Nog even en we vieren weer Kerstmis en Oud en Nieuw. De kerstboom wordt opgetuigd met glitterballen en andere versiersels. Kerstkaarten worden verstuurd. Ook zijn er diverse kerstmarkten waar allerlei spullen worden verkocht en waar glühwein wordt geschonken. Mensen brengen een bezoek aan familie en vrienden en bereiden feestelijke maaltijden.
Deze gebruiken komen oorspronkelijk niet uit Nederland.
Voor de kerstboom zelf moet al teruggegaan worden naar gebruiken in de Oudheid. In Egypte werd er voor de god Osiris een palmboom versierd en vereerd. In het oude Rome werd de den als boom van de god Baäl-Berith vereerd. Later vierden ze het feest Saturnalia, ter ere van Saturnus. Men gaf elkaar cadeautjes en liet de slaven tijdelijk vrij. De Germanen vierden het Zonnewendefeest en bij de Kelten werden er onder meer dode vogels in offerbomen gehangen.
In Duitsland werd in de gekerstende gebieden zo rond de 5e eeuw de spar gebruikt als een Boom des Levens in de kerken. Deze spar was behangen met appels, ouwel en koekjes. Dit waren tekenen van vruchtbaarheid.
De eerste kerstbomen werden zo rond 1500-1530 in de Elzas (o.a. Straatsburg) waargenomen. Ook deze waren versierd met fruit en koekjes. Nieuw was het gebruik van kaarsen. Pas in de 19e eeuw verspreidde het gebruik van de kerstboom zich verder over Europa. Vooral onder protestanten, de katholieken volgden later. Het Vaticaan hield dit lang tegen, want het neerzetten van een kerstboom werd gezien als een heidens gebruik.
In Zeeland, o.a. op Zuid-Beveland, was het in de jaren twintig en dertig van de 20e eeuw gebruikelijk dat in de kerk kerstbomen werden versierd met sinaasappels, mandarijntjes en kaarsen. Deze kaarsen werden aangestoken met een lont dat met alle kaarsen verbonden was. Katholieken hielden het lang bij de kerststal, welke zo rond 1500 zijn intrede in de Nederlanden deed.
Omdat het een tijd van bezinning is, gaan mensen rond de Kerst naar de kerk. De protestanten gaan naar de kerkdienst, de katholieken naar de nachtmis. Vaak zijn er meerdere diensten op de Eerste en Tweede Kerstdag. Op Walcheren en Noord-Beveland hield men zelfs een ‘Derde Kerstdag’. Dit omdat de eerste twee meer rustdagen waren en de derde voor allerlei activiteiten was voorbehouden.
Ook de kerstmarkten hebben een Duitse oorsprong. Zo rond 1384 werd de eerste kerstmarkt in Bautzen gehouden. Op de kerstmarkten kon men allerlei dingen kopen, zoals cadeautjes en eetbare dingen, zoals krentenbrood, dat onder de namen kersttimp, kerstwig of kerststol zijn weg naar het grote publiek vond. Op Zuid-Beveland aten de mensen daarentegen tulband als ontbijt, gemaakt van brooddeeg. Dit werd met roomboter en witte basterdsuiker geserveerd. Bij het diner werd zeekraal gegeten.
De oudste kerstkaart dateert uit de 17e eeuw. Kerstkaarten werden vooral gebruikt door de adel. Dit gebruik stamt af van kerstgroeten die in de middeleeuwen vooral vooral uit hout werden gesneden.
Tijdens Oudjaar vond er op Zuid-Beveland het traditionele oudjaarszingen plaats. Dan gingen jongemannen verkleed langs de deur om liederen te zingen. Ze werden dan onthaald op krentenbrood en koeken. Ook kregen de jongemannen een borrel, veelal jonge klare. Kinderen gingen langs de deur om te koenkelen: liederen zingen met de rommelpot. In Noord-Brabant wordt de rommelpot foekepot genoemd. De kinderen kregen dan geld of snoep. In Yerseke is er sinds 1992 de Eerste Yerseksche Koenckelpotfanfare om deze traditie weer nieuw leven in te blazen.
Over de herkomst van oliebollen bestaan verschillende theorieën. Meer hierover kunt u lezen in de Wikipedia. In Zeeland komen er ook nieuwe tradities bij, zoals de nieuwjaarsduik te Vlissingen.
Speciaal voor Kerstmis & Oud en Nieuw is er weer een thema op de Beeldbank Zeeland aangemaakt. Daar kunt u de foto’s bekijken.
Ester van Dooren, beheerder audiovisuele en digitale collecties













SLAZ-lezing 16 november: een avond met
Hoofdpersoon is het type van de Bijbelse aansteller: ‘Theo Kiers heette hij vroeger, voordat hij zich om artistieke redenen Sierk Wolffensberger is gaan noemen, wat toch heel wat beter klinkt.’
In onze tijd heeft hij een enigszins ouderwets aandoend beroep: hij is plaatsvervangend stadskoordirigent in de provinciestad H***, een stadje waar overigens zonder al te veel problemen Haarlem in te herkennen is. Maar onze Theo, of Sierk, beschouwt zichzelf eigenlijk als een groot componist, een groot kunstenaar. Hij heeft zojuist een groots muziekwerk gecomponeerd, getiteld Duisternissen. En dan is hij natuurlijk ook ongelukkig getrouwd.
Onze componist vindt in een verborgen nis in de kerk, waar Duisternissen zal worden uitgevoerd, een meisje, ‘Beertje’, dat een zelfmoordpoging heeft gedaan. Door zijn tussenkomst gaat ze niet dood. Maar Theo, alias Sierk, heeft wel het gevoel dat hij nu met dit meisje een grens heeft overschreden. Ze zijn in een ander gebied beland, een gebied dat zich ergens ná het leven bevindt, en daar ziet alles er anders uit. Als in een droom gaat hij er dan ook met dat meisje, aanvankelijk nog enigszins halfslachtig, maar later voluit, vandoor.
En daar is Thomése op zijn best, in het oproepen van de droom van de verwarde componist. Dan komen ook die kenmerkende zinnen van Thomése, met tientallen tegelijk: ‘Hij bestaat niet, dat moet het zijn, en door niet te bestaan maakt hij de gebeurtenis mogelijk. Het gebeurt door hem en tegelijk buiten hem om.’ Het zal niet goed aflopen, maar via de duisternis die Thomése weet te creëren, en via de blikken die we via die betoverende verteller krijgen in het hoofd van de ontspoorde koordirigent, krijgen we wel degelijk weer een andere kijk op onze eigen werkelijkheid. Met deze roman is het Thomése wederom gelukt alles er anders uit te laten zien dan je dacht dat het was.



De bibliotheek heeft veel meer te bieden dan alleen boeken. Zo hebben de gezamenlijke Zeeuwse bibliotheken ook een uitgebreide en brede muziekcollectie. Daarom organiseren zij in november de Maand van de Muziek. In de verschillende bibliotheken worden concerten, vinylmarkten en een on line muziekquiz georganiseerd.




Hoezeer Clairy Polak ook probeert met tal van kritische vragen de voor- en tegenargumenten van een tweede kerncentrale op tafel te krijgen, er komt geen onvertogen woord over de lippen van de heren. Ze zijn het opvallend en roerend eens over de bouw van een
Betere profilering van aan Zeeland gerelateerde opleidingen ziet Mike Pagé (student Hogeschool Zeeland) als mogelijkheid voor versterking van specifiek Zeeuwse onderwijsrichtingen zoals Waterbouwkunde en Toerisme. Robbert Peeters, woonachtig te Philippine, vindt dat Zeeuwen meer moeten investeren in het imago van recreatie, ruimte en rust, de 3 sterkste elementen van Zeeland. Wat duurzaamheid betreft zijn de jongeren aan tafel wat laconiek. De bouw van een tweede kerncentrale wordt als voldongen feit beschouwd en zolang er maar fris water uit de kraan komt en de televisie het doet, vind ik het prima, aldus Robbert Peeters.
Al met al een wat slordig debatsonderdeel dat ondanks de uitstekende journalistieke kwaliteiten van Clairy Polak niet echt uit de verf komt. Zij sluit dan ook niet af met een driewerf hoera maar met de woorden dat het Zeeuwse Prinsjesdagdebat 2010 niet echt iets concreets heeft opgeleverd, maar wel veel stof geeft tot nadenken. Inherent dus aan de weinig concrete Haagse Prinsjesdag 2010.
