Berichten met tag ‘bijzondere collecties’

Hoe verwerven wij materialen ter uitbreiding van de bijzondere collecties?

dinsdag, 26 augustus 2014

Tot nu toe heeft de Zeeuwse Bibliotheek een klein budget in stand gehouden om de collectie van het oud bezit te blijven verrijken. Het gaat hier zowel om handschriften en oude drukken die in Zeeland vervaardigd zijn, als om materialen van algemene inhoud en herkomst.

Conservator Liesbeth van der Geest houdt Zeeuwse bijzondere exemplaren in de gaten. Ze volgt antiquariaten en veilingen om te zien of er iets interessants aangeboden wordt. Ze tracht titels die nog ontbreken, aan de collectie toe te voegen. Het kan echter ook voorkomen dat er een bijzonder exemplaar van een reeds aanwezige titel op de markt komt. Daarbij kan het om de band gaan, een handgeschreven opdracht of uitzonderlijke illustraties. Handschriften zijn natuurlijk altijd uniek. Maar wanneer het uitgesproken archiefmateriaal is, hoort het meer bij een andere instelling thuis. Soms is het bedrag zo hoog, dat het budget voor antiquarische aankoop van Zeeuwse drukwerken, boekbanden en handschriften niet toereikend is. In uitzonderlijke gevallen kunnen wij een beroep doen op weldoeners.

Tevens beheert Liesbeth van der Geest de collectie bibliofilia, hedendaags ambachtelijk drukwerk dat slechts in zeer beperkte oplage verschijnt. Vanoudsher was dit een zwaartepunt binnen de bijzondere collecties, maar tegenwoordig is het beschikbare budget zo gering dat de conservator een weloverwogen keuze moet maken.

Voor de grote collectie historische kinderboeken doen wij geen aankopen. Er komen af en toe schenkingen binnen, die we met veel genoegen aannemen en direct verwerken, maar er zijn geen financiële middelen tot uitbreiding.

Ik richt mij als conservator op oude werken van algemene, dus niet Zeeuwse strekking. Er wordt op internet, bij veilingen en antiquariaten, maar ook door particulieren een ontzaglijke hoeveelheid aangeboden. Bij het maken van een keuze daaruit, die financieel te onderbouwen is, komen er heel wat argumenten kijken.

Java05

Serat tapel Adam, Djokjakarta, ca. 1850, Handschrift 6488

Een belangrijke overweging is de samenstelling van de bestaande collectie oud bezit (drukwerken ouder dan het jaar 1801), zowel in eigendom van de Zeeuwse Bibliotheek als in bruikleen van bijvoorbeeld het Koninklijk Zeeuws Genootschap der Wetenschappen. Inhoudelijk ligt de nadruk hier op godsdienst, geschiedschrijving, letterkunde en in wat mindere mate op reisbeschrijvingen en medische wetenschap. De werken zijn gesteld in het Nederlands, Latijn en Frans, en veel minder in het Duits, Engels of andere talen. Dan dient de vraag zich aan: gebruiken wij de beschikbare middelen om deze onderwerpen en taalgebieden te versterken, of juist om de collectie te verbreden met hele andersoortige boeken? Iedere conservator heeft daar zijn of haar eigen ideeën over gehad, en heeft dan ook iets van die persoonlijke voorkeur in het aankoopbeleid laten weerspiegelen. Dat zorgt wel voor variatie in het geheel.

Ik kies voor verbreding en kijk welke onderwerpen tot nog toe naar verhouding karig bedeeld zijn, zoals bijvoorbeeld wis- en natuurkunde. Nu zijn oude boeken over deze onderwerpen betrekkelijk zeldzaam, dus is de keuze te overzien. Ook let ik op de taal. Onlangs is er een aantal 18e eeuwse boeken in het Zweeds de collectie binnengekomen. Hebreeuwse boeken zijn, ondanks zware nadruk op theologie, amper vertegenwoordigd. Een doorslaggevend argument kan ook iets puur cijfermatigs zijn, namelijk de vraag of de Zeeuwse Bibliotheek hier een voor Nederland uniek exemplaar verwerft.

Indische miniatuur 1

Indiaas handschrift, ca. 1850, PLA 313 C 3

Bij bijzondere collecties kan men niet van rendement spreken, maar toch houdt de conservator rekening met een breed publiek. Wat bij iedere aankoop meespeelt, is: hoe ziet het eruit in een vitrine? Kan het de aandacht van iedere willekeurige bezoeker trekken en enige tijd vasthouden? Kunnen we het gebruiken bij een tentoonstelling of presentatie? Met het oog daarop zijn er ook wat exotische handschriften binnengekomen. Een mooi vormgegeven koran, een Ethiopische schriftrol, Japanse hangprenten met tekst, of Indiase miniaturen.

Zoals met alles, is ook de toekomst van de bijzondere collecties in de Zeeuwse Bibliotheek ongewis. De aankoopbudgetten, onderdeel van het totale budget van de Wetenschappelijke Bibliotheek, zijn de laatste jaren evenredig verminderd. Of het in de toekomst nog mogelijk zal zijn om aankopen te doen, is de vraag. Misschien kan de collectie alleen nog door schenkingen verrijkt worden. Het is te hopen dat de oude drukken en handschriften in Middelburg voor Zeeland behouden blijven. Wat over Zeeland zelf gaat, moet natuurlijk thuis blijven en beschikbaar zijn voor alle inwoners van deze provincie. Maar ook de algemene werken mogen immer blijk geven van de brede belangstelling van Zeeuwen op alle gebieden van wetenschap en cultuur.

 

Marinus Bierens, conservator bijzondere collecties

 

Documentaire collecties direct toegankelijk

woensdag, 28 mei 2014

In de Zeeuwse Bibliotheek bevinden zich tientallen kleine collecties met documentatiemateriaal, die verzameld zijn door het voormalige Zeeuws Documentatiecentrum. Ze betreffen diverse aspecten van de Zeeuwse samenleving van vooral de 20e eeuw. Ze zijn zowel afkomstig van particulieren als van organisaties. Dit materiaal behoort tot de bijzondere collecties. Daaronder wordt alles verstaan wat niet gangbaar is in de gewone uitleenbibliotheek, en wat een meerwaarde vertegenwoordigt boven het algemene materiaal. Deze gespecialiseerde unieke verzamelingen worden in onze bibliotheek ‘documentaire collecties’ genoemd.

De collecties bestaan uit uiteenlopende materialen. U vindt er bijvoorbeeld manuscripten van later uitgegeven boeken, gedrukte brochures, aantekeningen, notities, artikelen uit tijdschriften, foto’s, stencils en verslagen van bijeenkomsten. Collecties over de Tweede Wereldoorlog bevatten ook strooibiljetten, persoonsbewijzen en illegaal drukwerk.

marinus1

Boeken en sommige tijdschriften uit deze collecties zijn apart beschreven en op de catalogus van de bibliotheek te vinden. Bij de afzonderlijke exemplaren staat de herkomst van de collectie aangegeven. Het overgrote deel echter wordt in archiefdozen bewaard. De kwetsbare papieren documenten zijn daarbinnen weer in zuurvrij papier verpakt.

Sommige van deze collecties zijn klein: de documentatie van de melkhandel van P.J. Arendse uit Oost-Souburg kan in een enkele doos. Maar de informatie over het openhouden van de Oosterschelde, verzameld en zelf geproduceerd door de actiegroep Oosterschelde Open te Yerseke, is in maar liefst 54 dozen verpakt.

Niet alleen lopen de onderwerpen uiteen, maar is ook rekening gehouden met de spreiding over heel Zeeland, zonder teveel de nadruk op Walcheren te willen leggen. De collectie F.E.M van der Putt beschrijft de activiteiten van de Geheime Dienst Nederland in West Zeeuws-Vlaanderen. Ir. M.A. Geuze uit Tholen was voorzitter van de ZLM, en heeft documentatie over de landbouw nagelaten. J.B.V. Welten bestudeerde de ontstaansgeschiedenis van Noord-Beveland, en schonk zijn aantekeningen aan de Zeeuwse Bibliotheek.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ruim de helft van deze collecties is in de loop van de jaren beschreven in tekstdocumenten. Sinds kort zijn deze gedigitaliseerd, en staan ze direct toegankelijk op de catalogus. Bent u bijvoorbeeld op zoek naar gegevens over de Zeeuwse Kunstenaarskring, dan vindt u zowel een beschrijving van de papieren inventaris, als van de documentatiemap zelf. Bij beide staat er een link naar de digitale versie onder de vermelding: “online beschikbaar (PDF)”. U ziet dan meteen wat u in de betreffende archiefdoos verwachten kan. Aan de informatiebalie van de eerste verdieping kunt u vervolgens een aanvraag indienen om de doos zelf in te zien in de daartoe bestemde raadpleegruimte.

Bij grotere collecties, zoals het archief van de Stichting G.H.G. van Brucken Fock Fonds, die uit meerdere archiefdozen bestaat, is in de beschrijving aangegeven welke nummers uit de inventarislijst met welke dozen corresponderen. Die nummers zijn dan ook weer terug te vinden bij de exemplaren die u in het lijstje ‘Plaats in de kast’ aantreft.

Marinus3

De afgelopen maanden heeft een aantal medewerkers zich intensief bezig gehouden met het toegankelijk maken van de documentaire collecties. De toegang tot raadpleging was te ingewikkeld, zowel voor het publiek als voor de medewerkers aan de balie. Het materiaal is nu redelijk vlot in te zien voor belangstellenden.

Gezien de geringe capaciteit om schenkingen te verwerken, is de bibliotheek erg terughoudend in het aannemen van nieuwe collecties. Bijna de helft van de aanwezige collecties is nog niet eens inhoudelijk ontsloten. Bijvoorbeeld van de collectie J. Stamperius, schoolopziener aan het begin van de 20 eeuw, staan alleen de drie archiefdozen op de catalogus, onder de vermelding ‘Bevat stukken’. Wanneer er nu nog collecties aangeboden worden, wordt er eerst naar het belang voor Zeeland en daarbuiten gekeken. Zo is de literaire nalatenschap van Hans Warren met blijdschap aangenomen.

Al met al hopen wij dat onderzoekers hun weg door de materialen weten te vinden. De biograaf van P.J. Meertens kan nu met gemak direct alle gewenste documenten opvragen. Wie onderzoek wil doen naar nog niet openbaar gemaakte informatie over Zeeland in de Tweede Wereldoorlog, kan eenvoudig via trefwoorden op collecties stuiten die hopelijk nog een verrassing zullen zijn.

 

Marinus Bierens, conservator bijzondere collecties

Vertegenwoordiger wetenschappelijke bibliotheek buiten de provincie

donderdag, 2 mei 2013

Als wetenschappelijk medewerker krijg je nogal eens de gelegenheid om vakgenoten van andere grote en soms ook kleine, specialistische bibliotheken te ontmoeten. Er bestaat in Nederland een aantal gezelschappen waar bibliothecarissen van een bepaald vakgebied elkaar ontmoeten, nieuws uitwisselen, of afspraken maken op het gebied van collectievorming, ontsluiting en beschikbaarstelling. Deze overlegvormen lijken zich vooral op het gebied van de humaniora te bevinden. Hieronder geef ik een beeld van de uiteenlopende groepen waarin ik als conservator en vakreferent de Zeeuwse Bibliotheek (ZB) vertegenwoordig. Ook mijn directe collega’s zitten overigens in verschillende soortgelijke overlegvormen.

De conservatoren van de universiteitsbibliotheken (UB’s) en van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag (KB), gezamenlijk de UKB genoemd, hebben een formeel verband dat de ‘UKB Commissie Bijzondere Collecties’ heet. Zij hebben namens de deelnemende instellingen de bevoegdheid om gezamenlijk beleid te bepalen. Andere grote bibliotheken met erfgoedcollecties, zoals de ZB, maken daar officieel geen deel van uit, maar ze kunnen wel als toehoorders en adviseurs bij de vergaderingen aanwezig zijn. Deze commissie heeft een bestuur dat formele zaken doorspreekt. De algemene bijeenkomsten, die voor alle deelnemers bestemd zijn, hebben meer het karakter van kleine symposia. Ze zijn heel nuttig om je deskundigheid te bevorderen. Onder ‘bijzondere collecties’ worden niet alleen oude drukken verstaan, maar ook bijvoorbeeld handschriften, brieven, kaarten, beeldmateriaal en tegenwoordig ook digital born documenten.

Onder die grote Commissie ressorteren een paar meer gespecialiseerde werkgroepen. Zo heb je de Werkgroep Handschriften, (waar of Liesbeth van der Geest naartoe gaat, of ikzelf) en de Werkgroep Gedrukte Werken (hiervoor wist niemand een welluidender term te vinden), waar ik zelf lid van ben. Die werkgroepen hebben geen formele status, dus is er ook geen statusverschil tussen conservatoren van de UKB of Plus-bibliotheken (de vroegere WSF, provinciale of stedelijke bibliotheken met een Wetenschappelijke SteunFunctie). Wij maken alleen onderling werkafspraken en adviseren het bestuur van de Commissie, en via hen de overkoepelende instellingen, over te voeren beleid in zake bijzondere papieren collecties.

Als conservator heb ik tevens zitting in het nog minder formele overleg beheerders van bewaarcollecties kinderboeken en centsprenten (daarom is de naam van het overleg ook in kleine letters gespeld). Daarin vind je naar verhouding weinig UB’s, maar juist wel de KB die een enorme collectie oude Nederlandse kinderboeken heeft, en een aantal Plus-bibliotheken. Wie je er ook tegenkomt, is soms een verrassing, zoals het Museum Oud Nijkerk, het Openluchtmuseum Arnhem of de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience uit Antwerpen. Een selectie van dit gezelschap is de gebruikersgroep van het CBK (Centraal Bestand Kinderboeken), in die zin dat het CBK een deelverzameling van de landelijke catalogus Picarta is. Maar omdat de ZB niet actief meewerkt aan het CBK, houd ik het meestal bij het kennis nemen van de notulen.

Aangezien ontsluiting eveneens tot het takenpakket van de vakspecialist behoort, heb ik zitting in de Gebruikersgroep Trefwoordenthesaurus van NBD Biblion. Hierin zitten, naast medewerkers van de NBD zelf, ook vertegenwoordigers van grote openbare bibliotheken, meestal catalografen. Een woordsysteem is altijd onderhevig aan veranderingen in taal en maatschappij. Daarom moet er nogal eens overlegd worden wat nu de meest gangbare en toegankelijke term voor de bezoekers is. De ZB is een grootgebruiker van het trefwoordensysteem, omdat wij, naast de gangbare Nederlandse boeken, veel buitenlandse publicaties aanschaffen die we zelf beschrijven en indelen. De beslissing over bijvoorbeeld ‘Fietsen’ dan wel ‘Rijwielen’ ligt uiteindelijk bij NBD Biblion, maar als de meerderheid van de gebruikers een ander oordeel heeft, gaan ze meestal daarin mee.

Een vrij klein maar hecht en toegewijd overleg is dat van de vakspecialisten op het gebied van de Klassieke Oudheid. Het heeft geen officiële naam, omdat het ook geen formele status heeft. De een zegt ‘overleg klassieken’, de ander ‘specialisten klassiek cultuurgebied’, de derde ‘vakreferenten klassieke talen’. Grieks en Latijn staan centraal, maar de omvang van de vakgebieden lopen wel eens uiteen. Sommigen hebben er oude geschiedenis of filosofie bij. Toen ik me tien jaar geleden aansloot, waren het allemaal heren, en kwam meteen na mij ook de eerste vrouw erbij. Nu zijn het hoofdzakelijk dames en ben ik een van de laatste mannen. Ze vertegenwoordigen allemaal UB’s; alleen de ZB en de Tresoar uit Leeuwarden komen uit een ander segment.

 

bierensblog

Bijeenkomst van het overleg klassieke oudheid in de UB van Utrecht

Helemaal de enige man, en de enige persoon van buiten de UKB, ben ik in het evenmin formele vakspecialistenoverleg romanistiek. Daar hoort het Latijn, de voorouder van alle romaanse talen, zelf niet bij, maar wel Frans, Italiaans, Spaans en Portugees. De ZB is daar zeker op zijn plek. Wij hebben een leescollectie Franse letterkunde die niet voor die van menige universiteitsbibliotheek onderdoet. Bij het bestellen van een literaire roman zie ik dikwijls dat ik de eerste ben die de betreffende titel aanschaft. Ook onze verzameling Spaans is behoorlijk, en lezers van Italiaans en Portugees kunnen eveneens goed terecht. Dank zij het InterBibliothecair Leenverkeer (IBL) komt onze collectie aan alle openbare en wetenschappelijke bibliotheken in Nederland ten goede.

De theologen hebben weer een zeer strikte organisatievorm. Het is een vereniging, de Vereniging voor het Theologisch Bibliothecariaat (VThB), met een volwaardig bestuur met voorzitter, secretaris, penningmeester en zelfs een kascommissie. Deze vereniging is weer aangesloten bij een Europees verband van theologisch bibliothecarissen. De VThB is een aardige mengeling van UKB, twee Plus-bibliotheken (de ZB en alweer de Tresoar), en bijvoorbeeld de kleine Theologische Universiteit Apeldoorn (christelijk-gereformeerd), de abdijbibliotheek van Egmond, en ook hier weer grensoverschrijdend, de Maurits Sabbe Bibliotheek als onderdeel van de universiteit van Leuven. Er worden tamelijk bindende afspraken gemaakt, vooral tussen de UKB’s, over afstemming van de collecties, deselectie, of gezamenlijke inkoop van digitale bestanden.

Het zijn allemaal verschillende verbanden, maar toch ontmoet ik er soms dezelfde mensen op meerdere plaatsen, omdat ze net als ik een combinatie van vakgebieden onder hun beheer hebben. De frequentie van de (informele) bijeenkomsten of (officiële) vergaderingen loopt uiteen van een tot twee keer per jaar. Soms heb ik enkele maanden niets, en dan komt ineens alles vlak na elkaar. Ik ga natuurlijk ook niet naar alles toe, maar toch wel naar drie kwart van de bijeenkomsten. Het kost altijd een dag, omdat de vergaderingen op heel verschillende plekken gehouden worden. Dat kan doorheen heel Nederland zijn, soms ook in België. Zo leer je wel veel bibliotheken kennen, want aan de vergadering zit vrijwel altijd een rondleiding vast.

Gedrukte Werken 016

Vergadering van conservatoren in de ZB bij het afscheid van Ronald Rijkse

De naamsbekendheid van de ZB is mede door al deze verbanden erg groot, en zeker ook de reputatie als een ervaren instelling waarmee je rekening moet houden. Ik ben niet bang om vragen te stellen, want ik wens graag dat door middel van mijn persoon de algehele vakbekwaamheid van de ZB toeneemt. In de meeste gezelschappen ben ik terecht gekomen dank zij mijn voorgangers Ronald Rijkse en Pieter Schoonheim. Doordat de vakgebieden zich steeds meer op minder mensen concentreren, neemt anderzijds de breedte van het spectrum weer toe. De Zeeuwse eilanden zijn geen moeizaam bereikbare afgesloten wereld, maar maken, althans op bibliotheekgebied, ten volle deel uit van het grote wetenschappelijke verband.

 

Marinus Bierens, Conservator bijzondere collecties en Vakreferent buitenlandse letterkunde

 

De wereld door een Zeeuwse verrekijker

donderdag, 25 april 2013

Elke keer als ik een catalogus van een antiquariaat of veilinghuis binnen krijg, dan blader ik het meteen door op zoek naar een unieke oude Zeeuwse druk. Ook al is de collectie groot, er ontbreken toch boeken met een bijzonder Zeeuws onderwerp of boeken van Zeeuwse auteurs of gemaakt door Zeeuwse drukkers.

IMG_9849De Zeeusche verre-kyker, 1649. (Collectie Zeeuwse Bibliotheek, 1115 D 228)

Niet zo lang geleden had ik geluk. De titel valt meteen op: De Zeeusche verre-kyker. Het is een pamflet uit 1649. In die tijd heette dat een blauwboekje, libel of paskwil. Het is een klein gedrukt werkje over een actueel onderwerp. In dit geval in het jaar 1649. Het is een manier om een mening te verkondigen of een publiek debat te voeren en meestal gaat het over politiek of godsdienst. De drukwerken worden verspreid op plaatsen waar veel mensen samen komen, zoals markten of kermissen. Ze zijn niet duur, maar toch heeft niet iedereen geld om een exemplaar te kopen en ook niet iedereen kan lezen, dus worden de teksten vaak voorgelezen of zelfs gezongen. Om het publiek aan te spreken zijn de teksten soms satirisch of spottend geschreven. Het is tenslotte ook amusement.

De nieuwe aanwinst voor de collectie heeft een blauwe omslag en op het titelblad wordt geen drukker vermeld. In plaats daarvan is een kort rijmpje gedrukt: ‘Ghedruckt tot Vlissingen in ’t Groene Wout, Daermen soo veel vande Capers Hout’. Dat zet meteen de toon van het werkje, want dit is spottend bedoeld. Nader onderzoek heeft uitgewezen dat het ook niet in Zeeland is gedrukt, maar in Den Haag.

IMG_9850-tkstVerrekykerHet titelblad van De Zeeusche verre-kyker uit 1649. (Collectie Zeeuwse Bibliotheek, 1115 D 228)

Het pamflet leest als een spannend verhaal. De West-Indische Compagnie (WIC) heeft een kolonie gesticht aan de kust van Brazilië om de handel te bevorderen en grote winsten te maken. De Compagnie heeft geld nodig. Vooral de Zeeuwse kamer van de WIC ziet de voordelen en de Zeeuwse kapers profiteren er als eersten van. Ook de Portugezen zijn in Brazilië aanwezig om dezelfde redenen en regelmatig breken er gevechten uit om het eigen gebied en de forten, die er gebouwd zijn, te behouden en te verdedigen. In 1646 zijn, op verzoek van de kamer Zeeland, duizenden soldaten naar het gebied gestuurd om de problemen op te lossen. De kolonie blijkt veel te veel geld en soldatenlevens te kosten. De schrijver van De Zeeusche verre-kyker heeft kritiek op de Zeeuwse opvattingen. Om dat te vertellen laat hij twee mannen, Brilleman en Borger, met elkaar praten over de chaos in Brazilië en de tegenvallende handel.

Het gesprek tussen Borger en Brilleman begint met een vreselijke droom:

Goeden dach Buir-man / hoe so vroegh uyt het Bed /

Omdat een swaeren droom mijn ’t slapen heeft belet/

En dat soo schrickelijck / ick sach ter neder vallen door den swaerde /

De braeve officieren en soldaten allen / Die van hier zijn ghevaeren /

met een soo goede wil /

Om te recouvereren / het Hollandsche Brasil.

Borger koopt van Brilleman, een marskramer, een kristallen bril of verrekijker, want hij wil nu wel eens echt zien hoe het er aan toegaat in Brazilië. Borger vertelt wat hij ziet en samen geven ze commentaar. De rijke heren van de WIC moeten het ontgelden. Ze beschuldigen hen van “brave pracktijcken om haer blauwe sacken te vullen”. Ze hebben medelijden met de arme soldaten die weinig verdienen en nauwelijks te eten hebben, alleen “wat meel om pap van te koken”, terwijl de hoge heren “glat en vet” zijn. En de Zeeuwen, die zo nodig nog meer soldaten naar het gebied willen sturen en nog meer geld in deze onderneming willen steken, zien het helemaal verkeerd.

Brilleman-1De brilleman op een centsprent, 19e eeuw. (Collectie Zeeuwse Bibliotheek, pla 416 A 28)

Borger kan met zijn verrekijker zelfs terugkijken in de tijd. In 1647 ziet hij in de Republiek een vloot klaar liggen met de “frayste” officieren en soldaten aan boord. Het is een lust om te zien. Iedereen denkt dat Portugal verslagen zal worden. “Hier is de huyt al verkogt, eer de Beer gevangen was”. Daarna volgt hij verschillende veldslagen. Met blazende trompetten, slaande trommels en vliegende vaandels gaan de soldaten “de Duyvel bannen”. Borger en Brilleman hebben er geen vertrouwen in. Veel gevechten worden inderdaad verloren en soldaten sneuvelen. “Dode soldaten hoef je niet te betalen”, zeggen de hoge heren. Er volgen nog meer debacles en het duurt te lang voordat er weer nieuwe troepen gearriveerd zijn. De bezittingen in Brazilië zijn niet meer te verdedigen.

Borger en Brilleman kijken naar de jaren 1648 en 1649. Misschien helpt het om samen te spannen met Spanje? Borger stelt voor alles te verkopen: het wordt echt niets meer. Geen mens wil nog naar Brazilië. Hij pleit voor het vreedzaam optrekken met de Portugezen. De Republiek en Portugal hebben elkaar nodig. Het is duidelijk, Borger verkondigt het standpunt van de Amsterdamse kooplieden. In tegenstelling tot de Zeeuwen zien zij, net als Borger, niets in het avontuur in Brazilië.

Met de wereld die Borger en Brilleman zien door de Zeeuwse verrekijker hopen zij de publieke opinie te beïnvloeden. Zou dat gelukt zijn? Het effect van De Zeeusche verre-kyker is moeilijk in te schatten. De afloop kennen we, want in 1654 worden de Nederlanders door de Portugezen verslagen. De kolonie overzee is verloren gegaan.

Liesbeth van der Geest, conservator bijzondere collecties

 

Verder lezen:

– Clazina Dingemanse en Marijke Meijer Drees, ‘‘Praatjes’ over de WIC en Brazilië: literaire aspecten van gesprekspamfletten uit 1649’, in : De zeventiende eeuw, jaargang 21, nr. 1 (2005) p. 112-127.

– Doeke Roos, Zeeuwen en de Westindische Compagnie, Hulst 1992.

 

 

Het bibliotheekwezen in Aosta

maandag, 25 juli 2011

Onlangs bezocht ik, tijdens mijn vakantie, de regionale bibliotheek van Aosta in het noordwesten van Italië. Het is een instelling die opmerkelijk veel overeenkomsten met de Zeeuwse Bibliotheek vertoont. Ongeveer even groot van formaat, centrale bibliotheek voor een hele provincie, een gemeenschappelijke catalogus, bijzondere collecties, en documentatiecentrum voor de streek.

De autonome regio Valle d’Aosta ligt aan de voeten van de Mont Blanc en de Grote Sint Bernard. Ze bestaat uit een diepe vallei, waar de rivier de Dora Baltea doorheen stroomt, omringd door kilometers hoge bergen. De naam van de stad, Aosta, is afgeleid van Augusta. Deze plaats is tweeduizend jaar geleden vernoemd naar de Romeinse keizer Augustus. Nog steeds staat er aan de invalsweg vanuit Rome een triomfboog ter ere van hem.

Aosta 002

Op het centrale plein van Aosta

Het bijzondere aan deze streek is, dat er vanouds Frans gesproken wordt. ‘Vallée d’Aoste’ behoorde tot het hertogdom Savoye, aan de Franse kant van de Mont Blanc. De namen van de dorpen klinken nog steeds Frans, zoals Courmayeur, Pont-Saint-Martin of Gressoney-Saint-Jean. Tegenwoordig wordt alleen op het wel erg bergachtige ‘platteland’ nog een Frans dialect gesproken, een variant van het franco-provençaals. De jeugd is echter vrijwel geheel overgeschakeld op Italiaans. Frans wordt wel op de scholen onderwezen. Dat veel mensen toch nog Frans leren, heeft vooral te maken met de vele Franse en Zwitserse toeristen. De stad Aosta zelf heeft ook nog steeds eerder een Frans dan een Italiaans aanzicht, met rechte en ordelijke straten.

Ik kon het niet laten een kijkje te nemen in de bibliotheek; vooral benieuwd wat ze aan bijzondere collecties hadden. Terwijl ik een beetje ronddwaalde, op zoek naar de afdeling Fonds Valdôtain (het documentatiecentrum van Vallée d’Aoste), sprak een medewerker me aan. Hij stelde me spontaan voor een rondleiding te geven. Hij zei dat dit zijn werk was, gasten ontvangen. Zijn naam is Donato Arcaro, en behalve bibliothecaris is hij ook officieel erkend gids is voor toeristen die bergwandelingen willen maken. Onderweg maakte ik ook kennis met de directeur. De gesprekken gingen in het Frans. Ik spreek ook wel Italiaans, maar dan gaat het soms net iets te snel. Bij Frans spreek je allebei een tweede taal, en zo kom je beter overeen.

Aosta 005

Onze collega Donato Arcaro aan de Italiaanse kant van de Matterhorn

Het kwam me allemaal heel bekend voor: een Frans-Italiaanse variant van de Zeeuwse Bibliotheek. Bijzondere collecties vonden we in een aparte ruimte met grote planoladen, vol historische kaarten van de streek, prenten en affiches. Een deel van het magazijn is afgesloten en ingericht als kluis voor bijzondere drukwerken. Onder oud bezit verstaan zij ook negentiende-eeuws materiaal. De collectie oude drukken is vooral juridisch van aard. Het blijkt, dat Aosta van de 16e tot de 18e eeuw een aanzienlijk centrum van boekdrukkunst was. Er was destijds ook een grote productie op kerkelijk terrein, maar daar bezit de bibliotheek niet veel van. Die boeken worden namelijk in de bibliotheek van het bisdom bewaard. Handschriften bezit de bibliotheek niet; daarvoor moet je weer op het regionaal archief zijn, dat onder de zelfde directie als de bibliotheek ressorteert.

Het verzamelen van actuele bijzondere collecties, of aandachtsgebieden gaat gestaag door. De bibliotheek van Aosta heeft drie ‘speerpunten’: natuurlijk de streek zelf, verder leven en natuur in de Alpen als geheel (met de nadruk op bergsport), en ten derde de geschiedenis van het hertogelijk en later koninklijk Huis van Savoye. Alle regionale kranten en tijdschriften worden op microfiches beschikbaar gesteld. Het moderne pand is in 1996 gebouwd naar een ontwerp van de plaatselijke architect Gianni Debernardi. In de wanden en het dak is veel glas verwerkt. Maar in het souterrain vind je plotseling restanten van eeuwen her: een stuk van de Romeinse stadsmuur, de Porta Decumana (een stadspoort uit de zelfde periode), een 17e-eeuwse patriciërswoning en een voormalig gasthuis.

Aosta 003

De moderne bibliotheek in het historische hart van Aosta

Naast boeken leent de bibliotheek ook bladmuziek, dvd’s en compact discs uit. Er zijn enkele luisterboeken, maar niet veel. Ook in Italiaanse boekhandels was het aanbod gering. Kennelijk heeft dit medium daar niet zo’n hoge vlucht genomen als bijvoorbeeld in Duitsland. Diverse juridische databanken zijn via het interne netwerk beschikbaar. Visueel gehandicapten kunnen gebruik maken van bijzondere dienstverlening en braille. Het gebouw biedt verder onderdak aan vergaderruimtes en kleine tentoonstellingen.

De ongeveer vijftig gemeentelijke openbare bibliotheken in de vallei van Aosta zijn allemaal aangesloten op de centrale catalogus. Als plaatsingssysteem gebruiken ze Dewey, waar ons SISO van afgeleid is. De openingstijden, ook van kleine vestigingen, zijn behoorlijk uitgebreid. Het interbibliothecair leenverkeer, zowel onderling als extern, is goed geregeld. Verder moet er ook nog een bibliobus rijden. Alles wordt gecoördineerd op de regionale bibliotheek. Ook de medische bibliotheek van het ziekenhuis maakt deel uit van het netwerk.

Het Italiaans bibliotheekwezen is hoog ontwikkeld en gewaardeerd, zoals ik ook al in andere delen van het land ervaren heb. In Aosta was ik vooral onder de indruk van de klantvriendelijkheid van het personeel, en de vanzelfsprekendheid waarmee onze collega Arcaro mij ontving. Ik mag hopen dat wij in Middelburg op geïnteresseerde buitenlandse bezoekers een soortgelijke indruk maken.

Marinus Bierens, Conservator  bijzondere collecties

Handgeschreven Koran aangekocht

maandag, 18 april 2011

Sinds begin april zijn de bijzondere collecties van de Zeeuwse Bibliotheek verrijkt met de aanschaf van een handgeschreven Koran uit het jaar 1849. Het is een fraai exemplaar van 21 cm hoog, waarvan alle 606 pagina’s met gekleurde verf versierd zijn. Er werden al diverse Arabische handschriften in de kluis bewaard, maar het hoofdwerk van de Arabische literatuur, de Koran, ontbrak nog.

Er staat een keurig en kleurig colofon achterin het boek. Dit vermeldt de naam van de kopiist: ene eerwaarde Muhammad al-Hilmî. De datering is van het jaar 1265 volgens de islamitische jaartelling, wat overeenkomt met de jaren 1848-1849 volgens de christelijke jaartelling. Plaats van handeling was het district Çal in de provincie Denizli, een gebied in het zuidwesten van Turkije. Dit stond in de klassieke oudheid bekend onder de naam Laodicea. De conservator oosterse handschriften op de universiteitsbibliotheek van Leiden wist ons te vertellen, dat deze vorm van de schrijfstijl naskh destijds in Turkije gebruikelijk was. Het papier is waarschijnlijk Europees, ingesmeerd met stijfsel en daarna sterk gepolijst met een steen. Het is een gaaf exemplaar, maar heeft wel wat van vocht te lijden gehad.

Koran slot en colofon
Koran: het slot en colofon

Het heilige boek van de moslims wordt altijd met veel zorg en liefde vervaardigd. De tekst dient altijd in het Arabisch te zijn (ook al spreekt men dat in Turkije heel weinig), omdat moslims geloven dat Allah de tekst in die taal aan de profeet Mohammed geopenbaard heeft. De nette schrijfletters in ons exemplaar zijn amper van drukletters te onderscheiden, maar inktvlekken verraden dat het wel degelijk om een handschrift gaat. Iedere pagina wordt omkaderd door een rand in goudverf. De afzonderlijke verzen worden van elkaar gescheiden door dikke punten, eveneens in goudverf.

Ook de titel van iedere soera (hoofdstuk) bestaat uit witte letters in een band van goudverf. De totale Koran bevat ongeveer zoveel tekst als het nieuwe testament. De 114 hoofdstukken zijn van verschillende lengte. Daarnaast is de Koran verdeeld in dertig onderdelen. Een hulpmiddel wanneer men de volledige Koran achtereen wil oplezen. Dit gebeurt onder andere bij sterfgevallen. Die dertig delen zijn in ons exemplaar gemarkeerd door versieringen in diverse kleuren. Ze markeren de tekst precies om de twintig bladzijden. Deze onderverdeling loopt dwars door de verdeling in soera’s heen.

Hoogtepunt van iedere Koran bestaat altijd uit de eerste twee pagina’s. Die zijn steevast het meest uitbundig en kleurrijk versierd. Op de eerste pagina (rechts!) staat de eerste soera, een kort gebed dat iedere moslim uit het hoofd kent. De tweede pagina (links) is het begin van de veel langere tweede soera, genaamd ‘De Koe’, omdat er halverwege het hoofdstuk terloops een genoemd wordt. Ook in ons exemplaar vormen de eerste twee bladzijden het absolute hoogtepunt.

Koran openingspagina'sKoran: openingspagina’s

Hoe het boek in Nederland gekomen is, staat er niet in. Destijds aangekocht door een handelaar in het nabijgelegen Smyrna? Of pas kort geleden opgekocht door een toerist? Het is wel duidelijk dat de vorige eigenaar er zorg voor gedragen heeft, want een aantal beschadigde pagina’s is gerestaureerd. Er zit een nieuwe stevige band omheen, maar het oorspronkelijke dunne lederen omslag is daar wel in verwerkt. Het boek is uiteindelijk in Utrecht op een veiling aangeboden, en daar heeft de Zeeuwse Bibliotheek het voor een zeer redelijk bedrag kunnen bemachtigen.

Het lag voor de hand dat ik als afgestudeerd arabist op zoek zou gaan naar een dergelijke aanwinst. Ik heb pas sinds 1 januari dit jaar beschikking over het – weliswaar bescheiden- budget antiquarische aanschaf. Dat ik mijn eerste grote slag al binnen de eerste vier maanden zou slaan, had ik ook niet verwacht. Meteen hebben we een voorwerp in huis dat het goed zal doen bij tentoonstellingen en presentaties.

In de 18e en 19e eeuw hielden leden van het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen in den vreemde zich bezig met het verzamelen van rariteiten. Vervolgens brachten zij die onder in de collectie van het Genootschap. Zo kwamen volkenkundige voorwerpen, maar ook exotische handschriften naar Middelburg. In deze lijn past ook de verrijking van de bijzondere Zeeuwse collecties met dit Koranmanuscript. Immers, een Zeeuwse handelsreiziger of onderzoeker had het ook goed in het 19e eeuwse Ottomaanse Rijk aan kunnen schaffen. De Zeeuwse Bibliotheek staat met een handgeschreven Koran keurig in de rij met andere, grote Nederlandse en buitenlandse bibliotheken.

Marinus Bierens, Conservator bijzondere collecties