Archief van categorie ‘Collecties’

Hulde aan Guépin

donderdag, 6 januari 2011

Bellamy was een bekende Vlissingse dichter, Jan Guépin is vergeten. Geen straat of park is naar hem vernoemd en het boekje: Hulde aan de nagedachtenis van wijlen Jan Guépin is het enige dat over hem verschenen is.

Toch een blog over Guépin vanwege de vele gedichten die opgenomen zijn in de handschriftencollectie van de Zeeuwse Bibliotheek. Guépin werd in 1715 in Vlissingen geboren. Zijn ouders waren Jacob (Jacques) Guépin en Mary Attwel, Hugenoten die rond 1683 uit Frankrijk en Engeland gevlucht waren. Jan was dus een tweede generatie asielzoeker. In het gezin spraken ze Frans en hij schreef eerst Franse gedichten. Later streefde hij naar het zuiver Nederlands en schreef in zijn jeugd punt- en klinkdichten. Hij zat op de Latijnse school, samen met Hermanus Jaarsma en Nicolaas Lambrechtsen. Herman Jaarsma was de zoon van de Doopsgezinde dominee Jaarsma en schreef ook gedichten. Nicolaas Lambrechtsen was lid van een bekende Walcherse familie en verbonden met de collectie van het Zeeuws Genootschap.

Guépin las graag gedichten van o.a. Vondel en Horatius. Van die laatste vertaalde hij een lierzang. De psalmberijming van Datheen (Dathenus) is onderwerp van gedichten en brieven vooruitlopend op het zogenaamde Psalmenoproer, dat pas in 1776 in alle heftigheid zou losbarsten. Guépin schreef zowel een satire als een lofzang over Petrus Dathenus. De lofzang is ook één van de weinige werken die gedrukt zijn van Guépin.

Tussen de handgeschreven gedichten zitten verdienstelijke zoals De mensch, vele gelegenheidsgedichten en ook diverse geestige uitnodigingen op rijm: “O dogter kom op mijn begeeren, op woensdagh in uw daagsche kleeren, want t mogt eens reeg’en onder ’t rijen, koom met uw vader bij malkand’ren, zo gaan wij zedig met den and’ren”.

Tot de aardige stukken horen ook twee reisverslagen. Eentje over een ‘sukkelreis’ van Rotterdam naar Vlissingen en over een wandeling bij Domburg.

In 1876 schrijft Passchier Fret een brief over een zin uit een gedicht van Guepin waarin hij liever varkens dan Joden ziet komen in Vlissingen. Fret geeft hierover uitleg.

foto guepin
Waterverftekening behorend bij Handschrift 3016 uit de Kluis van de Zeeuwse Bibliotheek.

Volgens de levensbeschrijving uitgegeven door F. Nagtglas was Guépin ook een geestig en vaardig tekenaar. De tekening die boven deze blog staat is mogelijk gemaakt door Guépin. De betekenis en de tekst eronder zijn mij niet helemaal duidelijk: “J. Guépin 1741. Een hen legt geen daer by een nest , zy ziet”. Achterop staat dat het geschonken is aan het Zeeuwsch Genootschap in 1873 door J.F. Bergman.

In mei 1766 schreef Guépin nog een gedicht voor de inhuldiging van Willem V als markies van Veere en Vlissingen. Het was zijn laatste gedicht en wel in het Frans. Na een kort ziekbed overleed hij op 15 juni 1766. (Bellamy was toen 8 jaar). De schrijvers J.J. Brahé en N.C. Lambrechtsen brachten Guépin hulde.

Cocky Klaver, projectmedewerker Handschriftencollectie

Kerst & Oud en Nieuw op zijn Zeeuws

dinsdag, 21 december 2010

Nog even en we vieren weer Kerstmis en Oud en Nieuw. De kerstboom wordt opgetuigd met glitterballen en andere versiersels. Kerstkaarten worden verstuurd. Ook zijn er diverse kerstmarkten waar allerlei spullen worden verkocht en waar glühwein wordt geschonken. Mensen brengen een bezoek aan familie en vrienden en bereiden feestelijke maaltijden.

Deze gebruiken komen oorspronkelijk niet uit Nederland.

Voor de kerstboom zelf moet al teruggegaan worden naar gebruiken in de Oudheid. In Egypte werd er voor de god Osiris een palmboom versierd en vereerd. In het oude Rome werd de den als boom van de god Baäl-Berith vereerd. Later vierden ze het feest Saturnalia, ter ere van Saturnus. Men gaf elkaar cadeautjes en liet de slaven tijdelijk vrij. De Germanen vierden het Zonnewendefeest en bij de Kelten werden er onder meer dode vogels in offerbomen gehangen.

In Duitsland werd in de gekerstende gebieden zo rond de 5e eeuw de spar gebruikt als een Boom des Levens in de kerken. Deze spar was behangen met appels, ouwel en koekjes. Dit waren tekenen van vruchtbaarheid.

Kinderen tuigen de kerstboom op (Vlissingen, 1960)

Kinderen tuigen de kerstboom op (Vlissingen, 1960)

De eerste kerstbomen werden zo rond 1500-1530 in de Elzas (o.a. Straatsburg) waargenomen. Ook deze waren versierd met fruit en koekjes. Nieuw was het gebruik van kaarsen. Pas in de 19e eeuw verspreidde het gebruik van de kerstboom zich verder over Europa. Vooral onder protestanten, de katholieken volgden later. Het Vaticaan hield dit lang tegen, want het neerzetten van een kerstboom werd gezien als een heidens gebruik.

In Zeeland, o.a. op Zuid-Beveland, was het in de jaren twintig en dertig van de 20e eeuw gebruikelijk dat in de kerk kerstbomen werden versierd met sinaasappels, mandarijntjes en kaarsen. Deze kaarsen werden aangestoken met een lont dat met alle kaarsen verbonden was. Katholieken hielden het lang bij de kerststal, welke zo rond 1500 zijn intrede in de Nederlanden deed.

Omdat het een tijd van bezinning is, gaan mensen rond de Kerst naar de kerk. De protestanten gaan naar de kerkdienst, de katholieken naar de nachtmis. Vaak zijn er meerdere diensten op de Eerste en Tweede Kerstdag. Op Walcheren en Noord-Beveland hield men zelfs een ‘Derde Kerstdag’. Dit omdat de eerste twee meer rustdagen waren en de derde voor allerlei activiteiten was voorbehouden.

Ook de kerstmarkten hebben een Duitse oorsprong. Zo rond 1384 werd de eerste kerstmarkt in Bautzen gehouden. Op de kerstmarkten kon men allerlei dingen kopen, zoals cadeautjes en eetbare dingen, zoals krentenbrood, dat onder de namen kersttimp, kerstwig of kerststol zijn weg naar het grote publiek vond. Op Zuid-Beveland aten de mensen daarentegen tulband als ontbijt, gemaakt van brooddeeg. Dit werd met roomboter en witte basterdsuiker geserveerd. Bij het diner werd zeekraal gegeten.

Zeekraal (Bron: ministerieetenendrinken.weblog.nl)

Zeekraal (Bron: ministerieetenendrinken.weblog.nl)

De oudste kerstkaart dateert uit de 17e eeuw. Kerstkaarten werden vooral gebruikt door de adel. Dit gebruik stamt af van kerstgroeten die in de middeleeuwen vooral vooral uit hout werden gesneden.

Tijdens Oudjaar vond er op Zuid-Beveland het traditionele oudjaarszingen plaats. Dan gingen jongemannen verkleed langs de deur om liederen te zingen. Ze werden dan onthaald op krentenbrood en koeken. Ook kregen de jongemannen een borrel, veelal jonge klare. Kinderen gingen langs de deur om te koenkelen: liederen zingen met de rommelpot. In Noord-Brabant wordt de rommelpot foekepot genoemd. De kinderen kregen dan geld of snoep. In Yerseke is er sinds 1992 de Eerste Yerseksche Koenckelpotfanfare om deze traditie weer nieuw leven in te blazen.

Koenkelpot (www.koenckelpotfanfare.nl)

Koenkelpot (www.koenckelpotfanfare.nl)

Over de herkomst van oliebollen bestaan verschillende theorieën. Meer hierover kunt u lezen in de Wikipedia. In Zeeland komen er ook nieuwe tradities bij, zoals de nieuwjaarsduik te Vlissingen.

Nieuwjaarsduik te Vlissingen (2010)

Nieuwjaarsduik te Vlissingen (2010)

Speciaal voor Kerstmis & Oud en Nieuw is er weer een thema op de Beeldbank Zeeland aangemaakt. Daar kunt u de foto’s bekijken.

Ester van Dooren, beheerder audiovisuele en digitale collecties

Luchtvaart in Zeeland

maandag, 13 december 2010

Van 7 december 2010 t/m 29 januari 2011 is er op de tweede verdieping van de Zeeuwse Bibliotheek een tentoonstelling met foto’s van luchtvaart in Zeeland. Op de Beeldbank Zeeland staat het bijbehorende thema.

Een terugblik op de geschiedenis van de luchtvaart in Zeeland.

Eerste demonstraties

De eerste vliegdemonstraties in Zeeland vinden plaats in 1911 bij Goes en Vlissingen. Tien jaar later, in 1921 zijn er opnieuw grote vliegdemonstraties die in de laatste weken van augustus nabij Wilhelminadorp en het vliegveld van Vlissingen worden gehouden. Dit is echter niet de oudste Zeeuwse proef met de luchtvaart, want die vindt plaats in de 18de eeuw.  J.A. van de Perre laat op 5 april 1784 een ballon op vanuit de achtertuin van zijn huis aan het Hofplein (het huidige Zeeuws Archief). Op 29 april 1784 laat de Middelburgse fysicus Reghter een ballon opstijgen vanaf het voorplein van het gasthuis. De (onbemande) ballon is gevuld met damp van ‘vitrioolzuur en spykers’ en zweeft in niet minder dan vijf à zes uur naar Schiedam toe, waar de ballon in het riet komt vast te zitten.

Vlissingen

Het eerste vliegveld in Zeeland is een militair vliegveld. Door de gunstige ligging van Vlissingen nabij de Westerschelde ontstaat vlakbij de marinehaven een vliegveld op het voormalige exercitieterrein van de landmacht tussen Vlissingen en West-Souburg (tegenwoordig de wijk Westerzicht). Het vliegveld wordt nodig geacht tijdens de mobilisatie van 1914 en de dreiging van de Eerste Wereldoorlog. Na de oorlog geeft de noodlanding van een KLM-vliegtuig in 1922 de stoot tot het treffen van verschillende voorzieningen. Op 30 juni 1926 wordt het vliegveld officieel geopend. De luchthaven is inmiddels zowel voor burger- als militair luchtverkeer. In datzelfde jaar krijgt de luchthaven een loods en wordt zij tot ‘vliegveld Vlissingen’ gedoopt. Het stationsgebouw is pas in 1933 gereed. Op 1 januari 1927 wordt het vliegveld door de Koninklijke Marine overgedragen aan de directie Zeeland van Rijkswaterstaat. Het beheer komt in handen van de directeur van de luchtvaartdienst. Twee lichte bombardementen in de meidagen van 1940 maken een einde aan het vliegveld.

Vliegveld bij Vlissingen

Vliegveld bij Vlissingen

Haamstede
Het tweede Zeeuwse vliegveld komt tot stand door particulier initiatief. Het in 1925 in Zierikzee opgerichte comité tot bevordering van het luchtverkeer met Nederlands-Indië werkt zowel aan de langste als aan de kortste luchtverkeerslijn. Namelijk de lijn Rotterdam-Schouwen en Schouwen-Nederlands-Indië, ofschoon die laatste lijn nooit van de grond is gekomen. Nabij Haamstede wordt in de kop van Schouwen een geschikt terrein van 18 ha. groot gevonden waar noodlandingen kunnen worden uitgevoerd. Dit wordt op 4 mei 1931 geopend. Kort hierna breidt men het terrein al met 12 ha. uit. Het vliegveld Haamstede wordt officieel op 1 mei 1933 geopend. Het jaar daarop is het stationsgebouw gereed en wordt een radio mistbaken geplaatst. Tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruiken de Duitsers het vliegveld voor verkenningsvluchten met Messerschmidts, maar het raakt eind 1944 onbruikbaar door het graven van sloten. Na de stormramp van 1953 doet het vliegveld nog korte tijd dienst als landingsbaan om een snelle verbinding met het geïnundeerde eiland mogelijk te maken, maar deze baan heeft weinig dienst gedaan. In 1956 neemt de zweefvliegtuigclub Haamstede het vliegveld in gebruik.

Douglas DC 20, de Kievit, op vliegveld Haamstede (1938)

Douglas DC 20, de Kievit, op vliegveld Haamstede (1938)

Midden-Zeeland
In 1963 wordt de werkgroep vliegveld Midden-Zeeland opgericht. Op 13 juni 1970 wordt het vliegveld geopend en het stationsgebouw is in april 1971 gereed. Op werkdagen wordt er viermaal de route Schiphol, Zestienhoven, Noord-Sloe gevlogen en tweemaal per dag naar Lille met de tweemotorige Dornier Skyservant (10 passagiers). De luchtlijn wordt op 1 juli 1970 geopend en op 1 oktober 1971 alweer stopgezet omdat het vervoer beneden verwachting blijft. In het weekeind worden rondvluchten georganiseerd. Tijdens een van deze rondvluchten stort eind augustus 1970 een vliegtuig neer op een plaat in het Veerse Meer waarbij drie mensen het leven verliezen en zeven mensen gewond raken. Het vliegveld is bestemd voor internationaal burgerluchtverkeer tot vijf ton. De vliegclub Midden-Zeeland telt vooral veel zweefvliegtuigen.

Starfighter op vliegveld Midden-Zeeland (2005)

Starfighter op vliegveld Midden-Zeeland (2005)

Lijnvluchten
In het voorjaar van 1921 neemt de KLM een proef met een luchtvaartdienst tussen Amsterdam, Rotterdam en Vlissingen. Het zal echter nog tien jaar duren voordat de eerste binnenlandse luchtlijn werkelijk wordt geopend; die tussen Rotterdam en Haamstede. Een jaar later, in 1932, wordt de lijn doorgetrokken naar Vlissingen. En vanaf 1933 kan in de zomer ook naar Knokke-Zoute worden doorgevlogen. In 1934 werden bijna 10.000 passagiers en 54 ton vracht vervoerd.  Na diverse ongelukken met KLM toestellen is op 1 oktober 1936 de luchtlijn stopgezet. Op aandringen van vaste passagiers wordt de luchtlijn in december weer driemaal per week hervat. In verband met de oorlogsdreiging wordt het binnenlands luchtverkeer op 22 augustus 1939  gestaakt. Het uitbreken van de oorlog maakt meteen een einde aan de Zeeuwse luchtlijn. Het succes van de lijn ligt hoofdzakelijk aan het toeristenverkeer naar de badplaatsen. De tocht Rotterdam-Schouwen, die anders vijfenhalf tot zeven uur duurt, wordt nu in 25 minuten afgelegd. De KLM maakt tijdens de lijnvluchten gebruik van Fokker F VIIa en F VIII toestellen en later de DC-2 en DC-3 die aan 8, 12, 14 en 21 passagiers zitplaats bieden.

Opening lijn Vlissingen - Haamstede (4 juli 1931)

Opening lijn Vlissingen - Haamstede (4 juli 1931)

Watersnoodramp
De watersnoodramp van 1953 blijkt een vreemde katalysator voor het nieuwe vliegverkeer in Nederland. Doordat mensen uit het water moeten worden gered en gebieden (ook per schip) volstrekt onbereikbaar zijn biedt alleen de helikopter uitkomst. Dit nieuwe luchtvoertuig kan in de lucht stil hangen. Veel mensen die gered worden blijken zelfs bang te zijn van het hefschroefvliegtuig. Zoveel mogelijk helikopters uit de Benelux landen –en dat zijn er op dat moment nog slechts enkele- worden ingezet bij het redden van de slachtoffers.

Helicopter boven Schouwen-Duiveland tijdens de Watersnoodramp

Helicopter boven Schouwen-Duiveland tijdens de Watersnoodramp

Tekst: Johan Francke, informatiespecialist Zeeuws Documentatiecentrum

Verzameling fotomateriaal: Ester van Dooren, beheerder audiovisuele en digitale collecties

Poseidon – Hans Warren

maandag, 6 december 2010

Op de zijgevel van Restaurantje Nummer 7 in Middelburg is het gedicht Poseidon van de in 2001 overleden Zeeuwse schrijver en dichter Hans Warren officieel onthuld op 30 oktober 2010. Het is het zesde gedicht in de serie ‘Sprekende Gevels’. Het project van de werkgroep poëzie van de Stichting Kunst- en Cultuurroute is vorig jaar juli begonnen. Het doel is om blinde muren en gevels en andere verrassende plaatsen te verfraaien met gedichten. Het thema is ‘zee en land’ en de werkgroep wil in totaal zo’n 25 gedichten in de stad plaatsen.

Vanuit historisch oogpunt is het plaatsen van het gedicht Poseidon op de hoek Brakstraat en Rotterdamsekaai een mooie keuze. Een straat tegenover het Prins Hendrikdok. Hier was oorspronkelijk de oude getijdehaven van Middelburg. Via het riviertje de Arne was er tot 1535 een open verbinding met de Noordzee, eb en vloed hoorden erbij.

POSEIDON
Ik, die aan zee geboren ben,
wil nog graag geloven, machtige Poseidon,
dat de zee onze eilanden draagt.
In de zoute wellen, diep in ’t land
offeren we, ook al wordt daar onze roeispaan
nog niet voor schepel aangezien,
en als je woedt, Poseidon Asphalios,
vastgegronde, wanneer de aarde steunt,
de golven koken, dan sidderen wij radeloos.
Bergen komen en gaan, een krater gaapt
daar waar je heiligdom verrees –
maar in de prille parelmoeren morgen
na het geweld, staat daar
onstuimig hinnikend je zoon,
het vleugelpaard Pegasos klaar.

De schrijver en dichter Hans Warren werd altijd geïnspireerd door de Oudheid en door Griekenland, zozeer dat hij al vroeg in zijn loopbaan werd afgeschilderd als ‘een Griekse God in het Zeeuwse landschap’.
In 1973 publiceerde hij een dichtbundel De Olympos’, met gedichten over de twaalf grote goden en godinnen van de Olympos. Hij wilde bewijzen dat de Griekse goden ook nu nog leven. In Middelburg kunnen voorbijgangers het gedicht Poseidon, als eerbetoon, lezen op de muur in de Brakstraat en kan men mijmeren over goden, zee en land, stormen en kabbelende golfjes, worstelen en bovenkomen. Poseidon is een gedicht dat wel wat toelichting mag hebben.

Poseidon, zijn Romeinse naam is Neptunus, was de grote zeegod die heerste over alle wateren en zeeën op aarde. Samen met Zeus en de andere goden verbleef hij op de berg Olympos, al was hij meestal te vinden in zijn schitterende onderzeese paleis en kwam hij voornamelijk naar de Olympos om met de andere goden te vergaderen.

De naam Asphalios (gever van veiligheid) is één van de vele ‘functienamen’ of bijnamen die aan Poseidon werd gegeven, een andere naam is Hippios (god van de paarden). Behalve god van de zee was Poseidon ook de vader van de eerste paarden, zoals het ontembaar geachte gevleugelde paard Pegasos. Ook is hij de verwekker van aardbevingen, de ’aardschudder’, de veroorzaker van vloedgolven en zeestormen. Daarnaast houdt hij de aarde weer vast in zijn stevige armen en draagt hij haar.
Deze geduchte en grillige zeegod, die zeker door zeelieden te vriend gehouden moest worden, werd in de hele Romeinse en Griekse wereld vereerd.
Zijn beroemdste tempel, de Poseidon-tempel van Sounion, in 1976 bezocht door Hans Warren, in 2010 bezocht door mijn dochter Femke, leerlinge van ‘De Nehalennia’, staat afgebeeld op honderden affiches van het Griekse verkeersbureau.

In het gedicht Poseidon is het thema zee en land mooi verweven. De zoute wellen verwijst naar het feit dat Poseidon niet alleen de zee maar ook de rivieren, beken en bronnen beheerde, hij zou de bron op de Acropolis geslagen hebben.

De tegenstelling roeispaan en schepel is mooi, Hans Warren koos dit beeld omdat het gelijkuitziende voorwerpen zijn, grote graanschepels en roeispanen hebben ongeveer dezelfde vorm gehad. De schepel is een platte houten schop met lange steel om graan en aardappelen mee te scheppen of ‘om’ te zetten.

Poseidon werd veelvuldig afgebeeld, als een imposante figuur met een volle baard en een drietand die de cyclopen voor hem hadden vervaardigd. De drietand draagt hij altijd als een teken van zijn waardigheid in zijn hand. Met dit wapen, de vork met drie tanden, bedoeld ook om vissen te spietsen, deed hij de zee hoog opgolven of bracht hij die tot rust, beroerde hij de aarde en verbrijzelde hij rotsen. Wraakzuchtig was hij ook: dan sidderen wij radeloos.

De tekst eindigt met Pegasos, dit gevleugelde paard brengt een nieuw element in het gedicht. Hij overstijgt land en zee, terwijl Poseidon juist aan land en zee gebonden is. Het licht en de hogere hemelse machten hebben het donker en de aardse machten overwonnen. Pegasos staat klaar om de wagen van Eos, de dageraad, te gaan trekken, er breekt immers een nieuwe dag aan.

Hans Warren was niet alleen een kenner van de goden, hij was ook een onstuimig liefhebber van het voedsel van de goden: de vruchten van de zee.
Dat maakt de keuze voor het plaatsen van Poseidon op de zijgevel van Restaurantje Nummer 7 wel heel apart. In Geheim dagboek 1996-1998 lezen we dat hij op 14 september 1996 zelfs gegeten heeft bij No.7. Op deze dag werd in de Zeeuwse Bibliotheek de tentoonstelling geopend vanwege zijn vijfenzeventigste verjaardag. Bij de voorbereiding en opening van deze tentoonstelling waren veel medewerkers van de bibliotheek betrokken, Ronald Rijkse was de eerste spreker! Na afloop ging Hans Warren uit eten met vrienden waaronder Gerrit Komrij en Tom Lanoye.
Ik wil de goden niet verzoeken maar ik denk dat dit Hans Warren wel gelukkig had gestemd, het weten dat zijn Poseidon in Middelburg aan de gevel omgeven zou zijn door de geuren van zeevruchten, zoals coquilles, kreeft en Noordzeekrab. Misschien prikt hij zelfs een vorkje mee?
En Poseidon? Zaterdag 7 november leek het of de goden een spel speelden met de elementen. Aan de kust ontstonden plotselinge buien, bij de Brakstraat bleef het zonnig en droog. Maar… wanneer een schip te water wordt gelaten wordt het gedoopt met een fles champagne voordat het dok verlaten wordt. Niemand weet waar die middag de windvlaag vandaan kwam die de champagneglazen zachtjes optilde en zo ook hier een doop volbracht.
Volgens mij heeft Hans Warren zo bewezen dat de goden nog wervelend aanwezig zijn en zorgen zij in de toekomst voor meer beweging in Middelburg.

Poseidon is door zijn macht ook beschermheer van schepen en vissers. Oost, west, thuis, best… Alle zeelieden een behouden vaart toegewenst!

Anke Nijsse, medewerker Onderwijsbibliotheekdienst

Dank aan Thea Everaers, Ed de Graaf en Mario Molegraaf.

Bronvermelding:
Over ‘De Olympos’ van Hans Warren, Jos Versteegen, 1982
Verzamelde gedichten, Hans Warren, 2002
Foto’s: Anke Nijsse
Gedicht Poseidon, Brakstraat 2010
Rotterdamsekaai, scheepsmasten van De Stortemelk, achtergrond de Oostkerk, 2007

Spotify

dinsdag, 2 november 2010

spotify1

Met de komst van streaming muziekdiensten zal de losse, betaalde download en de illegale download het moeilijk gaan krijgen. De muziekdienst die ik nader zal toelichten is Spotify.

Het heeft even geduurd voordat de auteursrechten in Nederland officieel geregeld waren, maar sinds mei 2010 is Spotify eindelijk ook in Nederland verkrijgbaar. Met de komst van deze on line muziekdienst is het aanbod aan onbeperkte streaming behoorlijk uitgebreid.

Wat is Spotify?

Spotify is een Brits-Zweedse webdienst die streaming audio verzorgt. De cd verving de lp, de mp3-speler verving de cd en de streaming muziekdienst vervangt de eigen mp3-verzameling op je eigen computer.

De muziekverzameling staat niet meer op de harde schijf maar op een webserver. Het is af te spelen op elke computer en zonder beperkingen vertegenwoordigd. Zeker niet compleet, maar de database is groot genoeg om nieuwe artiesten te ontdekken. Er is een ongelimiteerde toegang tot een catalogus van 8 miljoen nummers. Dagelijks worden er meer dan 10000 nummers aan de database toegevoegd. De extra artiest-info komt van de All Music Guide.

Alle grote platenmaatschappijen doen er aan mee. Naast de popmuziek zijn de jazz en klassieke muziek ook volop aanwezig. Het Nederlandse repertoire is nog wat ondervertegenwoordigd. Het komt wel voor dat tracks van een album door rechtenbeperkingen toch niet in Nederland te beluisteren zijn. Dit is vooral het geval bij verzamelalbums. Je krijgt dan de melding “this track is currently not available”.

Hoe werkt Spotify?

Om Spotify te kunnen gebruiken moet er een gratis programma gedownload worden dat zich net zo eenvoudig en snel laat installeren als gebruiken. Met de zoekfunctie kan er naar artiesten, albums of tracks gezocht worden en er kunnen afspeellijsten samengesteld worden.

De basis  “freemium” dienst is gratis, maar hier zitten wel beperkingen aan. Er kan maar maximaal 20 uur muziek per maand geluisterd worden, de geluidskwaliteit is 160kb/s en er komen regelmatig reclameboodschappen tussen de nummers door.

Voor €5,- per maand is er de “unlimited” versie die de mogelijkheid biedt om onbeperkt en zonder reclameboodschappen te luisteren. Tenslotte is er voor €10,- per maand het “premium”-abonnement en kan er onbeperkt geluisterd worden bij een geluidskwaliteit van 360kb/s en krijgen gebruikers die in het bezit zijn van iPhone of Android smartphone een gratis app. tot hun beschikking waarmee ze Spotify op hun mobiel kunnen gebruiken.

Spotify kan via “Facebook connect” gekoppeld worden met Facebook. Vervolgens kunnen de afspeellijsten gedeeld worden met vrienden op Facebook die ook van Spotify gebruik maken. Verder kan het afspeelgedrag ook gedeeld worden met volgers op Twitter.

spotify 2

Spotify en bibliotheken

Tot op heden is dit thema in bibliotheekland over het algemeen een onderbelichte ontwikkeling. Als er geen actie ondernomen wordt, kan Spotify een bedreiging zijn voor de bibliotheken. Immers het gebruiksgemak van Spotify is groot, de prijs laag, de collectie immens en de connectie met Facebook en Twitter zorgt voor snelle verspreiding en promotie. Nieuwe diensten zoals Spotify zijn zo goed dat daar door bibliotheken weinig aan toe te voegen valt.

Toch liggen er wel degelijk kansen, zoals op het gebied van mediawijsheid. Er is wel het gegeven dat er steeds meer media bijkomen en dat mensen door de bomen het bos niet meer zien. Hier ligt een taak voor bibliotheken om mensen te gidsen door de wereld van streaming media.

Binnen de sectie muziek van de Zeeuwse Bibliotheek hebben we dit onderwerp ook uitvoerig onder de loep genomen. Wij zijn van mening dat muziekstreaming iets is om rekening mee te houden en nog beter is het om hier daadwerkelijk wat mee te doen. Het moet niet alleen bij het gidsen blijven. Het is van belang dat er met Spotify contact gezocht moet worden om afspraken te maken. Het lijkt ons een goede zaak dat de Centrale Discotheek Rotterdam hier een voortrekkersrol in gaat vervullen.

In de Centrale Discotheek is het al enige tijd mogelijke om 400.000 albums compleet te beluisteren en binnenkort is het mogelijk om in een aantal bibliotheken via MuziekWeb-terminal alle muziek compleet te beluisteren. Het aanbod van streaming muziek zou nog gigantisch uitgebreid kunnen worden als er een koppeling tussen CDR en Spotify gerealiseerd zou kunnen worden.

Bibliotheken kunnen aanhaken bij dit project en worden gedwongen om meer in te spelen op het beleefconcept van de klant, zoals het inrichten van aantrekkelijke luisterplekken. Het is voor (muziek)bibliotheken zaak om de ontwikkelingen rond muziek streaming goed in de gaten te houden, vooral omdat de cd-collectie in de toekomst toch een onzekere tijd tegemoet gaat.

Hoe zal de toekomst eruit gaan zien? Spelen en delen, in plaats van hebben en houden?

Rea in muziekstoel

Rea Bensch, vakspecialist Muziek

Bron: Jan Klerk –  Spotify, het begin van een mediarevolutie?

Maand van de Muziek

vrijdag, 29 oktober 2010

vanbeethoventotblofDe bibliotheek heeft veel meer te bieden dan alleen boeken. Zo hebben de gezamenlijke Zeeuwse bibliotheken ook een uitgebreide en brede muziekcollectie. Daarom organiseren zij in november de Maand van de Muziek. In de verschillende bibliotheken worden concerten, vinylmarkten en een on line muziekquiz georganiseerd.

In de Zeeuwse Bibliotheek in Middelburg is op zaterdag 30 oktober van 10.00 tot 16.00 uur een vinylmarkt op het Plein. Voor de liefhebbers worden LP’s en singles, van klassiek tot pop, gedraaid en te koop aangeboden. Waaronder die uit de collectie van de voormalige LP winkel Spin. Ook is er een speciale muziekapplicatie te bekijken op de multitouch tafel.

Bibliotheek Terneuzen houdt op 5 november van 10.00 tot 20.00 uur een vinylmarkt waar ook platen geruild en ingebracht kunnen worden. Op zaterdag 13 november is er van 11.00 tot 16.00 uur in Bibliotheek ‘t Spui in Vlissingen een vinylmarkt die wordt omlijst met optredens van verschillende ensembles van de Zeeuwse Muziekschool

Tot 30 november kan iedereen van 12 jaar en ouder via de websites van de Zeeuwse bibliotheken deel nemen aan de Zeeuwse Muziekquiz. De winnaar ontvangt een Ipod Shuffle van 4 Gb. Op de websites van de bibliotheken wordt in de eerste week van december bekend gemaakt wie de gelukkige is.

Machteld Berghauser Pont, Communicatie

Middelburg en Vlissingen, hoe het was

maandag, 25 oktober 2010

Momenteel hangen er op de tweede verdieping van de Zeeuwse Bibliotheek foto’s van de Middelburgse amateurfotograaf Jan Simonse. Hij hanteerde eind jaren ’60, in de jaren ’70 en begin jaren ’80 veelvuldig het fototoestel om het leven in de plaatsen Middelburg en Vlissingen vast te leggen.

Veel plekken die hij fotografeerde zijn verdwenen, gesloopt, gerenoveerd of opnieuw volgebouwd. Op de plaats van de huidige Zeeuwse Bibliotheek stond tot begin jaren ’80 IJzergieterij Boddaert.

IJzergieterij Boddaert aan de Kousteensedijk

IJzergieterij Boddaert aan de Kousteensedijk (1974)

In het gebied rondom de Lange Geere stonden veel panden die in bouwvallige staat waren, het was een schilderachtig gezicht. Nu staan er vele moderne panden die dienst doen als winkel, kantoor of woning.

Afbraakpanden aan de Lange Geere

Afbraakpanden aan de Lange Geere (1974)

Veel havenactiviteiten in Vlissingen zijn verplaatst naar het Sloehavengebied. Ooit domineerden de hijskranen en de grote schepen die op scheepswerf De Schelde werden gebouwd, de skyline van Vlissingen.

100-jarige De Schelde met op de voorgrond de opgespoten Spuikom

100-jarige De Schelde met op de voorgrond de opgespoten Spuikom (1979)

Het Spuikomgebied werd in de jaren ’70 helemaal opgespoten, voorheen was het watergebied. Nu is het een complete woonwijk.

Vissershaven met Nieuwendijk

Vissershaven met Nieuwendijk (1975)

De oude vissershaven aan de Nieuwendijk in de oude binnenstad van Vlissingen waar eb en vloed nog regeerden, en de boten soms droog kwamen te liggen. De huizen aan de Nieuwendijk werden later afgebroken. Ook was er veel gezelligheid in beide plaatsen. In de zomermaanden werden er braderieën, kermissen, wedstrijden ringrijden en optredens georganiseerd. Voor degenen die deze jaren bewust hebben meegemaakt, wellicht een feest van herkenning.

Op de Beeldbank Zeeland is er een speciaal thema aan gewijd. Ook op Zeelandnet zijn de foto’s te bekijken. De tentoonstelling loopt nog tot 4 december 2010.

Ester van Dooren, Beheerder audiovisuele en digitale collecties

Muzikaal bijzonder : Vrouwen in de muziek

woensdag, 21 juli 2010

In de Schatkamervitrine vinden we deze zomer handschriften en vroege uitgaven van Nederlandse vrouwelijke componisten rond 1900. De emancipatie speelde een belangrijke rol bij het naar buiten treden van deze vrouwen. Niet langer tevreden met optredens tussen de salondeuren, begaven zij zich stapsgewijs richting het concertpodium. Een logische tussenstap hierbij is het gebied van het lied en met name kinderliedjes. Een aantal van deze kinderliedjes is omarmd door het grotere publiek en heeft zijn weg gevonden in het bekende Nederlandse repertoire. In de bundel ‘Kun je nog zingen, zing dan mee’, voor het eerst gedrukt in 1908, vinden we een aantal bekende namen terug: o.a. Catharina van Rennes en Hendrika van Tussenbroek.

De rol van vrouwen in het Nederlandse muziekleven was in de 19de eeuw beperkt. Behalve op het gebied van zang, kregen niet veel vrouwen de kans zich als professioneel musica te profileren.
Vrouwen droegen in de eerste plaats de verantwoordelijkheid voor het huishouden en de opvoeding van de kinderen. Op het gebied van de kunsten kon een vrouw zich slechts als liefhebster ontplooien en werden de resultaten van haar inspanning vaak enigszins geringschattend terzijde geschoven.

In de eeuw die achter ons ligt, is het proces dat begon met bescheiden kinderliedjes en pianocomposities voor uitvoering in besloten kring, voortgezet. Anno 2010 is de inhaalslag nog niet voorbij, maar we horen wel steeds meer muziek van vrouwelijke componisten op het concertpodium.

Een korte schets over de vrouwelijke componisten waarvan muziekwerken te zien zijn in de schatkamervitrine:

Hendrika van Tussenbroek
hendrika van tussenbroek

Hendrika van Tussenbroek werd geboren in Utrecht op 2 december 1854 en is gestorven op 21 juni 1936 te Doorn. Zij studeerde in Utrecht bij Richard Hol en Johan Wagenaar en richtte in Utrecht -en later ook in Amsterdam- een eigen zangschool op. Van Tussenbroek componeerde voornamelijk kinderliederen en kindercantates, die voor de muzikale vorming van het kind van grote waarde waren. In zoverre was zij een ‘kunstzuster’ van Catharina van Rennes. Hendrika van Tussenbroek en Catherina van Rennes waren vriendinnen van elkaar. De liederen van Hendrika hebben vaak een zangpedagogische strekking, ze munten uit door een fijne, ranke melodie. Een van de mooie zangjuweeltjes zijn de ‘Fabels van La Fontaine’ waaronder het lied ‘De krekel en de mier’ .

Catharina van Rennes
Catharina van Rennes foto

Catharina van Rennes werd geboren op 2 augustus 1858 in Utrecht en is gestorven op 23 november 1940 te Amsterdam. Zij heeft haar opleiding gevolgd bij Richard Hol, Johannes Messchaert en Th. L. van der Wurff.
Bij Van der Wurff slaagde zij voor klavierspelsolo in 1883 en in 1884 voor solozang en zangonderwijs. Daarna had zij een carriere als zangeres waarbij ze solo’s zong in werken van Robert Schumann.
In 1887 stichtte zij in Utrecht haar eigen zangschool voor kinderen, ‘Bel Canto’, die in verschillende steden dependances kreeg.
Catharina ontwikkelde een eigen onderwijsmethode voor kinderen. Tot haar leerlingen behoorden prinses Juliana en Jo Vincent.
Haar composities bestaan voor een groot deel uit een-, twee- en meerstemmige kinderliederen met pianobegeleiding. Met haar opgewekte en vaak humoristische liedjes doorbrak ze de toen overheersende overtuiging dat een kinderlied in de eerste plaats braaf en moralistisch moest zijn. Een van haar bekendste kinderliedjes is: ‘Drie kleine kleutertjes die zaten op een hek’.

Henriëtta Jacoba Witsen werd in 1875 in Amsterdam geboren als telg uit de bekende Witsen dynastie. Zij bezocht de HBS in Haarlem en trouwde in 1898 met de uit Middelburg afkomstige Bonifacius de Jonge van Campens Nieuwland.
In 1906 verliet Henriëtta haar man en drie kinderen en in 1909 werd de scheiding uitgesproken. Van 1913 tot 1922 was zij getrouwd met de Rotterdamse autohandelaar Pieter Overgauw. In die periode deed zij eindexamen piano aan het Conservatorium van Berlijn. Na haar tweede scheiding woonde zij een tijd in bij haar vader in Amsterdam.Van 1946 tot 1959 leefde zij op Walcheren, afwisselend in Oostkapelle en Domburg. Haar composities, vooral pianowerken en liederen, waarvan een aantal tijdens haar leven in druk is verschenen als opus 1 t/m 4, zijn duidelijk beïnvloed door de muziek van Schumann en Chopin.

Anna van der Mieden van Opmeer
Vermoedelijk betreft het hier Agnes Anna van der Mieden, geboren te Middelburg op 20 april 1843, en gestorven op 24 februari 1934 te Oostkapelle. In de archieven van Toonkunstkoor Zeist, een van de oudste koren in Nederland, vinden we in het programma van het concert op 7 april 1908 haar naam tussen de solisten: Jonkvr. A. van der Mieden van Opmeer, sopraan. Bij die gelegenheid werd o.a. uitgevoerd: ‘Die wilden Schwäne’ – Reinecke, en van L.F. Brandts Buys: ‘Das Singenthal’.

Deze expositie in de schatkamervitrine bevindt zich op de eerste etage van de Zeeuwse Bibliotheek en is nog te bewonderen tot en met 21 augustus.

Els van de Wijdeven en Rea Bensch, muziekafdeling

Foto’s uit het PZC archief

maandag, 12 juli 2010

FO127649

Winkelier, Aardenburg (1961)

Sinds 22 juni hangen er in het Zeeuws Documentatiecentrum foto’s uit het PZC archief (periode 1950-1965). In 2009 heeft de Zeeuwse Bibliotheek een grote collectie negatieven van het PZC archief uit de jaren 1950-1987 in langdurige bruikleen gekregen. Een deel is inmiddels gedigitaliseerd, beschreven en te raadplegen via Beeldbank Zeeland.

De foto’s gaan onder andere over het dagelijks leven, diverse takken van sport, verenigingsleven, onderwijs, landbouw, industrie, studenten, feesten. De tentoonstelling is al door diverse mensen bezocht en voor velen van hen een feest van herkenning. Zeker voor degenen die deze periode bewust hebben meegemaakt. De jaren vijftig met name was een periode van wederopbouw en zuinigheid. Op Beeldbank Zeeland is een thema aangemaakt over dit PZC archief. Er zijn al verscheidene mensen geweest die een afdruk uit dit archief willen bestellen omdat ze zichzelf of familieleden op een van de foto’s herkennen. De PZC heeft in de editie van zaterdag 19 juni een groot artikel over deze tentoonstelling geplaatst.

pzcII

PZC artikel 19 juni 2010

De tentoonstelling is nog tot 15 augustus te bekijken op de tweede verdieping van de Zeeuwse Bibliotheek. Ook na deze periode blijven de foto’s te zien via Beeldbank Zeeland. Over een aantal jaren zullen alle foto’s uit het PZC archief opgenomen zijn.

Ester van Dooren, Beheerder audiovisuele en digitale collecties

Uit Zweden

maandag, 5 juli 2010

Op reis in het buitenland ga ik uit aardigheid wel eens een bibliotheek binnen. In juni van dit jaar bracht ik drie weken in Zweden door. Dat kwam deze keer toevallig op gemiddeld één bibliotheek per week neer. Ik ben in twee openbare bibliotheken geweest en een universiteitsbibliotheek. Een ontspannen indruk.

simrishamn

Bibliotheek ‘Valfisken’

De eerste was de openbare bibliotheek ‘Valfisken’ in Simrishamn. Dat ligt op de uiterste zuidoostelijke punt van Zweden, aan de Oostzee. Het is een plaats ongeveer zo groot als Yerseke (en met dezelfde zeelucht). Ik dacht dat ik de eerste Marinus Bierens ooit in Simrishamn was, maar wat bleek: mijn grootvader met dezelfde naam was mij daar al zestig jaar geleden voorgegaan op een agrarische studiereis.

Zoals gebruikelijk in Scandinavië, is de bibliotheek onderdeel van een ‘cultuurhuis’ dat onderdak biedt aan meerdere culturele instellingen. Bij binnenkomst zie je meteen wat je in Zweden verwacht: de nieuwste detectives van eigen bodem. Iets verderop hebben ze een apart gedeelte voor regionale geschiedenis. Opvallend is ook een informatiepunt over de Europese Unie.

Er zijn minder werkplekken met computers dan je in een vooruitstrevend noordelijk land verwachten zou. In ieder geval geen gamezone. Wel behaaglijke plekken voor iedereen om lekker te zitten lezen. Het plaatsingssysteem van de boeken en andere materialen is op basis van korte nummers. Op de etiketten staan niet de eerste vier letters van het hoofdwoord, dus wordt het aan de lener zelf overgelaten om de goede plank te vinden. Zeker bij het wegzetten moet je daar toch wel goed op de achternaam van de schrijver letten, denk ik. De website is enkel in het Zweeds.

gavle

Stadsbibliotheek ‘Gefle Vapen’

Het middelgrote Gävle

Veel noordelijker aan de Oostzee, of eigenlijk is het al aan de Botnische Golf, ligt Gävle (uitspreken als jaevle). Aan de overkant van het water moet Finland liggen. De stad is van het formaat Roosendaal. De stadsbibliotheek ‘Gefle Vapen’ is van het formaat Zeeuwse Bibliotheek Plus, zou ik zeggen. Ze is gevestigd in een modern pand aan de rand van een 18e eeuwse wijk. Veel binnensteden in Zweden zijn verloren gegaan door branden. Dat heb je in een land waar eeuwen lang vooral van hout gebouwd werd. Maar in Gävle is een aantal straten met houten huizen in pasteltinten bewaard gebleven.

De open opstelling doet zeker niet onder voor de Zeeuwse Bibliotheek. Wat er vooral opvalt, is dat de kasten zo heerlijk vol zijn. Saneren? Pas wanneer de kasten uitpuilen, gaan we eens kijken wat misschien weg kan. Als boeken een beetje slijten, wil dat zeggen dat de mensen ze graag lezen. Dus dan laat je ze juist staan! Zo lijken ze te redeneren. In de collectie valt op hoeveel leesboeken ze in vreemde talen hebben. Niet alleen Fins en Engels, maar alle talen waar asielzoekers en andere ‘medezweden’ vandaan komen. Bijvoorbeeld heel veel Arabisch, Perzisch en Russisch. Er staan zelfs welgeteld vier Nederlandse romans, waaronder niemand minder dan goeie ouwe Mien van ’t Sant!

Wij waren er op zondag, en dan zijn ze enkele uren open. De collectie muziek is een wat we noemen ‘speerpunt’ van deze bibliotheek. Wat ook op de Zeeuwse Bibliotheek lijkt, is het doe-het-zelf systeem bij uitlenen en innemen. En links voorbij de ingang heeft deze stadsbibliotheek eveneens een leescafé, met een wat ruimere sortering dan bij ons. Bovendien heeft het café een heus buitenterras. De website is ook hier alleen in het Zweeds gesteld.

uppsalaZilveren bijbel

Grandeur van Uppsala

Van een grandioos kaliber is de universiteitsbibliotheek van Uppsala. In deze stad ontwierp de 18e eeuwse geleerde Carl von Linné (in Latijnse vorm Carolus Linnaeus) een indeling voor het plantenrijk die nog altijd geldig is. Uppsala was in de oudheid het politiek, cultureel en godsdienstig hart van de Zweedse natie. Vandaar dat hier in de late middeleeuwen een universiteit opgericht werd.

De bibliotheek ‘Carolina Rediviva’ is ondergebracht in een 19e eeuws pand bovenaan een heuvel met uitzicht op de dom en universiteitsgebouwen. Om binnen te gaan moet je lid zijn. Maar naast de hoofdingang is wel een permanente tentoonstellingsruimte ingericht. Met, vanzelfsprekend, de hoogtepunten uit de collectie. Waren Simrishamn en Gävle voor ons nog te bevatten, op de universiteit kom je natuurlijk in een andere wereld. Kleitabletten, Egyptische papyri, verluchte handschriften, de oudste Zweedse drukwerken in het Latijn en in het Zweeds…

Absolute topper is de ‘zilveren bijbel’ uit het begin van de zesde eeuw. Het is een vrijwel ongeschonden exemplaar van de vier evangeliën in de Gotische taal. Op dun purperkleurig perkament zijn de letters met zilverhoudende inkt opgetekend, vandaar de naam. Een eeuw tevoren was de tekst in het Gotisch vertaald. Tijdens de grote volksverhuizingen was een deel van de Goten, voor het andere deel woonachtig in het zuiden van Zweden en het nog steeds zo genoemde eiland Gotland in de Oostzee, in Oost-Europa terecht gekomen. Daar splitsten ze zich weer tussen Oost- en West-Goten. De Oost-Goten veroverden Italië. Hun koning Theoderik, die in Ravenna woonde, gaf opdracht voor dit handschrift. Het was vermoedelijk zijn persoonlijk exemplaar.

In de 16e eeuw bevond het evangelieboek zich in het bezit van de Oostenrijkse keizers. Zij hadden een grote bibliotheek in Praag. Aan het einde van de dertigjarige oorlog, in 1648, namen Zweedse troepen Praag in en namen de boekenschat mee naar hun land. Zonder te weten wat ze precies bij zich hadden, brachten ze zo het Gotische evangelie thuis in Zweden, de hedendaagse erfgenaam van de Gotische natie. Nu ligt het boek permanent te kijk in een spaarzaam -maar stemmig- verlichte vitrine.

De  universiteitsbibliotheek heeft ook een website. Met een kleine virtuele tentoonstelling. Rechts bovenaan is een knop waarmee je de taal op Engels kunt zetten. Als conservator van de bescheiden Zeeuwse collectie kwam ik toch wel een beetje beduusd naar buiten …

Eenmaal terug in Middelburg, werd ik verrast door het zomerthema ‘Scandinavië’. Terwijl ik alle Zweedse bossen afgezocht had op trollen, maar er geen gevonden had, lachten ze me vrolijk toe in vitrines op de begane grond van de bibliotheek. Maar deze zijn niet echt. Want hoe herken je echte trollen? Je kunt ze meestal niet eens zien, maar alleen ruiken. Ze stinken namelijk ontzettend. En ik kan het toch wel weten, gelooft u mij.

Marinus Bierens, vakreferent & coördinator catalogus Zeeuws Documentatiecentrum