Auteur Archief

De kroniek van de familie Radaeus : mooiste aanwinst van 2013 voor de Zeeuwse Bibliotheek

maandag, 23 december 2013

Aan het einde van een turbulent jaar kijk ik met veel plezier terug naar de schenking van een uniek werk aan Zeeuwse Bibliotheek.

Het was midden in de zomer en de zon scheen uitbundig toen het boek, of moet ik zeggen het manuscript, gerestaureerd en in een beschermende zuurvrije omslag aan de directeur van de bibliotheek werd aangeboden. De aanwinst betrof een zeventiende-eeuws aantekeningenboek van de familie Radaeus. Het was eerder geveild bij het Zeeuws Veilinghuis in Middelburg. De aanwinst voor de collectie werd gefinancierd door anonieme schenkers, die het manuscript lieten restaureren door Boekrestauratie-Marijn de Valk.

Het Radaeus-manuscript in een zuurvrije doos. Manuscript Johannes Radaeus.

Het Radaeus-manuscript in een zuurvrije doos

Johannes Radaeus
Het manuscript is afkomstig van Johannes Radaeus (1638-1712). In de tweede helft van de zeventiende eeuw pakt Radaeus perkament en papier en schrijft alles op wat hij weet over zijn familie. Hij begint met het huwelijk van zijn ouders in 1633 in Goedereede. Vanaf die tijd houdt hij bij wat er in zijn eigen leven en dat van zijn familie gebeurt. Hij registreert namen, plaatsen, geboorte- en sterfdata, begraafplaatsen en het beroep van de familieleden.

Uit de aantekeningen blijkt dat Johannes in 1658 begint aan zijn eerste baan als klerk bij de Zeeuwse Admiraliteit en woont in Middelburg. Het is de start van een grote carrière. Hij trouwt in 1661 met de Thoolse Adriana Rolle *) en na haar dood hertrouwt hij in 1669 met Anna Wilhelmii uit Middelburg.

Opengeslagen en beschreven pagina’s uit het manuscript familie Radaeus

Opengeslagen en beschreven pagina’s uit het manuscript

Zeeuwse geschiedenis
Radaeus noteert opmerkelijke zaken, zoals de blijdschap van de mennonieten in Ouddorp bij het overlijden van zijn vader, die daar predikant was. Hij vult regelmatig de lijst met de opsomming van al zijn functies aan en beschrijft de opleidingen van zijn zonen. Het wordt duidelijk dat bepaalde bestuurlijke functies binnen de familie blijven. Ze worden van vader op zoon of van broer op broer overgenomen. De familie Radaeus wordt steeds belangrijker binnen Zeeland en de banden met bekende Zeeuwse families Evertse, Boddaert, Macaré en De Cliever, enzovoorts worden nauwer. Uit het boek van M. van der Bijl, Idee en Interest (Groningen, 1981) blijkt dat de familie Radaeus in de periode 1650-1750 opklimt tot een invloedrijke familie.

Na de dood van Johannes worden de aantekeningen aangevuld door zijn zonen. Zij noteren vooral genealogische gegevens. De laatste aantekening stamt uit 1754 en is van Maria Gerlag, de weduwe van David Radaeus (1690-1741), schepen van Middelburg. Maria vermeldt het overlijden van haar tweede echtgenoot Daniel Beukelaer.

Van manuscript naar boek-manuscript
Rond het jaar 1700 of misschien wel bij het overlijden van Johannes Radaeus in 1712 heeft iemand uit de familie een prachtige band om het schrift laten maken en de bladzijden op maat laten snijden. De band getuigd van rijkdom door de bijzondere goudstempeling op de voor- en achterkant van de band. Het lijkt daardoor een boekband. Vooral het maken van de lintpatronen vereist vakmanschap. De boekband moet vervaardigd zijn bij een Middelburgse drukker c.q. boekbinder. Het is een prachtig voorbeeld van de typische Middelburgse waaierband: uniek binnen Nederland. Het opschrift op de voorkant luidt: “Geslagt rekening van Johannes Radaeus, anno 1638”. Aan de achterkant staan de namen van zijn vrouwen met het jaartal 1648, het geboortejaar van Anna Wilhelmii.

Detail van de goudstempeling aantekeningenboek familie Radaeus

Detail van de goudstempeling

Top aanwinst 2013
Naast de bijzonderheden die in de aantekeningen te vinden zijn, is zeker de buitenkant van het werk zeer interessant.

Met het standaardwerk Dutch decorated bookbinding in the eighteenth century (Den Haag, 2006) van Jan Storm van Leeuwen in de hand kan de Radaeus-boekband niet alleen gedateerd worden, maar is ook te ontdekken welke boekbinderij in Middelburg de band gemaakt moet hebben.

De luxe band kan door de grote hoeveelheid van motieven vergeleken worden met andere boekbanden in de collectie van de Zeeuwse Bibliotheek die uit de dezelfde tijd stammen, zoals een prachtband van de Zeeuwse Admiraliteit. Het detailonderzoek moet nog beginnen. Welke overeenkomsten zijn er in de vorm en het gebruik van de stempels? Dat betekent dat het medaillon, de verschillende bloemmotieven, het vogeltje, het mannetje en het vrouwtje, de hoekversieringen en de opgetreden slijtages in het gereedschap waarmee de motieven in de boekband werden gedrukt nauwkeurig bekeken moeten worden.

Boekband van de Zeeuwse Admiraliteit (ZB, 1074 B 11)

Boekband van de Zeeuwse Admiraliteit (ZB, 1074 B 11)

Dankzij de sponsoren blijft dit historisch belangrijke boek-manuscript in Zeeland bewaard en is het in een openbare collectie terecht gekomen. Iedereen die geïnteresseerd is of nader onderzoek wil doen kan het komen bekijken in de Zeeuwse Bibliotheek.

Liesbeth van der Geest,
conservator bijzondere collecties Zeeuwse Bibliotheek.

*) In de collectie van de Universiteitsbibliotheek van Leiden zijn twee gelegenheidsgedichten te vinden over het huwelijk van Johannes Radaeus en Adriana Rolle: “Brvlofts-koets voor monsr. Johannes Radaeus, en juffrouw Adriana Rolle, verheerlijct doe sy t’samen in trouw vergaderden binnen Tholen, op den xxxj. van Oughst-maent, MDCLXI”, ondertekend door Boudery en “Bruylofts-rym, ter eeren den […] bruydegom sr. Joannes Radaeus, en […] juffr. Adriana Rolle. Te samen vereenigt door den bant der houwelijcx, binnen Tholen, op den 31 augustus. Anno 1661”, ondertekend door D.R. Beide gedichten zijn in Middelburg gedrukt voor Jacobus Noenaert. In de landelijke bibliotheek-catalogus Picarta zijn meerdere publicaties te vinden van leden van de familie Radaeus en de vraag duikt op of er een link is met de Friese familie Radaeus?

Herman Koch en zijn nieuwe roman: “Graauw is op een goede manier ver weg”

vrijdag, 20 december 2013

Met zijn zesde roman Het Diner uit 2009 heeft Herman Koch een ware bestseller te pakken. Het boek van de auteur, die de meesten van ons toch kennen van zijn bijdragen aan Jiskefet, won de NS Publieksprijs, is in meer dan dertig landen uitgegeven en daarmee één van de succesvolste Nederlandse romans aller tijden. Inmiddels is er een nieuwe roman “Geachte heer M” in de maak die zich deels zal afspelen in Zeeuws Vlaanderen, waar Koch grotendeels zijn vrije tijd spendeert. Dit alles vertelt hij 17 december in helaas nauwelijks gevulde aula van de Zeeuwse bibliotheek in een door SLAZ georganiseerd vraaggesprek.

Het diner / Herman Koch

Al tijdens de aankondiging krijg ik het gevoel in een Jiskefet aflevering te zijn beland. Johan de Koning promoot in bijna archaïsche taal een evenement rondom het veilinghuis alsof het marmotten uit de dierenwinkel zijn en verbeeld ik me het of doet hij extra zijn best met zijn sonore stem de lijzige dierenverkoper (http://www.youtube.com/watch?v=nOYCCRffnbM) na te bootsen? Rolf Bosboom, journalist Kunst & Cultuur bij de PZC, neemt het roer na de inleiding over en start het interview met een voor de hand liggende vraag over Kochs jeugd in Zeeuws Vlaanderen, althans, de vakanties die hij daar doorbracht met name in de buurt van Retranchement. Koch beschrijft zijn groeiende genegenheid voor het Zeeuws Vlaamse landschap en leven en verteld het geboeide publiek dat de aantrekkingskracht nog volop aanwezig is, al huist hij tegenwoordig in een dijkhuis in Graauw.” Ver van Amsterdam, maar op een goeie manier ver weg. Niemand komt vanuit de randstad namelijk op het idee hem in Graauw op te zoeken tijdens zijn vakantie en/of schrijfmomenten”. En dat bevalt Koch eigenlijk wel.

Als kind had Koch al de ambitie om schrijver te worden, dat wil zeggen, hij was zeer bedreven in het verzinnen van fantastische verhalen. Toch legt hij zich in eerste instantie toe op televisiewerk. Jarenlang zien we Herman Koch als achtereenvolgens Tampert, Jos, en Kerstens en we lachen ons een bult alvorens we kennismaken met Koch als romanschrijver en in het bijzonder het Diner. Toch heeft Koch achter de coulissen van de VRPO ook naarstig boeken geschreven, zoals bijvoorbeeld Red ons Maria Montanelli (1989), alleen kreeg dit boek destijds veel minder media-aandacht. Hoe dat komt? Koch kan het niet precies verklaren, wel weet hij dat het Diner niet per se zijn beste boek is ondanks het feit dat het de bestsellerlijst van de New York Times heeft gehaald en inmiddels in 33 talen vertaald is. Zelfs in de Ethiopische boekhandel ligt het Diner in moedertaal in de schappen. Ook zijn overige oeuvre , onder andere Zomerhuis met Zwembad (2011) krijgt over de grens volop aandacht en wordt aan de lopende band vertaald.

Op de vraag van Bosboom wat de grootste succesfactor van het Diner is, antwoordt Koch dat het boek een mondiaal onderwerp betreft. “Het verhaal handelt over een universele angst over wat je kind uitvoert als jij als ouder niet in de buurt bent. Dat is de zenuw die in het boek zit”. Een nadeel aan het bestsellerschap is er ook. Volgens Koch is het grote publiek namelijk van mening dat elke auteur van een succesvol boek bij voorbaat een knieval heeft gemaakt naar het grote publiek. En dat betekent dat er getwijfeld wordt aan het literaire gehalte: “als een boek niet onleesbaar is, is het waarschijnlijk ook geen literatuur.”

Bemoeienis met de Nederlandse verfilming van het Diner (Menno Meyjes, 2013) heeft Koch nagenoeg niet gehad. Behalve dan misschien een lichte sturing wat de cast betreft (“geen Paul de Leeuw, zelfs niet als ober!”). Inmiddels is er een internationale remake in ontwikkeling waarin niemand minder dan Cate Blanchett de regisseur is. Koch blijft er vrij onbewogen onder. Hij bezoekt de première en verder gelooft hij het wel. Dat zijn roman in elke willekeurige boekhandel in Buenos Aires te koop is, vindt hij een stuk indrukwekkender, zegt hij.

Of het zijn nieuwste roman :” Geachte heer M” (mei 2014) ook zo zal vergaan, is de vraag want volgens Koch wordt met dit boek, dat zich dus gedeeltelijk in Zeeuws Vlaanderen afspeelt, een nieuwe weg ingeslagen. Het klassieke gezinsleven, in zijn vorige romans nadrukkelijk aanwezig, heeft hij achterwege gelaten en bovendien wordt de eeuwige (enigszins onsympathieke) ik-persoon grotendeels vervangen door verschillende personages in de derde persoon enkelvoud. Bij wijze van voorproeve en omdat het tenslotte ook een literaire avond betreft, leest de auteur een kort fragment uit zijn nieuwe werk.

Vroeg of laat herkent het publiek zichzelf in zijn verhalen. Van tijd tot tijd melden aanvankelijk argeloze lezers zich met de vraag of hij wellicht aan hen dacht bij het creëren van zijn personages. Zoals ook wij als lezerspubliek tijdens het slotcitaat van Koch. Daarin mijmert een schrijver op leeftijd over het publiek in de zaal waarvoor hij na afloop tot vervelens toe boeken moet signeren en verfoeit hij de bibliothecaresse die hem straks gaat uitnodigen voor een borrel na afloop in het buurtcafé, waar hij vooral verhalen zal moeten aanhoren over de wilde avonturen van zijn collega-schrijvers in datzelfde etablissement. Hij gruwt bij de gedachte. Herkenning of niet, de signeerrij na afloop van de lezing is verdacht kort.

Janette Zuydweg
Vakreferent Zeeuwse Bibliotheek

Uitreiking Max Velthuijsprijs 2013 aan Wim Hofman

vrijdag, 20 september 2013

Op donderdag 19 september, werd in het Letterkundig Museum in Den Haag de Max Velthuijsprijs uitgereikt aan Wim Hofman. Collega Anke en ondergetekende waren erbij.

Max Velthuijsprijs 2013 voor Wim Hofman

Max Velthuijsprijs 2013 voor Wim Hofman

Het was gezellig druk in de zaal waar de uitreiking plaatsvond. Natuurlijk waren Mance Post en Thé Tjong Khing (de eerdere prijswinnaars) aanwezig. Maar ook collega-schrijvers Rindert Kromhout, Ted van Lieshout en Joke van Leeuwen waren naar de residentie gekomen om de laureaat te feliciteren. Uiteraard zat er ook een flinke Zeeuwse delegatie in de zaal.

Na een korte inleiding las Joke van Leeuwen de laudatio (feestrede) voor. Dat had zij 22 jaar geleden ook gedaan. Toen ontving Hofman de Theo Thijssen-prijs. Daarna trad tapdanseres Marije Nie op. Vervolgens werd het juryrapport voorgelezen, en sprak Wim een dankwoord uit.

Open boek van Wim Hofman

Boek van Wim Hofman

In zowel de feestrede als in het juryrapport werden de fantasierijke geest, de herkenbare eigen stijl de beeldenrijkdom, en het vermogen van Hofman om de verbeelding van kinderen en volwassenen te prikkelen geprezen.

Expositie

Ben je benieuwd naar het werk van Wim Hofman in de Zeeuwse Bibliotheek? In het Zeeland Paviljoen op de eerste verdieping is een boekentafel ingericht met werk van Wim Hofman. Hier zijn ook schilderijen van zijn hand te zien uit het leerleesboekje De Stad. Tekeningen uit het boek Suusje Olipietz zijn te bekijken in het souterrain, aan de wand van het Mediacentrum.

Henk Kosters

Sectie Jeugd en Jongeren

Apprenez vos langues!

donderdag, 18 juli 2013
Materialen in vreemde talen

Materialen in vreemde talen

Als u het bovenstaande begrijpt, zal het onderstaande uw kennis hopelijk nog  helpen te verdiepen. Als u het niet begrijpt, kunt u hieronder misschien een drijfveer vinden om het alsnog te willen begrijpen.

De actuele collectie van de Zeeuwse Bibliotheek is vanouds heel sterk op het gebied van buitenlandse taal- en letterkunde. We zijn hierin de absolute topper onder de Plus-bibliotheken (grote openbare bibliotheken met een wetenschappelijke steunfunctie). En ook voor menige universiteitsbibliotheek doen we niet onder. Veel titels die wij bezitten, zijn zeldzaam of zelfs uniek in Nederland. Via nationale catalogi zoals Picarta of de Aquabrowser komt onze collectie via het interbibliothecair leenverkeer aan het hele land ten goede.

Er is een onderscheid tussen primaire en secundaire literatuur. Primaire literatuur zijn de literaire producten zelf, zoals romans, gedichten, toneelstukken, maar ook volksverhalen. Secundaire literatuur beschrijft de bestaande literatuur in de vorm van commentaren, levensbeschrijvingen van schrijvers, of besprekingen van de sociale positie van een taal. Hierbij hoort ook de taalkunde, namelijk de grammatica, woordenboeken en natuurlijk taalcursussen.

Bij niet-Nederlandse letterkunde denken we gauw aan het traditionele rijtje van Frans, Duits en Engels. Dat zijn de talen die nog altijd op vrijwel alle middelbare scholen onderwezen worden. In onze bibliotheek staat vrijwel alle primaire en secundaire literatuur op de eerste verdieping, met uitzondering van de Engelse romans, die op de begane grond te vinden zijn. Aan het begin van de romancollecties van de afzonderlijke talen, dus nog voor de letter A, staan de luisterboeken. Voorgelezen gedichten of geluidsopnames van toneelstukken staan tussen de boeken van de betreffende SISO-rubrieken.

Hoe gaan we nu de diepte in met het verzamelen van materiaal in en over vreemde talen? Een deel wordt aangeboden via de aanschafinformatie van de Nederlandse BibliotheekDienst Biblion. De titels die voor het gangbare openbaar bibliotheekwerk in aanmerking komen, worden op deze manier aangeschaft. Ik als vakreferent kijk welke titels van een zodanig belang zijn dat ze voor altijd bewaard moeten worden, en bepaal mijn keuze uit dit aanbod. Maar dan blijft er nog een groot gedeelte over waarnaar ik zelf op zoek moet.

Ik krijg een aantal buitenlandse literaire tijdschriften op mijn bureau die ik doorneem op belangrijke schrijvers. Van Nobelprijswinnaars moet je eigenlijk alles in huis hebben, voor zover mogelijk. Maar er is meer. Neem bijvoorbeeld Frans. Dat is de taal van Frankrijk, en we denken vooral aan schrijvers uit dat land. Maar er bestaat ook Franstalige literatuur in Zwitserland, Canada, het Caribisch gebied, Franstalige landen in Afrika, en zelfs in Polynesië. Het is ongelofelijk hoezeer de Franstalige literatuur uit ons buurland België in Nederland vrijwel onbekend is.

Via internet speur ik naar literaire prijzen, uitgeverscatalogi en nieuwsberichten. Negen van de tien keer ben ik de eerste in Nederland die een dergelijke titel bestelt. Op onze Vubis-catalogus geven ik en de medewerkers van de sectie catalogiseren aan, uit welk land een literair werk afkomstig is, bijvoorbeeld door de toevoeging “Duits-Zwitsers”, “Engels-Amerikaans” of “Frans-Polynesisch”. Het zal u wellicht verbazen dat er ook “Duits-Belgisch” bestaat, namelijk literatuur uit de Oostkantons rond Eupen en Sankt Vith.

Al vele jaren zijn we ook behoorlijk sterk op het gebied van Spaanse letterkunde. Een taal in opkomst, als je nagaat dat die ook al op veel middelbare scholen gegeven wordt. Maar ook veel Italiaanse en Portugese literaire werken hebben we in de grondtaal: de oudere natuurlijk in het magazijn, de nieuwere in de open opstelling. Klassieke letterkunde (Grieks en Latijn) vormt een apart aandachtspunt. De waardevolste uitgaven zijn die waar op de ene pagina de grondtaal staat en op de pagina daartegenover de vertaling in een moderne taal. Wat ik helaas niet kan doen, is het aanschaffen van romans in originele Scandinavische of Oost-Europese talen. Daarvan is geen wezenlijke collectie aanwezig, dus zal ik die met de beperkte middelen die ik tot mijn beschikking heb, ook niet aanvullen. Ik ga ervan uit dat deze literatuur in voldoende mate in vertaling binnenkomt.

Nu ik me goed in de buitenlandse literatuur verdiept heb, en ook veel in het buitenland kom, kan ik het niet nalaten om boekhandels binnen te lopen en te kijken wat ze aanprijzen. En ik ga er zelden weer uit zonder een aankoop voor de bibliotheek gedaan te hebben. Het is ronduit fantastisch om in die boekenpaleizen in Duitsland de actuele titels langs te lopen, om in Rome naar luisterboeken te zoeken, en om in Porto te speuren of ze ook werken van Braziliaanse schrijvers hebben. Een of twee maal per jaar ga ik naar Brussel, waar er aan één straat achter het Berlaymontgebouw een Spaanse, een Portugese en een Italiaanse boekhandel gevestigd zijn.

“Je bent een mens, wanneer je in staat bent een taal te spreken. Maar als je er twee beheerst, tel je voor twee mensen”. Zo ongeveer luidt een zegswijze uit het Midden-Oosten die ik daar regelmatig gehoord heb. Nu heb ik toevallig aanleg voor talen, en een ander zou dat minder kunnen hebben. Maar jezelf te verrijken door een andere taal goed te leren, kan ik alleen maar aanbevelen. Volstaan met Steenkolenengels is aardig, maar er is zoveel meer te vinden. Ten eerste bij het Engels zelf: wist u bijvoorbeeld dat Nieuw-Zeeland een sterke literaire traditie heeft? En als u met wat wilskracht en doorzettingsvermogen uw kennis van een romaanse taal verbreedt, biedt de collectie van de Zeeuwse Bibliotheek op alle niveaus voldoende ondersteunend materiaal. Dan bent u in staat boeken te lezen, die ooit in Hannover, Aosta of Coimbra op een plank gelegen hebben.

Marinus Bierens

Vakreferent niet-Nederlandse letterkunde

Tip: bij het lezen van een boek in een vreemde taal, geniet u dubbel als u dan ook het bijbehorende luisterboek opzet!

graham swift

Graham Swift, Last orders

Henrik van Osch, Pieter Cornelis Boutens en Jan Villée

donderdag, 11 juli 2013

Zomaar drie namen? Wat hebben Henrik van Osch (1759-1805), P.C. Boutens (1870-1943) en Jan Villée (1921-2003) met elkaar gemeen? Eigenlijk helemaal niets, behalve dat ze alle drie Middelburgers waren en dat er recent over hen interessante artikelen zijn gepubliceerd. Het betreft drie onderzoeken waarbij gebruik is gemaakt van de bijzondere collecties van de Zeeuwse Bibliotheek

Henrik van Osch

De eerste, Henrik van Osch, was drukker, uitgever en boekverkoper in Middelburg. Thera Folmer-von Oven en Jan Storm van Leeuwen schrijven in het Jaarboek van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen (2012) over een bijzonder object in de Liberna-collectie van het Draiflessen Museum in Mettingen (D). Het object bestaat uit twee doosjes van verschillend formaat met in elk een miniatuur drukwerkje. Ze hebben dezelfde titel Mengelpoëzij en proeve. Alles is gemaakt door Henrik van Osch. Het kleine doosje zit vast aan een grotere schuifdoos en lijkt daardoor op de buidel van een kangoeroe. De schrijvers introduceren dan ook een nieuwe term: de kangoeroedoos.

Het object blijkt een meesterproef te zijn voor het Middelburgse gilde. Van Osch liet daarmee zien hoe deskundig hij was. Niet alleen de vormgeving is prachtig, maar ook het drukken van het woordlabyrint in het grotere boekje vereist vakmanschap.

De schrijvers van het artikel raadpleegden de collectie van de Zeeuwse Bibliotheek voor hun onderzoek naar de miniatuur drukwerken en de capaciteiten van Henrik van Osch. Uit het niet zo lang geleden aangekochte werk Privilegie van ’t gilde der Boeck-druckers, Boeck-verkoopers en Boeck-binders binnen Middelburgh in Zeelant (1674) blijkt dat het gebruikelijk was bij het boekdrukkersgilde om een ‘proeve’ te maken door het drukken van een miniatuurboekje. Twaalf Middelburgse proeven zijn bekend en negen daarvan bevinden zich in de collectie van de Zeeuwse Bibliotheek, waaronder een van Henrik van Osch. De onderzoekers concluderen dat Van Osch als 22–jarige met zijn twee bijzondere drukwerkjes in een kangoeroedoos aantoonde zeer kundig te zijn in het zetten, drukken, vormgeven en binden.

miniatuurboekjes

Miniatuurboekjes uit de collectie van de Zeeuwse Bibliotheek

Leestip:

Thera Folmer-von Oven en Jan Storm van Leeuwen, ‘Twee mini’s in een kangoeroedoos. Een Middelburgse meesterproef van Henrik van Osch’. In: Jaarboek van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen, Amsterdam 2013, p. 123-148.

P.C. Boutens

Marco Goud, dé kenner van het werk van dichter P.C. Boutens, schrijft over de bijzondere bewerking van Boutens van het Middelnederlandse verhaal Beatrijs.

P.C. Boutens was in het begin van de 20ste eeuw een bekend en gewaardeerd dichter. Zijn gedichten zijn niet altijd even makkelijk en toegankelijk. Opvallend is dat zijn bewerking van de Beatrijs dat juist wel is. De dichtbundel was populair en werd vele malen herdrukt. Zijn tekst is gebruikt door voordrachtskunstenaars en was een inspiratiebron voor muzikanten en illustratoren. Goud vergelijkt de tekst van Boutens met de oorspronkelijke tekst van de Beatrijs en bekijkt enkele fraaie uitgaven van het werk, zoals die van C.A.J. van Dishoeck (1908), Joh. Enschedé & Zonen (1908) en de Vereeniging Joan Blaeu (1921). Voor het onderzoek maakte hij gebruik van de Boutenscollectie van de Zeeuwse Bibliotheek.

Boutens was bibliofiel en vond de vormgeving van zijn boeken van groot belang. Hij liet altijd enkele luxe exemplaren maken voor vrienden en bekenden. En ook die uitgaven bevinden zich in de Boutenscollectie. Een prachtig werk is het luxe exemplaar van de Beatrijs van Van Dishoeck met een perkamenten band en met het bandontwerp van Rie Cramer, waarbij een meisje omhoog kijkt naar de sterrenhemel.

Beatrys

Foto van het exemplaar met de illustratie van Rie Cramer, 1908.

Leestip:

Marco Goud, ’Ik schreef haar uit op weinig blaên’ :  P.C. Boutens’ Beatrijs in verschillende gedaantes’.
In: Ton van Kalmthout, Orsolya Réthelyi en Remco Sleiderink, Beatrijs de wereld in. Vertalingen en bewerkingen van het Middelnederlandse verhaal, Gent 2013; Lage Landen studies, dl. 6, p. 237-262.

Jan Villée

De minst bekende van de drie is schilder, tekenaar en etaleur van Vroom & Dreesmann, Jan Villée.
Zijn naam is verbonden met een zeer opvallende cartografische legpuzzel van Walcheren, die waarschijnlijk heel veel mensen wel kennen.

Peter van der Krogt, hoofd van het historisch-kartografisch onderzoekscluster UEU-Explokart van de Universiteit van Utrecht, vond bij het opruimen van zijn zolder de Zeeuwse puzzel en is op onderzoek gegaan naar het verhaal achter de kaart. Zijn artikel is verschenen in Zeeland, het tijdschrift van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen  en in het tijdschrift Caert Thresoor.

De legpuzzel, uitgegeven door V&D, was vooral rond Sinterklaas 1945 zeer gewild. Menig kind kreeg de puzzel cadeau en is met de 500 stukjes uren zoet geweest. De puzzel toont een panoramakaart van Walcheren tijdens de inundatie in het najaar van 1944. Geen vrolijk onderwerp, maar Jan Villée maakte er een amusante kaart van. De Belgische kunstenaar Pol Dom kleurde de kaart in. Op de afbeelding is te zien dat er druk gewerkt wordt aan het herstel van de dijken. Walcheren is geheel overstroomd, alleen de stoomlocomotief kan nog doorrijden. Een man vist vanaf zijn dak en op kleine eilandjes in het water staat een Zeeuws meisje, een varken, een koe, een man op een trekker, een huis en kerktorens. De kaart is uitgegeven bij het dichten van de Nolledijk op 2 oktober 1945. Met zoekacties in de Krantenbank Zeeland is veel informatie gevonden en is ook de advertentie van de ‘Walcheren puzzle’ van V&D te lezen.

Legpuzzel Walcheren

Legpuzzel Walcheren, 1945.

De legpuzzel van Peter van der Krogt is niet meer compleet. In de collectie van de Zeeuwse Bibliotheek is wel een compleet exemplaar aanwezig, zelfs nog in de originele doos. De puzzel behoort tot de collectie ‘Varia’, een Zeeuwse collectie waarin nog meer ‘bijzondere’ objecten te vinden zijn zoals bouwplaten, postzegels, tramkaartjes en treinkaartjes.

Leestip:

P.C.J. van der Krogt, ‘Walcheren 1945. Een komische kaart van een overstroming’. In: Tijdschrift Zeeland, jrg 21(2012), nr. 3, p. 100-104 en in: Caert Thresoor, jrg 32 (2013), nr. 1, p. 20-21.

 

Liesbeth van der Geest,
conservator oude drukken en bijzondere collecties.

 

 

BoekStartochtend op de jeugdafdeling van de Zeeuwse Bibliotheek

vrijdag, 10 mei 2013

Baby- en Kindergebaren: communiceren met je kind als praten nog niet lukt
Op zaterdagochtend 13 april was onze BoekStartochtend gewijd aan het voorlezen ondersteund door gebaren. Docent babygebaren Bregje Koster van Baby- en kindergebaar toonde een groep BoekStartouders en hun baby’s hoe en welke gebaren gebruikt kunnen worden tijdens het voorlezen.

Kinderen vanaf een maand of 7 zijn al goed in staat om gebaren te onthouden en om ze te gebruiken. Praten kunnen kinderen van deze leeftijd nog niet, maar ze krijgen met het aanleren van enkele gebaren wel een manier om aan te geven wat ze willen. En ook hier weer: het allerbelangrijkst is het samen met je kindje bezig zijn. En dat het plezierig was bleek wel uit de lachende baby’s.

boekstartfoto
Voorlezen
Dat voorlezen goed is voor de taalontwikkeling voor je kind wisten we natuurlijk allang. Maar voorlezen aan baby’s? Zelfs nog voordat zij kunnen praten? Ook dat blijkt een gunstig effect op de taalontwikkeling van je kind te hebben. Wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat kinderen die als baby al zijn voorgelezen, later beter zijn in taal. Je kunt dus niet vroeg genoeg beginnen met voorlezen.

Boekstart
Om het voorlezen aan baby’s te promoten en te stimuleren hebben de openbare bibliotheken samen met Kunst van Lezen het leesbevorderingsprogramma BoekStart ontwikkeld.
Binnen BoekStart werken de deelnemende bibliotheken nauw samen met de gemeente en met andere partners zoals het consultatiebureau.Boekstart_3xPMS

Op de jeugdafdeling van de Zeeuwse Bibliotheek zijn we in november 2010 met BoekStart begonnen. Door middel van een brief van de gemeente met een waardebon voor een BoekStartkoffertje worden ouders gestimuleerd naar de bibliotheek te gaan en hun baby in te schrijven. Bij de overhandiging van het koffertje vertellen we in het kort wat over BoekStart, geven we wat informatie over de jeugdafdeling en vertellen we vooral ook hoe leuk en belangrijk voorlezen is.

Op onze jeugdafdeling hebben we een speciaal hoekje ingericht met allerlei soorten materialen voor baby’s zoals knisperboekjes, aanwijsboekjes, rijmpjescd’s en voelboekjes. We hebben er ook een plankje met praktische opvoedboeken voor de jonge ouders. Op de afdeling voor volwassenen staan nog veel meer boeken en tijdschriften over opvoeding. Dat BoekStart een groot succes is blijkt uit het groot aantal ingeschreven BoekStartbaby’s. Sinds de aanvang van het programma hebben we al zo’n 700 Baby’s mogen verwelkomen op onze jeugdafdeling.

Vies
Baby’s steken alles in hun mond. Dat hoort bij het leren ontdekken van de wereld om hen heen. Ze sabbelen dus ook op de BoekStartboekjes. De stoffen boekjes worden dan ook met regelmaat gewassen. Ouders mogen dit uiteraard ook zelf doen…

Een van de onderdelen van BoekStart is het organiseren van activiteiten voor ouders en baby’s. De afgelopen jaren hebben we onder andere in samenwerking met GGD Zeeland en het Consultatiebureau een bijeenkomst met een logopediste gehad. Zij vertelde onder andere over taalontwikkeling, wel of geen speentje, wel of niet duimen. Ook heeft Jet Boeke, de schrijfster van de bekende rode kater Dikkie Dik, een bezoek gebracht aan onze jeugdafdeling.

Onze collectie babyboekjes is mooi en fris, we hebben een prachtige jeugdafdeling en een enthousiast team. BoekStart is een programma dat ouders en baby’s op een vrolijke en ongedwongen manier in aanraking brengt met boeken en voorlezen. Waarschijnlijk gaan we op verzoek van enkele deelnemers aan de workshop babygebaren in de komende tijd nog een extra ouderavond organiseren over de theorie en de achtergrond van babygebaren. We houden je op de hoogte.

4beertjesensloganMarjon Mutsaers, jeugdafdeling

Links:
www.boekstart.nl
www.babygebaar.nl

Deltaprogramma 2013: Kansen voor Zeeland?

woensdag, 27 februari 2013

Donderdagavond 21 februari 2013 was Mevrouw ir. Martie van Essen te gast bij Studium Generale Zeeland. Zij is directeur Deltaprogramma Zuidwestelijke Delta. In de aula van de Zeeuwse Bibliotheek sprak zij over het Deltaprogramma 2013.
Prikkelend was de belofte dat hierbij ingegaan werd op de kansen voor Zeeland.

Logo Studium Generale

Deltaprogramma 2013

Het Deltaprogramma 2013 blijkt nog geen concrete maatregelen te bevatten, maar vormt een fase in de totstandkoming van een nieuw Deltaplan. Doel van dit plan is waarborgen van veiligheid in combinatie met een goede zoetwatervoorziening in de periode 2050-2100. Vervolgstappen in het Deltaprogramma zijn voorstellen voor Deltabeslissingen (2014) die zullen leiden tot uitvoering van maatregelen (vanaf 2015) voor een nieuwe generatie Deltawerken. Onder voorwaarde dat de voorstellen worden goedgekeurd door het kabinet en  de Tweede Kamer.

Zeeland

Water-economie

Zeeland onderscheidt zich met zijn watergebonden economie van de rest van Nederland. Eén blik op de kaart van Zeeland laat al zien dat in dit vastgegroeide eilandenrijk het land en het water onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Tenminste 45% van de economische sector in Zeeland blijkt ook waterafhankelijk te zijn.

Zeeuwse problematiek

Naar verwachting zullen de waterstanden langs de kust en in de Oosterschelde en Westerschelde tot 2100 met maximaal 85 cm stijgen. De huidige Deltawerken bieden dan onvoldoende bescherming. De Oosterscheldekering bijvoorbeeld kan hooguit een zeespiegelstijging van 50 cm aan.

Ook de zoetwatervoorziening in Zeeland loopt gevaar. Dat heeft te maken met toenemende verzilting. Zout grondwater (zoute kwel) stijgt naar de oppervlakte. In bepaalde delen van Zeeland treedt al verzilting op, wat funest is voor de landbouw.

Verzilting ontstaat enerzijds door de zeespiegelstijging in combinatie met bodemdaling, anderzijds door afname van zoetwateraanvoer door de rivieren. Ook door drinkwaterwinning en irrigatie wordt de zoetwatervoorraad kleiner.

publiek lezing deltaprogramma

Innovatieve oplossingen

Om deze problemen het hoofd te bieden streeft het Deltaprogramma naar innovatieve oplossingen. “Building with nature” is daarbij het motto.

In plaats van dijken op te hogen, kan men bijvoorbeeld gebruikmaken van zand. De zandmotor voor de Zuid-Hollandse kust is daarvan een mooi voorbeeld. De motor bestaat uit een opgespoten schiereiland voor de Zuid-Hollandse kust, dat geleidelijk aan in zee ‘oplost’. Het zand van de zandmotor verspreidt zich, door wind en stroming, langs de kust, waardoor deze 20 jaar hoogwaterbestendig blijft.

Zeeland biedt mogelijkheden voor het kleinere broertje van de zandmotor, de zandbrommer. Bijvoorbeeld in de vorm van een opgespoten zandbank bij de Oesterdam, om de zandhonger van de Oosterschelde te stillen.

Oplossingen voor het zoetwaterprobleem zijn bijvoorbeeld:

  • peilgestuurde drainage,
  • gesloten watersystemen voor bedrijven en
  • zoetwaterbekkens die onderling verbonden kunnen worden.

Paneldiscussie

De vraag is welke oplossingen, op welke manier bruikbaar zijn voor Zeeland. Hierover werd onder leiding van Nico Out (Scoop) gediscussieerd tussen het publiek en een panel. Het panel bestond uit:

  • Martie van Essen, (directeur Deltaprogramma Zuidwestelijke Delta)
  • Hans van den Boom (Boom Communicatie),
  • Margot Tempelman (Kenniscentrum Kusttoerisme),
  • Dick Fundter (lector veiligheid Hogeschool Zeeland) en
  • John van Wallenburg (Maatschap Goede Raad is Duurzaam).

Martievan Essen, directeur Deltaprogramma Zuidwestelijke Delta

Inspraak

Actief betrekken van burgers en ondernemers voorafgaand aan de uitvoering van bijvoorbeeld dijkversterkingen wordt cruciaal bevonden. Het projectbureau Zeeweringen organiseert bijvoorbeeld informatieavonden, waarbij omwonenden en bedrijven in de omgeving hun wensen kenbaar kunnen maken. Dit kan leiden tot afspraken voor aanleg van fietspaden langs dijken en mogelijkheden voor recreatievoorzieningen, bijvoorbeeld dijkpaviljoens. Geconstateerd wordt dat er bij Rijkswaterstaat en de waterschappen voldoende bereidheid is om samen met burgers, boeren en ondernemers te komen tot een (her)inrichting van het landschap. Zo vindt bij Cadzand-Bad versterking van strekdammen plaats in combinatie met aanleg van een jachthaven aan zee.

Naast werken aan veiligheid blijft het ook van belang om burgers bewust te maken van overstromingsrisico’s. Veiligheid kan immers nooit 100% gegarandeerd worden.

Tijd voor iets nieuws

De Oosterscheldekering is van internationale allure, maar inmiddels ruim 26 jaar oud. Het wordt in Zeeland tijd voor een nieuw, baanbrekend, liefst exporteerbaar, product. Noodzakelijk hierbij is de bundeling van krachten, het oprichten van slimme allianties, waarbij specialistische bedrijven zich in Zeeland zullen gaan vestigen om ter plekke unieke producten te ontwikkelen. Innovatieve ideeën zijn er genoeg, zie bijvoorbeeld de inzendingen voor de Delta Water Award 2012. Het prijswinnende Balance Island beperkt de zoutindringing in het Haringvliet ten gevolge van het Kierbesluit. Ook de overige inzendingen hebben potentie. Bijvoorbeeld de KREEKteRUG, waarbij bij kreekruggen de zoetwaterafvoer beperkt wordt en Wind4Water, waarbij windmolens op een dam worden ingezet voor ontzilten van zeewater.

Anne-Marie van Houtert-Ponssen,
Vakreferent Techniek, Natuurwetenschappen en Geneeskunde

Masterclass bloggen Ernst-Jan Pfauth

donderdag, 29 november 2012

Op dinsdag 27 november 2012 was Ernst-Jan Pfauth te gast bij de Zeeuwse bibliotheken. Hij gaf een Masterclass bloggen in het kader van de Week van de Mediawijsheid in de Aula van de Zeeuwse Bibliotheek in Middelburg.

In deze 2 uur durende Masterclass gaf hij zijn visie op de toekomst van de journalistiek en zijn persoonlijke verhaal over vier jaar bloggen. Ernst-Jan is ervan overtuigd dat bloggen voor iedereen van nut kan zijn.

Voorafgaand aan de Masterclass organiseerden de Zeeuwse bibliotheken een blogwedstrijd: mijn stijl van leven. Pfauth maakte aan het einde van de masterclass de winnaar bekend: Simone Maas ging er met een iPad vandoor!

Deze Masterclass werd georganiseerd in het kader van de Week van de Mediawijsheid. Deze vond voor de derde keer plaats van 23 t/m 1 december 2012. Tijdens de Week van de Mediawijsheid kon iedereen in de Zeeuwse bibliotheken terecht met eenvoudige en praktische vragen over mediawijsheid en nieuwe media en werden er allerlei activiteiten georganiseerd.

De Bibliotheek Oosterschelde, Bibliotheek Vlissingen, Bibliotheek Zeeuws Vlaanderen en de Zeeuwse Bibliotheek organiseerden samen deze activiteit voor iedereen die meer wil bereiken met zijn of haar weblog.
De Masterclass Bloggen werd mede mogelijk gemaakt in samenwerking met SCOOP en dankzij een bijdrage van de Provincie Zeeland.

Andrea van Boven, webredacteur

In de mode: het Zeeuws knopje

zaterdag, 18 juni 2011

Zeeuws sieraad erg populair in de 21ste eeuw
Het is niet de astrantiaplant waarnaar de titel van dit stukje verwijst, maar de Zeeuwse knop als modern halssieraad, bakblik of tuinornament. Wat veroorzaakt nu de plotselinge populariteit van het oude sieraad? Waarom is de Zeeuwse knoop al een jaar lang in de mode? Ik weet het niet, maar ik vind deze mode ook erg leuk.

Over het ontstaan van het Zeeuws knoopje : van spinnetje tot braam tot Zeeuwse knop.
In de 18e eeuw droegen Walcherse mannen gouden knopen in het hemdboord. De doorluchtige of draadwerkse knopen hadden een enigszins ronde vorm. Op een frame van draadwerk waren zogenaamde spinnetjes gesoldeerd. In de loop van de tijd kregen de spinnetjes steeds meer poten. De keelknopen gingen meer lijken op een braam. Braamknopen droegen de  mensen tot 1875. Daarna is die mode uitgestorven. Na 1850 veranderden de braamknopen langzaam van vorm. De doppen zijn een grotere rol gaan spelen. Rond 1870 is het Zeeuws knoopje in de vorm ontstaan zoals wij het nu kennen.

Echt Zeeuws?
In de 19e eeuw werd het sieraad meestal in Dordrecht of Schoonhoven gemaakt. Helemaal niet exclusief voor de Zeeuwen, zoals de naam wel doet vermoeden. Op de Veluwe, in Urk en Staphorst werden de braamknopen ook gebruikt om het hemd te kunnen sluiten. Het grootste deel van de productie was echter wel voor de Zeeuwse markt.

Vrouwendracht
De Zeeuwse knoop raakte 120 jaar geleden bij de Walcherse vrouwen in de mode. Het knopje sierde de mutsspeld. Soms werden er 3 paar van verschillende grootte gedragen in de ondermuts. Het voorste paar is het kleinste. Dat werd direct achter de krullen in de gaatjes van het oorijzer gestoken. Het tweede en derde paar kwam daarachter. Die spelden bevestigde men alleen aan de muts.

Een begrip
De Walcherse mannen en vrouwen in klederdracht, droegen nu beiden het Zeeuwse knopje. Het werd een begrip. Rond 1915 kreeg de Zeeuwse knop haar naam. Ondanks het blijvend gebruik van de knoop bij andere klederdrachten.

Mode-artikel uit de streekdracht
Het doet me goed om een deel van de oude klederdracht te zien herleven. Er is niks muffigs aan het Zeeuws knoopje, het is helemaal hip. Dat geldt voor meer elementen uit de Zeeuwse klederdracht, bijvoorbeeld ook voor het schortenbont. De stof voor een werkschort is nu ook in een vrolijke, rode kleur te koop.

Fimoklei en bakblik
Je ziet veel kleurige Zeeuwse knopjes als halssieraad. Gemaakt van fimoklei.
Het Zeeuws knoopje is niet alleen als sieraad in de mode, maar bijvoorbeeld ook  als bakvorm. In een betonnen vorm kan het Zeeuws knopje de tuin sieren. En wat dacht u van een bonbon of gastenzeepje? Van mij mag de Zeeuwse knop lang in de mode blijven.

Zeeuwse knop

Meer informatie over de moderne Zeeuwse knoop:
Lilian de Bruijn heeft de knoop van fimoklei ontworpen.

Zeeuwse knoop als ornament in een trappenhal.

De bakvorm is ontworpen door Tinka Leene. Er is een aparte website over de taartvorm.

Op 7 juli 2010 heeft Omroep Zeeland een item over de populaire bakvorm.

Betsy de Jonge maakt boerenknopen van keramiek.

Silvia Wennekes heeft een Deel doosje gemaakt en Zeeuwse knoopjes gefotografeerd. Het betreft zowel het sieraad en als bloem.

De Zeeuwse knop als bonbon of zeepje.

Ook Berthi Smith-Sanders signaleert de Zeeuwse knoop op haar weblog. Het is leuk om de reacties te lezen.

Streekdracht
Bron geschiedenis sieraden:
Kostuum en sieraad in Zeeland / J. de Bree
Van de goudsmid : de historie en de ontwikkeling van Zeeuwse en andere streeksieraden / P.J. Minderhoud

Juwelier Minderhoud maakt ook trendy sieraden die geïnspireerd zijn op de Zeeuwse klederdracht. En hij verwerkt originele sieraden tot moderne sieraden.

Website zeeuwseankers.nl heeft ook artikelen over Zeeuwse streekdrachten.

In 2014 publiceert Trude de Reij een reeks teksten over de Zeeuwse knoop op dit weblog:
Over de geschiedenis van de Zeeuwse knoop of: hoe een knoopje kan rollen Deel 1
Over de geschiedenis van de Zeeuwse knoop of: hoe een knoopje kan rollen Deel 2
Over de geschiedenis van de Zeeuwse knoop of: hoe een knoopje kan rollen Deel 3
Over de geschiedenis van de Zeeuwse knoop of: hoe een knoopje kan rollen Deel 4
Over de geschiedenis van de Zeeuwse knoop of: hoe een knoopje kan rollen Deel 5
Over de geschiedenis van de Zeeuwse knoop of: hoe een knoopje kan rollen Deel 6
Over de geschiedenis van de Zeeuwse knoop of: hoe een knoopje kan rollen Deel 7

Andrea van Boven, Informatiespecialist

Over het Zeeuwskapje en een nieuw Zeeuws kostuum

woensdag, 28 april 2010
De vrouw in het midden draagt het nieuw Zeeuwse costuum Bron: Zierikzeesche nieuwsbode 27 oktober 1950

De vrouw in het midden draagt het nieuw Zeeuwse costuum Bron: Zierikzeesche nieuwsbode 27 oktober 1950

Zeeuwskapje
Ineens is het er, het Zeeuws kapje. Er wordt over getwitterd, het komt in de PZC, en de omroepen pakken het onderwerp op. Wat een prachtig ontwerp van Remco Texer en Liesbeth van Well. Met koninginnedag, de Giro en het WK voetbal in het verschiet is het een uitstekend moment om dit hoofddeksel op de markt te brengen.

Deze vrouw toont het Zeeuwskapje foto Mieke Meijer

Deze vrouw toont het Zeeuwskapje, foto Mieke Meijer

Impuls
Geeft het Zeeuwskapje een impuls aan de klederdrachten?
Dit is al eens eerder geprobeerd in de jaren 50 van de vorige eeuw. Toen is een dappere poging gedaan om een nieuw Zeeuws kostuum te introduceren.

Op z’n burgers
Vanaf het begin van de 20ste eeuw leggen steeds meer dragers hun Zeeuwse kostuum voorgoed in de kast. Maar na de Tweede Wereldoorlog gaan nog veel meer vrouwen en kinderen ‘op hun burgers’ gekleed.

Cultuurbehoud
In 1950 geeft de Europese Landbouw Federatie in Straatsburg richtlijnen uit om het nog aanwezige cultuurbezit te behouden. Met onder andere als gevolg de ontwikkeling van een nieuwe streekdracht voor Zeeland.

Voordelen van het nieuwe kostuum:

  • De gebruikte materialen zijn eenvoudiger te verkrijgen.
  • De hoofdbedekking is veel simpeler dan de gesteven mutsen.
  • En het kost veel minder tijd om zichzelf aan te kleden.
  • Het nieuwe kostuum is ook nog goedkoper dan een traditioneel kostuum.

Allemaal pluspunten waardoor het nieuwe kostuum aanslaat, is de gedachte.

Mislukt
We weten allemaal dat het nieuw Zeeuwse kostuum het niet gered heeft. Ondanks de drijvende motor achter deze ontwikkeling: de Nederlandse Bond van Plattelandsvrouwen.

Zeeuwse manifestatie
Bij de opening van Miniatuur Walcheren organiseert men in juni 1954 een Zeeuwse manifestatie. Daar wordt het nieuwe kostuum gepresenteerd. Helaas kan ik geen foto met het nieuwe kostuum vinden.
In de krantenbankzeeland staat in Zierikzeesche Nieuwsbode, 27/10/1950; p. 2:

zierikzeeschenieuwsbode

Opzij, opzij, opzij
Op koninginnedag zien we de omvang van deze hype. Voor de drager van het hoofddeksel zie ik voornamelijk voordelen. Niet in het minst omdat het plotsklaps draaien van het hoofd, terugdeinzen van de buurman en dus extra staruimte achter de dranghekken betekent. In hoeverre de Zeeuwse kap het vrije zicht belemmert van diegenen die áchter de drager of draagster staan? Ook dat zal blijken.

Bronnen:
Niet alleen voor Zeeland zijn nieuwe kostuums ontworpen:

Patroontekeningen voor een nieuw Fries kostuum door mevrouw Kars-Stienstra
Zijn er ook nog patronen van een nieuw Zeeuws kostuum bewaard?

Archief Nederlandse Bond van Plattelandsvrouwen, afdeling Zeeland

Kostuum en sieraad in Zeeland / J. de Bree, 2e dr. – 1985

Een nieuw Drents kostuum / Ellen ter Hofstede, 1990

Andrea van Boven,
Informatiespecialist/webredacteur