Berichten met tag ‘Zeeuws knopje’

Over de geschiedenis van de Zeeuwse knoop of: hoe een knoopje kan rollen : naschrift

woensdag, 21 juni 2017

Vorige maand heb ik ‘De levens van Jan Six’ (2016, non-fictie) van Geert Mak gelezen. Voor mensen zoals ik die altijd op zoek zijn naar historische sensaties, is het een geweldig boek. Op de achterkant staat: “Dit is het verhaal van Jan Six, zijn familie en zijn vele levens. Zijn portret wordt beschouwd als het mooiste dat zijn vriend Rembrandt ooit heeft gemaakt. (…) De levens van Jan Six beschrijft de reis van een Amsterdamse elitefamilie door vier eeuwen geschiedenis. Het is tegelijk het verhaal van de stad en tijdgeest, van ambities en beperkingen, van grandeur en de eeuwige angst voor de neergang.”

Hanger 1645-1700
In dit boek, op pagina 37, staat een foto van ‘Chloris’, een klein portret van een onbekende dame, van Gerard ter Borch (Privé Collectie Six). Zij draagt een broche met hanger. Het beeld is te klein om exact te kunnen zien wat de hanger is. Maar het is heel verleidelijk om een gelijkenis te ontwaren met het ontwerp van de Zeeuwse knoop.
Aanvankelijk leek het er op dat onze knoop vanaf 1700 in Nederland geïntroduceerd, gemaakt en gedragen werd. Met waarschijnlijk een Spaanse oorsprong, mogelijk Joods. Echter, het kleine portret van Chloris is ouder dan 1700, dus haar broche kan nog ouder zijn. In het boek van Geert Mak las ik dat het portret mogelijk is geschilderd na 1645. Dit kan een bevestiging zijn dat ook de Zeeuwse knoop hier in de 2e helft van de 17e eeuw ín zwang raakte.

Officiersuniform 1670 – 1681
Tussen 1670 en 1681 schilderde Gerard ter Borch ook een ‘Jacob de Graeff in officiersuniform’. Op dit uniform zijn rijen met decoratieve zilveren knopen bevestigd.

Michiel de Ruyter als luitenant-admiraal Ferdinand Bol 1667

Rijen gouden en zilveren knopen te zien op het portret van Michiel de Ruyter, 1667

Portret van een zee-overste, waarschijnlijk vice-admiraal Aert van Nes (1626-1693), Ferdinand Bol, 1667

Ferdinand Bol schildert in 1667 een zee-overste met rijen knopen aan zijn uniform.

Uniform luitenant-admiraal 1667
Op de kleding van Michiel de Ruyter en op die van een zee-overste (hierboven een foto van beide portretten van Ferdinand Bol uit 1667) zien we eveneens rijen respectievelijk gouden en zilveren knopen. (Collectie Rijksmuseum Amsterdam, Michiel de Ruyter als luitenant-admiraal, Ferdinand Bol, 1667, Portret van een zee-overste, waarschijnlijk vice-admiraal Aert van Nes (1626-1693), Ferdinand Bol, 1667)

Spaanse afkomst
De tweede helft van de 17e eeuw, van onze Gouden Eeuw, lijkt de periode te zijn waarin verschillende soorten decoratieve gouden en zilveren knopen mode werden voor degenen die het zich konden veroorloven. Ik vermoed dat er in die tijd weinig behoefte was om sieraden te dragen (inclusief gouden en zilveren knopen) die direct van de vroegere Spaanse bezetter afkwamen (de Tachtigjarige Oorlog eindigde immers nog maar kort tevoren, in 1648). Er moeten in elk geval ook nieuwe ontwerpen zijn gemaakt. Het is in theorie echter mogelijk dat de uit Spanje afkomstige Zeeuwse knoop in de tweede helft van de 17e eeuw met name via handelsactiviteiten werd geïntroduceerd door Sefardische Joden uit Amsterdam en Middelburg. En vervolgens evolueerde tot het streeksieraad zoals we dat nu kennen.

Trude de Reij, Middelburg, 11 juni 2017

ordezeeuwseknop@zeelandnet.nl

English translation : the-history-of-the-filigree-zeeland-button-by-trude-de-reij-epilogue (pdf-bestand)

Meer informatie:
Dit is een gastblog van een couch traveler. Trude de Reij heeft de verre geschiedenis van de Zeeuwse knop onderzocht. Zij publiceert dit onderzoek op uitnodiging van ZB| Planbureau en Bibliotheek van Zeeland. Lees ook:
Deel 1
Deel 2
Deel 3
Deel 4
Deel 5
Deel 6
Deel 7

Over de geschiedenis van de Zeeuwse knoop of: hoe een knoopje kan rollen : deel 7: voorlopig slot

donderdag, 2 oktober 2014

Loesje kreeg inderdaad weer gelijk : de weg liep niet waar ik hem verwachtte

Gladde ring met stukje tekst zichtbaar: et emergo copyright Marielle Overdulve

Gladde ring. Zichtbaar is de gravure: ET EMERGO Copyright 2006-2014 Marielle Overdulve alle rechten voorbehouden

Ontknoping
De ontknoping van dit verhaal diende zich onverwacht snel aan.
Twee vragen waren blijven liggen. Over de ‘spider trail’, of hoe het oorspronkelijke ontwerp van de Zeeuwse knoop, met de spinnetjes, naar de Nederlanden liep. En wanneer we het plantje Astrantia ‘Zeeuws Knopje’ zijn gaan noemen.

Plant
Om met die laatste vraag te beginnen. In reactie op dit blog mailde Ans Kloet uit Borssele: ‘Als kweker van de plant Zeeuwse knoop kan ik je melden dat het vroeger de naam Sterrekruid droeg (uit een tuinboek van 1873). Kennelijk is daarna pas de naam Zeeuws Knoopje ontstaan. In de ons omringende landen heet het sterrenbloem of sterrenkruid’.
Mysterie opgelost. Dank je wel Ans. Met de naamgeving van het plantje is dus later hetzelfde gebeurd als eerder met de naamgeving van de knoop. De knoop kreeg rond 1915 zijn huidige naam. Het plantje op enig moment daarna, dus ergens de afgelopen 100 jaar. Wie precies weet wanneer mag het zeggen.

Spidertrail
Nu de eerste en belangrijkste vraag. De meest plausibele hypothese tot nu toe was dat de knoop in de 16e of 17e eeuw werd meegenomen naar de Nederlanden door de Spaanse bezetter tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Dat Spaanse klopt waarschijnlijk wel. Maar het was niet de Spaanse bezetter die hem meebracht. Een vriendin van een vriendin (dank Machteld en Magda) las het blog en vertelde dat in haar familie altijd is gezegd dat de Zeeuwse knoop ooit is meegekomen met Sefardisch Joodse vluchtelingen (Sefardim) uit Portugal/ Spanje.
Iets zei me dat dit waar zou kunnen zijn. Dus de virtuele koffers weer gepakt en op zoek gegaan naar parallellen in migratieroutes van de Sefardim en productieplaatsen van de knoop in Nederland.
Dit is het verhaal, met een volgens mij aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid.

Dank
Met dank aan het Joods Historisch Museum in Amsterdam (conservator mevrouw M. Knotter, en site); Zeeuwse Ankers/ Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland (site); juwelier A. Rikkoert uit Schoonhoven; Historische Vereniging Schoonhoven (en site): de heren D. Mentink, L. Ouweneel en R. Kappers; meester-edelsmid C. Kuijf uit Schoonhoven – al meer dan 60 jaar ambachtelijk maker van de meest verfijnde Zeeuwse filigrainknopen – en edelsmid Marielle Overdulve/ Galerie Het Moment in Zierikzee. En hulpbron Wikipedia natuurlijk.

Het oude land, de oude tijd

Het land Kanaän

Het land Kanaän

De Joodse geschiedenis is uiterst complex. Dit blog leent zich niet voor een uitgebreide beschrijving. Maar het komt er op neer dat Joden uit het oude land van Kanaän waarschijnlijk al handelscontacten hadden met Spanje/ Portugal, men denkt vanaf 950 voor Chr. (De naam Kanaän komt behalve in religieuze geschriften, ook al voor in Egyptisch teksten uit de 16e eeuw voor Christus). Daadwerkelijke migratie naar Spanje vond plaats vanaf de Romeinse verovering van Israël in de 2e eeuw voor Chr. Toen de Romeinen de Joodse natie veroverden, werd een groot deel van de bevolking verbannen naar het Iberisch schiereiland (Spanje en Portugal), dat bekend werd door het Hebreeuwse woord SEPHARD, dat “ver weg” betekent. Daar komt ook de benaming Sefardisch en Sefardim vandaan.

Moorse overheersing
Ten tijde van de Moorse heerschappij over Spanje (vanaf 712 na Chr.) leefden de Joodse ballingen er in relatieve vrijheid. De situatie verslechterde als gevolg van de herovering (reconquista) van Spanje door de katholieke christenen op de Moren. In 1492 werden de Sefardim gedwongen Spanje te verlaten, dan wel zich tot het christendom te bekeren. Wie zich niet tot het christendom bekeerde vluchtte naar Portugal, het Ottomaanse Rijk of Noord-Afrika. Een kleinere groep vluchtte naar de Nederlanden, Frankrijk, Italië en Engeland. Overigens waren sommige Sefardim al vanaf 1391 naar elders, waaronder de Nederlanden getrokken.

Maranen
In tegenstelling tot de Spaanse joden die tussen 1391 en 1492 individueel hun keus tussen dood, doop of verdrijving hadden moeten maken, bleef de Portugese Joodse gemeenschap één geheel. Velen bleven in het geheim trouw aan hun Joodse traditie. Zij worden Maranen genoemd.
Een deel van de Joden in Portugal probeerde vanaf 1497 het land te verlaten, en zeker na de invoering van de Inquisitie in 1536 en de inlijving bij Spanje in 1580. De meeste Maranen vestigden zich in Brazilië, Italië, Zuid-Frankrijk, het Ottomaanse Rijk, maar ook in opkomende handelssteden als Antwerpen, Amsterdam, Hamburg en Londen. En in Middelburg.

Middelburg
In het Middelburgse huis van Marcus Perez kwam in september 1566 een verzoekschrift tot stand waarin koning Philips II om godsdienstvrijheid voor de Joden werd gevraagd. De koning werd een vermogen geboden in ruil voor godsdienstvrijheid. Omdat hij daar niet op in ging, werd het geld ingezet voor de gewapende opstand tegen Spanje. Op 18 februari 1574 gaf de Spaanse bevelhebber Mondragon Middelburg over aan de prins van Oranje. Vanaf 1588 waren de Joden vrij om hun eigen godsdienst in de stad te beoefenen.

Joodse geloofsgemeenten in de Nederlanden
In de nieuwe vestigingslanden kwamen de Sefardim gewoontegetrouw veelal in de handel terecht (geld, goud en zilver, diamant). In Nederland mede omdat de gilden (verbonden van ambachtslieden) tot 1792 geen Joden toelieten en er dus geen Joodse ambachtslieden werkzaam waren.
In de 17e eeuw ontstonden bloeiende Joodse geloofsgemeenten in het noordelijk deel van Europa. Ook in de 18e eeuw vestigden zich in de Nederlanden Joden in verschillende plaatsen.
De Sefardische geloofsgemeenten in onder andere Den Haag, Rotterdam en Middelburg ontwikkelden zich volgens het voorbeeld van de Amsterdamse ‘moedergemeente’.

Schoonhoven
Naast Sefardische Joden, kwamen Asjkenazische Joden naar Nederland. Zij waren vooral uit Duitsland afkomstig. Zilverstad Schoonhoven is één van de steden waar zij vanaf 1750 een gemeenschap vestigden. Naast het beroep van marskramer/ koopman (een kwart van de geregistreerde kooplieden in Schoonhoven was Joods) waren zij slachter en vleeshouwer. Enkelen van hen verdienden de kost in de goud- en zilverhandel en in de textiel.

Edelambachtshuys
Tegen het einde van de 19e eeuw nam het aantal Joden in Schoonhoven af. Eind jaren dertig van de 20e eeuw hield de Joodse geloofsgemeente in feite op te bestaan en werd in 1947 formeel opgeheven. De synagoge is verkocht en kreeg diverse bestemmingen. Sinds 1983 is in het gebouw het Edelambachtshuys, het museum voor zilversmeedkunst, gevestigd. De oude Joodse begraafplaats wordt zorgvuldig onderhouden. Schoonhoven is zuinig op wat ooit een heilige plaats was. Of eigenlijk nog is…

Zeeuwse knoop in opdracht

Zilveren knoopje met spinnetjes, uit 1700-1725 copyright P. Minderhoud

Oudst ons bekend ‘Zeeuws’ knoopje met spinnetjes, ca. 1700
copyright P. Minderhoud

Het waren tot de 19e eeuw dus noch de Spaans/ Portugese Sefardim noch de Duitse Asjkenazi die de ‘Zeeuwse’ knoop produceerden. Zij mochten immers tot 1792 het ambacht van edelsmid niet uitoefenen. Maar het is wel aannemelijk dat edelsmeden in onder meer Amsterdam, Schoonhoven en Middelburg deze knopen maakten in opdracht van Sefardisch Joodse stadsgenoten en/of geïnspireerd werden door wat er door marskramers/ kooplieden aan zilverhandel werd aangeboden.
De edelsmeden die zich gedurende de 19e, 18e en wellicht ook 17e eeuw in Middelburg vestigden waren veelal afkomstig uit Schoonhoven.

Tussen 1400 en 1700
Op basis van de migratie-jaartallen moet de eerste wat nu Zeeuwse knoop heet, dan ergens tussen 1400 en 1700 met de Sefardim mee naar de Nederlanden zijn gekomen en in hun opdracht door niet-Joodse edelsmeden zijn vervaardigd. Voor eigen gebruik en/ of als handelswaar.

Schoonhovense edelsmeden
René Kappers van de Historische Vereniging Schoonhoven bevestigt desgevraagd nog eens dat de Schoonhovense edelsmeden meesters waren en zijn in het namaken en vervolmaken van succesvolle bestaande sieraadontwerpen zoals de Zeeuwse knoop. En dat er in de Nederlanden een fijn vertakt handelsnetwerk was via Joodse familieverbanden.

Zeeuwse keelknopen copyright Ria Overbeeke

Zeeuwse keelknopen copyright Ria Overbeeke

Vervoerd over water
Edelsmid Cor Kuijf uit Schoonhoven vertelt dat al in de 16e en 17e eeuw Schoonhovense marskramers stad en land afliepen met buidels vol zilver. Middelburg was via het water relatief eenvoudig bereikbaar. Amsterdam idem. Antwerpen, Westfalen, de noordelijke provincies. Hij vertelt over met name Zeeuwse beurtschippers (een eufemisme voor jatgrage vissers) die nog wel eens het door hen gebeurde geld van naar Zeeland geleverde waren niet afdroegen aan de Schoonhovense kooplieden. Plaatsvervangend bied ik hierbij m’n excuses aan voor deze wandaden.
Kuijf maakt de sieraden nog steeds. Ze worden verkocht in de galerie in Zierikzee van edelsmid Marielle Overdulve, waar zij zelf aan een nieuwe generatie Zeeuwse sieraden werkt.

Salamanca
In de Spaanse stad Salamanca zijn 19e eeuwse knoopjes gevonden die veel lijken op de oudst bekende knoopjes in Nederland. In een reactie op dit blog, waarvoor dank, schrijft Flip Nieuwenhuize uit Middelburg dat hij enige tijd geleden tijdens een vakantietrip door Spanje, in Salamanca getroffen werd door de gelijkenis van de daar gemaakte sieraden met onze Zeeuwse knoop (en andere Zeeuwse sieraden). Hij noemt met name het atelier van Luis Mendez. In een folder van dit atelier wordt vermeld dat de technieken die zij gebruiken geïntroduceerd werden door “Greek and Phoenician colonisers of Spain and Portugal”.

De Etrusken, Syriërs en Joden worden in die folder, waarschijnlijk ten onrechte, niet genoemd. Het eerder genoemde land Kanaän waar al deze volkeren leefden, omvatte (delen van) het huidige grondgebied van Turkije (waar mogelijk ook de Etrusken oorspronkelijk vandaan kwamen), Syrië, Libanon, Israël en Jordanië, met een immens handelsnetwerk. Het gebied ligt op de overlappingszone van vier oude culturen: de Mesopotamische in het oosten, de Anatolische in het noorden, Minoïsch Kreta in het westen en de Egyptische in het zuiden. De invloed van deze culturen op elkaar laat zich raden. Iedereen dreef handel. Dus allemaal kunnen ze het basisontwerp met de spinnetjes uit het oude land hebben meegenomen naar Spanje. Ik vind het aannemelijk dat de Sefardim het als knoopje meenamen naar de Nederlanden en dan ergens eerste of tweede helft 17e eeuw. Ik baseer dat laatste op het in Nederland oudst bekende exemplaar dat is gedateerd ca. 1700 (zie foto op blz. 4 van P. Minderhoud). Uit de 16e eeuw en daarvoor zijn knoopjes met dit ontwerp vooralsnog niet bekend/ gedateerd. Wie meer of beter weet, mag het zeggen.

Zeeuwse knop, gladde ring met Zeeuwse knop gravure en ring met daarop Zeeuws knoopje copyright Marielle Overdulve en Cor Kuijf

Drie generaties Zeeuwse knoop copyright Cor Kuijf en copyright 2006 – 2014 galerie het moment Marielle Overdulve alle rechten voorbehouden

Het nieuwe land, de nieuwe tijd

In de nieuwe tijd maakt men in het oude land tijdens sektarische stammenoorlogen de ander nog steeds een kopje kleiner. Oude gewoonten zijn erg taai. Het debat en de dialoog ver weg. Plato en de zijnen kwamen uit oude stammen voort, leerden wat beschaving ook kan zijn, maar hun lessen bereikten het oude land nog niet.

Ondertussen proberen we in het nieuwe land onze kop erbij en boven water te houden. We worstelen en proberen te ontkomen, bijvoorbeeld aan het door eigen toedoen stijgende water. Een tweede uitspraak van Loesje hangt aan de muur achter mijn bureau. Ze zegt: ‘Ik twijfel en kom boven’. Loesje is een wijs meisje, ik hoop dat ze weer gelijk krijgt.

Tenslotte drie auteurs. Baruch Spinoza, ofwel Benedictus de Spinoza in Latijn, Bento de Espinosa of d’Espinosa in het Portugees. Nederlands filosoof, wiskundige, politiek denker en lenzenslijper uit de vroege Verlichting. Hij was de in Amsterdam in 1632 geboren zoon van Portugees Joodse vluchtelingen. De Amerikaanse psychiater en romanschrijver Irvin Yalom schreef een boek (roman) over hem: Het raadsel Spinoza (2012).
De derde auteur: Frans de Waal. Waarom? Daar mag u zelf achter zien te komen.

Sefardim en bolus
Wist u trouwens dat de Zeeuwse bolus, zoete lekkernij van deeg, bruine suiker en kaneel, zijn naam (en bestaan) waarschijnlijk (ook) te danken heeft aan de aanwezigheid van de Sefardim in onze provincie? Het Jiddische bole (dat ‘fijn gebak’ betekent) is afgeleid van het Spaans-Portugees bollo, dat fijn broodje betekent (Bron: Zeeuwse Ankers).

Ik herhaal mezelf toen ik april 2005 op het voorblad van een andere geschiedenis schreef: In the end this is (in de betekenis van ‘uiteindelijk is dit toch’) One world One people. Je kunt net zo goed zeggen ‘In the beginning this was…’. Dat weten we inmiddels dankzij het National Genographic Project. Kent u dat? Het bevestigt ook dat het metaforisch verhaal over Adam en Eva een kern van historische betekenis heeft. Erg interessant hoor. Google!

Trude de Reij, 1 september 2014
ordezeeuwseknop@zeelandnet.nl

English translation : The history of the filigree Zeeland button, characteristic of the regional jewellery (filigrain Zeeuwse knoop / Zeeuwse knop) (pdf-bestand)

Meer informatie:
Dit is een gastblog van een couch-traveler. Trude de Reij heeft de verre geschiedenis van de Zeeuwse knop onderzocht. Zij publiceert dit onderzoek op uitnodiging van de Zeeuwse Bibliotheek. Lees ook:
Deel 1
Deel 2
Deel 3
Deel 4
Deel 5
Deel 6

Over de geschiedenis van de Zeeuwse knoop of: hoe een knoopje kan rollen : deel 6

maandag, 7 juli 2014

Bestemming nog niet helemaal bereikt

Ik ben nu op de kop af zes maanden onderweg. En deze zoektocht naar de verre oorsprong van de Zeeuwse knoop is nog niet afgerond. Een duidelijke plot laat namelijk voorlopig op zich wachten. Dat heeft te maken met een gebrek aan overtuigend bewijs voor één van de drie voorgestelde spidertrail-opties. Wat is het probleem.

Op organisch materiaal kun je koolstofdatering toepassen. Op metalen niet. Dus wanneer op sieraden meestertekens ontbreken (meestertekens maken datering van een sieraad mogelijk), kan er hooguit sprake zijn van indirect bewijs. Met andere woorden: wanneer metalen sieraden worden opgegraven samen met andere, wel via koolstof te dateren voorwerpen, dan kun je daar uit afleiden wat de vermoedelijke leeftijd van de in de buurt gevonden sieraden is. Wanneer die andere voorwerpen zijn vergaan en niet meer te dateren, dan is dus ook de leeftijd van de metalen vaak niet meer te achterhalen.

Maar er is hoop. Op Wetenschap24 las ik dat al meer dan tien jaar geleden Israëlische wetenschappers een manier hebben gevonden om de leeftijd van lood te bepalen. Oude loden objecten kunnen nu dus vrij nauwkeurig gedateerd worden. Het lijkt me een kwestie van tijd vooraleer dit ook mogelijk wordt met voorwerpen van goud, zilver, koper, brons en andere metalen.
Dan zal Loesje misschien haar gelijk weer eens krijgen met haar uitspraak dat de weg niet loopt waar je hem verwacht. Misschien zal dan blijken dat de spinnetjes geen van de drie voorgestelde routes hebben gelopen en dat het allemaal heel anders is gegaan.

Ik weet evengoed nu veel meer dan toen, in november 2013, in dat schitterende museum in Basel. Dat is onder meer dankzij de medewerking van een aantal al even enthousiaste als deskundige mensen uit verschillende Europese landen, die door hun kennis te delen me hielpen zelf ook een klein beetje deskundig te worden. En het mogelijk maakten deze kennis op mijn beurt weer met anderen te delen.
Ik hoop dat het effect van dit blog zal zijn, dat mensen zich melden die hiaten kunnen opvullen. Die meer kunnen zeggen over de bij wijze van hypothese voorgestelde ‘spidertrails’ in de 16e/ 17e eeuw van Noord-Italië naar de Nederlanden. (Dat zijn er tot nu toe dus drie. Via Spanje. Via één of meer midden Europese landen, waarbij mijns inziens Tsjechië en Slowakije in aanmerking komen. Of via de bovengenoemde langere derde route.)

Astrantia

En de mooie Astrantia van de bergweiden? Was zij de muze van een goudsmid? Ik ben het helaas niet te weten gekomen. Misschien blijft dat wel voor altijd een geheim. Het is in elk geval een niet-inheems plantje, dat het hier in Nederland heel goed doet. In al haar variëteiten. Er leeft in Nederland heel veel dat niet-inheems is en het in allerlei variëteiten heel goed doet. Het Zeeuwse knoopje mag daar wat mij betreft in het vervolg symbool voor staan.

Namenbank / netwerk

Ik wil graag een namenbank en netwerk/ kennisnet opzetten van mensen die over een beetje of veel kennis beschikken over de Zeeuwse knoop en andere klassieke of moderne Zeeuwse streeksieraden. Of die de traditionele Zeeuwse sieraden op één of andere manier, direct of indirect, een warm hart toedragen. Deze namenbank, dit netwerk doop ik met een knipoog de ‘Orde van de Zeeuwse Knoop’.
Je kunt je via het e-emailadres ordezeeuwseknop@zeelandnet.nl alvast aanmelden met je naam, woonplaats, telefoonnummer en reden van aanmelding. Een website is in de maak.
Je kunt er geen andere rechten aan ontlenen dan het lidmaatschap zelf. De enige ‘plichten’ die je hebt zijn het op feest- en hoogtijdagen dragen van een Zeeuws sieraad. En je kennis en enthousiasme delen met iedereen die dat wil.

Voor de mannen die de traditionele Zeeuwse knoop – ooit het toppunt van mannelijkheid en welstand – inmiddels te vrouwelijk vinden, een paar tips. Manchetknopen, naar het ontwerp van de oudhollandse holle keelknopen zoals eerder beschreven, of naar een karakteristieke Middelburgse knoop (die zowel op Walcheren als Zuid-Beveland werd gedragen en daarmee een echte Zeeuwse knoop is).

Zilveren knoop, niet opengewerkt 1828-1849, Zuid-Beveland of Walcheren

Zilveren knoop, vervaardigd 1828-1844 door de Middelburgse edelsmid C. Wendels
Bron: Nederlands openlucht museum, Arnhem

Een andere optie: een riem met een klassiek zilveren broekstuk als sluiting. Of een leren polsband met daarop een zilveren klepstuk bevestigd.

Mijn dochter heeft vorig jaar een grote zilveren Zeeuwse knoop laten ombouwen tot ring, waarbij de middelste dop is vervangen door een kleine blauwzwarte parel.

Zeeuwse knoop met in het midden een zwarte parel. Het is een moderne zilveren ring.

Voorkant ring met Zeeuwse knoop
copyright G.J. de Reij

Achterkant ring met Zeeuwse knoop in moderne setting

Achterkant ring met Zeeuwse knop
copyright G.J. de Reij

Trude de Reij, Middelburg, mei 2014

PS Nog een kijktip voor ouders, grootouders en leraren van opgroeiende kinderen,
van de week gezien:

De film Extremely Loud & Incredibly Close (2011). Een prachtig verhaal over willen weten, de magie van het zoeken, niet opgeven en de voldoening van het vinden. Over een jongen die op eigen benen leert staan, in het voetspoor en – aan het slot van de film – letterlijk in de schoenen van z’n vader.

Naschrift
In een reactie op het concept van dit blog reageert Jane Perry op de beschreven mogelijkheid van een Tsjechische en/of Slowaakse basis van de Zeeuwse knoop. Er blijken twee boeken te zijn waarin aannemelijk wordt gemaakt dat ook de knopen uit deze landen een Duitse, en daarmee feitelijk Nederlandse basis hebben. Ze trekt de claim van het Knopenmuseum in Baernau in twijfel: dat hun knoop een 16e eeuwse Bohemen achtergrond heeft. Ik heb haar geantwoord dat de optie van een Spaanse basis daarmee aannemelijker is geworden. Hoewel tot nu toe ook voor die theorie het bewijs ontbreekt.

De genoemde boeken:

Meer informatie:
Dit is het gastblog van een couch-traveller. Trude de Reij heeft de verre geschiedenis van de Zeeuwse knop onderzocht. Zij publiceert dit onderzoek op uitnodiging van de Zeeuwse Bibliotheek. Lees ook:
Deel 1
Deel 2
Deel 3
Deel 4
Deel 5
Deel 7

Over de geschiedenis van de Zeeuwse knoop of: hoe een knoopje kan rollen : deel 5

vrijdag, 4 juli 2014

Spanje

Jane Perry doet de suggestie dat het de Spanjaarden waren die hun knopen ‘introduceerden’ in de lage landen tijdens de 80-Jarige oorlog (1568 tot 1648). Dat lijkt plausibel, maar bewijs is er helaas niet. In west-centraal Spanje (Salamanca) zijn veel knopen gevonden die soms veel, maar vaak ook in mindere mate de kenmerken dragen van de Zeeuwse knoop. De spinnenpootjes ontbreken dan. De Spaanse knopen met een merkteken zijn van een veel latere datum.
De Spanjaarden (met tot 1700 Habsburgse vorsten) zaten in deze periode inderdaad ‘all over the place’. Maar wie zegt dat zij (of anderen) de knoop niet van elders hebben meegenomen naar Spanje en de smeden daar er hun eigen ontwerpen van maakten? Dat de knopen vanaf de 16e eeuw uit of via andere Habsburgse gebieden zoals Noord-Italië, Tsjechië (Bohemen) en Slowakije daar binnen kwamen?
Ik blijf vooralsnog bij mijn hypothese dat deze mogelijkheden ook bestaan. Ik leg uit waarom.

Op advies van Perry heb ik contact gezocht met Maria Antonia Herradon, werkzaam bij het Museo del Traje in Madrid, afdeling traditionele kleding en sieraden. Mrs. Herradon stuurt me een foto van een schilderij uit de collectie van het Prado, een portret van aartshertog Karel van Oostenrijk, geschilderd tussen 1608 en 1617. Volgens informatie van het Rijksmuseum (Amsterdam) was deze Don Carlos de tweede zoon van koning Filips III. Hij was twee jaar jonger dan zijn broer, koning Filips IV, en daarmee ‘infante van Spanje’. Op zijn jas een rij kleine bolvormige knoopjes. Helaas. Ze lijken niet op Zeeuwse knopen. Andere documentatie van 17e eeuwse Spaanse knopen lijkt er niet te zijn. Zoals gezegd ontbreken bij de latere, gedateerde Spaanse knopen nogal eens de spinnenpootjes en lijken opgebouwd uit alleen bolletjes en getordeerd draad.

Geschilderd portret van aartsbisschop Carlos van Oostenrijk. Op zijn kleding zijn heel veel knopen aangebracht.

Aartshertog Karel van Oostenrijk, geschilderd door Bartolome Gonzalez
Copyrigth Museo del Prado, Madrid

Vergroting knopen op jas van Carlos van Oostenrijk

Detail kleding Aartshertog Karel van Oostenrijk
Copyright Museo del Prado, Madrid

Al googelend – ik meen op trefwoord Schoonhoven – stuit ik begin februari op de naam Vivianne Veenemans. Zij is metaalconservator in Renkum en deed vanaf 2010 een promotieonderzoek naar Nederlandse streeksieraden. Ze schreef voor het Kostuum Jaarboek 2011 een artikel onder de titel ‘Een Engelse smaak voor (Nederlandse) streeksieraden’.
Ik ben maar zo vrij geweest haar te bellen en kreeg het artikel toegestuurd. Ze blijkt voor haar onderzoek ook in Londen, het Victoria & Albert museum te zijn geweest en kent Jane Perry vrij goed. ‘Ook vanuit Engeland ontstond een vraag naar de Nederlandse streeksieraden en die werden gedurende de tweede helft van de 19e eeuw een modeverschijnsel binnen de Engelse burgerdracht.’ In het artikel van Veenemans is te lezen dat Duitse goudsmidleerlingen in Nederland hun vak leerden. Over de Etrusken dus. En ze noemt de wereldtentoonstellingen waar de authentieke kunstnijverheid tentoon werd gesteld, waaronder die uit Italië en Nederland. Bij haar literatuuroverzicht valt mijn oog op het boek Schmuck, van Helena Johnova, Bratislava (Slowakije) 1986. Een boekenantiquariaat in Dokkum heeft het nog staan en eind februari ligt het bij mij op de mat. Waar zouden we zijn zonder Google!

In de tussentijd vraag ik de in Amsterdam gevestigde klassiek archeoloog en etruskoloog Mieke Zilverberg of zij misschien meer weet over de migratie van de Etruskische filigrain- en granulatietechniek, de ‘spidertrails’ noem ik ze maar, van Zuid- naar Noord-Europa.
Zij bevestigt dat de techniek begint bij de Etrusken, met als hoogtepunt de 6e-5e eeuw voor Chr. Voor verdere informatie verwijst ze naar Ruurd Halbertsma, conservator collectie Klassieke Wereld van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Halbertsma mailt dat hij op dat moment niets kan toevoegen. Maar doet dat later wel. Of het moet puur toeval zijn. Ik google in april nog eens op het trefwoord Etrusken en ineens komt er een pagina tevoorschijn op de site van het RMO met de titel ‘Het goud van de Etrusken’. Met informatie zoals hierboven opgenomen onder het kopje Etruskisch goud.

In het boek van de Slowaakse Johnova vind ik foto’s van een knoop die heel erg lijkt op die uit Bohemen van het knopenmuseum in Baernau (foto). En knopen (op een vrouwenkeurslijfje) die volledig identiek zijn aan de Zeeuwse knoop. Vindplaatsen Levice en Turiec. Gedateerd 19e eeuw. De “Zeeuwse” knoopjes hebben geen meester-/ merkteken en het is dus de vraag of de datering dan wel klopt. In theorie zouden ze veel ouder kunnen zijn.

Holle zilveren knoop opgebouwd uit 5 lagen kleine Zeeuwse knoopjes

Zilveren knoop uit omgeving Levice
Bron: Schmuck / Helena Johnova

In het boek nog meer foto’s van prachtige, heel verfijnde filigrainknopen. Merendeels zonder merkteken en allemaal gedateerd 19e eeuw (door wie?). Ik zou bijna gaan denken dat die datering gemakshalve is bepaald op de 19e eeuw en meer zegt over het moment van conserveren dan over de echte leeftijd van de knopen.
Nu zullen sommigen me betichten van wishful thinking. Immers, deze knopen kunnen evenals die in Noord-Duitsland en Scandinavië, ‘gewoon’ gebaseerd zijn op het oud Nederlandse ontwerp. En toch: volgens Jane Perry lijkt ‘de Slowaakse knoop in het boek, die lijkt op de knoop uit Bohemen’, erg veel op knopen uit Genua, Noord-Italië…
Misschien is mijn idee van een spoor vanuit Italië, via het oude Tsjechië Slowakije naar de Nederlanden, toch niet helemaal onzinnig.
En dan is er nog een derde mogelijkheid: een route Italië, Centraal-Europa, Spanje, Nederland.

Meer informatie:
Dit is het gastblog van een couch-traveller. Trude de Reij heeft de verre geschiedenis van de Zeeuwse knop onderzocht. Zij publiceert dit onderzoek op uitnodiging van de Zeeuwse Bibliotheek.
Lees ook:
Deel 1
Deel 2
Deel 3
Deel 4
Deel 6
Deel 7

Over de geschiedenis van de Zeeuwse knoop of: hoe een knoopje kan rollen : deel 4

donderdag, 3 juli 2014

Vervolgroute: Baernau/ Bärnau (Beieren), Bohemen (Tsjechië), Zurich, Londen, Madrid, Renkum, Amsterdam, Leiden, Bratislava (Slowakije).

Perry en Veenemans

Begin december zet Dagmar Butterweck van het Volkenkundig Museum in Wenen me op het spoor van een klein knopenmuseum in Baernau en van het Tiroler Landesmuseum in Innsbruck.
Begin januari beveelt Anna Lisa Galizia, curator van het Zwitsers Nationaal Museum in Zurich, van harte twee boeken aan van de Britse Jane Perry: A Collector’s Guide to Peasant Silver Buttons (uit 2007) en Traditional Jewellery in Nineteenth-Century Europe (2013).

Ze raadt me aan contact te zoeken met de auteur. Dat contact heb ik via LinkedIn kunnen leggen en daarna heb ik met mrs. Perry gedurende een maand of twee mailcontact gehad.
Zij verzamelt al heel lang boerenknopen (zoals zij die noemt). Sinds de afronding van haar fulltime carrière in advertising, reist ze veel en leeft ze zich helemaal uit in haar hobby. Ze is als gastonderzoeker verbonden aan de Metalwork Collection van het Victoria & Albert Museum in Londen en werkt daar mee aan het catalogiseren van de collectie traditionele sieraden. Het is een enthousiaste, gedreven vrouw, bereid mijn vragen te beantwoorden en kennis aan te vullen, ideeën in te brengen, theorieën te bevestigen of te ontkrachten. Vaak overtuigend, maar (gelukkig) niet altijd. Zodat er enige ruimte blijft voor discussie en sommige van mijn eigen gedachtenspinsels naar aanleiding van een latere vondst in Bohemen vooralsnog overeind kunnen blijven (zie volgend hoofdstukje).

Het werk van vrouwen als Jane Perry (en Vivianne Veenemans) verbreedt de kennis over onze landsgrenzen heen en zelfs de continentsgrenzen. (In Perry’s boek van 2007 onder meer de door Spaanse voorbeelden geïnspireerde knopen van de Navajo in het zuidwesten van de VS en Mexico.)
Hun werk maakt sommige verbanden zichtbaar tussen de (boeren) sieradenculturen in verschillende west Europese landen: Nederland, Duitsland, Scandinavië, Italië, Frankrijk, Spanje, Malta, Engeland. Over de link met de midden Europese landen lijkt iets minder bekend. Hier heb ik me een beetje extra in verdiept omdat ik vermoedde dat ook daar interessante gegevens te vergaren zouden zijn.

Het blijkt trouwens dat geen van de Nederlandse bibliotheken de boeken van Jane Perry in haar collectie heeft. Gelukkig kan bij de bieb het lezerspubliek een verzoek indienen tot aanschaf van nieuwe boeken. Dat heb ik gedaan en het is ingewilligd. Eind maart waren de twee gereed om te lezen. Toch heb ik toen ook zelf het boek uit 2007 gekocht. Het is een onmisbare bron en naslagwerk bij deze zoektocht en hoort om praktische redenen thuis in het privé stapeltje. Eigenlijk net als het boek 25000 Jahre Schmuck. Want daar begon het allemaal mee. Maar ja, dat is best duur. Nog even over nadenken.

Bohemen

Op de site van het knopenmuseum in Baernau vind ik een foto van een knoop die ook erg doet denken aan de Zeeuwse knoop. Andrea Bäuml, manager van het Deutschen Knopfmuseum Bärnau, vertelt dat deze afkomstig is uit Bohemen in het huidige Tsjechië. Daar werd dit type knopen al gemaakt in de 16e eeuw (!).

Knoop uit Deutsches Knopfmuseum Baernau, afkomstig uit Bohemen

Knoop uit Deutsches Knopfmuseum Baernau,
afkomstig uit Bohemen

Tot het eind van de 1e eeuw voor Christus werd Bohemen bewoond door het Keltische volk de Boii. Het historisch gebied kent een rijke geschiedenis. Zo werd het onderdeel van het Heilige Romeinse Rijk en later van het Habsburgse rijk. In 1918 wordt het onderdeel van de nieuw gevormde staat Tsjecho-Slowakije. Na de opsplitsing van dit land in 1993 werd Bohemen Tsjechisch grondgebied.

Tsja. Als het waar is dat het type knopen zoals uit het knopenmuseum in Baernau, in Bohemen al in de 16e eeuw gemaakt werd, dan kun je je met recht en rede (vind ik) afvragen of hiermee wellicht een oude thuisbasis van onze Zeeuwse knoop is gevonden.
Eerder vertelde Piet Minderhoud nog een aardig detail, staat ook in zijn boek. Namelijk dat de echte Zeeuwse granaten, die van voor de Tweede Wereldoorlog, ook uit Bohemen kwamen. Het één zal misschien niets met het ander te maken hebben, maar toch. Die handelsroute tussen daar en hier was er in elk geval. Zo zullen ook de oude Barnsteenroutes vanuit het Oostzee- en Noordzeegebied naar de Middellandse zeekust vice versa, die ook een vertakking hadden richting Antwerpen, voor meer handelswaren gebruikt zijn dan alleen barnsteen.

Handelsroutes en wereldtentoonstellingen

Kaart van West-Europa waarop de barnsteenroute aangegeven is

Barnsteenroute, handelsroute uit de oudheid
Copyright: Verbex

De meeste goud- en zilversmidateliers die in de Nederlanden van oudsher deze en andere knopen maakten waren te vinden in Holland, West-Friesland en jawel, toch ook in Zeeland, in elk geval in Middelburg/ op Walcheren. Goes weet ik niet.
De Nederlandse knopen bereikten Noord-Duitsland en later Scandinavië via zeevaart-/ handelsroutes (de oude Hanzesteden?). Ze kwamen mee met zeelieden, met vissers. Er waren ambachtsbeurzen. Edelsmeden verkasten soms naar een ander land of een andere streek. Of leerden het vak elders om daarna terug te keren naar hun geboortegrond. Beïnvloeding over en weer. Maar in de kuststreken van de Nederlanden lag er in elk geval en op z’n minst een belangrijke thuisbasis.

Vanaf 1851 waren er de wereldtentoonstellingen in Londen, Parijs, Wenen, Amsterdam, Antwerpen, Brussel, Luik, Milaan, Turijn en Gent (1913). Deze tentoonstellingen waren voor kunstverzamelaars een gelegenheid om hun collecties te tonen en/ of te verkopen en voor edelsmeden een gelegenheid om inspiratie op te doen. Zoiets als de Tefaf, de Pan en de Baaf dat nu zijn.
Er lijkt zoals gezegd een gelijkenis tussen de gouden mansbroches die omstreeks 1915 in Zeeland in zwang raakten en de Etruskische broches waar ik het eerder over had. Zouden in deze broches misschien dankzij zo’n internationaal evenement, Etruskisch en Hollands/Zeeuws opnieuw zijn samengekomen? Of is dat te ver gezocht?

En wat leert de geschiedenis van Bohemen ons nog meer? Het is het decor van het Habsburgse rijk met zijn legers en hofculturen. Wie waren het meest bepalend in de evolutie van deze sieraden, soldaten en adel, of de boeren en ambachtslieden? Hmm. Kom ik later op terug.

16e en 17e eeuw

We mogen er min of meer vanuit gaan dat in Europa vanaf de 16e en 17e eeuw zilveren en gouden boerenknopen in gebruik waren.

Perry: ‘Er is geen zekerheid over wanneer en waar knopen in enige vorm voor het eerst gebruikt werden. Ze maken nu overal deel uit van de kleding, maar in het verleden werden in veel culturen veters of spelden gebruikt om kleding vast te maken. Knopen werden in Europa voor het eerst modieus halverwege de 14e eeuw, samen met meer strak zittende kleding. Het is goed mogelijk dat knopen als zodanig hun verste oorsprong in ‘het Oosten’ hebben.
Het gebruik van knopen bij traditionele kostuums was aanvankelijk volledig beperkt tot Europa. Daarbuiten is het gebruik van boerenknopen het gevolg van Europese invloeden. Het is moeilijk te zeggen wanneer deze knopen als aparte, onderscheiden vorm voor het eerst verschijnen, maar het is onwaarschijnlijk dat dit later is dan 17e eeuw, wanneer de eerste in boerensieraden gespecialiseerde zilversmeden zijn geïdentificeerd. De oorsprong van de gebruikte patronen is vaak veel ouder. Er zijn echter maar weinig knopen bewaard gebleven, zelfs uit de 18e eeuw. En (zegt Perry), ik heb nog nooit een authentieke 17e eeuwse zilveren boerenknoop gezien.’

Piet Minderhoud gaf zijn boek Van de goudsmid uit in 2009. Dat is dus twee jaar na het verschijnen van het eerste boek van Perry. In zijn boek lezen we dat in Nederland die 17e eeuwse gemerkte knopen er wel degelijk nog zijn. Ze zijn wel heel zeldzaam. De knoop uit het museum van Baernau zou ook wel eens heel oud kunnen zijn, misschien wel 16e eeuws.

Mijn belangrijkste vraag was: waar ligt de bakermat van onze Zeeuwse knoop?
Van waar kwamen basistechnieken en ontwerp in de Nederlanden terecht?
Indirect uit ‘het Zuiden’ (Etrurië/ Italië). Maar hoe liep het spoor van daar naar hier? 

Meer informatie:
Dit is een gastblog van een couch-traveller. Trude de Reij heeft de verre geschiedenis van de Zeeuwse knop onderzocht. Zij publiceert dit onderzoek op uitnodiging van de Zeeuwse Bibliotheek.
Lees ook:
Deel 1
Deel 2
Deel 3
Deel 5
Deel 6
Deel 7

Over de geschiedenis van de Zeeuwse knoop of: hoe een knoopje kan rollen : deel 3

woensdag, 2 juli 2014

Spidertrails

Inmiddels weten we dus waar waarschijnlijk de bakermat ligt van filigrain en werken met granulen: in Syrië. En wat Europa betreft en de spinnetjes: in oud Etrurië/ Italië.
De vragen die er nog liggen zijn welke reis techniek en ontwerp vervolgens in Europa in noordelijke richting hebben gemaakt en wanneer ze daarbij voor het eerst werden gebruikt om knopen mee te maken.
En ook of de variaties van de knopen in de verschillende landen en streken nu wel of geen familie van elkaar zijn.
Tenslotte is er nog het plantje Astrantia, dat we in Nederland Zeeuws knoopje noemen. Waarom is wel duidelijk. Maar dit plantje is in Nederland en België niet inheems. Dat is het wel in Midden- en Oost-Europa en groeit daar vooral op bergweiden. Een oude inspiratiebron, zo niet hier dan toch wel waar het inheems is?

Bloeiende Astrantia, ook Zeeuws knoopje genoemd

Astrantia, ook Zeeuws knoopje genoemd
Fotograaf: Dominicus Johannes Bergsma

Om een antwoord op deze vragen te krijgen heb ik mailtjes gestuurd naar onder meer musea in Wenen, Berlijn, Hamburg, Innsbruck, Bearnau (Beieren), Zurich en later ook naar verschillende in Tsjechië. De Tsjechische musea reageerden aanvankelijk nauwelijks. De Kerstvakantie begint er vroeg en duurt er lang. Later, na rappelletjes, werd ik meestal doorverwezen van het kastje naar een muur van ‘experts’, maar kreeg op een paar na geen inhoudelijke antwoorden. Taal- en cultuurbarrière? En misschien is het ook wel luxe om je met knopen bezig te kunnen houden en die uitgebreid te documenteren. De reacties van de museummedewerkers uit de andere landen waren enthousiast, er werd meegedacht. Ze begrepen dat voor veel Zeeuwen en andere Nederlanders het leuk is om dit stukje geschiedenis verder te onderzoeken of er kennis mee te maken.

Van Christine Binroth, textielconservator van het Museum voor Europese Cultuur in Berlijn, kreeg ik direct een eerste reactie. Zij en een collega beheren onder meer de sieradencollectie van het museum en beschreven de geschiedenis ervan in 25000 Jahre Schmuck. De knopen op de cover maken deel uit van hun collectie en zijn onderdeel van de traditionele kleding op het Noord-Friese Waddeneiland Föhr (Noordzee, voor de westkust van de Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein). Ze hangen in een snoer van 10 of 12 grote zilveren knopen aan een borststuk, dat op een jak is vastgemaakt. Het sieraad wordt gedragen bij feestelijke gebeurtenissen zoals een huwelijk of tijdens de kerkgang.

Vrouw in streekdracht duits eiland Foehr. Met een ketting met 10 knopen die op Zeeuwse knopen lijken

Vrouw in streekdracht Föhr
Fotograaf: Amras wi

Binroth wijst me voorts op een catalogus uit 1979 van het Altonaer Museum in Hamburg, ook met foto’s van knopen die verdacht veel lijken op onze Zeeuwse knoop…

Ik mail het Altonaer Museum en krijg een verrassende reactie van textielrestaurateur Dominique Loeding. Zij vertelt dat er in 1940 een boek is uitgegeven van Anna Hoffmann ‘Die Landestrachten von Nordfriesland’. Hoffmann schrijft dat tijdens de 18e eeuw door bewoners van Föhr zilveren knopen werden geïmporteerd uit Nederland. Sommigen daarvan hebben merktekens van Amsterdamse zilversmeden. De bewoners van het eiland startten hun eigen productie rond 1800.
Hun zilveren sieraden, zoals de knopen, werden tijdens de 19e eeuw steeds groter en rijker versierd. De ontwikkeling van het toerisme was één van de bronnen van toenemende welvaart. Het fijne, bewerkelijke filigrain kwam in de plaats van massief zilverwerk. De knopen kregen er meer en meer een bolvorm.
Vergelijkbare zilveren knopen werden gemaakt in de regio Das alte Land (Altes Land), in de buurt van Hamburg. Voor zover restaurateur Loeding weet, droegen de mannen daar steeds vaker stadskleding/ burgerkleding, terwijl hun vrouwen de regionale kleding bleven dragen. Net als hier dus. Mannen droegen wel kleine zilveren knopen op vesten, maar niet zozeer als sieraad.

Gedetailleerde foto holle bolvormige knopen afkomstig van duits Noordzee-eiland Foehr, 18e, 19e eeuw

Holle, bolvormige knoop, uit Föhr, 18e, 19e eeuw
Copyright Foto: Museum Europäischer Kulturen der Staatlichen Museen zu Berlin – Preußischer Kulturbesitz, Fotograaf: Stefan Büchner

Exemplaren van de Altonaer catalogus uit 1979 bleken nog steeds beschikbaar. Vrijwel voor niets kreeg ik er vijf toegestuurd. Voor de bieb, voor de goudsmid, twee voor mezelf. En één voor het Zeeuws Museum, het Zeeuws Genootschap of de Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland, mocht men er daar belangstelling voor hebben.
Ook in deze catalogus wordt melding gemaakt van de Nederlandse oorsprong van de zilveren filigrain knopen. Er staan verschillende foto’s in van knopen die afkomstig zijn uit Nederland, dan wel daar duidelijk door geïnspireerd zijn.
Op blz. 70 staat bovendien een foto van een paar holle, plaatzilveren Duitse keelknopen uit 1818 (onderkant plat, bovenkant bol, met een filigrain rozetje op de bovenkant gesoldeerd), dat vrijwel identiek is aan een aantal paren Nederlandse zilveren en gouden keelknopen uit het boek van Piet Minderhoud (blz. 101/ 102). De oudst bekende en bewaard gebleven Nederlandse zilveren paren stammen uit 1690/ 1700, de vroegste gouden uit 1725.

Meer informatie:
Dit is een gastblog van een couch-traveller. Trude de Reij heeft de verre geschiedenis van de Zeeuwse knop onderzocht. Zij publiceert dit onderzoek op uitnodiging van de Zeeuwse Bibliotheek.
Lees ook:
Deel 1
Deel 2
Deel 4
Deel 5
Deel 6
Deel 7

Over de geschiedenis van de Zeeuwse knoop of: hoe een knoopje kan rollen : deel 2

dinsdag, 1 juli 2014

Etruskisch goud

De bakermat van de filigraintechniek en van de granulatietechniek (korrels) ligt – notabene – waarschijnlijk in Syrië. Dat staat op de site van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden (april 2014). Het waren de Etrusken (de inwoners van Etrurië, dat is het huidige Toscane, Umbrië en Latina in Italië), die een kleine 3000 (!) jaar geleden de filigrain- en granulatietechnieken importeerden naar Europa en ‘tot perfectie hebben gebracht’. En: de Etrusken versierden hun sieraden soms ook met spinnetjes.

Gouden oorknop, Etruskisch, 530-500 voor Christus. Filigrainwerk en spinnetjes zijn zichtbaar

Gouden oorknop, Etruskisch, 530-500 voor Christus.
Copyright Trustees of the British Museum

Etruskische oorbellen waarbij duidelijk het spinnetje te zien is

Etruskische oorbellen
Bron: Louvre, Parijs

Gouden oorknop Etruskisch filigrain, 530-480 voor Christus. Tal van Zeeuwse knoopje lijken hier gebruikt

Gouden oorknoop, Etruskisch, 530-480 voor Christus
Copyright Trustees of the British Museum

De Etrusken hadden misschien nog geen knopen – de één zegt van wel, de ander zegt van niet. Maar ze hadden in elk geval broches en fibula’s om hun kledingstukken bij elkaar te houden.

Etruskische sierplaat (broche) van goud, met centraal een robijn als siersteen.

In de archaïsche periode (ca. 600-480 v. Chr.) werden ook edelstenen als extra decoratie toegevoegd. Deze gouden sierschijf heeft centraal een robijn. Hoewel ook schijfvormige oorbellen van deze afmetingen bestaan, heeft dit sieraad waarschijnlijk gediend als broche voor een rijke Etruskische dame, gezien het aanhechtingspunt voor een speld op de achterzijde van het stuk.
Bron: Rijksmuseum van Oudheden, Leiden

NB Ook Vivianne Veenemans (over haar werk later) maakt in een artikel in het Jaarboek Kostuum 2011 onder meer melding van het Etruskisch filigrain.

Zeeuws goud (en zilver)

Over de Zeeuwse streeksieraden is vrij veel bekend vanaf eind 17e eeuw. Onder meer door het werk van De Bree en Minderhoud, hun vakkennis en speurwerk in de archieven (boedelbeschrijvingen). En door de merktekens/ meestertekens die vanaf eind 17e eeuw in de sieraden werden gedrukt.

Hieronder informatie merendeels afkomstig uit Van de goudsmid van Piet Minderhoud:

‘Het gebruik om een paar knopen als hemdsluiting te dragen stamt al uit de 17e eeuwse burgermode. Dit was alleen een gebruik bij de mannen (…) Het oudst bekende gedateerde paar knopen (…) is gemaakt omstreeks 1690 door Jan Bravert te Amsterdam. Deze zilveren knopen zijn hol en opgebouwd uit twee iets bol gezette ronde delen. In het midden is een klein plat rozetje aangebracht met een randversiering eromheen.’

Zilveren keelknopen, circa 1700 uit collectie P. Minderhoud

Zilveren keelknopen, circa 1700
Copyright P. Minderhoud

Gouden keelknopen, circa 1725 copyright P. Minderhoud

Gouden keelknopen, circa 1725
Copyright P. Minderhoud

(TdR: Dit waren dus nog geen open filigrainknopen met spinnetjes. Die doen iets later, vanaf 1700 hun intrede. Althans, vanaf dat moment zijn ze via merktekens gedateerd).

‘Halverwege de 18e eeuw bestond een spinnetje al uit meer draadjes, zodat het geheel niet meer op een spin leek, maar deze benaming bleef in gebruik. Deze knopen leken een beetje op een braam, vandaar dat ze ook wel braamknopen (of brummels) werden genoemd (…) Dit model werd steeds verder aangepast, verfijnd en geperfectioneerd. Goudsmeden in onder meer Schoonhoven, Dordrecht, Amsterdam, (TdR: Hoorn en mogelijk ook in Middelburg) maakten de knopen veelal op bestelling. Keelknopen, jasknopen, hemdsknopen. Die werden en worden vooral gedragen op Walcheren en Zuid-Beveland en in Axel, in Staphorst, Urk, Marken en Volendam. Elke plaats heeft knopen met eigen accenten. Omdat de meeste knopen in Zeeland werden (en nog steeds worden) gedragen, kregen die rond 1915 de naam Zeeuwse kno(o)p.’

Gouden keelknopen uit 1910. Filigrain achterkant is zichtbaar. Copyright foto P. Minderhoud

Gouden keelknopen, circa 1910
Copyright P. Minderhoud

Zwart, kamgaren boezeroen met keelknopen in functieloze knoopsgaten. Walcheren, circa 1920 Copyright foto: P Minderhoud

Boezeroen met keelknopen in functieloze knoopsgaten. Walcheren, circa 1920
Copyright P. Minderhoud

‘Vanaf 1915 werden (door de mannen gecombineerd met de keelknopen) ook gouden filigrain of plaatgouden, met spinnetjes versierde broches gedragen. Er waren tientallen soorten op de markt, de diameter en de uitvoering bepaalden vaak de welstand van de drager. De mooiste en grootste broches werden door de rijkere boeren mannen en vrouwen gedragen. Deze broches werden voor het grootste deel in Schoonhoven gemaakt. Er worden nog steeds drie modellen ‘mansbroches’ nieuw gemaakt, al lange tijd merendeels gedragen door vrouwen.’

Gouden broche voor mannen, circa 1920 copyright P. Minderhoud

Gouden broche voor mannen, circa 1920
Copyright P. Minderhoud

Het zal ook de lezer niet zijn ontgaan dat er een zekere gelijkenis is tussen het ontwerp van deze en dat van de Etruskische gouden broches. Zou daar op een of andere manier ook een link zijn?

Meer informatie:
Dit is een gastblog van een couch-traveller. Trude de Reij heeft de verre geschiedenis van de Zeeuwse knop onderzocht. Zij publiceert dit onderzoek op uitnodiging van de Zeeuwse Bibliotheek.
Lees ook:
Deel 1
Deel 3
Deel 4
Deel 5
Deel 6
Deel 7

Over de geschiedenis van de Zeeuwse knoop of: hoe een knoopje kan rollen : deel 1

maandag, 30 juni 2014

Gastblog van Trude de Reij. Zij heeft de verre geschiedenis van de Zeeuwse knop onderzocht. Zij publiceert dit onderzoek op uitnodiging van de Zeeuwse Bibliotheek.

November 2013 – mei 2014

Route: Basel, Middelburg, Arnemuiden/ Westkapelle, Wenen, Berlijn, Hamburg, Innsbruck.

Niet gedacht dat ik nog eens zou willen uitzoeken hoe ontwerp en techniek van dit stukje Zeeuws erfgoed ooit is ontstaan. Tot vorig jaar november.
Een weekendtrip met man en vrienden naar Basel mondde voor mij uit in een virtuele zoektocht door West- en Midden-Europa. Een reis door de tijd ook. Het bleek zo’n onderwerp dat je aandacht trekt, je te pakken neemt en niet meer loslaat. Dat kwam zo.

In Basel is een prachtig museum met de naam Fondation Beyeler. Belangrijkste doel van ons bezoek aan dit museum was hun verzameld werk van de schilder Mark Rothko. Mijn man is al een paar decennia een bewonderaar, maar hij had nog nooit een doek in het echt kunnen bekijken. Nu dan. Een belevenis apart. In de museumwinkel viel vervolgens mijn oog op een boek dat in 2013 is uitgegeven door de gezamenlijke staatsmusea van Berlijn, met de titel (25.000 Jahre) Schmuck.
Op de cover een foto van drie schitterende, grote zilveren knopen, die ik qua ontwerp heel erg vond lijken op onze Zeeuwse knoop.

Detail voorkant boek: 25000 Jahre Schmuck

Detail voorkant boek: 25000 Jahre Schmuck

Verbazing. Hoe kan dit, waar komen deze knopen vandaan?
Wat ik toen nog niet wist is dat onze Zeeuwse knoop op dit moment weliswaar een redelijk typisch Zeeuws product is, maar dat was ooit anders.

Weblog Zeeuwse Bibliotheek

Eenmaal weer thuis, een eerste internetverkenning met de zoekterm Zeeuwse knoop. Waarbij ik hier, op de site van de Zeeuwse Bibliotheek terecht kwam.
Andrea van Boven en ik hebben elkaar uitgebreid gesproken, via de telefoon en bij de bieb. Andrea bleek een passie te hebben voor de Zeeuwse streekdracht en daar veel van af te weten. Bij een opfrisbeurt is een deel van de vloerbedekking van de bibliotheek vervangen door tapijt met een enorme afbeelding van een Zeeuwse knoop en een deel met een print van boerenbont.
Ik bracht bij wijze van schenking aan de bibliotheek een exemplaar van een catalogus uit 1979 van het Altonaer museum in Hamburg : Volkstümlicher Schmuck aus Norddeutschland. Het type knopen op de cover van het boek 25000 Jahre Schmuck (collectie museum voor Europese Cultuur in Berlijn) maakt ook deel uit van de collectie van het Altonaer museum in Hamburg. Daarover later meer.

De Bree en Minderhoud

Diezelfde week heb ik ook contact gezocht met goudsmid en juwelier Piet Minderhoud in Arnemuiden/Westkapelle. Hij is expert op het gebied van Zeeuwse en andere streeksieraden waarover hij in 2009 het boek Van de goudsmid schreef. Nergens meer te koop. Balen. Via internet heb ik een tweedehands exemplaar gekocht van het boek van J. de Bree Kostuum en sieraad in Zeeland uit 1967. De naam De Bree was me bekend, mijn vader was hoofd van de afdeling cultuur en onderwijs van de Provincie Zeeland en kende hem goed. Ik vermoed dat hij het boek van De Bree ook in zijn bezit heeft gehad. En dan is het tot mijn grote spijt samen met andere boeken verkocht toen mijn vader moest verhuizen en het in verband met ruimtegebrek niet mogelijk was zijn hele verzameling te houden. De moeder van mijn vader, mijn grootmoeder Adriana, was in streekdracht. De schelpmutsen waren aanvankelijk klein en goed draagbaar. Op den duur echter kregen deze kappen de omvang zoals we die nu nog kennen, waarmee de draagbaarheid evenredig is afgenomen. Stel je voor. De wind heeft daarop hetzelfde effect als op een paraplu. Ze klappen om.

De Bree voorspelt in zijn boek dat over 25 jaar – na 1967, dus zo rond 1992 – de klederdrachten in ons gewest volkomen tot het verleden zullen behoren. Inmiddels zijn we bijna 50 jaar verder en nog steeds zijn er vrouwen die de streekdrachten in ere houden. We worden immers steeds ouder, het aantal mensen dat de 100 passeert neemt verder toe.
Maar het is een feit. Nog eens 25 jaar verder en de streekdrachten zullen als dagelijkse kleding verdwenen zijn. De Bree zegt: “Wij zullen ons hoe dan ook, hoezeer ongaarne, vertrouwd moeten maken met de gedachte, dat onherroepelijk het tijdstip zal aanbreken waarop wij ook deze bijdrage in de resterende schoonheid van onze provincie, die reeds op velerlei wijze werd geteisterd, zullen moeten missen”.
Toch klopt ook dit niet helemaal. Het traditionele Zeeuwse textiel is inderdaad goeddeels geschiedenis. In weerwil van de pogingen van sommige jonge kledingontwerpers er nog iets eigentijds van te maken. Maar de Zeeuwse streeksieraden hebben de toekomst. Een gouden toekomst. Zoals Piet Minderhoud en andere goudsmeden van harte zullen onderschrijven.

In een reactie op mijn vragen, oppert Minderhoud dat de filigraintechniek (draadwerk van zilver of goud) waarmee de Zeeuwse knopen worden opgebouwd, met de typerende ‘spinnetjes’ *, misschien tegelijk op verschillende plaatsen in de wereld is ontstaan. En dat de talloze verschillende typen filigrain knopen (zoals ook die uit Noord Duitsland en Scandinavië), geen familie van elkaar zijn.

Zilveren knoopje met spinnetjes, uit 1700-1725 copyright P. Minderhoud

Zilveren knoopje met spinnetjes, ca. 1700-1725
copyright P. Minderhoud

Gouden keelknopen, circa 1750 uit collectie P. Minderhoud

Gouden keelknopen, circa 1750
copyright P. Minderhoud

* Een ‘spinnetje’ is een spiraalkransje met in het midden een bolletje gesoldeerd. Dit leek aanvankelijk op het lijfje van een spin, de acht draadjes waaruit het kransje bestond vormden de pootjes.

Ik geef ook Piet Minderhoud een exemplaar van de catalogus van het museum in Hamburg. En krijg zijn boek Van de goudsmid, het laatste exemplaar dat hij kan weggeven. We houden contact. Ook hij is geïnteresseerd in wat er nog boven water valt te halen.
Zeeland lijkt in elk geval niet de bakermat van de Zeeuwse knoop. Maar waar ligt die dan wel? En welke route legden de spinnetjes af voor ze in de lage landen terecht kwamen?

Meer informatie:
Deel 2
Deel 3
Deel 4
Deel 5
Deel 6
Deel 7

Zeeuwse dag

dinsdag, 20 december 2011

Op zaterdag 10 december was de Zeeuwse Bibliotheek helemaal gehuld in Zeeuwse sferen. Een speciale Zeeuwse dag werd georganiseerd.

2011 340

Een dame van Ons Boeregoed

Aanleiding hiervoor was de expositie Echt Zeeuws! met foto’s uit Beeldbank Zeeland van Zeeuwse sieraden, klederdrachten, volksspelen, visserij, dijkwerkers, paalhoofden en een twaalftal foto’s van Stichting de Zeeuwse Koorschool. Aangevuld met Zeeuwse sieraden en ‘paeremessen’ in vitrines. In bruikleen gegeven door respectievelijk de Firma Minderhoud en Dhr. J. Ventevogel.

2011 430

Bezoekers bij de kraampjes met Zeeuwse waar

Op de doorgaans vrij rustige tweede verdieping was het op de Zeeuwse dag een drukte van belang. In de lokale media werd gelukkig veel aandacht geschonken aan deze zaterdagactiviteit. Bezoekers hadden over de Zeeuwse dag gelezen in de PZC, een interview gehoord op de radio of een aankondiging gezien op onze website.

Er waren enkele kraampjes opgesteld, een boekentafel met bibliotheekboeken over Zeeuwse onderwerpen en een tafel voor de promotie van het boek Bèl, bèl (over Zeeuwse streekdrachten) van Jacques Cats, die zijn boeken ter plaatse signeerde.

De geur van Zeeuwse producten lokte vele bezoekers naar boven. Dames van Ons Boeregoed maakten echte Zeeuwse babbelaars in hun kraam en Arnemuidse vrouwen lieten met plezier zien hoe snel en vakkundig garnalen gepeld kunnen worden. Alle dames waren gekleed volgens de traditionele Zeeuwse klederdracht uit de streek waar zij vandaan komen.

2011 347

Arnemuidse garnalenpelsters:  Mw. Kusse en  Mw. Van Belzen

Naast hen was een stoere nettenboeter aan het werk.

2011 348

Nettenboeter dhr. L. Kusse

Er was opvallend veel interesse voor het (snij)werk van de bekende Zeeuwse ‘paeremessen’ snijder Frans Dingemanse. De mensen stonden te dringen rond zijn tafel en hadden veel vragen over dit bijzondere ambacht. Er was voor hem en zijn assistente nauwelijks tijd om te gaan lunchen in het Leescafé, waar deze dag heerlijke Zeeuwse streekproducten geserveerd werden.

2011 383

Frans Dingemanse

Atelier Jaffari uit Arnemuiden verkocht allerlei Zeeuwse producten. Zeepjes en chocolade in de vorm van de Zeeuwse knop, Zeeuwse stoffen en meer.

2011 318

Bij deze activiteit mocht de Geschiedenis Zeeland banner natuurlijk niet ontbreken. Een passend moment om de nieuwe ansichtkaarten -en daarmee het webportaal- bij de bezoekers onder de aandacht te brengen.

2011 374

Op de begane grond presenteerden de medewerkers van Ons Boeregoed Zeeuwse klederdrachten uit verschillende streken. Een echte publiekstrekker.

2011 351Modeshow Ons Boeregoed

2011 416

Het Westkappels koor

Het Westkappels Koor gaf twee optredens op het Plein. Het publiek genoot zichtbaar van oude en nieuwe liedjes.

2011 419

2011 403

Aan de fietsenrekken was goed te zien dat er beduidend meer bezoekers waren dan op een ‘gewone’ zaterdag. De fietsen stonden ver buiten de rekken gestald.

De Zeeuwse dag is zeker voor herhaling vatbaar. Wat mij betreft gaan we er zelfs een jaarlijkse traditie van maken!

Tekst en foto’s: Machteld Berghauser Pont, Communicatiemedewerker

In de mode: het Zeeuws knopje

zaterdag, 18 juni 2011

Zeeuws sieraad erg populair in de 21ste eeuw
Het is niet de astrantiaplant waarnaar de titel van dit stukje verwijst, maar de Zeeuwse knop als modern halssieraad, bakblik of tuinornament. Wat veroorzaakt nu de plotselinge populariteit van het oude sieraad? Waarom is de Zeeuwse knoop al een jaar lang in de mode? Ik weet het niet, maar ik vind deze mode ook erg leuk.

Over het ontstaan van het Zeeuws knoopje : van spinnetje tot braam tot Zeeuwse knop.
In de 18e eeuw droegen Walcherse mannen gouden knopen in het hemdboord. De doorluchtige of draadwerkse knopen hadden een enigszins ronde vorm. Op een frame van draadwerk waren zogenaamde spinnetjes gesoldeerd. In de loop van de tijd kregen de spinnetjes steeds meer poten. De keelknopen gingen meer lijken op een braam. Braamknopen droegen de  mensen tot 1875. Daarna is die mode uitgestorven. Na 1850 veranderden de braamknopen langzaam van vorm. De doppen zijn een grotere rol gaan spelen. Rond 1870 is het Zeeuws knoopje in de vorm ontstaan zoals wij het nu kennen.

Echt Zeeuws?
In de 19e eeuw werd het sieraad meestal in Dordrecht of Schoonhoven gemaakt. Helemaal niet exclusief voor de Zeeuwen, zoals de naam wel doet vermoeden. Op de Veluwe, in Urk en Staphorst werden de braamknopen ook gebruikt om het hemd te kunnen sluiten. Het grootste deel van de productie was echter wel voor de Zeeuwse markt.

Vrouwendracht
De Zeeuwse knoop raakte 120 jaar geleden bij de Walcherse vrouwen in de mode. Het knopje sierde de mutsspeld. Soms werden er 3 paar van verschillende grootte gedragen in de ondermuts. Het voorste paar is het kleinste. Dat werd direct achter de krullen in de gaatjes van het oorijzer gestoken. Het tweede en derde paar kwam daarachter. Die spelden bevestigde men alleen aan de muts.

Een begrip
De Walcherse mannen en vrouwen in klederdracht, droegen nu beiden het Zeeuwse knopje. Het werd een begrip. Rond 1915 kreeg de Zeeuwse knop haar naam. Ondanks het blijvend gebruik van de knoop bij andere klederdrachten.

Mode-artikel uit de streekdracht
Het doet me goed om een deel van de oude klederdracht te zien herleven. Er is niks muffigs aan het Zeeuws knoopje, het is helemaal hip. Dat geldt voor meer elementen uit de Zeeuwse klederdracht, bijvoorbeeld ook voor het schortenbont. De stof voor een werkschort is nu ook in een vrolijke, rode kleur te koop.

Fimoklei en bakblik
Je ziet veel kleurige Zeeuwse knopjes als halssieraad. Gemaakt van fimoklei.
Het Zeeuws knoopje is niet alleen als sieraad in de mode, maar bijvoorbeeld ook  als bakvorm. In een betonnen vorm kan het Zeeuws knopje de tuin sieren. En wat dacht u van een bonbon of gastenzeepje? Van mij mag de Zeeuwse knop lang in de mode blijven.

Zeeuwse knop

Meer informatie over de moderne Zeeuwse knoop:
Lilian de Bruijn heeft de knoop van fimoklei ontworpen.

Zeeuwse knoop als ornament in een trappenhal.

De bakvorm is ontworpen door Tinka Leene. Er is een aparte website over de taartvorm.

Op 7 juli 2010 heeft Omroep Zeeland een item over de populaire bakvorm.

Betsy de Jonge maakt boerenknopen van keramiek.

Silvia Wennekes heeft een Deel doosje gemaakt en Zeeuwse knoopjes gefotografeerd. Het betreft zowel het sieraad en als bloem.

De Zeeuwse knop als bonbon of zeepje.

Ook Berthi Smith-Sanders signaleert de Zeeuwse knoop op haar weblog. Het is leuk om de reacties te lezen.

Streekdracht
Bron geschiedenis sieraden:
Kostuum en sieraad in Zeeland / J. de Bree
Van de goudsmid : de historie en de ontwikkeling van Zeeuwse en andere streeksieraden / P.J. Minderhoud

Juwelier Minderhoud maakt ook trendy sieraden die geïnspireerd zijn op de Zeeuwse klederdracht. En hij verwerkt originele sieraden tot moderne sieraden.

Website zeeuwseankers.nl heeft ook artikelen over Zeeuwse streekdrachten.

In 2014 publiceert Trude de Reij een reeks teksten over de Zeeuwse knoop op dit weblog:
Over de geschiedenis van de Zeeuwse knoop of: hoe een knoopje kan rollen Deel 1
Over de geschiedenis van de Zeeuwse knoop of: hoe een knoopje kan rollen Deel 2
Over de geschiedenis van de Zeeuwse knoop of: hoe een knoopje kan rollen Deel 3
Over de geschiedenis van de Zeeuwse knoop of: hoe een knoopje kan rollen Deel 4
Over de geschiedenis van de Zeeuwse knoop of: hoe een knoopje kan rollen Deel 5
Over de geschiedenis van de Zeeuwse knoop of: hoe een knoopje kan rollen Deel 6
Over de geschiedenis van de Zeeuwse knoop of: hoe een knoopje kan rollen Deel 7

Andrea van Boven, Informatiespecialist