijk een finaleplaats en mag naar de Melkweg in Amsterdam voor de landelijke finale op 3 mei, evenals alle andere eerste prijswinnaars. Ik ben heel benieuwd hoe ze het er vanaf gaan brengen en duim al stiekem voor de hele Zeeuwse delegatie! Kaarten zijn nu al te koop op www.kunstbende.nl . Wees er op tijd bij als je de Zeeuwen wilt gaan aanmoedigen, want op=op.

 

Zeeland barst van het talent

Als juryleden Taal vonden we het wel jammer dat we niet in de gelegenheid waren om alle andere categorieën ook goed te bekijken, maar we hadden tenslotte zelf een belangrijke taak om te vervullen, dat vergde veel tijd. Het lukt wel om even aanwezig te zijn bij Dans en Fashion en we bekeken ook de originele inzendingen van de categorie Expo. Natuurlijk waren er voor de andere onderdelen ook geweldige deelnemers, dat bleek wel bij de algemene prijsuitreiking.

De belangrijkste indruk van deze zondagmiddag was voor mij toch dat Zeeland barst van creatief, jong talent op allerlei gebied. Geweldig dat de Kunstbende dit talent ontdekt en stimuleert en dat ik er een middag bij mocht zijn!

Anya Marinissen, webredacteur www.literatuurinzeeland.nl

Romanteam Zeeuwse Bibliotheek

 

 

Tuinieren en de eigen moestuin

donderdag, 17 april 2014

Dit voorjaar nodigt uit om een start te maken met een eigen moestuin. Dat kan al op hele kleine schaal in een pot in de vensterbank, op het terras of op het balkon. Begin dan bijvoorbeeld met kruiden. Peterselie, bieslook en selderij, zelfs rucola kun je in een pot kweken en daarna oogsten en gebruiken in de keuken.

Voor mensen met iets meer ambitie en een vierkante meter over in de tuin of op het balkon is er sinds enige tijd de “vierkante meter tuin” met een vakverdeling en allerlei tips. Te koop in tuincentra en bouwmarkten. Ook op internet staat hoe je zelf een vierkante meter moestuin aanlegt.

 

metertuin

In de Zeeuwse Bibliotheek in Middelburg is in april een boekentafel ingericht over tuinieren. Zoeken op het woord moestuin levert honderden boeken op in de catalogus van de Zeeuwse bibliotheken.

aardbeien

Een greep uit de titels

Het levert boeken op voor kinderen, zoals “ Anna en haar groentetuintje”, boeken voor de biologische moestuin, bijvoorbeeld “Basishandboek voor de biologische moestuin”, en boeken over alle mogelijke groenten en fruit. Ook bijvoorbeeld over mijn favoriete vrucht “Gezond uit de moestuin: aardbeien”.

Voor iedereen die geen ruimte in huis of tuin heeft, maar wel zin heeft om een moestuin te starten, zijn er allerlei volkstuinverenigingen.

 OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Volgens Omroep Zeeland  is de belangstelling voor volkstuintjes enorm toegenomen. Kweeklust in Middelburg, de grootste volkstuinvereniging van Nederland, meldt voor het eerst in jaren in januari 2014 weer een wachtlijst te hebben.

Adriënne Withagen

 

 

Herman Koch en zijn nieuwe roman: “Graauw is op een goede manier ver weg”

vrijdag, 20 december 2013

Met zijn zesde roman Het Diner uit 2009 heeft Herman Koch een ware bestseller te pakken. Het boek van de auteur, die de meesten van ons toch kennen van zijn bijdragen aan Jiskefet, won de NS Publieksprijs, is in meer dan dertig landen uitgegeven en daarmee één van de succesvolste Nederlandse romans aller tijden. Inmiddels is er een nieuwe roman “Geachte heer M” in de maak die zich deels zal afspelen in Zeeuws Vlaanderen, waar Koch grotendeels zijn vrije tijd spendeert. Dit alles vertelt hij 17 december in helaas nauwelijks gevulde aula van de Zeeuwse bibliotheek in een door SLAZ georganiseerd vraaggesprek.

Het diner / Herman Koch

Al tijdens de aankondiging krijg ik het gevoel in een Jiskefet aflevering te zijn beland. Johan de Koning promoot in bijna archaïsche taal een evenement rondom het veilinghuis alsof het marmotten uit de dierenwinkel zijn en verbeeld ik me het of doet hij extra zijn best met zijn sonore stem de lijzige dierenverkoper (http://www.youtube.com/watch?v=nOYCCRffnbM) na te bootsen? Rolf Bosboom, journalist Kunst & Cultuur bij de PZC, neemt het roer na de inleiding over en start het interview met een voor de hand liggende vraag over Kochs jeugd in Zeeuws Vlaanderen, althans, de vakanties die hij daar doorbracht met name in de buurt van Retranchement. Koch beschrijft zijn groeiende genegenheid voor het Zeeuws Vlaamse landschap en leven en verteld het geboeide publiek dat de aantrekkingskracht nog volop aanwezig is, al huist hij tegenwoordig in een dijkhuis in Graauw.” Ver van Amsterdam, maar op een goeie manier ver weg. Niemand komt vanuit de randstad namelijk op het idee hem in Graauw op te zoeken tijdens zijn vakantie en/of schrijfmomenten”. En dat bevalt Koch eigenlijk wel.

Als kind had Koch al de ambitie om schrijver te worden, dat wil zeggen, hij was zeer bedreven in het verzinnen van fantastische verhalen. Toch legt hij zich in eerste instantie toe op televisiewerk. Jarenlang zien we Herman Koch als achtereenvolgens Tampert, Jos, en Kerstens en we lachen ons een bult alvorens we kennismaken met Koch als romanschrijver en in het bijzonder het Diner. Toch heeft Koch achter de coulissen van de VRPO ook naarstig boeken geschreven, zoals bijvoorbeeld Red ons Maria Montanelli (1989), alleen kreeg dit boek destijds veel minder media-aandacht. Hoe dat komt? Koch kan het niet precies verklaren, wel weet hij dat het Diner niet per se zijn beste boek is ondanks het feit dat het de bestsellerlijst van de New York Times heeft gehaald en inmiddels in 33 talen vertaald is. Zelfs in de Ethiopische boekhandel ligt het Diner in moedertaal in de schappen. Ook zijn overige oeuvre , onder andere Zomerhuis met Zwembad (2011) krijgt over de grens volop aandacht en wordt aan de lopende band vertaald.

Op de vraag van Bosboom wat de grootste succesfactor van het Diner is, antwoordt Koch dat het boek een mondiaal onderwerp betreft. “Het verhaal handelt over een universele angst over wat je kind uitvoert als jij als ouder niet in de buurt bent. Dat is de zenuw die in het boek zit”. Een nadeel aan het bestsellerschap is er ook. Volgens Koch is het grote publiek namelijk van mening dat elke auteur van een succesvol boek bij voorbaat een knieval heeft gemaakt naar het grote publiek. En dat betekent dat er getwijfeld wordt aan het literaire gehalte: “als een boek niet onleesbaar is, is het waarschijnlijk ook geen literatuur.”

Bemoeienis met de Nederlandse verfilming van het Diner (Menno Meyjes, 2013) heeft Koch nagenoeg niet gehad. Behalve dan misschien een lichte sturing wat de cast betreft (“geen Paul de Leeuw, zelfs niet als ober!”). Inmiddels is er een internationale remake in ontwikkeling waarin niemand minder dan Cate Blanchett de regisseur is. Koch blijft er vrij onbewogen onder. Hij bezoekt de première en verder gelooft hij het wel. Dat zijn roman in elke willekeurige boekhandel in Buenos Aires te koop is, vindt hij een stuk indrukwekkender, zegt hij.

Of het zijn nieuwste roman :” Geachte heer M” (mei 2014) ook zo zal vergaan, is de vraag want volgens Koch wordt met dit boek, dat zich dus gedeeltelijk in Zeeuws Vlaanderen afspeelt, een nieuwe weg ingeslagen. Het klassieke gezinsleven, in zijn vorige romans nadrukkelijk aanwezig, heeft hij achterwege gelaten en bovendien wordt de eeuwige (enigszins onsympathieke) ik-persoon grotendeels vervangen door verschillende personages in de derde persoon enkelvoud. Bij wijze van voorproeve en omdat het tenslotte ook een literaire avond betreft, leest de auteur een kort fragment uit zijn nieuwe werk.

Vroeg of laat herkent het publiek zichzelf in zijn verhalen. Van tijd tot tijd melden aanvankelijk argeloze lezers zich met de vraag of hij wellicht aan hen dacht bij het creëren van zijn personages. Zoals ook wij als lezerspubliek tijdens het slotcitaat van Koch. Daarin mijmert een schrijver op leeftijd over het publiek in de zaal waarvoor hij na afloop tot vervelens toe boeken moet signeren en verfoeit hij de bibliothecaresse die hem straks gaat uitnodigen voor een borrel na afloop in het buurtcafé, waar hij vooral verhalen zal moeten aanhoren over de wilde avonturen van zijn collega-schrijvers in datzelfde etablissement. Hij gruwt bij de gedachte. Herkenning of niet, de signeerrij na afloop van de lezing is verdacht kort.

Janette Zuydweg
Vakreferent Zeeuwse Bibliotheek

Het Zeeuwse wapen: ’invention of tradition’?

dinsdag, 10 december 2013

Begin december week was er iemand jarig bij de provincie. De 65-jarige jubilaris was het wapen van de provincie dat in 1948 bij Koninklijk Besluit was goedgekeurd. Geen Zeeuw zal dit wapen kennen, omdat het opgetuigd is met even onzinnige als loze symboliek, die de provincie moeten inbedden in een historisch gedrocht waarin het zich nog slechts recent bevindt. Nu rekent tegenwoordig iedereen in (zijn eigen) mensenleven als het gaat over de factor tijd, maar historici kijken niet op een paar honderd jaar en voor geologen zijn we zelfs nog minder dan het knopje van de speld in de hooiberg.

Dit even terzijde, terug naar het begin. Met mijn historisch besef was ik die 4de december uit bed gestapt met het idee dat met ‘nog twee nachtjes slapen’ de Sint jarig zou zijn. Enigszins verbaasd was ik dan ook toen ik door een collega werd gebeld die meldde dat Omroep Zeeland ‘een specialist’ nodig had die een en ander over het provinciale wapen wist te melden: want dat bestond vandaag 65 jaar! ‘Dan weten ze meer dan ik’, dacht ik nog, voordat ik antwoordde dat ik dit varkentje wel ging wassen. Dat bleek ook toen de cameraploeg arriveerde, want die had al helemaal in het hoofd wat er wel en niet gezegd ging worden, want als je vragen moet stellen moet je je soms net zo goed voorbereiden als de geïnterviewde.

Het uur daarvoor had ik me namelijk bezig gehouden met het uit mijn hoofd leren van de volledige tekst in het Latijn, die sinds 1586 bij het provinciewapen hoort. Maar nee, dat was helegaar niet de bedoeling en als ik het in modern Nederlands ging uitleggen duurde het zeker tien keer te lang. Kortom, toen na vier pogingen en een half uur later een kwartier tekst op de band stond, was dit genoeg om eruit te knippen wat de redactie nodig had, zodat ik in de uitzending vrolijk aan het vertellen was hoe het wapen eind 16de eeuw zijn intrede deed (terwijl ik toch echt bij 1450 begonnen was). Daarmee natuurlijk de hoon op me halend van historisch geïnteresseerd Zeeland dat tandenknarsend zijn geschiedenis in de 16de eeuw geworteld zag worden door ‘de specialist.’

Laat ik daarom bij het einde beginnen. Het officiële wapen dat de provincie nu kent is bij Koninklijk Besluit van 4 december 1948 vastgesteld. Het was een van de eerste daden die de jonge koningin Juliana verrichtte; zij was juist haar moeder koningin Wilhelmina opgevolgd. Het wapen van de provincie wordt daarin vastgehouden door twee Nederlandse leeuwen, die de pre euro mensen onder ons nog wel kennen van de muntzijde van de gulden. Een vette kroon bovenop het wapen completeert het geheel.

wapen

Dat is natuurlijk grote onzin, want het wapenschild zelf bevat het wapen van Zeeland, de rest betreft erbij gefantaseerde flauwekul. Het huis van Oranje is pas eind 16de eeuw langzaamaan bij de provincie betrokken geraakt, met daarbij de kanttekening dat de stadhouderloze tijdperken (1650-1672 en 1702-1747) ongeveer de helft van onze Gouden Eeuw beslaan, dus ook zonder Oranje verging het de provincie prima. De twee Nederlandse leeuwen terzijde vormen het raamwerk waarbinnen de provincie past. De 17de-eeuwse Zeeuw was hierover vrijwel zeker ‘bysonder malcontent’ geweest. Zeeland was immers een ‘soevereine en independente staat.’ Niks Nederland! Een Republiek ja, maar dan alleen om samen met Holland en de andere vijf provincies defensie en buitenlands beleid te regelen, verder regelden wij hier alle zaken zelf.

In de radio-uitzending van Omroep Zeeland van 4 december 2013 was Guus van Breugel van het Centraal Bureau voor de Genealogie aan het woord. Hij beweerde dat het Zeeuwse wapen al in de 13de eeuw bestond. Er zou een afbeelding in een boek van Matthew Paris over de Engelse geschiedenis staan afgebeeld van de graaf van Holland. Daarnaast zou zich een schild hebben bevonden waarop aan de onderzijde een blauw veld was te zien met daarboven een gouden leeuw op een rood veld. Dat zou de eerste melding van het Zeeuwse wapen zijn geweest, in het geval de graaf ook Zeeland toebedeeld zou krijgen. De oudste afbeelding van het Zeeuwse wapen is -volgens de provincie zelf- te vinden als randversiering voor een manuscript uit 1450 dat in opdracht van Philips de Goede, hertog van Bourgondië (en graaf van Zeeland) is gemaakt. Dit wordt bewaard in de Nationale Bibliotheek van Oostenrijk in Wenen. Het wapen laat nog niet de leeuw rijzend uit de banen van azuur (blauw) en zilver (wit) zien: dat duikt voor het eerst rond 1470 op. De leeuw en de banen moeten dan ook los van elkaar worden gezien en dus niet als een zich aan het water ontworstelende leeuw.

Dit beeld is langzamerhand gegroeid met de spreuk ‘Luctor et emergo.‘ Die spreuk is zeker een eeuw jonger dan het wapen en het lijkt alsof wapen en spreuk naar elkaar zijn toegegroeid. De spreuk stamt namelijk uit 1585 en komt voor op een dan geslagen penning met het wapen van Zeeland aan de achterkant. In 1585 ging het slecht met de strijd tegen Spanje en lieten de Zeeuwse staten (met politieke bijbedoelingen) een penning slaan. Het opstandige gewest Zeeland uitte hiermee zijn vreugde over het Verdrag van Nonesuch. Daarin beloofde koningin Elisabeth I van Engeland de Opstand tegen Philips II te steunen. Dat blijkt ook uit de volledige tekst die in het Latijn luidt: ‘Autore Deo, favente regina, luctor et emergo’.

Aan de ene kant van de munt stond ‘Autore Deo, favente regina’, en aan de andere zijde ‘Luctor et Emergo.’ Destijds werd het wapen en de tekst in een pamflet als volgt uitgelegd: ‘Door Gods werck ende goetgunstigheyt der Connunghinne worstelt ende climt den Zeelandtschen Leeuw op uyt den water.’ Nu hield men in die tijd wel van lange titels, maar voor een muntje of een vlag was dat wat omslachtig, dus dat ‘Luctor et emergo’ onder het wapen terecht is gekomen, komt door de lengte van de spreuk. Daarbij komt, dat het eerste deel van de spreuk niet zelfstandig gelezen kan worden. Hoewel van begin af aan een relatie tussen de leeuw en het water is gelegd en vervolgens de spreuk in de volgende eeuwen alleen nog gelezen is als ‘Ik worstel en kom boven’ en in het Zeeuws Volkslied zelfs als ‘Ik worstel en ontzwem’, is de oorsprong dus niet de strijd tegen het water, maar de strijd tegen de Spanjaarden.

Hoe zeer de nood aan de man was blijkt wel als we de, volgens Beugelsdijk, oorspronkelijke -16de -eeuwse?- wapenspreuk optekenen, die luidde namelijk ‘Dómine, salva nos, quia perimus’, ofwel ‘Heer redt ons, want wij gaan ten onder’, een mooie pre-destinatieve uitdrukking die ook wonderwel bij godvruchtig Zeeland past. Het leuke is dat beide spreuken, los van de historische context gezien, nog steeds met het water in verband kunnen worden gebracht. Door de letterlijke betekenis en de eeuwenlange strijd van de Zeeuwen tegen het water, wordt dit tegenwoordig namelijk wel zo beleefd. Het is de oude rijksarchivaris P. Scherft geweest die dit dogma halverwege de 20ste eeuw wist te ontrafelen en de watermythe wist te ontzenuwen. Het staat namelijk vast dat de Zeeuwse leeuw niet uit de golven oprijst. Eigenlijk bestaat het Zeeuwse wapen uit twee gedeelten: de bovenste helft die een ‘klimmende leeuw’, toont die voor de helft is afgebeeld, en de onderste helft van zes golvende banen, ‘de zee’. Het geheel suggereert – ten onrechte – een leeuw die strijd levert tegen de woelende baren. Vroeger was die suggestie nauwelijks aanwezig. In de vormgeving van het wapen waren leeuw en golven door een strakke lijn gescheiden. De bovenste helft van het wapen bestond uit een goudgele achtergrond.

vlagvanzeeland

Detail van het schilderij hieronder. De vlag van Zeeland zoals deze omstreeks 1615 werd gevoerd: drie azuurblauwe en drie zilverwitte (vlakke) banen met daarboven een rode leeuw die uit het water oprijst tegen een geel vlak. Daarboven hangt de geuzenvlag van Middelburg; de stadsburcht op een rode vlag.

zeehondt

Het vertrek van een hoogwaardigheidsbekleder uit Middelburg. Het oorlogsschip de Zeehondt wordt door trekpaarden het Welsingekanaal voor Middelburg uitgetrokken richting zee. Het statenjacht van prins Maurits vuurt een saluutschot af. Hein Kluiver duidde dit schilderij als het vertrek van Sir Robert Sidney uit Middelburg in 1616, maar dit is niet zeker, olieverfschilderij door Adriaen Pieterszoon van de Venne, 63×131 cm., 1615, collectie Rijksmuseum Amsterdam.

vlag2

In de officiële vlag, zoals die sinds 1949 is vastgesteld is dat mooie contrasterende gele veld geheel verdwenen.

Zeeland bestond immers niet alleen uit water, maar ook uit (landbouw)land. In de nieuwste vlag is het water alom. Over het ontwerp is nogal wat te doen geweest: moest het een vlag zijn die gedachten opriep aan de nationale driekleur, moesten juist de Zeeuwse kleuren worden geaccentueerd, was het verantwoord het wapen in de vlag op te nemen? Uiteindelijk kozen Gedeputeerde Staten voor een ontwerp dat was ingediend door het toenmalige statenlid jhr. mr. T.A.J.W. Schorer. Aanvankelijk bestond er voorkeur voor een vlag van zes banen, zoals die er altijd geweest was: drie blauwe en drie witte banen. Het statenlid won het pleit door te stellen dat een zevenbanige vlag evenwichtiger was en dat een donkere baan aan onder- en bovenkant beter afstak tegen de lucht. Daarmee verdween de veelkleurigheid in de originele vlag waarin de rode leeuw op een gele achtergrond oprees, hetgeen nu alleen nog op het wapenschild te zien is.

U begrijpt het al, als historicus moet ik niks hebben van dit nieuwe stukje vod, noch van die 65-jarige; voor mij is dit ‘invention of tradition.’

Johan Francke, informatiespecialist (Zelandica)

Bronnen:
-site Rijksmuseum
-site Zeeuwse Bibliotheek, Zeeuwse Collectie, wapen van Zeeland
-site Provincie Zeeland over het wapen en de vlag.

-site Omroep Zeeland: bekijk hier het item.

 

KennisCafé e-health

dinsdag, 3 december 2013

Afgelopen vrijdag, 29 november 2013, was het weer tijd voor het KennisCafé. Deze keer ging het over de medialisering van gezondheid en de zorgsector. Deze trend is onder andere te zien in de vele medische apps die tegenwoordig te verkrijgen zijn voor op je smartphone of tablet. Andere verschijnselen zijn het online spreekuur of de website SENSE van de GGD. Er zijn op deze avond drie functies van medische apps geïdentificeerd: ten eerste zijn er medische apps die dingen vergemakkelijken, zoals bijvoorbeeld het stoppen met roken. Ook zijn er apps die de uitwisseling van informatie tussen verschillende mensen stimuleren; dit kunnen bijvoorbeeld doktoren en patiënten zijn. Als laatste ondersteunen en stimuleren medische apps mensen om zelf naar een oplossing te zoeken.

Kenniscafe 29 nov 011

Er zat weer een breed scala aan gasten om te vertellen over hun visie en achtergrond. Allereerst aan het woord was Joost Plattel, medeoprichter van Quantified self. Dit is niet zozeer enkel een app of website, maar meer nog een wereldwijde beweging die draait om het opslaan van data over jezelf. Dit kan gedaan worden op allerlei vlakken; slaap is een thema wat vaker genoemd werd deze avond, maar ook dingen als het niveau van glucose in het bloed kunnen worden bijgehouden. De data die wordt opgeslagen kan gebruikt worden als zelf verrijking (“Mijn eigen onderzoekje heeft uitgewezen dat ik beter slaap als ik deze specifieke instellingen voor mijn telefoon gebruik”) maar zou ook gebruikt kunnen worden voor grotere onderzoeken (“Waar hebben de meeste mensen in de stad last van?”).

Kenniscafe 29 nov 039

Dennis van Overbeeke, van origine maatschappelijk werker, ziet het nut van medische apps ook. Hij heeft zelf een app ontwikkeld die vooral goed werkt voor autistische kinderen. Bijvoorbeeld bij het geven van trainingen in gewenst maatschappelijk gedrag worden door de app plaatjes en icoontjes gekoppeld aan de stap in de training. Hierdoor zijn kinderen beter in staat om de lessen te onthouden.  Ook kunnen ze de informatie op de app altijd terug halen, waardoor het meer gaat om het toepassen van de geleerde vaardigheden, in plaats van de regeltjes uit het hoofd leren.

Ook de GGD gebruikt het internet om jongeren te bereiken. Zo worden onder andere social media gebruikt om jongeren in te lichten over bijvoorbeeld seksualiteit. Hiervoor heeft de GGD ook een speciale website, SENSE. Leo Meijaard, representant van de GGD op deze avond, zegt dat er veel apps worden gebruikt en aanbevolen door de GGD, maar dat de GGD ze niet zelf ontwikkelt.

Kenniscafe 29 nov 077

Een interessant punt wat werd aangesneden ging over de ‘supercomputer’ Watson, die veel data kan verzamelen en analyseren. Tot nog toe is er altijd een expert nodig geweest voor de interpretatie van die analyse; het is de vraag hoe lang het duurt voor Watson de interpretatie ook kan maken. Desalniettemin was er een algemeen geluid dat de menselijkheid niet te missen is, waardoor een dokter of expert altijd nodig zal blijven. Dit is bijvoorbeeld omdat een dokter de data in jouw specifieke situatie kan plaatsen, en deze context is belangrijk in het stellen van een diagnose. Hier tegenover staat de realisatie dat jongeren toch al in een digitale wereld leven, dus als er informatie via internet kan worden verkregen zullen ze dat ook doen, omdat het makkelijker is en veelal anoniem.

Kenniscafe 29 nov 046

Ook werd er gesproken over de betrouwbaarheid van de medische apps, waarvan het wel handig is om het soms even te controleren. Professor Dr. Frans van Overveld opperde het idee om medische apps ook te kalibreren, zoals nu met andere (medische) apparatuur in ziekenhuizen en laboratoria wordt gedaan. Verder is het altijd belangrijk om de achtergrond van een app te checken, voornamelijk de vraag “Wie heeft het gemaakt of laten maken?”.  Zeker de farmaceutische industrie kan soms een app laten ontwikkelen met de achterliggende bedoeling om de gebruiker meer medicijnen te laten kopen.

Peter van den Berg, van het Klaverblad (een patiëntenorganisatie), geeft aan dat ook privacy een belangrijk punt is om op te letten. Waar wordt uw informatie voor gebruikt, en aan wie wordt het doorgegeven? Het is misschien niet helemaal wenselijk als bijvoorbeeld de zorgverzekeraars alle informatie over uw gebruik van medische apps te weten komt.

De huisarts aan tafel, Peter de Doelder, gaf aan graag apps te gebruiken en ze ook aan te raden bij zijn patiënten, bijvoorbeeld als het gaat om stoppen met roken of afvallen. Dit kan echt helpen voor mensen, onder andere als extra stok achter de deur. Ook is hij voorstander van de website thuisarts.nl, waar patiënten onder meer diagnoses kunnen nazoeken.

Kenniscafe 29 nov 017

Op de vraag of e-health de kosten van de gezondheidzorg zal verlagen kan niemand een eenduidig antwoord geven. Het zou kunnen van wel, als de medische apps proactief zouden worden gebruikt en ze daardoor voorkomen dat iemand ernstig ziek wordt. Aan de andere kant zou het weleens zo kunnen zijn dat mensen zo veel data gaan verzamelen en zo druk met hun gezondheid in de weer gaan dat alle verwerkingen van die data meer tijd en geld gaat kosten, zo ook voor het kalmeren van ongeruste medische-app gebruikers.

Uiteindelijk is de conclusie dat e-health een leuke uitdaging is en een bijzondere verrijking. We zullen er de goede dingen uit moeten halen, en het moet altijd een vrije keuze zijn om een app te gebruiken. Of het een echt grote rol gaat spelen? Zodra de samenleving er klaar voor is, zal het opkomen! En als dat gebeurt, zou het zomaar kunnen dat we nóg ouder kunnen worden.

En laat dat laatste nou precies zijn waar het volgende KennisCafé op 20 december over gaat: Gezond 100 worden! Met onder andere prof. Dr. Ger Rijkers, ZorgSaam en andere zorginstellingen.

Tessa van Hoorn
Studente University College Roosevelt

Minimal music: het geheim van herhaling

woensdag, 27 november 2013

Lavinia-Meijer1

Lavinia Meijer

Harpiste Lavinia Meijer (foto) gooit hoge ogen met haar laatste projecten. In 2012 bracht ze een album uit met muziek van Philip Glass, dat haar onder de aandacht bracht van het grotere publiek.

Het leverde haar bijna de status van popster op, en meer optredens op televisie dan enige harpist(e) ooit tevoren. Deze trend zet zich voort met haar ook zeer succesvolle opname van muziek van de Italiaanse filmcomponist Ludovico Einaudi.

Beide albums, Metamorphoses-The Hours  en Passagio, bevatten minimalistische muziek.
Lavinia is niet de enige die deze muziek van herhaling heeft ontdekt. Enkele jaren geleden alweer kwam de ene na de andere opname uit van Canto Ostinato van de vorig jaar overleden Nederlandse componist Simeon ten Holst. In de Zeeuwse Bibliotheek vinden we maar liefst 6 cd´s met verschillende interpretaties van dit populaire werk.

 

De vraag

De reden om dit stuk te schrijven, kwam voort uit de vraag die me bezighield: Waarom is minimal music zo populair, zeker op dit moment?

Het is muziek die gewaardeerd wordt door alle leeftijden – dat is al een groot voordeel: muziek die jong en oud verbindt, die een brug slaat tussen popmuziek en klassiek en voeding geeft aan de nieuwe soundscapes van de 21ste eeuw.

Het is niet mijn muziek, ik heb zelf een andere behoefte als ik luister naar muziek – ik houd van melodie en gevarieerd ritme, van iets dat me inspireert, mijn aandacht juist uitdaagt en mijn emoties losmaakt.

 

Minimal music: wat ís het?

De term “minimal” roept niet bij iedereen dezelfde associaties op, en om die reden zijn er componisten die niet zo gecharmeerd zijn van deze aanduiding. Maar bij gebrek aan een betere algemene naam voor deze stijl, blijft deze vooralsnog in algemeen gebruik.

Wikipedia geeft onder meer de volgende karakteristieken:

* herhaling (vaak van korte muzikale frases, met subtiele variaties gedurende een lange tijd) of stilstand (vaak in de vorm van lang aangehouden tonen)

* een accent op consonante samenklanken

* een duidelijk tempo

Minimal music is dus opgebouwd uit kleine motieven, die vanwege hun geringe omvang geen beroep doen op een lange aandachtsspanne. Met andere woorden: er is geen sprake van een te herkennen zinsopbouw, zoals in een liedvorm, of lange lijnen, waarvoor je actief moet kunnen luisteren. We herkennen de stijl aan welluidende voortkabbelende akkoorden met meestal weinig verschillen in klanksterkte. Het is muziek waar je je bij kunt ontspannen, wegdromen, je gedachten kunnen plaatsmaken voor een spel van kleuren. Het is muziek die weinig beroep doet op het vermogen structuren te herkennen omdat de motieven op zich kort zijn – er zijn duidelijk afgebakende fragmenten die zich aaneenrijgen. Plezierige, makkelijk te aanvaarden muziek die een hypnotiserende werking kan hebben door de zich herhalende patronen met minimale veranderingen.

933_Philip-Glass129405

Philip Glass

 

Herhaling

De hype van herhaling is niet nieuw; het element van zich herhalende patronen vinden we terug in alle muziek en in alle culturen. Van grote invloed op de ontwikkeling van minimal music was de toepassing van elementen uit de Indiase en West-Afrikaanse muziek. En de invloed van minimal music, al zo’n vijftig jaar geleden ‘uitgevonden’ door mensen als o.a. Terry Riley , Steve Reich en Philip Glass (foto) op alle genres van de Westerse muziek is heel erg groot. Van pop tot jazz, filmmuziek en klassiek tot avant-garde.

Herhaling is een essentieel onderdeel van muziek, en in feite van alles wat we leren, doen en zien. Herhaling zorgt voor herkenning. Al luisterend naar muziek zijn we voortdurend aan het zoeken naar structuur. We hebben structuur nodig om wat we horen te kunnen begrijpen. Als de structuur te moeilijk is, of te groot, dan kost het veel moeite om de muziek te blijven kunnen volgen- het vergt veel van onze concentratie en ons geheugen. Deze behoefte aan structuur is dus gebaseerd op de verwerking van de signalen in onze hersenen; onze maatschappij en ons leven is gebaseerd op structuur.

In chaos raken we verloren. In de loop van eeuwen zijn de structuren in de Westerse muziek gegroeid door elementen van herhaling en herkenning. We kennen allemaal het fenomeen ‘refrein en couplet’ van de liedjes die we op school leerden, beurtzang (Zeg ken jij de mosselman…) en de ABA- vorm (Altijd is Kortjakje ziek). Dit soort vormen vinden we tot in de grootste symfonieën – vormen die groter en groter werden en daardoor weer moesten worden onderverdeeld in kleinere cellen, door herkenbare motieven, melodieën, ritme.

 

Het geheim
Waarom deze populariteit bij zowel luisteraars als bijvoorbeeld (amateur-)pianisten?

Zou het de geruststelling van de zich herhalende motieven kunnen zijn, met slechts kleine variaties, als een aai over het hoofd: stil maar, het komt allemaal goed? En heeft dat dan te maken met de roerige maatschappij waarin alles op losse schroeven staat, niemand nog zijn baan zeker is, kan vertrouwen op de stabiliteit van relaties of zelfs de prijs van een tank benzine? Zijn er al genoeg veranderingen en ontwikkelingen om ons heen, zodat men onbewust verlangt naar wat simpelheid? Of is het juist een uiting van gejaagdheid en fragmentarisch functioneren?

Ik wil geenszins denigrerend over dat verlangen naar simpelheid spreken, of de uiting ervan. Net als veel vijftigers, zestigers, heb ik mijn nostalgie voor de tijd dat alles net een klein beetje langzamer leek te gaan.

De hapklare brokken die we krijgen voorgeschoteld op televisie; programma’s waarin we allemaal kunnen winnen, koken, zingen- afgewisseld met uitvergrote verhalen die voornamelijk moeten choqueren en reclameboodschappen waarin mensen worden aangezet tot bedrog, kunnen me gestolen worden. Zap.

Het leven is in een stroomversnelling gekomen, alles kolkt om ons heen- waarden worden overboord gegooid en we koersen af op een andere maatschappij. Vooralsnog proberen we alles te regelen, worden redelijkheid en ‘the big picture’ verdoezeld door een web van veranderingen, aanpassingen en nieuwe regels. In dat licht is het verlangen naar simpelheid en verstilling wel te begrijpen. Maar wat doet het met ons muzikaal gevoel: wegdromen of actief luisteren? Is het luisteren naar muziek veranderd? Hebben we nog wel tijd om actief te luisteren of heeft het multitasken dit vermogen definitief veranderd?

 

Wat vindt ú ervan?

Via de links in bovenstaande tekst kunt u verschillende voorbeelden horen.

En hier kunt u een Amerikaanse podcast beluisteren over post-minimalisten met muziek van o.a. Duckworth, O’Halloran, Max Richter en Penguin Café. En Philip Glass. Via de links in bovenstaande tekst kunt u verschillende voorbeelden horen.

Dichter bij huis: Zowel landelijk als internationaal oogst Middelburger Douwe Eisenga steeds meer waardering. Heeft u zijn muziek gehoord?
eisenga

Douwe Eisenga

 

Els van de Wijdeven-Millenaar, Muziekafdeling

 

Bronnen:

Foto Lavinia Meijer: http://www.musicframes.nl

Foto Philip Glass: http://cultuurgids.avro.nl

Foto Douwe Eisenga: http://www.opusklassiek.nl