Auteur Archief

Dagboek van een geniale Zeeuw

woensdag, 21 augustus 2013

Een goede koop hoeft niet duur te zijn. Voor het luttele bedrag van een halve gulden kocht de Provinciale Bibliotheek Middelburg in 1878 een bundel zeventiende-eeuwse aantekeningen. Reden hiervoor was dat de aantekeningen afkomstig waren van een Zeeuw.

Pas in 1905 ontdekte de jonge wis- en natuurkunde student Cornelis de Waard de werkelijke waarde van het manuscript. Hij wist het al snel te identificeren als het verloren gewaande handschrift van de internationaal vermaarde Zeeuwse natuuronderzoeker Isaac Beeckman (1588-1637).

 

beeckman

Journaal van Beeckman (Beeldbank Zeeland/Zeeuwse Bibliotheek)

 

Bombardement

Cornelis de Waard begon in 1939 met de publicatie van een gedrukte versie van het manuscript: “Journal tenu par Isaac Beeckman de 1604 à 1634”. Hiermee heeft hij in feite diens gedachtengoed gered. Tijdens het bombardement van Middelburg in de tweede wereldoorlog, raakte het origineel namelijk zwaar beschadigd. Na restauratiewerkzaamheden wordt het nu echter goed geconserveerd in de kluis van de Zeeuwse Bibliotheek.

microscoop.jpg

Afbeelding van een microscoop

 

Kaarsenmaker/buizenlegger

In 1588 werd Isaac Beeckman in een huis aan de Beestenmarkt in Middelburg geboren. Hij was de zoon van Abraham Beeckman, kaarsenmaker van beroep, maar tevens werkzaam als leidinglegger en –reparateur in brouwerijen en huizen van particulieren. In eerste instantie trad Isaac in de voetsporen van zijn vader. Hij maakte kaarsen, en ontpopte zich als inventief constructeur van  waterleidingen en speelse fonteinen. Zijn journaal bevat allerhande beschouwingen over het verbeteren van leidingsystemen en pompen, maar ook over het gedrag van vloeistoffen en aanpassingen van het kaarsenmaakproces. Met die kaarsen voerde hij ook weer experimenten uit. Zo constateerde hij dat een deur doorboord kon worden met een afgeschoten kaarsstomp.

 

huis

Links het woonhuis van Isaac Beeckman te Middelburg (Beeldbank Zeeland/Zeeuwse Bibliotheek)

 

Deeltjestheorie

Naast een opleiding als predikant, volgde Beeckman tevens studies op het gebied van letterkunde, geneeskunde en natuurwetenschappen. Dat was in die tijd niet ongewoon. Destijds, in de renaissance, was men van mening dat een mens zich op vele gebieden moest bekwamen, zowel lichamelijk en mentaal, als spiritueel. Een dergelijk mens heette homo universalis. Zo was Isaac Beeckman arts, predikant, filosoof en ambachtsman. Ook blijkt hij een innovatief wetenschappelijk theoreticus te zijn geweest. De door hem bedachte deeltjestheorie is in wezen een voorproefje van de huidige atoomtheorie, waarin atomen de bouwstenen zijn van materie (moleculen).

Volgens Beeckman waren alle objecten en levende wezens, maar ook geluiden en licht, opgebouwd uit deeltjes: homogenea physica. Deze homogenea bestaan uit verschillende combinaties van atomen van de vier elementen: lucht, aarde, water en vuur. De diepgelovige Beeckman zag in de vorm van deze atomen de voorzienigheid Gods weerspiegeld.

 

Descartes

In 1618 raakte Isaac Beeckman bevriend met de jonge student René Descartes, die destijds diende in het leger van Maurits van Oranje. Samen met Descartes ontwikkelde hij een nieuwe natuurfilosofie: het mechanistisch wereldbeeld. Beeckman stimuleerde Descartes ook om de draad van zijn leven weer op te pakken, en zich weer te gaan verdiepen in wiskunde en filosofie. Descartes was hem hiervoor dankbaar. Op 3 april 1619 schreef hij aan Beeckman:

“U bent namelijk inderdaad de enige die een lui iemand als mij in beweging hebt gebracht, de geleerdheid die al bijna uit het geheugen geglipt was weer hebt opgeroepen, en het verstand dat van ernstige bezigheden afgedwaald was naar iets beters hebt teruggebracht”.

 

descartes

René Descartes

 

Ledigheid

Beeckman wist Descartes uit zijn ledigheid te halen, maar was daar zelf ook niet afkerig van. Zijn wetenschappelijke teksten worden regelmatig onderbroken door lichtvoetige overpeinzingen als:

“Vijf of zes jaar van mijn leven, in het bijzonder toen ik in Zierikzee was, had ik nooit spijt van verloren uren, en vond ik het niet erg als ik niet gestudeerd had hoewel ik had kunnen studeren. De reden was omdat ik toen meende dat ik klaar was met mijn studie, en ik dacht niet aan enige verdere wetenschappelijke vorming. Deze manier van leven is hier op Aarde verreweg de gelukkigste, waarop de filosofen zich zouden moeten voorbereiden. Ik hoop die terug te krijgen zodra ik voor mijn gevoel bedreven ben in de geneeskunde. We moeten immers moeite doen om niet altijd moeite te hebben; ten slotte moeten we studeren wanneer we er zin in hebben, en nietsdoen zonder spijt wanneer we zin hebben in nietsdoen. “

 

duikbootstudie

Studie van een duikboot

 

Weerberichten

Menig verloren uur heeft Beeckman besteed aan het schouwen van de hemel. Zijn dagboeken van zijn verblijf in Zierikzee bevatten dagelijkse aantekeningen over bewolking en windrichting. Zo was er onder andere sprake van “soeten dan wel sterckachtige wind, die op 30 november 1612 echter zo sterck en geweldich was datter sommighe schepen van vergaen sijn”. De temperatuur voelde “kautachtlich, middelmatich, dan wel fraey” aan.

Over de barre winter van december 1607-februari 1608 schreef hij: “dat bij menschengedencken sulc een vorst niet gesien en was. Men kon over ijs van Harlingen naar Amsterdam lopen.”

De weerkundige aantekeningen in de dagboeken van Beeckman bleken van grote waarde te zijn voor het klimaatonderzoek door het KNMI.

 

Lenzen en telescopie

Uit Beeckmans aantekeningen spreekt ook een grote passie voor het slijpen van lenzen. Hij wilde graag zelf een telescoop maken gelijk aan die van Galileo Galilei. Het viel hem echter zwaar om een goeie lens te fabriceren. In zijn journaal doet hij uitgebreid verslag van zelfbedachte verbeteringen in zijn slijptechniek. Tegelijkertijd was hij bij diverse brillenslijpers in de leer, onder andere bij de Middelburgse Johannes Sachariassen. In zijn journaal merkt hij op dat diens vader, de brillenmaker Sacharius Janssen in 1604 de eerste “verrekycker” maakte. Die opmerking zorgde voor opschudding in wetenschappelijke kringen. Eertijds ging men er unaniem vanuit dat de Middelburgse brillenmaker Hans Lipperhey de telescoop had uitgevonden. Deze had hiervoor in 1608 octrooi aangevraagd. De opmerking van Beeckman bracht vertwijfeling. Jarenlang hebben wetenschappers elkaar betwist over aan wie nu de eer moest toekomen. Het was een feit dat beide potentiële uitvinders vrijwel buren waren van elkaar en de één wellicht de kunst van de ander had afgekeken. Na jaren discussie is de knoop in het voordeel van Lipperhey doorgehakt: hij wist als eerste een diafragma toe te passen in de telescoop.

 

polijsten

Polijsten van een bekken voor het slijpen van lenzen

 

Boekpresentatie

In 1983 verscheen het proefschrift “Isaac Beeckman (1588-1637) en de mechanisering van het wereldbeeld” van de hand van Klaas van Berkel. Het boek bevat een uitgebreide beschrijving van het leven van Isaac Beeckman en diens betekenis voor de cultuurgeschiedenis.

Inmiddels heeft de wetenschapsgeschiedenis voor nieuwe inzichten gezorgd, waardoor de tekst van het boek diende te worden herzien. Klaas van Berkel, heden ten dage hoogleraar Geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen, zal op donderdag 26 september 2013 in de Zeeuwse Bibliotheek de nieuwe uitgave van zijn boek presenteren. Hierbij zal het eerste exemplaar overhandigd worden aan Commissaris van de Koning Han Polman.  Rondom de presentatie zullen tevens lezingen gehouden worden door Huib Zuidervaart, onderzoeker Huygens/ING instituut van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, en door Floris Cohen, hoogleraar vergelijkende geschiedenis van de natuurwetenschap aan de Universiteit Utrecht. Zo zal die middag een beeld geschetst worden van het wetenschappelijke leven in Zeeland in de vroege zeventiende eeuw, en tevens de rol die Isaac Beeckman heeft gespeeld in de radicale vernieuwing van de wetenschap in die tijd.

Belangstellenden zijn van harte welkom. Meer informatie in de uitnodiging.

 uitnodigingbeeckman


Anne-Marie van Houtert-Ponssen, vakreferent

Strand, onderwatersport en afval

woensdag, 14 augustus 2013

Deze zomer zijn de stranden druk bezocht door vele toeristen en inwoners. Ook de Oosterschelde, het Veerse Meer en de Grevelingen zijn door snorkelaars en duikers uit de hele wereld verkend. Maar ook zeilers, hengelaars en beroepsvaart gebruiken de wateren om ons heen.

We willen met zijn allen blijven genieten van strand, zee, rivieren en meren. Dan moeten we daar ook iets aan doen! Hieronder tref je een aantal suggesties aan die bijdragen aan een plezierig strandbezoek en onderwaterbelevenissen.

Afval op het strand en de zeebodem

Als strandbezoeker heb je er vast wel eens last van: zwerfvuil. De hoeveelheid rondzwervend afval in zee is een steeds groter probleem voor mens en dier. Vereniging Kust & Zee voert campagne voor een gezonde zee en zet zich in voor een zee zonder zwerfvuil.

In Plastic soep lees je interviews en beschouwingen over het probleem dat plastic afval zich ophoopt in de oceanen en zo in de kringloop terechtkomt.

Fotowedstrijd ‘Zee zonder zwerfvuil’

Help mee het strand schoon te maken en breng zwerfvuil in beeld! Win een surfexperience met overnachting in een beachhostel voor twee personen in Scheveningen. Lees verder op de website van Kust & Zee.

Ja natuurlijk

Maarten VandenEynde en anderen exposeren in het GEM in Den Haag met de beeldende kunst manifestatie. Ja Natuurlijk wordt wegens succes met een week verlengd tot en met 25 augustus. Prikkelende kunstwerken van meer dan 80 internationale kunstenaars staan in het GEM/Fotomuseum en buiten in en rondom de tuin van het Gemeentemuseum. Met als trekpleister het vergeten stukje duinbos waar menig kunstwerk dienst doet als bruggenbouwer tussen mens en natuur. Daarmee is Ja Natuurlijk geschikt voor een bezoek tijdens zonnige én druilerige zomerdagen.

afvalkunst

Afvalkunst

Bron: http://www.plasticreef.com/?p=509

Europese videowedstrijd

Scholen en jeugdgroepen kunnen vanaf september 2013 meedoen aan een videowedstrijd. In een korte video moeten zij op een verrassende manier duidelijk maken wat het probleem is en waarom zwerfvuil aangepakt moet worden. Meedoen?

http://www.marlisco.eu/video-contest.nl.html

MyBeach CleanUp
MyBeach is een speciale zone op het strand, grenzend aan een strandpaviljoen. Strandbezoekers houden hier zelf het strand schoon. Het stukje strand is te herkennen aan opvallende materialen, zoals informatieborden, beachflags, prullenbakken en afvalzakjes. Gedurende het strandseizoen vinden er speciale activiteiten plaats, zoals een opruimactie van afval aan de hand van de Strandscanner app. Dit initiatief is gestart in Zeeuws-Vlaanderen. Meedoen kan nog tot en met 23 augustus. Dan is de laatste etappe op Ameland.

http://www.mybeach.info/cleanup-challenge/etappes/

Duik de Noordzee schoon
Sportduikers die graag hun hobby wrakduiken willen uitoefenen én een bijdrage willen leveren aan een beter leefmilieu op wrakken, kunnen actief bij dragen aan deze doelstellingen. Stichting Duik De Noordzee Schoon informeert daarnaast over de cultuurhistorische en biologische aspecten van de wrakken op de bodem van de Noordzee en over de gevaren van verspeeld vistuig dat massaal op deze wrakken is achtergebleven. Meer weten?

http://www.duikdenoordzeeschoon.nl/

Wrakken: schatkamers van de Noordzee” is een boek met DVD over dit project waarbij achtergebleven visnetten en vislijnen van scheepswrakken worden verwijderd, zodat zeedieren niet vast komen te zitten.

Kunst op de zeebodem

Jason deCaires Taylor laat sculpturen op de zeebodem zakken die al gauw door zeebewoners worden overgenomen. In 2006 heeft hij 2 onderwatermusea geopend: in de Caraïben en bij Mexico (Cancun/Isla MUJERES) op 8 meter diepte.

onderwaterkunstThe listener, een beeld in het onderwatermuseum
Bron:
http://www.designboom.com/art/underwater-eco-sculptures-by-jason-decaires-taylor/

 

Adriënne Withagen, Informatiespecialist

 

‘Niets is wat niet goddelijk is. Daarom wil ik niets uitzonderen’

dinsdag, 6 augustus 2013

Bovenstaande tekst is een citaat van de Zeeuwse auteur Johan Christiaan van Schagen (1891-1985), die in de loop van zijn schrijversleven een boeddhistische levensvisie ontwikkelde die veelvuldig terugkomt in zijn werk. Zijn debuut, de dichtbundel Narrenwijsheid (1922), heeft dan ook als motto een citaat uit Ethica van de filosoof Spinoza: Hij die terecht beseft dat alles uit de noodzaak van de goddelijke natuur volgt en naar de eeuwige wetten van die natuur verloopt, hij maakt geen uitzonderingen voor wat vijandig, lachwekkend en verachtelijk zou kunnen lijken en heeft met niets medelijden.

Narrenwijsheid is een tot op de dag van vandaag zeer lezenswaardige en verrassend modern aandoende bundel, met prachtige prozaminiaturen en melancholische gedichten voor de fijnproever, die na lezing zullen beklijven. Dat geldt ook voor de haiku die van Schagen heeft geschreven. Hij hechtte er veel waarde aan om krachtig en eenvoudig uit te drukken wat hij voelde. Dat resulteerde in fijnzinnige observaties en bespiegelingen, nog altijd herkenbaar en inspirerend om kennis van te nemen.

j.c.vanschagen

Bevlogen dichter en kunstenaar

Op de achterkant van de kiosken op de Markt van Middelburg, zijn zelfs drie haiku van Van Schagen geplaatst op initiatief van Thea Everaers van het
Poëzieproject Sprekende Gevels. Eerder schreef ik op deze plaats al een blog over dit ambitieuze project, dat na een aantal jaren vorm heeft gekregen met veertien op blinde muren geplaatste gedichten over zee, land en mensen en dat uiteindelijk een poëzieroute van 25 gedichten op moet leveren door de Middelburgse binnenstad.

Mijn bewondering voor Chris van Schagen wordt gevoed door de grote collectie publicaties door en over hem, die tot op de dag van vandaag wordt bewaard in de Zeeuwse Bibliotheek. Onderzoek geeft een schitterend beeld van een bevlogen dichter en kunstenaar, die een groot deel van zijn leven in het Domburgse huisje Trouvaille in de luwte van de Hoge Hil woonde en deel uitmaakte van het rijke kunstenaarsleven in deze bekende badplaats.

Een visje in het zand

Andreas Oosthoek publiceerde in 2004 in het tijdschrift Zeelandboek (dl. 8) het artikel Een visje in het zand over het Zeelandbeeld van J.C. van Schagen: “Domburg, storm en regen rond de Hoge Hil. Over het strand jagen de schelpen en op het strand striemt het zand op scherp, in dunne banen op weg naar Westkappel. Soms, jaren geleden, klom ik met Chris van Schagen het duin over. Hij trok zijn kalotje strak, greep zijn aangespoelde stok en stapte op hoge benen het torment tegemoet. Hij zei dat hij er bijzonder veel van hield, van al die windkracht, dat zout op de bril en regen op de pet.”

De beschouwelijkheid van Van Schagen ontaardde, hoewel hij uiterst kritisch kon zijn, nooit in grimmigheid. Hij had immers, zegt Oosthoek, “het stille wonder van de schelpjes ontdekt én geleerd dat het wijze visje dat in het natte zand leeft, de zee te gróót zal vinden.”

 wijzevisje1

Walcheren

Oosthoek noemt het huis Trouvaille een schrijfhuis met een beeldtafel waar elke letter telde. Over Walcheren heeft Van Schagen op uiteenlopende wijze bericht, in zijn poëzie, verhalen, brieven en herinneringen. Zij vormen een kleurrijke bijdrage aan de sociale geschiedschrijving van Walcheren in de twintigste eeuw. In het Zeelandbeeld van Van Schagen passen bijvoorbeeld de Domburg-Westkapelle-competitie in brieven met Adriaan Viruly, de
Eerste schreden op de paden der letteren, Herinneringen aan Jan Toorop en zijn werk en het grote essay over zijn vriend, de schilder Jan Heyse, met wie hij in Zeeuwse Reflexen (1953) een monument voor Zeeland oprichtte.
Veel van deze onderwerpen komen ook langs in de boeiende documentaire
Ik ga maar en ben, die de NOS in 1970 over Van Schagen maakte. De videoband wordt zorgvuldig bewaard in de kluis van de Zeeuwse Bibliotheek.

Biografie

Als webredacteur van
www.literatuurinzeeland.nl, schrijf en plaats ik regelmatig biografieën van Zeeuwse auteurs van betekenis. Daar is nu eindelijk, als eerbetoon aan een markante, ook buiten de Zeeuwse grenzen belangrijke kunstenaar, de biografie van Chris van Schagen aan toegevoegd.


Anya Marinissen, Webredacteur
www.literatuurinzeeland.nl   

Oude muziekwerken in de bibliotheek

woensdag, 31 juli 2013

De Zeeuwse Bibliotheek heeft naast de open opstelling ook nog een groot magazijn tot haar beschikking. In dit magazijn bevindt zich al jaren een kast met muziekcollecties die nog afkomstig zijn uit de Kloveniersdoelen (de voormalige muziekbibliotheek). Deze materialen lagen nog ongeordend in een aparte kast. Hoe het één en ander in de muziekbibliotheek terecht is gekomen weet ik niet precies. Ik vermoed dat het meeste materiaal aan de muziekbibliotheek geschonken is. Alleen van de Stotijncollectie weten we dat de bibliotheek deze overgenomen heeft van het Zeeuws Orkest maar daar heeft mijn collega Els van de Wijdeven al wat over geschreven in het weblog van 12 juni j.l.

Ik ben aan de slag gegaan met de overige muziekmaterialen. Deze bevinden zich in grote mappen. Ik vond daarin heel veel sheets voor één bepaald instrument zoals piano, viool, cello. Daarnaast zijn er mappen vol met ensemblemuziek en mappen met allerlei Missen.

Ik heb al deze mappen doorgenomen en constateerde dat de kwaliteit van de sheets heel slecht is , er zit veel salonmuziek bij en ik betwijfel of dit van “hoogstaande” kwaliteit is. Maar het echte beoordelen laat ik liever aan een musicoloog over. Mijn taak als muziekbibliothecaris in deze is om te kijken wat er nog de moeite waard is om te bewaren in de bibliotheek en om het vervolgens toegankelijk te laten maken.

Bij het doorstruinen van de sheets kwam ik er al snel achter dat de meeste werken eind 19e begin 20e eeuw zijn uitgegeven. Er zit veel materiaal tussen dat weg kan, maar daarnaast zijn er ook muziekwerken die de moeite waard zijn en die naar mijn mening zelfs een plaats in de kluis van de bibliotheek verdienen.

Zo vond ik een aantal eerste drukken van composities zoals :

Trio voor piano, viool en violoncello op.34 van Josef Rheinberger, eerste druk uitgegeven in 1870 en het Trio nr. 3 voor piano, viool en violoncello van Anton Rubinstein op.52 eerste druk uitgegeven in 1857.

foto sheets 6

foto sheets 7

Josef Rheinberger leefde van 1839 tot 1901. Hij kwam uit Liechtenstein en was muziektheoreticus, muziekpedagoog en componist. Rheinberger schreef meer dan 200 werken. Tot zijn bekendere oeuvre horen zijn composities voor orgel.

Anton Rubinstein was een Russische componist die leefde van 1829 tot 1894. Daarnaast was hij één van de grootste pianisten in de negentiende eeuw. Een van z’n bekendste werken is “Melodie in F op.3 nr.1” voor piano.

In een map met allerlei koormuziek vond ik : Chorübungen der Münchener Musikschule; zusammengestellt von Franz Wüllner: zweite Stufe. München: Theodor Ackermann, 1883. In dit werk staat vermeld dat het eigendom is geweest van Henri Völlmar (1853-1939). Völlmar was een componist, dirigent en pianist die in Den Haag is geboren. Hij gaf concerten met o.a. de beroemde Henryk Wieniawski.

Zoals eerder aangegeven bevinden zich allerlei Missen in een aantal mappen. Bij het doornemen hiervan zag ik dat deze materialen het stempel Seminar St.Bonaventura Iseghem bevatten.

Deze Missen zijn afkomstig uit een kloosterbibliotheek te Iseghem, België. Tussen deze missen vond ik een eerste druk van Lorenzo Perosi – Messa Davidica eerste druk uitgegeven in 1897.

foto sheets 8 rea_1Ik vond hier het volgende over :”Het is onwaarschijnlijk dat deze compositie in ’t publiek domein is in de EU en in landen met een auteursrechtentermijn van 70 jaar”.

Daarnaast zijn er veel sheets met prachtige titelbladen. Wat ik heel apart vond was : Muziek uit het Water-Ballet “Badseizoen te land en te water” gegeven in den Koninklijk Nederlands Circus Carré – Maximiliaan Carré – uitgave ca. 1910. foto.sheets 1Ik kon hier het volgende over vinden: In 1894 vierde Oscar Carré  zijn zilveren jubileum als circusdirecteur en in 1895 werd een nieuw waterballet opgevoerd met muziek van Maximiliaan Carré. Dit werd een groot succes. (bron: www.amstelodamum.nl)

Een handige bron op internet die ik voor mijn speurwerk gebruikt heb is de Petrucci Music Library via www.imslp.org.  Naast het beschikbaarstellen van ca. 33.000 partituren in PDF formaat, is er ook informatie te vinden over de componisten, de uitgeverijen, wanneer een werk voor het eerst is uitgegeven.

De eerste impuls was om deze oude sheets maar bij het oud papier te doen. In tijden van bezuinigingen is er minder tijd en geld voor dit soort werkzaamheden. Ik ben blij dat ik toch nog de mogelijkheid heb gehad om deze materialen goed uit te zoeken want er kwamen toch een aantal “juweeltjes’ boven water. Het zou fantastisch zijn als een aantal werken nog gerestaureerd en ontsloten kan worden.

Wordt vervolgd!

 

Rea Bensch, Vakspecialist muziek

Slavernijverleden en de grabbelton die geschiedenis heet

donderdag, 4 juli 2013

Het Nederlandse slavernijverleden…alleen die naam al doet mij als historicus de rillingen over de rug lopen alsof een ongenode kousenbandslang door mijn broekspijpen richting mijn nek probeert te sluipen. Ik houd mij graag aan de regels van het vak, maar als je in het publieke debat belandt blijkt dat onmogelijk. Het is natuurlijk sowieso evident dat je de juiste begrippen hanteert omdat de vlag anders de lading niet meer dekt en dat is hier duidelijk het geval. Nederland kende a priori namelijk geen slavernij. In de voormalige koloniën was dit -onder de vigerende wetgeving van diezelfde Nederlandse staat- uiteraard wel het geval, maar dat neemt niet weg dat hier twee werelden bij elkaar worden gebracht die niet te verenigen zijn. Nuance is voor de historicus geen probleem, die is gewend dat een zwart-wit beeld niet bestaat, maar wel voor de moderne trendy ‘News Hopper’ die de wereld alleen nog ziet door de bril die media hem of haar verschaffen en de huidige samenleving projecteert op die van driehonderd jaar terug. Zonder enige gêne worden daarbij lukraak zaken uit de historische grabbelton gegoocheld en door elkaar geschud zonder enige context aan te brengen.

knipsel wikimediaMet gekromde tenen zat ik enige weken geleden te luisteren naar een lezing over slavernij waarin een kleine driehonderd jaar Nederlandse geschiedenis in een tiental zinnen werd uiteengezet. Van overheidswege van commissie voorziene bedrijven werden als piraten bestempeld (want in 2013 kennen we geen particulier geweldsmonopolie, dus zal het in het verleden ook wel niet gedeugd hebben, terwijl diezelfde groep minkukels nu ijvert om malafide huurlingen aan boord van de Nederlandse schepen voor de kust van Somalië mee te sturen in plaats van mariniers). Cijfers over enkele jaren werden maatgevend voor de gehele periode, zo ook het beleid van de WIC, dat kennelijk ook maatgevend was voor alle andere slavenhalers. En uiteraard was geen enkele natie zo wreed geweest als de Nederlanders. Nu was het bewind in Suriname extreem wreed, maar wat is wreed, of wreder dan … als je het niet vergelijkt met andere naties? Twee is kleiner dan drie en vier groter dan drie, maar drie blijft drie als vier en twee er niet zijn. De spreker wist van 1596 tot 1814 een tijdspanne te maken die 250 jaar overbrugde waarbij hij zonder scrupules van 1621 naar 1795 sprong alsof u en ik ’s ochtends het raam openzetten en denken: ‘alweer een nieuwe dag.’

knipsel transatlantic slavery

Een nog flagrantere schending van de vakterminologie kwam ik afgelopen weken tegen toen ik het feestelijke programma rond de 150-jarige afschaffing van de slavernij las en zag dat er in Amsterdam een heus symposium werd georganiseerd onder de noemer Transatlantic slavery in perspective? Die transatlantische slavernij was ik eerder al tegen het lijf gelopen in de liturgie van een op 30 juni georganiseerde dienst in de Oostkerk, maar dat was in elkaar geflanst door amateurs, niet door mensen van wie je beter zou verwachten. Wat moet ik mij daarbij voorstellen, bij Transatlantische slavernij? Dat is toch zeker de slavernij op de Atlantische Oceaan? En heeft die dan bestaan? Welnee, dat is de Stratenmaker-op-zee-show. Ja, er zijn miljoenen slaven over de oceaan vervoerd en die zijn met miljoenen tegelijk tewerkgesteld op plantages in de Nieuwe wereld, maar aan slavenarbeid werd aan boord van de transatlantische schepen niet gedaan om de eenvoudige reden dat de toekomstige slaven daar geketend in de ruimen zaten -welbeschouwd ook nog als krijgsgevangenen. Ook hier dekt de vlag de lading dus niet.

De nuance is ver te zoeken en er was dan ook volop gelegenheid je de afgelopen dagen kapot te ergeren aan mensen die de klok wel hadden horen luiden, maar niet wisten waar de klepel hing. Zo had de nieuwslezer van Omroep Zeeland het in de uitzending van 1 juli in zijn eerste zin doodleuk over de 150-jarige afschaffing van de slavenhandel, maar ook in serieuzere media als het NOS-journaal hakkelden en stotterden de verslaggevers en nieuwslezers zich door begrippen als afschaffing van de slavernij, slavernijverleden en slavenhandel. En omdat het allemaal zo erg is geweest durft niemand eigenlijk te zeggen hoeveel onzin er gedebiteerd wordt. Niet in de laatste plaats doordat talloze organisatoren zelf met het Nederlandse aandeel in de slavenhandel hun betoog starten, en vervolgens op slavernij overgaan zonder dat eigenlijk de slavenarbeid op de plantages in de koloniën en de afschaffing daarvan nog aan bod komt. Terwijl het daar dit jaar toch om begonnen was.

fokke en sukke

door Reid, Geleijnse & Van Tol
uit: De historische canon van Fokke & Sukke

Bovenal klonk er die 1ste juli de roep om excuses aan de Nederlandse regering. Voor wie niet beter weet lijkt dat misschien logisch, maar dat is het niet. Die Nederlandse staat schafte weliswaar zeer laat de wetgeving af die de slavernij reguleerde, maar bracht zelf de facto geen mensen in slavernij. Dat deden immers de plantage-eigenaars en een stad als Amsterdam en de WIC die in de Sociëteit van Suriname aandelen bezaten, niet de rijksoverheid zelf (ten minste als we Nederlands-Indië hier even buiten beschouwing laten). Nu kwam er eindelijk, dus honderdvijftig jaar te laat, een diepe spijtbetuiging van de regering uit monde van vice-premier Asscher, moesten het weer excuses zijn. Omdat daar een juridisch staartje aan kan vastzitten werd hier waarschijnlijk vanaf gezien. En omdat de voormalige ‘Prins Pils’ in dit verband wellicht een wat al te vlotte babbel zou hebben, had de RIVD maar besloten dat hij als Willem IV (want daar hebben we het toch eigenlijk over) beter zijn lippen stijf op elkaar zou kunnen houden en vooral gezellig met zijn eega mee zou klappen na elke speech. Maar waarom zou de overheid eigenlijk geen excuses aanbieden als dat het leed verzachten kan, als de Surinamers, Indiërs en Antillianen daarmee een last van hun schouders weggenomen kan worden?

Het lijkt mij dat de overheid niet bang hoeft te zijn voor claims omdat elke vraag om schadeloosstelling in principe verjaard is en er bovendien geen voormalige slaven meer in leven zijn. Als ‘nazaat’ van kan er toch moeilijk geclaimd worden? Dat zou een merkwaardige globale financiële claim carrousel opleveren. Dan kan ik ook wel geld van de Engelse staat gaan eisen voor wat de RAF mijn familie heeft aangedaan in de Tweede Wereldoorlog, de Duitsers en de Fransen omdat ze na 1940 Middelburg niet hebben gerestaureerd of, om dichter bij het onderwerp te blijven, de regering van Algerije aanklagen voor het onder slavernij brengen van mijn bet-bet-bet-bet-bet-overgrootvader die als zeeman gevangengenomen werd en als slaaf tewerk werd gesteld. Goed, ik hoef nu niet in Algerije te leven, maar waar het mij om gaat is dat mensen persoonlijk verantwoordelijk zijn voor hun daden en je kunt de nakomelingen daarvan niet de schuld geven, noch als nakomeling een ander aan gaan klagen.

Het adagium dat men er na eenmaal excuses vanaf is klopt natuurlijk ook niet helemaal, want de Keti Koti viering keert elk jaar terug en je kan als Nederlander maar moeilijk gaan doen of dat een feestdag is. Waar wordt herdacht moeten ook officiële woorden gesproken worden, ook al zie ik liever tien Surinaamse vrouwen in vrolijke ‘lawaai’ jurken dansen dan dat ik gedeputeerde De Reu tien minuten een tekst hoor oplepelen waarvan ik weet dat hij hem zelf niet geschreven heeft.

Dan heb ik het nog niet gehad over de alom geventileerde oneliners als ‘de geschiedenisboeken zijn er wazig over’ (PZC 2 juli, pag. 22) of ‘dat verleden wordt de kinderen op Curaçao of in Nederland niet geleerd.’ Dat soort kolder klinkt politiek heel leuk, maar is inmiddels al lang verjaard en achterhaald natuurlijk. Het is weliswaar ronduit hilarisch als Surinaamse scholieren van tien jaar oud moeten leren dat ‘De Rijn bij Lobith ons land binnenstroomt’ (het is overigens bij Spijk), maar die kadaverdiscipline is toch onderhand prehistorisch. Even resumerend: De slavernij is vensternummer 23 van de nationale canon en laat die canon (samengesteld door Frits van Oostrom) nu uitgangspunt zijn voor de kerndoelen in het voortgezet onderwijs die alle 8 tot 15-jarigen onderwezen moeten krijgen. Er is, met andere woorden, geen nieuw schoolboek meer te vinden waar dit onderwerp niet in voorkomt.

Balans Doelen no3 16okt2012

Balans, Middelburg

Ook de steden Amsterdam en Middelburg kennen –naast een slavernijmonument- hun zwarte geschiedenispagina’s. De Sociëteit van Suriname is venster nummer 20 van de Canon van Amsterdam. De Zeeuwse canon kent zelfs drie aanknopingspunten. Fort Zeelandia 1667 is vensternummer 28, slavenhandel en slavernijmonument vensternummer 32 en Molukkenkamp Westkapelle 1955 is vensternummer 47, waarbij de Surinamers onderdeel uitmaken van de immigrantenstromen die na de oorlog in de provincie terecht kwamen. Dat er in het onderwijs geen aandacht voor zou zijn lijkt me dus een fabeltje.

Het erge aan dit alles vind ik namelijk dat er wel herdacht wordt, maar dat slavernij nog steeds voorkomt. Erger nog, het bestaat nu ook in Europa, zelfs in Nederland. Wat heeft het voor zin slavernij te herdenken als er vijf kilometer bij huis vandaan moderne plantage-eigenaren rondlopen die Polen twaalf uur per dag champignons laten plukken tegen een hongerloon en deze in caravans stallen, terwijl hen heel andere arbeidsvoorwaarden werden voorgeschoteld; terwijl wij op sportschoenen van een niet nader te noemen Amerikaans sportmerk rondlopen die voor een dollar door een 12-jarige in de nachtelijke uren bij het licht van een 25-watt lampje in elkaar genaaid zijn in Bangladesh en hier honderdvijftig euro kosten, terwijl in Antwerpen 15-jarige meisjes uit Senegal -wier paspoort is afgepakt- tot prostitutie worden gedwongen.

knipsel kindslaven nike

Laten we daarom eerst eens onze eigen hypocriete hedendaagse samenleving onder de loep nemen en er voor zorgen dat onze huidige samenleving geen slavernij meer kent. Pas dan heeft het zin om om te zien naar het verleden, te herdenken en de les te trekken waarom dit in de toekomst niet meer voorkomen mag.

 

Johan Francke, Kennisdiensten & Collecties

Bike Friendly Cities

maandag, 1 juli 2013

Vroeg u zich ook al die tijd af waarom toch al die gratis witte leenfietsen in Middelburg op de gekste plaatsen opdoken? Wie net als de meeste inwoners associaties kreeg met de Provo’s, collectief bezit en het Lieverdje is historisch goed onderlegd, maar zat er naast. Dit hedendaagse witte fietsenplan (inmiddels is de proef afgesloten) was namelijk onderdeel van het ambitieuze project Bike Friendly Cities.

bikes

Project

Sinds 2012 is Middelburg één van de zeven fietsvriendelijke steden van Europa. Dat stempel krijg je niet zomaar. Provincie Zeeland, Gemeente Middelburg en partners uit Engeland (Southend en Cambridge), Frankrijk (Boulogne sur Mer) en Belgie (Kortrijk) werken intensief samen en zetten in op de sterkste punten in hun gebied om fietsvriendelijke steden te creëren.

Bike Friendly Cities is de naam van dit project en is bedoeld om fietsgebruik te promoten en te stimuleren. Dit Interregproject IV 2 Zeeën stimuleert grensoverschrijdende samenwerking en kennisoverdracht tussen verschillende regio’s met dezelfde problematiek en wordt mede gefinancierd met Europese subsidie. Elke partner heeft zijn eigen deelprojecten en doet zijn voordeel met de kennis en ervaring die de andere deelnemers inbrengen. Er worden onder meer verbanden gelegd tussen fietsen en terreinen als vervoer, duurzaamheid en natuurlijk gezondheid.

interreg

Om deze grensoverschrijdende samenwerking te bevorderen is er een digitaal fietsplatform in ontwikkeling. Op dit toekomstige online kennisplatform kunnen professionals informatie en ervaring uitwisselen, maar ook de fietsliefhebbers kunnen op de hoogte blijven van de actualiteiten die vanuit de diverse projecten worden gerealiseerd. De Zeeuwse Bibliotheek en SCOOP werken intensief samen met de partners om de website binnen afzienbare tijd te vullen met relevante informatie. Voor alle fietsliefhebbers die niet kunnen wachten is hier alvast een voorproefje.

Middelburg

Deelname van de Zeeuwse hoofdstad komt voort uit de al langer bestaande ambitie om de stad vriendelijker en veiliger te maken voor de vele fietsers die dagelijks de stad en de omgeving doorkruisen. Bovendien is het streven om uiterlijk 2014 fietsstad van Nederland te zijn. Een aanzet daartoe is de ontwikkeling van de Cycle Hub aan de oostzijde van Middelburg.

Een Cycle Hub is in gewoon Nederlands een plek om vanuit de auto op de fiets te stappen. Zo’n Hub werkt stimulerend volgens de Provincie Zeeland, om de auto achter te laten en de reis te vervolgen per fiets.  De Cycle Hub is één van de maatregelen om filevorming en parkeerproblematiek in het centrum van de stad te verminderen en de uitstoot van verkeer-gerelateerde broeikasgassen en vervuiling terug te dringen. Naast dit nobele streven kan de Cycle Hub bijdragen aan de volksgezondheid, de recreatiemogelijkheden, het stedelijk welzijn en last but not least: het aantal bezoekers van de stad.

transferium

In Middelburg wordt het veelbesproken fietstransferium begin 2014 in gebruik genomen aan de Oude Veerseweg, voorlopig alleen voor Provincieambtenaren. Maar in de toekomst kan waarschijnlijk elke Europese burger gebruik maken van de Cycle Hub. Het is zelfs de bedoeling dat er ook een servicepunt komt waar fietsers een kop koffie kunnen drinken, kleine reparaties kunnen laten uitvoeren en toeristische informatie te verkrijgen is. Als Middelburg hiermee de felbegeerde prijs van fietsstad van Nederland 2014 niet binnensleept, weet ik het ook niet meer.

 

Janette Zuydweg, Europe Direct Middelburg

Met één been in de toekomst: papier<>digitaal

woensdag, 12 juni 2013

Het lijkt alsof we lopen op een grens, met de ene voet zetten we een stap in de traditie, met de volgende stap staan we in een nieuwe omgeving. Rechts-links, rechts-links, stap voor stap naar een punt op de horizon waar de grens lijkt op te houden.

Nooit eerder was het verschil tussen de twee duidelijker. Of misschien toch, bijvoorbeeld tijdens de eeuwen die voorbijgingen vanaf de eerste blokdrukken rond het jaar 1000 tot de bloei van de boekdrukkunst in de 17de eeuw. Rechts de handschriften, links de gedrukte werken. Beperkt beschikbaar, kostbaar produceerbaar aan de ene kant; massaproductie en bijna onbeperkt beschikbaar aan de andere kant. Een grote revolutie en het begin van de emancipatie van de massa.

Door de crisis in Europa, ik durf het nauwelijks te schrijven, is de gang die we al sinds een jaar of dertig maken, toch wel wat lastiger geworden. Want we kunnen lang niet alles meenemen van de ene kant naar de andere kant- er blijft wel eens wat liggen waar we spijt van hebben. Langzamer stappen dan maar, zou je zeggen. Het is lastig om in tijden van afbraak het hoofd koel te houden en precies in te schatten wat van waarde is voor generaties na ons. Het punt is, dat “the powers that be” met een bepaalde radicaliteit te werk gaan, die vooral zelfverzekerdheid moet uitstralen, maar meestal weinig steekhoudend wordt beargumenteerd. “Alles is digitaal beschikbaar” is zo’n argument. Maar dat is het natuurlijk pas als we het meenemen…van die ene naar de andere kant.

Toen ik zelf een jaar of drie, vier was, eind jaren ‘50, had mijn vader een Philips bandrecorder. Ik kan me nog herinneren dat er een keer een opname werd gemaakt. Ik zat op de tafel, op het wollen tafelkleed, voetjes bungelend in de ruimte, kijkend naar dat bruine stukje band dat buiten de ronde cassette stak en rondjes draaide, want de opname was begonnen.

(Druk op Play + Rec.) Mijn vader’s stem die me dingen vroeg, mijn eigen ademloze fascinatie voor het draaiende flapje, enkele kleine kreetjes, een paar woordjes en uiteindelijk mijn moeder die enigszins gefrustreerd zachtjes opmerkte: “Laat maar, ze doet het niet”. Mijn eigen fantasiemelodietje, dat ik altijd neuriede als ik voor mezelf speelde, bleef onvastgelegd.

Die opname zette mijn vader ruim dertig jaar later op een cassettebandje. En enkele jaren geleden probeerde ik wat er nog aan ruis over was, toch over te zetten op een CDtje.

Waarom doen mensen dit, dit vasthouden van de tijd, dit vasthouden van een gevoel, een herinnering? Waarom bloggen we?
Eén voet in de traditie, één voet in de toekomst, zo waggelen we voort en proberen van de ene kant genoeg mee te nemen naar de andere kant. Want die ene kant, de kant van papier, de kant van ambachtelijk vervaardigde materialen, de kant van tijdrovend een instrument leren bespelen, aan die kant moeten we voortdurend dingen laten liggen, afschaffen, achterlaten.

Het leuke aan mijn baan is, dat ik op dit moment dingen tegenkom van die kant, de kant van papier, brandbaar, kwetsbaar en rafelend. Ik werk op de muziekafdeling en momenteel houd ik me bezig met het inventariseren van een collectie bladmuziek die jaren geleden werd gekocht van Het Zeeuws Orkest. Nooit eerder zo intensief bekeken, komen er nu verschillende pareltjes tevoorschijn zoals een luxe eerste editie van de partituur van de Mis van Alphons Diepenbrock. Diepenbrock is een belangrijke Nederlandse componist, die leefde van 1862 tot 1921. De uitgave is gebruikt, want er staan in blauw en rood potlood -zoals men dat deed in de 19de eeuw, begin 20ste eeuw- notities in van de dirigent. Als musicus gaat mijn hart sneller kloppen van dit soort dingen: een lijn van hier naar daar, en zo tastbaar.

photo1jun13

Als bibliothecaris wil ik meer weten over deze partituur, over het werk en de omstandigheden waarin het tot stand kwam. En dan stap ik op het andere been, ga via de website van het onvolprezen Nederlands Muziek Instituut naar de digitale catalogus van de werken van Alphons Diepenbrock en kom snel, zeer snel bij een schat aan informatie over het prachtige boekwerk dat voor me ligt. Als lezer van deze blog kunt u mijn spoor volgen: naar de archieven-sectie en het artikel over Diepenbrock, dan dan klik ik simpelweg op website oeuvrecatalogus en plons in de volgende vijver van informatie.

photo2jun13

De meeste vragen die ik heb over het proces van de totstandkoming, over de componist en hoe cultureel Nederland er in zijn tijd uitzag, krijgen een meer dan bevredigend antwoord.

Nu zou ik eigenlijk ook heel graag willen weten van wie deze aantekeningen zijn, in blauw en rood, en hoe de weg van dit bepaalde boek is geweest, van daar naar hier, de Zeeuwse Bibliotheek. Dat laatste stukje kan ik reconstrueren met een beetje verbeeldingskracht: bij de collectie die werd aangekocht, zat een groot gedeelte van de verzameling orkestmuziek van de dit jaar overleden fagottist en dirigent Louis Stotijn, die een aantal jaren Het Zeeuws Orkest dirigeerde. Onder zijn leiding ontwikkelde dit orkest zich tot een orkest met volledige bezetting en een unieke status in Nederland: het enige semi-beroepsorkest met een zeer professionele programmering.

Het geslacht Stotijn is in de afgelopen eeuw belangrijk geweest in het muziekleven van Nederland. Louis was de neef van de bekende hoboïst en muziekpedagoog Jaap Stotijn. Ik kan me voorstellen dat via via de partituur bij hen terecht is gekomen: ze gaven namelijk ook allebei les aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag. Of dit op waarheid berust, dat blijft gokken, maar het lijkt een voor de hand liggende conclusie.
Papier en digitaal, het vult elkaar zo mooi aan op deze manier. Het NMI heeft ook een exemplaar van dezelfde uitgave, zag ik in hun catalogus. Maar is deze ook betekend?

Zo stapt men voort, rechts-links…met een glimlach als rechts toch altijd nóg meer geheimen heeft om te onderzoeken. En dat op die basis het besluit kan worden genomen dat dit werk zeker mee moet naar de andere kant: naar de toekomst, door digitalisering van de prachtige steendruk van het titelblad door Antoon Derkinderenen en elke van de 91 pagina’s met aantekeningen in blauw en rood potlood. Tot die tijd: goed bewaren dat erfgoed,deze bronnen voor verhalen en inspiratie van de verbeelding. Ook al is er ergens in het land  een ander exemplaar, dan nog kan een rood-blauw potlood het verschil maken.

photo3jun13
Op het bureaublad van mijn laptop staat een kopie van een cassettebandje waar ik soms per ongeluk op klik. Dan hoor ik het piepjonge stemmetje van mijn jongste zoon met een zachte G zeggen: “Geld betalen is niet gemakkelijk!” Hij werd vorige week 29, zijn Brabantse G heeft plaatsgemaakt voor de tongval van de stad.

 

Els van de Wijdeven-Millenaar, muziekafdeling.

Limerjij of limerik?

donderdag, 30 mei 2013

Al vele jaren besteden wij in de Zeeuwse Bibliotheek uitgebreid aandacht aan de Nationale Gedichtendag op de laatste donderdag van januari. Sinds dit jaar wordt deze poëtische dag zelfs uitgebreid tot ‘Nationale Poëzieweek’. Bekende poëzie-evenementen als Gedichtendag, de VSB poëzieprijs en Turing Nationale Gedichtenwedstrijd, bundelen hun krachten in de nieuwe Poëzieweek, er wordt heel wat af georganiseerd rondom de poëzie. Bovendien kreeg Nederland in deze week, na Ramsey Nasr, een nieuwe Dichter des Vaderlands: Anne Vegter.

Muziek

Collega Nico Out, ook bekend als kunstkenner en kunstcriticus van de Provinciale Zeeuwse  Courant, droeg op Gedichtendag op een zeer aanschouwelijke wijze poëzie voor in het Leescafé van de Zeeuwse Bibliotheek. Het thema van 2013 was muziek. Nico slaagde er uitstekend in om niet alleen gedichten over muziek voor te lezen, maar om ook door zijn manier van voordragen te laten horen, hoezeer poëzie zélf muziek kan zijn. Zijn voordracht werd afgewisseld met pianomuziek van Jos Houtzager. Nico Out speelt ook zeer verdienstelijk mondorgel en gaf samen met de pianist een swingend concert.

Limerick en de klemtoon

Deze voordracht was een uitstekend moment om de aftrap te geven voor een door de bibliotheek georganiseerde limerickwedstrijd. We wilden graag een ‘luchtig’ onderwerp voor de wedstrijd en welk genre leent zich daar beter voor dan de limerick! Een limerick is een kort versje met het rijmschema A-A, B-B, A. De meestal grappige clou komt in de laatste rijmregel naar voren. De limerick bestaat uit 5 regels: regel 1, 2 en 5 rijmen op elkaar en bestaan tevens elk uit 9 lettergrepen. Regel 3 en 4 rijmen op elkaar en bestaan tevens elk uit 5 lettergrepen. Misschien klinkt dit alsof je zo’n versje snel in elkaar zet, maar dat valt tegen. Het ritme moet namelijk precies kloppen, met andere woorden: de klemtoon  van de lettergrepen moet precies op de juiste plekken vallen, anders ‘loopt’ de zin niet. Een limerick moet je als het ware kunnen zingen.

Moeilijk

Tot 1 mei kregen geïnteresseerden de gelegenheid om per persoon twee limericks in te sturen. Er werd wel een beperking meegegeven, de limerick moest over boeken, lezen en/of de bibliotheek gaan. Dat hebben we geweten! Onze postbus liep snel vol met inzendingen, blijkbaar zijn er heel veel Zeeuwen die graag dichten. Sterker nog, we kregen zelfs inzendingen uit Brabant en België.

De vierkoppige jury van de wedstrijd had er een hele kluif aan om tot een eenduidige beslissing te komen. Veel inzendingen vielen vanzelf af, omdat de limericks niet aan de technische voorwaarden voldeden. Erg jammer, want de inhoud en de clou waren dan wel leuk. Anderen vielen af, hoe leuk en grappig ze ook waren, omdat men zich niet aan het thema had gehouden.

limerickwedstrijdDe drie prijswinnaars van de limerickwedstrijd

Confessie

We zochten natuurlijk ook naar inhoudelijk verrassende limericks, limericks die ons in de clou aan het lachen maakten of een onverwachte wending kregen. Uiteindelijk vonden we drie winnaars, die op zaterdagmorgen 25 mei hun prijs kregen uitgereikt in de Zeeuwse Bibliotheek.

Op drie eindigde Miep de Waard met Een pukkelige puber. De tweede prijs werd gewonnen door Bep Grootendorst met De sof. Coenraedt van Meerenburgh kreeg welverdiend de eerste prijs met het grappige Confessie. De winnaars ontvingen een boekenpakket met inspirerende boeken op het gebied van literatuur en poëzie en een bedrag aan boekenbonnen. Een twaalftal ingezonden limericks kreeg bovendien een ereplaats op de videowall in de bibliotheek.

Haiku

Met voldoening kijken we terug op de wedstrijd, vooral ook omdat gebleken is dat zoveel Zeeuwen het leuk vinden om met taal aan de slag te gaan, er mee te spelen. Daarom komt er volgend jaar opnieuw een wedstrijd. Op Gedichtendag 2014, 30 januari, vindt de aftrap plaats van een Haikuwedstrijd. In de zomer van 2014 zal er in Middelburg een haikufestival plaatsvinden en daar willen we graag bij aansluiten. De uitslag van de wedstrijd zal bij de opening van het festival worden bekendgemaakt. Houd onze website dus in de gaten, zodat je de informatie hierover niet mist.

Wij hopen jullie natuurlijk te ontmoeten als enthousiaste taalliefhebbers en haikudichters!

Anya Marinissen, Romanafdeling

Digitale etalages

woensdag, 22 mei 2013

Op de Passie op het platteland-prijs, die dit jaar aan de Zeeuwse onderwijsservicebus Columbus werd uitgereikt, prijkt een citaat van de Nederlandse schrijfster en dichteres Ellen Deckwitz: “Ik heb geleerd dat er nog vele werelden te ontdekken zijn, meestal zitten ze verstopt tussen twee kaften.”

illus-grijsoranje-pleclijn

De Britse schrijver en avonturier Redmond O’Hanlon doet daar in het bibliotheekblad van november 2012 nog een schepje bovenop: “De wetenschappelijke bibliotheek is de hemel op aarde, want alles zit erin: kennis, toekomst, verbeelding. Zij is de neerslag van de menselijke zoektocht om steeds iets meer te begrijpen van hoe de wereld werkt.”

Wij bibliothecarissen kunnen dit volmondig beamen. Alleen worstelen we al jaren met de vraag: hoe breng je die boodschap over aan alle mensen buiten onze bibliotheek?

Het liefst zouden we een etalage inrichten, waarin alle inhoud geopenbaard werd. Fysiek is dat echter onmogelijk, immers, de werelden blijven besloten tussen de kaften. Internet biedt gelukkig een mooie oplossing. In 2011 gingen daar de digitale etalages van start. Allereerst met een viertal etalages: water, bètabieb, duurzaamheid, opvoeding en onderwijs en culinair.

Inmiddels zijn daar nog bij gekomen: energie, architectuur en stedenbouw, muziek maken, innovatie en maatschappij, management en marketing, Amsterdam, design en kunst.

En er komen er nog veel meer!

digitale_etalages

 

Wat tref je allemaal aan in de digitale etalage? In de etalage worden actuele onderwerpen gepresenteerd. Zo kun je in de etalage innovatie en maatschappij alles lezen over serious gaming, de manier waarop computerspellen worden ingezet in bedrijfsleven en onderwijs. Heb je interesse en wil je je daar nog verder in verdiepen? In de bijgevoegde literatuurlijst kun je met één muisklik de titel van jouw keuze aanvragen.

Hierbij put je uit de Collectie Nederland, de gezamenlijke collectie van de openbare en wetenschappelijke bibliotheken in ons land. Zo gaat er achter de etalages een collectie van 15 miljoen titels schuil.

Maar er is nog meer te vinden in de etalages: filmpjes, actualiteiten, nieuws- en twitterberichten en een activiteitenagenda. Zo vind je op de energie-etalage een uitnodiging voor het energiecafé over energiezuinig wonen en bouwen, dat 4 juni ’s avonds in de Zeeuwse Bibliotheek te Middelburg plaatsvindt. Hier leer je hoe met stro wordt gebouwd, en kun je je door architecten laten adviseren hoe je op een mooie manier zonnepanelen op je huis aanbrengt.

De energie-etalage is door de Zeeuwse Bibliotheek opgezet, in samenwerking met SCOOP, Provincie Zeeland, Zeeuwse Milieu Federatie en energiebedrijf Delta. Naast specialistische dossiers bevat deze etalage een speciale pagina met Zeeuwse nieuwtjes en weetjes over energie. Daar worden maandelijks drie Zeeuwse energie-initiatieven in het zonnetje gezet.

Ook de wateretalage is een initiatief van de Zeeuwse Bibliotheek, ditmaal in samenwerking met Bibliotheek Almere. In deze etalage vind je dossiers over onder meer de watersnoodramp 1953, de stormvloedkering, de Westerschelde en het Deltaprogramma. De wateretalage nodigt je ook uit om een kijkje te nemen bij de Tentoonstelling over de Schelde in de Zeeuwse Bibliotheek.

Neem gerust een kijkje bij de digitale etalages, en verrijk jezelf met kennis. Blijf ze in de gaten houden, want in de toekomst verschijnen steeds nieuwe dossiers en thema’s.

www.digitale-etalages.nl

Anne-Marie van Houtert-Ponssen, Vakreferent en redacteur Digitale Etalage Water

 

Muziekwebluister in de Zeeuwse Bibliotheek!

donderdag, 16 mei 2013

Wat is Muziekwebluister

Muziekwebluister is een aparte online dienst van de Centrale Discotheek Rotterdam (CDR) die naast de bestaande diensten van de CDR (zoals het aanvragen van titels via het bestelverkeer) aangeboden wordt. Met muziekwebluister komen meer dan 4,5 miljoen tracks beschikbaar. Op deze wijze blijft muziek een zichtbare en hoorbare plaats in de bibliotheek houden!

 muziekwebluister 2

 

Muziekwebluister in de Zeeuwse Bibliotheek

Sinds kort biedt de Zeeuwse Bibliotheek deze online dienst aan in de strandhuisjes die zich bevinden op de muziekafdeling. De muziekafdeling is gesitueerd op de begane grond van de Zeeuwse Bibliotheek.

strandhuisje muziekafdeling

Het aanbod omvat diverse muziekstromingen zoals popmuziek, klassieke muziek, jazz, wereldmuziek, Nederlandstalige muziek etc. Daarnaast biedt muziekwebluister een schat aan informatie over albums, artiesten en genres.

 

Hoe werkt Muziekwebluister

Je komt binnen in de catalogus van Muziekweb (Muziekweb is de website van de Centrale Discotheek Rotterdam) waarin je kunt zoeken naar een titel /songtitel of artiest die je wilt beluisteren. Voor wat betreft klassieke muziek zoek je in de klassieke catalogus naar componist, uitvoerende of titel. De uitgekozen tracks kun je selecteren door er een vinkje voor te plaatsen. Vervolgens kies je om het nummer direct af te spelen of toe te voegen aan een afspeellijst. Zodra je muziekwebluister verlaat wordt de speellijst gewist. Wil je echter een speellijst maken die bewaard blijft, log dan in met jouw pasnummer en wachtwoord. Je kunt dan 3 persoonlijke afspeellijsten maken die bewaard blijven.

muziekweblusiter 1

Muziekwebluister is ook heel geschikt voor het beluisteren van nieuwe cd’s of voor het opdoen van nieuwe muzieksuggesties. Wekelijks worden nieuwe cd’s toegevoegd onder de rubriek Nieuw Binnen en onder de rubriek Muziekstijlen krijg je veel suggesties om eens een andere stijl te verkennen.

 

Rea Bensch, Vakspecialist muziek