Over de geschiedenis van de Zeeuwse knoop of: hoe een knoopje kan rollen : naschrift

21 juni 2017

Vorige maand heb ik ‘De levens van Jan Six’ (2016, non-fictie) van Geert Mak gelezen. Voor mensen zoals ik die altijd op zoek zijn naar historische sensaties, is het een geweldig boek. Op de achterkant staat: “Dit is het verhaal van Jan Six, zijn familie en zijn vele levens. Zijn portret wordt beschouwd als het mooiste dat zijn vriend Rembrandt ooit heeft gemaakt. (…) De levens van Jan Six beschrijft de reis van een Amsterdamse elitefamilie door vier eeuwen geschiedenis. Het is tegelijk het verhaal van de stad en tijdgeest, van ambities en beperkingen, van grandeur en de eeuwige angst voor de neergang.”

Hanger 1645-1700
In dit boek, op pagina 37, staat een foto van ‘Chloris’, een klein portret van een onbekende dame, van Gerard ter Borch (Privé Collectie Six). Zij draagt een broche met hanger. Het beeld is te klein om exact te kunnen zien wat de hanger is. Maar het is heel verleidelijk om een gelijkenis te ontwaren met het ontwerp van de Zeeuwse knoop.
Aanvankelijk leek het er op dat onze knoop vanaf 1700 in Nederland geïntroduceerd, gemaakt en gedragen werd. Met waarschijnlijk een Spaanse oorsprong, mogelijk Joods. Echter, het kleine portret van Chloris is ouder dan 1700, dus haar broche kan nog ouder zijn. In het boek van Geert Mak las ik dat het portret mogelijk is geschilderd na 1645. Dit kan een bevestiging zijn dat ook de Zeeuwse knoop hier in de 2e helft van de 17e eeuw ín zwang raakte.

Officiersuniform 1670 – 1681
Tussen 1670 en 1681 schilderde Gerard ter Borch ook een ‘Jacob de Graeff in officiersuniform’. Op dit uniform zijn rijen met decoratieve zilveren knopen bevestigd.

Michiel de Ruyter als luitenant-admiraal Ferdinand Bol 1667

Rijen gouden en zilveren knopen te zien op het portret van Michiel de Ruyter, 1667

Portret van een zee-overste, waarschijnlijk vice-admiraal Aert van Nes (1626-1693), Ferdinand Bol, 1667

Ferdinand Bol schildert in 1667 een zee-overste met rijen knopen aan zijn uniform.

Uniform luitenant-admiraal 1667
Op de kleding van Michiel de Ruyter en op die van een zee-overste (hierboven een foto van beide portretten van Ferdinand Bol uit 1667) zien we eveneens rijen respectievelijk gouden en zilveren knopen. (Collectie Rijksmuseum Amsterdam, Michiel de Ruyter als luitenant-admiraal, Ferdinand Bol, 1667, Portret van een zee-overste, waarschijnlijk vice-admiraal Aert van Nes (1626-1693), Ferdinand Bol, 1667)

Spaanse afkomst
De tweede helft van de 17e eeuw, van onze Gouden Eeuw, lijkt de periode te zijn waarin verschillende soorten decoratieve gouden en zilveren knopen mode werden voor degenen die het zich konden veroorloven. Ik vermoed dat er in die tijd weinig behoefte was om sieraden te dragen (inclusief gouden en zilveren knopen) die direct van de vroegere Spaanse bezetter afkwamen (de Tachtigjarige Oorlog eindigde immers nog maar kort tevoren, in 1648). Er moeten in elk geval ook nieuwe ontwerpen zijn gemaakt. Het is in theorie echter mogelijk dat de uit Spanje afkomstige Zeeuwse knoop in de tweede helft van de 17e eeuw met name via handelsactiviteiten werd geïntroduceerd door Sefardische Joden uit Amsterdam en Middelburg. En vervolgens evolueerde tot het streeksieraad zoals we dat nu kennen.

Trude de Reij, Middelburg, 11 juni 2017

ordezeeuwseknop@zeelandnet.nl

English translation : the-history-of-the-filigree-zeeland-button-by-trude-de-reij-epilogue (pdf-bestand)

Meer informatie:
Dit is een gastblog van een couch traveler. Trude de Reij heeft de verre geschiedenis van de Zeeuwse knop onderzocht. Zij publiceert dit onderzoek op uitnodiging van ZB| Planbureau en Bibliotheek van Zeeland. Lees ook:
Deel 1
Deel 2
Deel 3
Deel 4
Deel 5
Deel 6
Deel 7

Stadsvlag of stadsgeus? (deel 2 in de Middelburgse vlaggenkwestie)

4 april 2017

Mijn weblog van gisteren maakte nogal wat los in het Middelburgse stadhuis en daarbuiten. Het was toch geenszins mijn bedoeling geweest er een sensatieverhaal van te maken,[1] hooguit de historische context wat beter te duiden.

Woordvoerster Trude Northolt van de Gemeente Middelburg reageerde gisteren adequaat op vragen van de provinciale krant en stelde: ‘Op 22 april 1974 is de rode vlag met de gouden burcht officieel als gemeentevlag vastgesteld. Op 30 april 1975, Koninginnedag, wapperde die voor het eerst vanaf openbare gebouwen.’ De vlag heeft thans dus een officiële status. Hoe de stad daartoe gekomen is valt te lezen in de Faam van 21 mei 1975. In de raadsvergadering van 30 november 1973 werd een voorstel aan de Hoge Raad van Adel besproken waarbij werd gesteld: ‘Momenteel is in gebruik een niet officiële vlag die drie horizontale banen telt, van boven naar beneden resp. geel, wit en rood gekleurd. In november 1963 heeft het toenmalige college van b. en w. al een verzoek gericht aan de Hoge Raad van Adel om van Advies te dienen over het voeren van een verantwoorde vlag, in het midden van de stad of broekzijde beladen met een burcht’. Dat laatste werd namelijk passend geacht. Die vlag, die er een jaar later kwam, is dus geënt op het stadswapen en wapen en vlag zijn twee verschillende zaken.

Uit het citaat komen echter twee interessante zaken naar voren: a) Middelburg heeft voor 1974 zijn vlag nooit officieel laten vaststellen en b) de stad heeft zelf het verzoek bij de Hoge Raad van Adel ingediend om een stadsvlag op basis van het stadswapen met de burcht te ontwerpen. Zeer benieuwd ben ik dan ook of de Hoge Raad van Adel in zijn rapport aandacht besteedt aan de geschiedenis van de stadsvlaggen die in de loop van de historie, met name in de tijd van eind zestiende eeuw tot en met de 20ste eeuw zijn gebruikt of dat hier alleen over de heraldische oorsprong van het stadswapen zelf wordt gesproken.

Een van de oudste voorbeelden van de stadsvlag (vlaggenboeken komen voor eind zeventiende eeuw niet voor) komt uit een manuscript gedateerd rond 1669-1670, dat beschreven is door K.L. Sierksma. De Middelburgse vlag heeft hier wederom drie banen, maar nu in de kleuren groen-wit-blauw! Omdat dit de enige bron met die kleuren is wordt er overigens sterk aan getwijfeld of deze vlag wel bij Middelburg hoort, maar Sierksma geeft in ieder geval als verklaring voor de kleuren dat de groene baan een tegenhanger voor het rood van de Hollandse vlag zou zijn en symbolisch zou verwijzen naar het gewest Zeeland of de Admiraliteit daarvan en daarom een algemene vlag voor koopvaardijschepen zou zijn.[2] Een nog curieuzere Middelburgse stadsvlag komt voor op de door B. Lens omstreeks 1700 uitgegeven A General view of the Flags which most Nations bear at Sea.[3] Het is de Nederlandse driekleur met in het midden de gouden burcht.

De bekendste wapenkaart van Zeeland, die uit Mattheus Smalleganges Nieuwe cronyk van Zeeland (officieel 1696, maar pas enkele jaren later verschenen) laat er geen misverstand over bestaan. Daar zitten de zes in de Zeeuwse Staten stemhebbende steden Veere, Zierikzee, Tholen, Middelburg, Goes en Vlissingen bijeen samen met de Eerste Edele. Aan het hoofd van het tafereel is de provinciale vlag en het provinciale wapen (waarover ook al veel te doen is geweest) zichtbaar. De stemhebbende steden houden alle zowel het wapen als de vlag van hun stad vast. Daarbij is duidelijk te zien dat wapen en vlag bij bijvoorbeeld Vlissingen overeen stemmen (zij het dan dat de kruik op de vlag zilver en in het wapen goudkleurig is), maar bij Middelburg duidelijk anders zijn; het wapen, de burcht op een rode achtergrond en de vlag het geel-wit-rood.

Op het anonieme schilderij ‘het retourschip Popkensburg van de kamer Middelburg van de VOC’ (Scheepvaartmuseum Amsterdam), uit 1775, zien we op het scheepsportret duidelijk de geel-wit-rode Middelburgse vlag vanaf de achtersteven waaien.

Op het van drie jaar eerder, uit 1772 daterende schoorsteenstuk ‘fregatschip Essequebo Sociëteit voor de rede van Vlissingen’, van de Zeeuwse schilder Engel Hoogerheyden (Scheepvaartmuseum, Amsterdam) zien we op de achtergrond van deze West-Indiëvaarder een interessante vlag op een ander schip. Daar waait de Middelburgse vlag, maar dan ondersteboven: rood-wit-geel, zoals kapitein Paulus van der Dussen (zie eerdere weblog) hem ook beschreef.

Op de vlaggenkaart ‘Schouw-park aller scheeps-vlaggen des geheelen water waerelds’, uitgegeven door Gerard van Keulen in Amsterdam in 1726 zien we wederom twee Middelburgse vlaggen. Na de provincievlag komt eerst de geel-wit-rode stadsvlag van Middelburg en dan de rode geuzenvlag van de stad. Vervolgens komen de vlaggen van Vlissingen en Veere, beide rood met het stadswapen er in. Bij die twee steden wordt slechts één vlag gegeven, maar ook daar staat expliciet vermeld dat het om de geuzenvlag gaat.

Sinds enkele jaren hangt in het Maritiem Muzeeum te Vlissingen een particulier schilderij dat zeer waarschijnlijk het kaperschip Profeet Elias van de reders Sautijn voorstelt. Het is een scheepsportret waarbij het schip voor de havenuitgang van Middelburg is geschilderd in drie verschillende aanzichten en stamt uit de tijd van de Spaanse Successieoorlog (1702-1713). Dit is het vroegste tot op heden bekende schilderij waarop een Middelburgs kaperschip zichtbaar is. Aan de achtersteven hangt duidelijk zichtbaar een rode vlag, maar wat daarop is afgebeeld en is niet duidelijk omdat de vlag slap neerhangt.

Van het jaar 1842 is een afbeelding bekend van Jacob Spin, van het Middelburgse barkschip Pauline (Maritiem Museum, Rotterdam), van kapitein J.J. Brouwer en rederij Boddaert & Co. Daarop is wel een rode vlag met het Middelburgse stadswapen, de burcht, te zien. Deze waait vanaf de fokkenmast. Het bijzondere aan dit schilderij is dat het hier een koopvaardijschip betreft dat die rode -of oorspronkelijk geuzenvlag- voert, maar dan zitten we inmiddels in de 19de eeuw en is het al sinds 1815 vrede.

Er zijn kortom in de loop van de geschiedenis meerdere Middelburgse stadsvlaggen gebruikt, maar duidelijk is toch wel dat de rode vlag met de burcht een oorsprong als bloedvlag of stadsgeus heeft dat weer was geënt op het stadswapen.

Er is trouwens nog ontkenning mogelijk voor eventuele vermeende aansprakelijkheid van Middelburgers op basis van gewelddadigheden op zee. De stadsvlag van Hamburg zag er in de achttiende eeuw net zo uit[4] als de geuzenvlag van Middelburg…

Johan Francke

[1] Zie PZC, 4 april 2017, pag. 2. De verslaggever ging er aan voorbij dat ik binnen ZB informatiespecialist ben, maar op een ander vakgebied ben opgeleid; namelijk dat van de maritieme geschiedenis.

[2] Sierksma, Flags of the World, 161.

[3] Wilson, Flags at Sea, 69.

[4] Ibidem, 69.

Middelburg verklaart bezoekers de oorlog

3 april 2017

Vrolijk wappert de Middelburgse middenstand de toeristen toe vanaf de gevels van de monumentenstad. De helrode vlaggen die de viering van achthonderd jaar stadsrechten kleur moeten geven plooien langzaam in het zachte lentebriesje dat op zonovergoten aprildagen over de stad schijnt. Een lust voor het oog. Tenminste, voor de Middelburgers…

Want wat zou u ervan denken als van de Japanse ambassade niet de traditionele Hinomaru

maar deze vlag

zou waaien? Daar zou eenieder toch even raar van opkijken of zelfs een zeer ongemakkelijk gevoel van krijgen. Overlevenden van de Tweede Wereldoorlog in Zuid-Oost-Azië al helemaal. Nu gaat het hier om een wat verder verleden en zijn er waarschijnlijk geen mensen meer die zich hun jonge jaren voor 1800 nog kunnen heugen, maar die Middelburgse vlag heeft een soortgelijk verleden.

De rode vlag met de gouden burcht die nu overal in de stad wappert is namelijk niet de stadsvlag, maar de geuzen- of bloedvlag die in oorlogstijd gebruikt werd door schepen van de Admiraliteit en kapers die Middelburg als thuishaven hadden en zee en oceaan afstruinden op zoek naar vijanden om buit van te veroveren.

Deze bloedvlag waaide normaliter vanaf de bezaansmast. De prinsenwimpel (dus geen vlag) waaide vanaf de grote mast en vanaf de fokkenmast of de boegspriet waaide de officiële stadsvlag of een Zeeuwse vlag. Die indeling werd echter niet zo strikt gehanteerd, vaak genoeg werd er van afgeweken.

Op het beroemde schilderij van Adriaen Pieterszn. van de Venne, Gezicht op de haven van Middelburg uit 1615 (Rijksmuseum)

wappert de Middelburgse geus bijvoorbeeld aan de grote mast van het admiraliteitsschip Zeehond. Op de twee schilderijen die Cornelis Louw in 1714 (Scheepvaartmuseum Amsterdam) en 1725 (Maritiem Muzeeum Vlissingen) maakte van Vlissingse kaperschepen op de rede voor de stad zien we diezelfde bloedvlag terug op de boegspriet, maar nu met de Vlissingse kruik er op.

Gebruik van deze bloedvlag beperkte zich niet alleen tot zee. Conform het oorlogsrecht hoefden aanvallers geen ‘kwartier’ (genade of lijfsbehoud) te verlenen aan de andere partij indien deze weerstand bood bij een belegering of aanval, als vooraf tenminste de keuze voor overgave was gegeven. Om de intenties aan de vijand duidelijk te maken kon bijvoorbeeld de bloedvlag worden gehesen, ten teken dat geen ‘kwartier’ verleend of aanvaard zou worden.[1]

De meeste mensen die ooit een schip ontmoet hebben dat de rode vlag met de gouden burcht van Middelburg voerde zullen daar dus waarschijnlijk geen al te beste herinneringen aan over hebben gehouden, als ze het al na konden vertellen. Nu werd na overgave in de regel niet iedereen over de kling gejaagd, maar doorgaans gewoon krijgsgevangen gemaakt, al was ook dat in die tijd geen pretje.

De laatste keer dat de Middelburgse geus aan een scheepsdek van een kaperschip wapperde is waarschijnlijk in de Napoleontische tijd geweest; alweer meer dan tweehonderd jaar geleden. De laatste keer dat een dergelijke vlag op een admiraliteitsschip werd gevoerd dateert van nog verder terug, waarschijnlijk in de tijd van de Vierde Engelse Oorlog (1780-1784). Meer dan 230 jaar geleden dus en tijd blijkt een helend begrip in de historie. Zo is het wel bon ton om grapjes over Napoleon te maken, maar kan er een ongemakkelijk spanningsveld ontstaan als je eenzelfde soort grap over Hitler maakt. Het verleden is daarvoor te tastbaar aanwezig omdat er nog mensen zijn die de oorlog zelf hebben meegemaakt of nog te maken hebben met de gevolgen daarvan.

Terug naar de geuzenvlag van Middelburg, want welke vlag moeten de Middelburgse grootgrutters dan wel uitsteken? Heel eenvoudig, de officiële Middelburgse vlag, die ziet er namelijk heel degelijk uit, zelfs een beetje saai. Deze heeft, net als de Nederlandse vlag, drie horizontale banen in de kleuren geel, wit en rood.[2]

Volgens Van der Dussen, een kapitein in dienst van de Admiraliteit, zou dit rond 1700 rood-wit-geel zijn geweest.[3] Uit overlevering is ons niets meer bekend over ’s mans drankgebruik, maar waarschijnlijk heeft hij de vlag ondersteboven gehangen. In de door Pieter Mortier uitgegeven Neptune François (Amsterdam, 1693) staat een afbeelding van de vlag, waarop de correcte volgorde te zien is: geel-wit-rood. Sterker nog, uitgever Mortier geeft twee afbeeldingen. Bij de bovenste staat de volgende tekst bij de officiële driekleur: ‘vlag van Middelburg in Zeeland, geel-wit-rood’ en bij de bloedvlag daaronder staat: ‘geus van Middelburg, rood met een goude burg.[4] Ook in tal van andere oude atlassen staat deze volgorde vermeld en worden zowel de officiële stadsvlag als de geus omschreven. De Neptune François echter, geeft er ook een ingekleurd voorbeeld bij.

Niet voor niets zijn de luiken van het oude stadhuis van de stad sinds jaar en dag geel-wit-rood geverfd. Misschien niet zo fleurig als die gouden burcht in dat helrode vlak die nu overal in de stad wappert, maar wel correct.

Johan Francke, informatiespecialist

*Maurits Sep schreef op 3 april 2017 een stukje in de PZC n.a.v. dit blog.
Hierin ook een reactie van de woordvoerster van de Gemeente Middelburg, Trude Northolt: “Op 22 april 1974 is de rode vlag met de gouden burcht officieel als gemeentevlag vastgesteld. Op 30 april 1975, Koninginnedag, wapperde die voor het eerst vanaf openbare gebouwen.”

Bronnen:

*J. Francke, Utiliteyt voor de gemeene saake; de Zeeuwse commissievaart en haar achterban tijdens de Negenjarige Oorlog, 1688-1697 (Middelburg, 2001) vlaggen, pag. 170-174.
*Charles Pené en Giovanni Domenico Cassini, De Fransche Neptunus, of nieuwe atlas van de zeekaarten, opgenomen en gegraveerd door uitdrukkelyke order des konings, tot het gebruik van zyne zeemachten: waar in men ziet de naauwkeurige beschryving van alle de kusten van den oceaan, en d’Oost-Zee, van Noorwegen af tot aan de Straat van Gibraltar (Amsterdam, 1693). (Zie: Duitse uitgave, 1977).
*K.L. Sierksma, Flags of the World, 1669-1670. A seventeenth century manuscript (Amsterdam, 1966).
*K.L. Sierksma, ‘Vlagge-boeck van den Heer Paulus van der Dussen, Capitein’, in: Spiegel Historiael. Maandblad voor geschiedenis en archeologie XIV (1979) 663-668.
*Timothy Wilson, Flags at sea; a guide to the flags flown at sea by British and some foreign ships, from the 16th century to the present day, illustrated from the collections of the National Maritime Museum (London, 1986).

 

[1] C.H. de Goeje, ‘Een verslag van den commandeur der kolonie Essequebo Pieter van der Heijden aan de kamer van Zeeland der West-Indische Compagnie over den aanval van Franse kapers in februari 1709’, in: West-Indische Gids 30 (1890) 36, 39.

[2] Wilson, Flags at Sea, 58, 68-69, 114-115 en Sierksma, Flags of the World, 155-162, 171-172.

[3] Sierksma, Vlagge-boeck, 668.

[4] Charles Pené en Giovanni Domenico Cassini, De Fransche Neptunus, of nieuwe atlas van de zeekaarten, opgenomen en gegraveerd door uitdrukkelyke order des konings, tot het gebruik van zyne zeemachten : waar in men ziet de naauwkeurige beschryving van alle de kusten van den oceaan, en d’Oost-Zee, van Noorwegen af tot aan de Straat van Gibraltar (Amsterdam, 1693).

Syrische muziek

22 februari 2017

Uit het nieuws kan afgeleid worden dat de vrede in Syrië ver weg is. De machtigste landen op de wereld weten geen vrede af te dwingen bij de strijdende partijen. Syrië ligt op een kruispunt van culturen waar de belangen maximaal zijn en waar vaak om werd gevochten. Het land kende echter ook vreedzame bloeiperiodes.

Om zijn woede en onmacht over de oorlog in Syrië kenbaar te maken besloot Jordi Savall dat hij de wereld wilde laten horen hoe mooi Syrische muziek was. Jordi Savall (1941) is een Spaans-Catalaans gambist, dirigent en componist. Hij geldt als een van de leidende figuren in de wereld van de Oude muziek. Jordi stelde een internationaal ensemble samen om daarmee de klassieke Syrische muziek te spelen. Syrië beleefde een gouden eeuw tussen 661 en 774, toen Damascus de hoofdstad was van een groot rijk dat zich uitstrekte van Spanje tot Pakistan. Dichtkunst en muziek stonden in hoog aanzien en Savall liet zich inspireren door dit repertoire. Het is te beluisteren op de cd Hesperion XXI- O aube ya fair.

Voor het uitbreken van de Syrische burgeroorlog was 10% van de Syriërs christen.
Hoewel het gebied vanaf de 7e eeuw vooral islamitisch werd, bleef er die eeuwen een christelijke minderheid in Syrië wonen. De Assyriërs leven op het grensgebied van Turkije en Syrië en zijn voor het grootste deel christelijk. De liturgie van de Syriërs behoort tot de oudste christelijke muziek. De muziek van deze psalmen grijpt waarschijnlijk zelfs terug naar de periode van vóór het christendom.  Een luistertip hierbij is Koor van de Mor Yakub-kerk-Haleluya.

Een van de redenen van de huidige oorlog is dat mensen met verschillende afkomst en geloof samen in een land werden gestopt. De Fransen en de Britten hebben het Midden-Oosten in 1922 opgedeeld. Er werden nieuwe grenzen ingesteld die geen rekening hielden met de lokale gevoeligheden.


Ibrahim Keivo

 

Er wonen Arabieren, Koerden,Yezidi’s, Assyriërs en Armeniërs in Syrië. De Armeniërs kwamen Syrië binnen als vluchtelingen naar aanleiding van de Eerste Wereldoorlog en de Armeense genocide. Een bekende musicus is Ibrahim Keivo, hij speelt liederen van alle volkeren die in de omgeving van Hasakah leven in Noord-Syrië. Een luistertip hierbij is Ibrahim Keivo – Az Khalfem. Keivo woont tegenwoordig in Duitsland.


Basel Rajoub

 

Ook Basel Rajoub woont niet meer in Syrië. Rajoub, woonde in Zwitserland toen de burgeroorlog uitbrak. Een luistertip is het album The Queen of Turquoise. Rajoub bewijst dat het geluid van de sax zich prima mengt met de traditionele Arabische instrumenten zoals de qanun en de oed.

Omar Souleyman

De bekendste Syrische muzikant in het Westen is Omar Souleyman. Hij speelde op grote popfestivals en is een opvallende verschijning.  Aanbevolen: Omar Souleyman-Wenu wenu.

Reden tot dansen is er in Syrië al vele jaren niet meer. Ik ben zelf vaak in Syrië geweest en het doet mij heel veel verdriet als ik zie hoe de bevolking moet lijden en hoe kapot het land nu is. Voorlopig zie ik nog geen lichtpunten hierin…

Met muziek proberen musici hun kwelling te uiten over extreme beestachtigheid die de bijna drie jaar durende oorlog in Syrië tekent. Bij de verschrikkelijke dingen die de mensen meemaken kan muziek heel belangrijk zijn, het is een universele taal die mensen verbindt. Het helpt om afleiding en hoop te vinden.

“Muziek geeft ware vrijheid” is een uitspraak van Omar Nurran, een Syrische musicus die momenteel in een vluchtelingenkamp in Jordanië woont.

De muziek die ik in dit schrijven aanbeveel is in de ZB te beluisteren in de strandhokjes op de begane grond. Bron: www.muziekweb.nl/luister

Rea Bensch,

Domeinspecialist muziek

Bron:

  • Muziekweb; Muzikale wereldreis: Syrië
  • Wikipedia
  • Youtube

Digitale duurzaamheid van publicaties

7 februari 2017

Digitalisering speelt overal een steeds grotere rol
In de medische wetenschap, in de auto-industrie, van de huiskamer tot de uitgeverij, van bibliotheek tot wetgeving; overal wordt gebruik gemaakt van digitale technieken, digitale informatie en digitale weergave van die informatie. Deze digitalisering leidt tot steeds meer informatie. Het maken en vastleggen van grote hoeveelheden informatie is gemakkelijker in digitale en geautomatiseerde vorm dan het ooit was in papieren vorm. Maar digitale informatie is daarnaast ook erg kwetsbaar.

Kwetsbaarheid van digitale informatie
Digitale bestanden bestaan uit reeksen enen en nullen (010100001011110). Het zoekraken van een van die tekens, door bijvoorbeeld een storing, is genoeg om het hele bestand onbruikbaar te maken en de informatie onleesbaar te maken. Digitale bestanden zijn abracadabra zonder computers en software. Eigenlijk werken ze alleen goed met de computer en de software waarop ze gemaakt zijn. Bij het in gebruik nemen van een nieuwe computer, is er een kans dat de oude bestanden het niet meer doen. Natuurlijk proberen de leveranciers wel mogelijkheden te leveren om bestanden om te zetten naar de nieuwe computer, maar die technieken zijn nog verre van perfect en fouten zijn daardoor bijna onvermijdelijk.

Beperkte houdbaarheid van informatiedragers
Naast de kwetsbaarheid van de bestanden zelf is er de kwetsbaarheid van de dragers waarop de informatie bewaard wordt. Ze kunnen in onbruik raken (diskettes, floppy disks) of simpelweg kapot gaan. Ook informatie die op het internet staat, is in gevaar. Iedereen kent de foutmelding “404 – bestand kan niet gevonden worden”. De informatieketting breekt als een website verhuist of opgeheven wordt, en er wordt geen verhuisbericht bijgeleverd. Online informatie heeft vaak geen unieke vindplaats of uniek onveranderlijk nummer waarnaar je kan verwijzen. Dat is voor alle internetgebruikers vervelend, maar voor de wetenschappelijke wereld rampzalig: verwijzingen in wetenschappelijke artikelen kunnen niet meer worden geraadpleegd.

Duurzame toegang garanderen: ontwikkelingen in Nederland
Het bewerkstelligen van digitale duurzaamheid is een van de grootste uitdagingen van de huidige generatie. Wij zijn de eersten die methoden en grootschalige systemen hebben moeten ontwikkelen om digitale objecten in authentieke vorm voor de toekomst raadpleegbaar te houden. In de afgelopen jaren zijn er in Nederland flinke stappen gezet door het ontwikkelen van methoden en systemen voor duurzame opslag van en toegang tot digitale objecten. De Koninklijke Bibliotheek (KB) bijvoorbeeld liet in het begin van de 21ste eeuw een operationeel e-depot voor digitale publicaties bouwen. Beeld en Geluid behoort tot de internationale kopgroep op het gebied van beheer en behoud van digitaal audiovisueel erfgoed en het Nationaal Archief breidt haar huidige e-depotvoorziening uit tot een gemeenschappelijke infrastructuur voor de digitale archieven in Nederland. Tot slot beschikt DANS over een digitaal archief voor onderzoekdata dat terug gaat tot de jaren zestig van de 20e eeuw.

Als één ding voor alle betrokkenen duidelijk is, dan is het wel dat digitale duurzaamheid een activiteit is die alleen in een gezamenlijke aanpak tot goede resultaten kan leiden: het vergt simpelweg te veel verschillende kwaliteiten om door één instelling gedaan te worden. Doordat het digitale speelveld voortdurend wijzigt, is blijvend onderzoek en samenwerking nodig. (Bron: Nationale Coalitie Digitale Duurzaamheid)

Digitale duurzaamheid van eigen ZB publicaties
ZB| Planbureau heeft van oudsher veel opdrachten voor het doen van onderzoek en het publiceren daarover in rapporten. Naast de papieren uitgaven in de eigen boekcollectie en weergave van recente publicaties op de eigen website heeft ZB gezocht naar een duurzame opslag voor de digitale versies van deze rapporten. De digitale uitgaven van ZB en voorgangers zijn nu grotendeels met terugwerkende kracht opgenomen in het e-depot van de KB. Via dit kanaal zijn de publicaties van het Planbureau ook te vinden in diverse universiteits-, landelijke en internationale catalogi. Hiermee is het bereik en de digitale duurzaamheid van onze publicaties aanmerkelijk vergroot.

.

Voorbeeld in het e-depot van KB: De statistische atlas “Leven in Zeeland”.

Adriënne Withagen

Bijbels van H.F. Wolf

12 december 2016

De bijzondere collecties van ZB zijn onlangs verrijkt met een serie bijbels uit de nalatenschap van de heer H.F. Wolf uit Alphen aan den Rijn. Deze is in augustus 2015 op 86-jarige leeftijd overleden. Hij bezat een verzameling van meer dan achthonderd voor het merendeel Nederlandstalige bijbels. Zijn nabestaanden besloten de collectie ten goede te laten komen aan Nederlandse bibliotheken. Een aantal van deze boeken is nu onlangs door schenking in het bezit van ZB gekomen.

Bijbels in soorten en maten

Flakkeesche bijbel uit 1904 (33 cm) met koperen sloten

Flakkeesche bijbel uit 1904 (33 cm) met koperen sloten

We hadden al enorm veel bijbels in alle soorten, maten en talen. Van alle Nederlandse vertalingen bezitten we menige druk en uitgave. Toch blijken er altijd nog aanvullingen mogelijk te zijn. Zo hadden wij nog steeds geen exemplaar van de zogenaamde ‘Flakkeesche bijbel’. En dat terwijl het Zuid-Hollandse eiland Goeree-Overflakkee tot het aandachtsgebied van de Zeelandcollectie behoort. Deze uitgave van de Statenvertaling kwam in 1895 tot stand bij de Flakkeesche Boekdrukkerij uit Middelharnis. In 1904 werd ze opnieuw uitgegeven door D. Bolle te Rotterdam. Ze is gevuld met illustraties in de vorm van afbeeldingen en kaarten. We hebben er nu twee stuks aan kunnen toevoegen, waarvan er een rijkelijk voorzien is van koperen sloten.

Gouden sluitingen

Nieuwe Testament uit 1856 (15 cm) met gouden slotje

Nieuwe Testament uit 1856 (15 cm) met gouden slotje

Bijzondere aanwinsten waren ook kleinere kerkboeken met metalen sluitingen. Wij hadden al enkele exemplaren met zilverwerk, maar dit rijtje is aanmerkelijk uitgebreid met nog mooier zilverwerk, en voor het eerst ook twee Nieuwe Testamenten met gouden sluitingen uit de beginjaren van de 20e eeuw.
Daarnaast is er een kerkboek met een ouderwets geborduurd omslag binnen gekomen, en een exemplaar met een zwart fluwelen bekleding. Dit laatste is ook om een andere reden bijzonder: het is afkomstig uit het bezit van de Walcherse familie Bierens, en door hen als teken van persoonlijke vriendschap aan de heer Wolf geschonken.

Kinderbijbels

Prenten voor Kerstmis in de ‘Huisbybel’ uit 1762

Prenten voor Kerstmis in de ‘Huisbybel’ uit 1762

Op het gebied van kinderbijbels valt er een mooie aanwinst te melden, namelijk vooral de ‘Vernieuwde en verbeterde school- en huisbybel’ uit 1762, een van de oudste Bijbelse geschiedenissen voor de jeugd. Het boek is gesteld in de vorm van vragen en antwoorden en voor die tijd rijkelijk voorzien van illustraties. Onze al aanwezige historische kinderboeken van de 19e en 20e eeuw komen vooral uit traditioneel protestants-christelijke kring; daarom is het aardig dat we er nu ook wat werkjes over de bijbel van rooms-katholieke signatuur bij gekregen hebben, en iets heel anders: de zeldzame ‘Bijbel voor de jeugd uit vrijzinnige kringen verteld’ uit nog maar 1929. Weer uit katholieke kring komt de ‘Geschiedenis van het Oude en Nieuwe Testament’ door H. Wolffenbuttel-Van Rooijen, voorzien van gravures door Gustave Doré.

Gulle gever
Hendrik Frederik (Henk) Wolf is zijn loopbaan begonnen als huisschilder aan de Bloemgracht in Amsterdam. Later volgde hij een opleiding als verpleegkundige, en werd tenslotte directeur van een bejaardentehuis in Alphen. Zijn met veel plezier verzamelde bijbelcollectie had hij ondergebracht in zijn woonhuis aldaar. Van daaruit verzorgde hij lezingen en kleine exposities aan een divers publiek in kerken, bibliotheken, gemeenschapshuizen en scholen. Kleine groepen konden de collectie bij hem thuis bezichtigen.

Nieuwe Testament uit 1918 (12 cm) met gouden slotje

Nieuwe Testament uit 1918 (12 cm) met gouden slotje

Uiteindelijk heeft hij zijn rijke bezit ondergebracht in de ‘Stichting In de BibliAtheek bij H.F. Wolf’. Na zijn overlijden zag de Stichting geen mogelijkheid om de collectie blijvend te beheren. Daarom besloten de bestuursleden de Stichting te ontbinden en daarbij te handelen volgens de stichtingsakte en in de geest van de oprichter. Dat betekende dat de collectie zoveel als mogelijk aan het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG) afgestaan werd. Deze al zeer rijke bibliotheek toonde echter slechts interesse voor een klein deel. Daarom kwam de bibliothecaris van het NBG op het idee de restanten aan te bieden aan (universiteits)bibliotheken. Ondergetekende, als lid van de Vereniging voor het Theologisch Bibliothecariaat, kreeg de titellijst toegestuurd. Ik heb daar een keuze uit gemaakt. De voorzitter van de Stichting, Marysa Otte uit Amsterdam, tevens schoondochter van de heer Wolf, is de schenking zelf komen brengen. Het betekent voor ons een verrijking van de collectie en een bevestiging van onze functie als theologische bewaarbibliotheek.

Marinus Bierens
Vakreferent godsdienst

Foto’s: Ester van Dooren

Landelijke streaming bladmuziekdienst in Nederland

29 november 2016

Mijn ervaring is dat het lastig zoeken is naar websites met bladmuziek, tabs voor gitaar en ook andere instrumenten. Bovendien blijkt dat de gevonden websites lang niet altijd even betrouwbaar zijn; onjuiste akkoorden, niet kloppende teksten, etcetera. Ook muziek van Nederlandse bands en artiesten is niet altijd makkelijk te vinden.

Gitaartabs.nl tackelt beide problemen. De kwaliteit wordt bewaakt door de inbreng van Conservatorium geschoolde muzikanten en de website wil zich onderscheiden met de focus op muziek van Nederlandse bodem. Ondersteuning bij het leren gitaarspelen is ook aanwezig via Online Gitaarles. Daarnaast is er ook het internationale aanbod van relevante, actuele muziek.

gitaartabs

Oprichter van de site is Jan van der Heide. Gitaartabs is in 1992 ontstaan vanuit de hobby gitaarspelen. Het is begonnen met het digitaal verzamelen van zelfgeschreven liedjes en lessen, het digitaliseren van en het herschrijven van lesboeken.

guitar-pro

Jan van der Heide heeft het concept verder uitgewerkt richting een nieuw product onder de naam Protabs in de vorm van een abonnementsdienst voor bladmuziek. Dat zou de eerste streaming bladmuziekdienst in Nederland zijn. In contacten met belangrijke uitgevers is het op auteursrechtelijk gebied goed geregeld voor het publiceren van actuele bladmuziek. Muziekschatten.nl is met het wat oudere repertoire tot nu toe het enige serieuze Nederlandse initiatief dat scans van populaire bladmuziek gratis online aanbiedt. Protabs wil zich als abonnementsdienst onder andere richten op kwaliteit, meerdere notatievormen, meerdere instrumenten, actualiteit, online en live meespelen, weergave op PC, tablets en smartphones en een evenredige verdeling naar moeilijkheidsgraad.

www_gitaartabs_nl-336x280-279829

Protabs heeft ongeveer 65.000 geregistreerde leden en 2500 bezoekers per dag. Er kan hier met recht gesproken worden over de grootste gitaarsite uit Nederland en België. Ik hoorde van mijn collega muziekspecialist John Valk van de Bibliotheek Rotterdam dat Protabs contact heeft gezocht met de bibliotheekwereld om een landelijke samenwerking tot stand te brengen. Ik volg de ontwikkeling met grote belangstelling. Er zou een soort functie gecreëerd kunnen worden als de Bibliotheken met muziekweb hebben, voor wat betreft het streamen van muziek.

Rea Bensch,
Domeinspecialist muziek

Bronnen:

Gitaartabs.nl
Blog van John Valk (Bibliotheek Rotterdam)

Zee(uw)post

9 november 2016

Het kantelend beeld van historische dogma’s door brieven van de gewone man

In mijn vorige blog berichtte ik over de bijvangst van het project Zee(uw)post, ditmaal gaat het over daadwerkelijke vangst. In september zijn namelijk alle vrijwilligers aan de slag gegaan met het transcriberen en vertalen van de brieven en deze te voorzien van historische context. Met dat laatste wordt bedoeld dat de vrijwilligers nagaan wie de in de brief genoemde en geadresseerde personen zijn, wat er in de brief geschreven staat en waar dit mee te maken heeft.

Nu de eerste transcripties van brieven binnenkomen vielen mij enkele zaken op, waarvan ik een onderwerp wil uitlichten en de context verduidelijken. Globaal genomen bevat een persoonlijke brief uit de koloniën nieuws over wanneer men verwacht thuis te komen, de gezondheid van de schrijver en duizend-en-een groeten aan allerlei bekenden. Alleen al voor wat betreft die geadresseerden vielen enkele brieven op waarmee context geduid kon worden. Deze waren namelijk gericht aan zogenaamde logementshouders/sters.

Slaapbazen
Dat mensen een spreekwoordelijke poot uitgerukt wordt, daar waar financiële diensten worden verleend, is een gegeven zo oud als de mensheid. Vanuit de 17de en 18de eeuw hadden in dit verband de slaapbazen, logementhouders of volkhouders altijd een heel slechte naam. Dit waren mannen of vrouwen die er een logement voor zeelieden op na hielden (in het laatste geval vaak ook nog bordeelhoudsters!). In Middelburg bijvoorbeeld waren tussen 1730-1732 niet minder dan 49 logementen, waarvan er 43 door vrouwen werden gedreven.[1]

Aangezien veel zeelieden platzak waren, ofwel omdat ze hun verdiende geld verbrast hadden, ofwel vanuit het achterland kwamen om emplooi op zee te vinden en berooid van hun reis in de havenstad aankwamen, ofwel zo weinig hadden verdiend op zee (doordat de reder of kapitein hen gekapitteld had met allerlei straffen) dat ze zichzelf niet meer konden onderhouden, werd hen een slaapplaats aangeboden waar men ‘op de pof’ kon verblijven. U voelt hem natuurlijk al aankomen. Dat poffen kon achteraf nogal in de kosten lopen omdat mensen soms lang in een logement verbleven voordat ze emplooi vonden of omdat voor een vlooienbed Hiltontarieven werden gerekend.

Een zeeman die eenmaal emplooi vond en uiteindelijk met een schip de Republiek verliet, moest een schuldbekentenis of zogenaamde schuldbrief tekenen bij de slaapbaas/vrouw van het logement waar deze verbleef. Deze kon met deze zogenaamde transportbrief naar de reder stappen om hiermee vervolgens het verschuldigde bedrag te innen. Tenminste, zodra de bewuste zeeman recht op uitbetaling van zijn gage had. Dat betekende uiteraard dat veel zeelieden pas na maanden of jaren werken op zee hun schulden hadden afgelost en pas dan zelf geld gingen verdienen. Reden waarom ze eenmaal aan wal, zich al snel opnieuw in de schulden moesten steken.

Zulke transportbrieven konden dus niet meteen worden geïnd en werden daarom ook wel doorverkocht voor een lager bedrag dan de nominale waarde. Dit soort verkopers werd ook wel zielverkoper genoemd, omdat ze daadwerkelijk de zielen van mensen verkochten. Zo’n opkoper van transportbrieven kon namelijk ook de reder zelf zijn, die zich daarmee goedkoop van personeel kon voorzien. De VOC sloot hiertoe zelfs contracten met logementhouders af die hun gasten verplicht dienst lieten nemen bij de ‘loffelijke compagnie.’[2]

aepjen

Voormalig logement ’t Aepjen in Amsterdam, bron: wikipedia

In de Aap gelogeerd
Nu stond hier natuurlijk tegenover dat zo een zielverkoper of logementhouder wel het risico liep dat een opvarende overleed, deserteerde of zich nooit meer in patria liet zien. Zeker niet als iemand afgezet was door een logement van bedenkelijk allooi, of om het op zijn 17de eeuws Amsterdams te zeggen: in de Aap gelogeerd zijn, want dit spreekwoord komt van het bedenkelijke logement ’t Aepjen. Dit was een 16de eeuwse houten herberg aan het begin van de Zeedijk dat je vandaag de dag, als café, nog steeds kunt bezoeken. Gezien de geschiedenis is het niet vreemd dat er nu geen slaapplaatsen meer aan de backpackers aangeboden worden.

Veel van die logementhouders hadden dus een kwalijke reputatie en het is dan ook niet vreemd dat veel voormalige gasten nooit meer iets van zich lieten horen. Uit de brieven van vele gewone zeelieden in Zee(uw)post blijkt nu dat er ook opvarenden zijn geweest die niet alleen bij hun logementhouder/ster terugkwamen, maar er zelfs vriendschappelijke banden mee onderhielden. Dit blijkt uit diverse brieven, al moet daarbij vermeld worden dat gezien de inhoud van één van de brieven de kans groot is dat dit logement ook als bordeel diende. De klaarblijkelijk nog jonge Pieter Tallenboom scheef op 28 januari 1781 namelijk vanuit Rio Demerary (Guinée) aan logementshouder Joseph Jansen, die buiten de Noordpoort van Middelburg een thans onbekend logement runde:

hca-30-331-aanhef-seer-waarde-slaapbaas

Seer warde en seer geagte slaa[p]bas en slaa[p]vrou, deese di[e]nt om u te laaten weeten als dat ik nog en een volmaa[k]te staat van gesontheijt ben. Dat Talleboom een gezonde jonge jongen was blijkt uit de wensen die hij aan zijn slaapbaas en -bazin voorlegt, voor het geval hij na zijn reis weer in Middelburg arriveren zou:

hca-30-331-meijt

´Ik ferso[e]ik seer vr[i]endeleijk als dat gey of u vrou[w] een ijonge meijt sult opso[e]ike teegen dat ik tuijs kom, want ik kan meijn maagtdom ni[e]t langer bewaare[3]
Daarna volgen nog enkele zeer scabreuze zinnen die we hier omwille van de jonge lezers niet vermelden zullen, maar ons wel voor de reputatie van de herberg -die wel niet voor niets buiten de stadsgrenzen gelegen zal hebben- doen vrezen. Binnen deze zelfde brief geeft de jonge Talleboom meermalen aan dat hij op een goede gezondheid hoopt voor het echtpaar. Ook de zeelieden Gerret Vervoort en Jan Romero groeten hun slaapbaas Jacobus van Dijk, die een logement op het Vlissingse Wagenplein in Middelburg drijft en noemen hem zelfs vriend:
Zeer waarde goede vrint en slaapbaas Jacobes van Dijk.’ Zij hopen ‘uw zeer goede vrint slaapbaas en vrouw en al uw kinder aankoomende zoomer in een gewenste staat te vinden.’[4]
Ook deden ze nadrukkelijk de ‘groetenisse’ aan ‘Betien [Betje] uijt het Goude Verken.

hca-30-362-betje

Dat Vlissingse Wagenplein bestaat thans niet meer, maar lag in het verlengde van de Vlissingse straat naar de Vlissingse poort (thans Schroebrug) en was vooral in de achttiende en negentiende eeuw een beruchte volkswijk met tal van herbergen en bordelen. Wellicht een goede reden voor beide zeelieden om na een lange reis toch naar hun vlooienbed terug te keren? Ook hier kennen we de naam van de herberg helaas niet, noch weten we met zekerheid of het ook hier een bordeel betrof.

hca-30-322-aanhef-waarde-baas-en-vrou

In een andere brief gericht aan een logementshouder stond wel de naam van de herberg vermeld. J. Rolbers schreef op 22 november 1780 vanuit St. Eustatius aan Matthijs Artenaas, van Zeemans welvaren ‘op de dokke in Vlissingen, waarbij hij opende met ‘waarde baas en vrou.’ Dat duidt er op dat het ‘Zeemans welvaren’ bij het dok in Vlissingen (bedoeld zal hier zijn het Dokje van Perry) een verblijfplaats voor zeelieden of een logement is geweest. Hij was dus kennelijk van plan terug te keren en schreef dat ze zich niet ongerust moesten maken omdat de terugreis ernstige vertraging had opgelopen. Dat hij ook voordien in een goed logement ondergebracht was geweest, blijkt aan het slot van de brief waarin hij de groeten aan diverse mensen doet waaronder de ‘oude slaapvrouw van my van Middelburg.’[5]

hca-30-322-groeten-slaapvrouw-middelburg

Op basis van deze brieven kunnen we concluderen dat zeelieden ook vriendschappelijke banden onderhielden met hun slaapbazen/bazinnen en dit lang niet altijd uitzuigers zullen zijn geweest. Een beeld dat de afgelopen decennia wel was ontstaan in de vakliteratuur, maar door deze brieven van gewone mensen nu kan worden bijgesteld. Daar staat tegenover dat het beeld van het logement als bordeel eerder wordt bevestigd dan ontkracht. En dit is uiteraard nog maar het topje van de ijsberg, want met de inhoud van deze brieven uit Zee(uw)post liggen nog vele andere onderzoeksmogelijkheden open.

Johan Francke,
Informatiespecialist en eindredacteur Zee(uw)post

Bronnen:
The National Archives, Kew (TNA), High Court of Admiralty (HCA) 30, inv.nrs. 322, 331 en 362.
Jaap R. Bruijn, Zeegang. Zeevarend Nederland in de achttiende eeuw (Zutphen, 2016) 37-42.
Matthias van Rossum, Werkers van de wereld. Globalisering, arbeid en interculturele ontmoetingen tussen Aziatische en Europese zeelieden in dienst van de VOC, 1600-1800 (Hilversum, 2014) 190-196, 204-205.

Noten:

[1] Jaap R. Bruijn, Zeegang. Zeevarend Nederland in de achttiende eeuw (Zutphen, 2016) 38.

[2] Jaap R. Bruijn, Zeegang. Zeevarend Nederland in de achttiende eeuw (Zutphen, 2016) 40-42 en Matthias van Rossum, Werkers van de wereld. Globalisering, arbeid en interculturele ontmoetingen tussen Aziatische en Europese zeelieden in dienst van de VOC, 1600-1800 (Hilversum, 2014) 191-192.

[3] TNA, HCA 30, inv.nr. 331.

[4] TNA, HCA 30, inv.nr. 362.

[5] TNA, HCA 30, inv.nr. 322.

De rol van Open Access: vrije toegang tot wetenschappelijke literatuur

20 oktober 2016

weblog open access

In Nederland financiert de nationale overheid grotendeels het verrichten van wetenschappelijk onderzoek door middel van publieke middelen. De resultaten van wetenschappelijk onderzoek worden gepubliceerd in wetenschappelijke tijdschriften en boeken. Met name in de natuurwetenschappen hebben artikelen in tijdschriften als publicatievorm de voorkeur, terwijl daarentegen in de geesteswetenschappen het publiceren van boeken van groter belang wordt geacht. Wetenschappelijke literatuur wordt vooral door commerciële uitgevers op de markt gebracht. Bibliotheken spelen van oudsher een belangrijke intermediaire rol in het toegankelijk maken van wetenschappelijke informatie voor geïnteresseerden en zijn voor uitgevers de belangrijkste afnemers van wetenschappelijke literatuur. Dat zijn niet alleen universiteitsbibliotheken, maar ook de grotere openbare Bibliotheken die beschikken over wetenschappelijke collecties.

Nu is het zo dat veel Bibliotheken in de afgelopen decennia werden geconfronteerd met bovenmatig stijgende prijzen voor abonnementen voor wetenschappelijke tijdschriften en daarnaast in recente jaren te kampen hadden met krimpende budgetten voor collectievorming door de economische crisis. Uiteindelijk had dit nadelige gevolgen niet alleen met betrekking tot de uitholling van bestaande collecties -minder titels beschikbaar- maar ook de beperkte toegankelijkheid van (digitale) wetenschappelijke informatie in Bibliotheken door de beperkingen en de gebruiksvoorwaarden zoals vastgesteld door uitgevers. Er wordt ook wel gesproken over literatuur achter ‘tolpoortjes’.

De beperking van toegang wordt tevens versterkt door de voortdurende groei van wetenschappelijke publicaties wereldwijd zonder toegang.

plaatje 2 open access

by Patrick Hochstenbach CC-BY

Vastgesteld kan worden dat de verhouding tussen aanbod en feitelijke beschikbaarheid (al dan niet digitaal) van wetenschappelijke informatie steeds schever groeit. Dit doet afbreuk aan de kwaliteit van een samenleving waarin de uitwisseling van informatie centraal staat ten behoeve van kennisproductie en als economische en sociale factor van betekenis bijdraagt aan welvaart en welzijn. Het is dus van wezenlijk belang om een informatierijke omgeving te creëren waarin iedereen makkelijk toegang heeft tot wetenschappelijke informatie.

Gelukkig heeft zich de afgelopen jaren een nieuwe ontwikkeling ingezet om de nodige financiële, juridische en technische barrières voor vrije toegang te slechten. Er is een nieuw businessmodel van wetenschappelijke publiceren ontstaan van Open Access waarbij gestreefd wordt naar vrije, gratis online toegang tot wetenschappelijke informatie. Belangrijk voordeel voor onderzoekers is de vergroting van zichtbaarheid en de mogelijkheden tot gebruik van wetenschappelijke informatie. Voor Bibliotheken zou het Open Access model vooral financieel voordeel opleveren. Tegelijkertijd is er nieuwe rol weggelegd voor de Bibliotheek als dienstverlener in het beter zichtbaar maken en het wegwijs maken van degenen die wetenschappelijke informatie zoeken en willen gebruiken. Daartoe is niet alleen media-educatie van belang maar ook het beheer, onderhoud en toegang van wetenschappelijke informatie. Vooral openbare Bibliotheken kunnen een rol van betekenis spelen op lokaal en regionaal niveau als een van de partijen in de keten van informatieproductie en kennisdistributie.

Nu klinkt het wellicht als toekomstmuziek, maar de ontwikkelingen gaan momenteel snel. Temeer omdat de nationale overheid zich inzet voor een volledige Open Access van wetenschappelijke artikelen. In Nederland verschijnen momenteel ruim 40.000 wetenschappelijke artikelen waarvan de helft in een of andere vorm in Open Access verschijnt. De vraag is of een volledige haalbaarheid in 2024 mogelijk is conform de Wetenschapsvisie 2025 van het ministerie van OCW.

De week van 24 tot 30 oktober staat in het teken van Open Access. De International Open Access Week is een jaarlijks terugkerend fenomeen geworden. Op diverse plaatsen worden activiteiten gehouden waaronder seminars.  Onderwerpen zijn bijvoorbeeld Science for Kids, het belang van openheid, de mogelijkheden van publiceren onder Open Access. Een volledig overzicht is hier te vinden. De Koninklijke Bibliotheek zal verder promotie maken voor Open Access met Wetenschappelijke literatuur voor iedereen.

Ook in ZB| Planbureau en Bibliotheek in Zeeland kunt u terecht voor wetenschappelijke informatie. Naast een uitgebreide collectie gedrukte tijdschriften en boeken biedt ZB toegang tot een digitale Bibliotheek met verschillende databanken die u in een aantal gevallen ook thuis kunt raadplegen.

Cees de Blaaij, vakreferent

doaj

logo open access

springer open access publishing

Zie verder:

  • Open Access boeken: OAPEN (ca. 1000 titels)

 

 

Twee bijzondere Zeeuwse aanwinsten

11 augustus 2016

In een tijd van krimpende budgetten, zijn schenkingen van weldoeners onontbeerlijk om de bijzondere collecties op peil te houden. Dat geldt niet alleen voor de restauratie van kwetsbare materialen, maar ook voor de verrijking van het bezit. Onlangs konden wij, dank zij de gulheid van een ons bevriend echtpaar, weer een tweetal waardevolle historische boekbanden toevoegen.

Middelburgse boekbinders

De achttiende eeuw vormde het hoogtepunt van de boekbinderskunst in Middelburg. Er zijn verschillende binderijen aan te wijzen, met ieder haar eigen stijlkenmerken. Aan de hand van bewaard gebleven exemplaren hebben die achteraf een naam gekregen. In de meeste gevallen is niet met zekerheid te zeggen wat de echte naam van de binder was. Het overgrote deel van de sierbanden is niet in Zeeland gebleven. Vele zijn via de verzameling van prins Willem V in de collectie van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag terecht gekomen.

Rode voorzijde boek met letters C.V.D.P.

Band gemaakt door een Middelburgse boekbinder, in opdracht van Hendrik Souvrijn voor Catharina van der Plassche (C.V.D.P.), 1765
Gefotografeerd door Ester van Dooren

Bloemenrolbinderij
De binders en de boekverkopers zaten in hetzelfde gilde. Zo was er een binderij die later de naam Bloemenrolbinderij gekregen heeft, en die van ca. 1765 tot 1780 gefunctioneerd heeft. Vermoedelijk werden deze banden in opdracht van de uitgevers Pieter Gillissen en Isaac de Winter gemaakt. Alle exemplaren hebben hun weg buiten de provincie gevonden.

Terug in Zeeland
Alle exemplaren? Nee, er is er een die kort geleden na eeuwen naar Middelburg terugkeerde. Hij werd in veilinghuis Bubb Kuyper te Haarlem aangeboden, en kon dank zij de hulp van onze weldoeners aangekocht worden. Er waren serieuze tegenbieders, maar we hebben het voor een redelijke prijs kunnen bemachtigen. De band is van rood marokijn (korrelig geiteleer) gemaakt met gouden opdruk. Markant is, vanzelfsprekend, de bloemenrol. Op het voorplat zijn de letters C.V.D.P. gestempeld. Die verwijzen naar de inhoud.

C.V.D.P.
Die heeft betrekking op de opdrachtgever van de band. Dat was de doopsgezinde heer Hendrik Souvrijn, die in 1759 van Amsterdam naar Middelburg verhuisd was. Hij trouwde met Susanna van Kraeymers, mogelijk een dochter van de ontvanger van kerke- en armegoederen in de doopsgezinde gemeente te Aardenburg. Zij was klaarblijkelijk eerder getrouwd met een Van der Plassche, van wie zij een dochter Catharina had. Souvrijn raakte zodanig gesteld op zijn stiefdochter, dat hij op haar dertiende verjaardag, op 20 december 1765, handmatig een gedicht voor haar opschreef. Hij liet dat bij de Bloemenrolbinderij in een luxe band vatten. De letters op het omslag zijn de initialen van Catharina van der Plassche.

Verjaardagsgedicht
Twee maanden daarvoor, in oktober 1765, had Souvrijn voor de verjaardag van zijn echtgenote ook al een gedicht geschreven. Dat zit als losse bijlage bij de prachtband, maar is zelf in een eenvoudig brokaat papieren omslag gestoken.

Gedicht 25-jarig huwelijk
Tot het kavel behoort ook een handgeschreven gedicht uit 1797, ter gelegenheid van het 25-jarig huwelijk van de zelfde Catharina met Hendrik Winkelman, uit de doopsgezinde gemeente van Vlissingen. Daar zit helemaal geen omslag omheen, maar ontleent zijn betekenis natuurlijk als toevoeging aan de prachtband voor Catharina’s dertiende verjaardag.

Psalmen uitgave

Van Hendrik Souvrijn en zijn vrouw Susanna weten we verder, dat ze rond 1780 samen alle 150 getoonzette psalmen van David opnieuw bewerkt hebben. Dat is in drukvorm uitgegeven, waarschijnlijk ten gebruike van de Doopsgezinde Broederschap, en is uiterst zeldzaam. De ZB bezit helaas geen exemplaar.

Souvrijn
We hebben wel een ander handschrift van Souvrijn, namelijk een gelegenheidsgedicht voor het huwelijk van David van Visvliet en Susanna Elisabeth Sluijmer te Middelburg in 1777. We kunnen aannemen dat hij oog had voor dichtkunst en (kerk)muziek.

Voorzijde band Kinderpligt en zinnebeelden, gemaakt in opdracht van het armweeshuis van Middelburg. Het stempel van het armweeshuys is duidelijk zichtbaar.

Voorzijde band Kinderpligt en zinnebeelden, gemaakt in opdracht van het armweeshuis van Middelburg.
Gefotografeerd door Ester van Dooren
.

Band armweeshuis
Op de zelfde veiling, en dank zij de zelfde gulle gevers, kregen wij nog een andere en kleinere band in handen, waarvoor geen tegenbieders waren. Zodoende bleef het bij een betrekkelijk laag bedrag. Het is een kleine leren band, ook met goudopdruk, vervaardigd in opdracht van het armweeshuis van Middelburg. Het is het derde exemplaar in onze collectie. Bij het eerste aanwezige exemplaar ontbreekt de opdracht, bij het tweede het hele voorplat, maar dit is geheel compleet. Het bevat het opvoedkundige dichtwerk “Kinder-pligt en zinnebeelden” door Johannes Hazeu Corneliszoon. De band werd in 1790 uitgereikt aan Jacobus de Roover, die waarschijnlijk in 1799 of 1800 op 22-jarige leeftijd overleden is. Voor een armweeshuis ziet de band er als extreem luxe uit. Latere prijsbanden uit de 19e eeuw zijn van veel eenvoudiger materiaal gemaakt.

Band gemaakt in opdracht van het armweeshuis Middelburg. Hij bevat: Kinderpligt en zinnebeelden / Johannes Hazeu Corneliszoon.

Band gemaakt in opdracht van het armweeshuis Middelburg. Hij bevat: Kinderpligt en zinnebeelden / Johannes Hazeu Corneliszoon.
Gefotografeerd door Ester van Dooren

Schatkamervitrine
Beide banden zijn de komende maanden te bezichtigen in de schatkamervitrine ‘Recente aanwinsten bijzondere collecties’ op de eerste verdieping van ZB, naast het inlichtingenbureau.

Wijze van schenken
Weldoeners kunnen hun gift op diverse manieren voldoen, maar de schenkers van deze banden hebben de volgende werkwijze gekozen. De ZB heeft bij de veiling het bedrag voorgeschoten. De schenkers hebben de exemplaren later persoonlijk aan de directeur overhandigd. Daarbij hebben ze een overeenkomst ‘periodieke gift in natura’ ondertekend, ook al wordt de gift financieel vertaald. Deze is te downloaden van de website van de Belastingdienst. De overeenkomst houdt in, dat de gift uit vaste en gelijkmatige periodieke verstrekkingen bestaat, die een periode van vijf jaar beslaan. Zodoende wordt een vijfde van de gift in die periode ieder jaar in mindering gebracht voor de inkomstenbelasting. Een constructie die zowel voor de schenker als de ontvanger aantrekkelijk is.

Literatuur:
Goud en velijn : Middelburgse boekbanden van de 17de tot de 19de eeuw / inleiding Ronald Rijkse ; door Jan Storm van Leeuwen … [et al]. – Middelburg : Zeeuwse Katernen, 1992. – (Zeeuwse katernen : vol. 9)
Dutch decorated bookbinding in the eighteenth century : vol. IIb / by Jan Storm van Leeuwen. – t’Goy-Houten : HES & De Graaf, 2006

Marinus Bierens, conservator.