Auteur Archief

Jacoba Petronella Winckelman

maandag, 16 mei 2011

TE000759De biografen van Jacoba Petronella Winckelman beschrijven haar als een dochter van het piëtisme maar ook als een protestantse ‘kloosterling’. Wie was Jacoba? Ze was de dochter van burgemeester Jacob Winckelman, die ze nooit gekend heeft. Hij stierf op 15 februari 1696 en Jacoba werd op 8 november van datzelfde jaar geboren te Vlissingen. Haar hele leven kampte ze met haar gezondheid, maar haar geest was buitengewoon levendig en ontwikkeld. Ze was zeventien jaar toen ze tijdens de catechisatielessen van Ds. Henricus de Frein belangstelling kreeg voor het geloof.

Ze groeide op in Middelburg en maakte kennis met het gereformeerde gemeenteleven en het piëtisme dat hier bloeide. Er stonden predikanten van naam en faam zoals Bernardus Smijtegelt, Petrus Immens en Jacobus Fruytier. Een bijzondere vriendschap onderhield ze met Ds. Jacobus Willemsen. Voor hem schreef ze diverse gelegenheidsgedichten voor zijn verjaardag en zijn huwelijk met Anna Catharina Matthaeus.

Waarom een blog over deze vrouw? Ze had de eigenschap om tijdens en na de kerkdiensten hele preken uit te schrijven. Ze begon daarmee al op vijftienjarige leeftijd en bleef haar hele leven bezig met het uitschrijven en corrigeren. In de collectie Handschriften van de Zeeuwse Bibliotheek bevinden zich enkele kloeke banden met deze preken. Predikanten die met name genoemd worden zijn Jacobus Willemsen en Albertus Voget. De bekendste preken zijn die van Petrus Immens die later in druk verschenen onder de titel “De Godvruchtige avondmaalganger”, nog steeds herdrukt worden en zelfs in het Engels vertaald zijn. Tijdens het correctiewerk voor de prekenbundel van Isaäk Schorer werd ze ziek en kreeg diverse koortsaanvallen. Aan haar ziekbed verschenen de predikanten Willemsen, Van Oosterzee en ook professor van Visvliet.  In de nacht van zaterdag op zondag, 30 augustus 1761, overleed ze. Op vrijdag 5 september werd ze begraven in de Oostkerk, waarvan akte.

Tot slot enkele zinnen uit het grafschrift door Helena Filedt-Buyts:   Een jonkvrouw van vermaard geslacht / bedaard, verstandig, wars van pracht / Beroemd van kundig huisbeleid / Een voorbeeld steeds in naarstigheid / Die vroeg en teêr God heeft gevreesd / Van zachten aard, een groote geest / Een schoone paarl aan ’t Christendom.

Cocky Klaver, medewerkster bijzondere collecties

Femke Gerestein: Down the Rabbit-Hole

maandag, 9 mei 2011

Down the Rabbit-Hole is de intrigerende titel van de solo-expositie van Femke Gerestein die t/m 11 juni 2011 is te zien in de expositieruimte van de Zeeuwse Bibliotheek op initiatief van de Jan van Leeuwen Stichting. Wat kan deze titel, deze inspiratiebron, zeggen over het tentoongestelde werk en wie is de kunstenares?
Femke Gerestein (Middelburg, 1982) studeerde in 2004 af aan de Kunstacademie Sint Joost te Breda en is daar nu werkzaam als vakdocent illustratie. Vanaf 2005 exposeert zij haar illustraties binnen en buiten Zeeland, haar werk getuigt van een opmerkelijk en veelzijdig tekentalent.

In de Zeeuwse Bibliotheek zijn grote tekeningen te zien, de afmeting van de tekeningen Rug 1, 2 en 3 (grafiet op papier) zijn 250 x 150 cm. Deze kunstwerken hebben ruimte nodig, zowel dichtbij als van afstand ervaar je verwondering over het sensitieve beeld en de tekentechniek.

De getekende lijnen en vlakken vertellen over de emotie, de kracht en het uithoudingsvermogen waarmee ze zijn neergezet. In het openingswoord bij de tentoonstelling vergeleek Kees van der Knaap het tekenproces met een seismografisch proces: krachten, emoties worden waargenomen en geregistreerd. Uit de begeleidende tekst bij de tentoonstelling citeer ik: ‘In Femke’s recente tekeningen komen figuren voor, meestal jonge vrouwen als haarzelf. De tekeningen zijn vaak groot, dus erg aanwezig. De toeschouwer moet tegen ze opkijken. Het perspectief in de tekeningen versterkt dit beeld. Tegelijkertijd zijn de vrouwen kwetsbaar, soms naakt. Ze trekken de toeschouwer naar zich toe, maar wanneer hij dichterbij komt keren zij hun lichaam af en laten hem niet toe in hun wereld. De vrouwen lijken deze persoonlijke ruimte die is gevormd door hun eigen lichaam of het haar nodig te hebben. Soms verdwijnen ze er zelfs in.’

Down the Rabbit-Hole is de titel van het eerste hoofdstuk van Alice’s Adventures in Wonderland, een lievelingsboek van Femke. Over verdwijnen in een ruimte gesproken, wat gebeurt er letterlijk of symbolisch in dit openingsverhaal? In het kort: Alice volgt nieuwsgierig een merkwaardig wit konijn en ziet nog juist op tijd hoe hij wegschiet in een groot konijnenhol onder de heg. ‘In another moment down went Alice after it, never once considering how in the world she was to get out again.’ Deze pure verwondering over wat er gaat gebeuren is essentieel, brengt haar naar een ruimte die volhangt met kasten en boekenplanken met hier en daar kaarten en platen aan kromme spijkers. Omdat boeken een venster op de wereld bieden, luikjes openen en kaarten posities aangeven is het vervolg belangrijk: Alice valt dieper en dieper. ‘Ik vraag me af hoeveel kilometer ik nu al gevallen ben, zei ze hardop. Ik moet zo langzamerhand bij het middelpunt van de aarde zijn … maar dan vraag ik me toch af op welke lengte- of breedtegraad ik ben aangekomen.’

Alice komt terecht in een lage ruimte met aan alle kanten deuren maar die zitten op slot. Zij vindt een klein gouden sleuteltje, krijgt daar niet één deur mee open. ‘Toen ze haar ronde voor de tweede keer deed, ontdekte ze echter een laaghangend gordijn dat ze de eerste keer niet had gezien, en daarachter bevond zich een deurtje van ongeveer veertig centimeter hoog. Ze probeerde het gouden sleuteltje in het slot en tot haar grote vreugde paste het.’ Haar is vervolgens een blik gegund in de mooiste tuin die je ooit hebt gezien. ‘Wat verlangde ze er vreselijk naar om uit die donkere ruimte weg te zijn en een beetje rond te dwalen tussen die perken met schitterende bloemen en koele fonteinen.’

Down the Rabbit-Hole, een tentoonstelling die aan het denken zet over zoektocht & verwondering & verlangen, het bewust zijn van een persoonlijke ruimte in een ‘gebied’ of context, de eigen positie in lengte- en breedtegraad. De kunst van het zoeken naar een balans tussen veiligheid en ontvankelijkheid. Of je je kwetsbaar durft op te stellen, je open wilt stellen voor iets nieuws.

Eén van de tekeningen was eerder te zien in het Onderstroom-project Kunst in containers in Vlissingen, 2009. Een tekening van een liggende vrouw, drijvend op haar golvende haar. (grafiet/houtskool op papier, 200-400 cm.) De tekst hierbij is:
Her hair spread wide;
And, mermaid-like, awhile it bore her up
(vrij naar Shakespeare)


Deze tekening verwijst naar het beroemde personage Ophelia uit het toneelstuk The Tragedy of Hamlet, Prince of Denmark van Shakespeare. Ze is de dochter van Polonius en de zuster van Laërtes. Wanneer Hamlet Polonius doodsteekt, begint haar gekte vorm te krijgen. Ze kan het verdriet niet aan en drijft de bewoners van Elsinore tot wanhoop met onbegrijpelijke liedjes. Later verdrinkt ze onder mysterieuze omstandigheden in een ondiepe beek.

Femke Gerestein geeft via haar website een klein overzicht van haar werk. Je kunt de Bewegende tekening in container ook echt zien bewegen via de link naar een filmpje op Flickr. Het is interessant om o.a. via de site de veelzijdigheid in haar werk te ontdekken. In 2010 maakte haar sfeervolle poster Middelburg, 30 juni 2010, 07:01 indruk op veel bezoekers van de tentoonstelling Voorbeeldig Verbeeld. In opdracht van CBK Zeeland in Middelburg maakten acht illustratoren in het kader van de Kinderboekenweek 2010 een poster met als thema Middelburg. ’s Morgens wakker worden, naar buiten kijken om 07:01 en dit beeld weergeven. In het kunsttijdschrift Decreet 04 zegt zij hierover: ‘Ik woon in een bovenwoning in het centrum in Middelburg. Achter mijn huisje ligt een grote tuin waar nooit iemand in zit. In de tuin staan veel bomen. Daar kijk ik vaak naar vanuit mijn huis. Het is dan net alsof ik in een boomhut woon. Ik zie niemand en niemand ziet mij’.


Hide and Seek
lijkt wel een steeds terugkomend thema maar is tevens de titel van een serie tekeningen, Hide and Seek 1, 2010 vind ik bijzonder & mooi.
Sfeervolle illustraties in kleur zijn te zien in het prentenboek met het thema miskraam ‘In de zee van mama’s buik’, (De Eenhoorn, 2006), een integer verhaal over een sterrenkindje dat in de zee van mama’s buik landt maar zich tijdens een storm niet kan handhaven. Ook illustreerde zij het prentenboek ‘Vertelopa’ (De Eenhoorn, 2007), waarin een opa twaalf verhalen vertelt aan zijn 7-jarige kleindochter, over vroeger, een kapitein, rovers, oorlog, waarom de wereld saai is zonder verhalen en wat niet al, totdat hij steeds zieker wordt en sterft.

Op Femke Gerestein’s site zijn ook tekeningen te zien vervaardigd voor de niet gepubliceerde prentenboeken ‘De gierzwaluw en de pissebed’, 2009 en ‘De langzame weg van Dwaal’, 2010. Zij maakte omslagillustraties voor o.a. het jeugdliteratuurtijdschrift Leeswelp en Leeswolf. Voor Zeeland, het tijdschrift van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen (jrg. 16, nr. 4, 2007) verzorgde zij niet alleen de omslag maar zijn beeld en vormgeving bij acht gedichten van Emma Burns tevens van haar hand. Bijzondere en sfeervolle illustraties.

Femke Gerestein werkt samen met 13 andere kunstenaars in de

Kunstwerkplaats Kipvis in Vlissingen. Mooie, ruime ateliers in een voormalig schoolgebouw. Hide and seek, ook hier: de kunstwerkplaats biedt ruimte voor het persoonlijke autonome kunstenaarschap, een eigen atelier. Daarnaast ook de veiligheid, inspiratie en uitdaging om met andere kunstenaars nieuwe projecten te ontwikkelen in de voortdurende zoektocht naar een plaats in een gebied, van container tot rabbit-hole, van sterrenhemel tot het middelpunt van de aarde, kortom: een plaats in het wonderland van de kunst.

Anke Nijsse, medewerkster Onderwijsbibliotheekdienst

Afbeeldingen:
1. Uitnodiging solo-expositie ‘Rug 1’

2, 3. Alice, illustratie van Arthur Rackham

4. Her hair spread wide…

Handgeschreven Koran aangekocht

maandag, 18 april 2011

Sinds begin april zijn de bijzondere collecties van de Zeeuwse Bibliotheek verrijkt met de aanschaf van een handgeschreven Koran uit het jaar 1849. Het is een fraai exemplaar van 21 cm hoog, waarvan alle 606 pagina’s met gekleurde verf versierd zijn. Er werden al diverse Arabische handschriften in de kluis bewaard, maar het hoofdwerk van de Arabische literatuur, de Koran, ontbrak nog.

Er staat een keurig en kleurig colofon achterin het boek. Dit vermeldt de naam van de kopiist: ene eerwaarde Muhammad al-Hilmî. De datering is van het jaar 1265 volgens de islamitische jaartelling, wat overeenkomt met de jaren 1848-1849 volgens de christelijke jaartelling. Plaats van handeling was het district Çal in de provincie Denizli, een gebied in het zuidwesten van Turkije. Dit stond in de klassieke oudheid bekend onder de naam Laodicea. De conservator oosterse handschriften op de universiteitsbibliotheek van Leiden wist ons te vertellen, dat deze vorm van de schrijfstijl naskh destijds in Turkije gebruikelijk was. Het papier is waarschijnlijk Europees, ingesmeerd met stijfsel en daarna sterk gepolijst met een steen. Het is een gaaf exemplaar, maar heeft wel wat van vocht te lijden gehad.

Koran slot en colofon
Koran: het slot en colofon

Het heilige boek van de moslims wordt altijd met veel zorg en liefde vervaardigd. De tekst dient altijd in het Arabisch te zijn (ook al spreekt men dat in Turkije heel weinig), omdat moslims geloven dat Allah de tekst in die taal aan de profeet Mohammed geopenbaard heeft. De nette schrijfletters in ons exemplaar zijn amper van drukletters te onderscheiden, maar inktvlekken verraden dat het wel degelijk om een handschrift gaat. Iedere pagina wordt omkaderd door een rand in goudverf. De afzonderlijke verzen worden van elkaar gescheiden door dikke punten, eveneens in goudverf.

Ook de titel van iedere soera (hoofdstuk) bestaat uit witte letters in een band van goudverf. De totale Koran bevat ongeveer zoveel tekst als het nieuwe testament. De 114 hoofdstukken zijn van verschillende lengte. Daarnaast is de Koran verdeeld in dertig onderdelen. Een hulpmiddel wanneer men de volledige Koran achtereen wil oplezen. Dit gebeurt onder andere bij sterfgevallen. Die dertig delen zijn in ons exemplaar gemarkeerd door versieringen in diverse kleuren. Ze markeren de tekst precies om de twintig bladzijden. Deze onderverdeling loopt dwars door de verdeling in soera’s heen.

Hoogtepunt van iedere Koran bestaat altijd uit de eerste twee pagina’s. Die zijn steevast het meest uitbundig en kleurrijk versierd. Op de eerste pagina (rechts!) staat de eerste soera, een kort gebed dat iedere moslim uit het hoofd kent. De tweede pagina (links) is het begin van de veel langere tweede soera, genaamd ‘De Koe’, omdat er halverwege het hoofdstuk terloops een genoemd wordt. Ook in ons exemplaar vormen de eerste twee bladzijden het absolute hoogtepunt.

Koran openingspagina'sKoran: openingspagina’s

Hoe het boek in Nederland gekomen is, staat er niet in. Destijds aangekocht door een handelaar in het nabijgelegen Smyrna? Of pas kort geleden opgekocht door een toerist? Het is wel duidelijk dat de vorige eigenaar er zorg voor gedragen heeft, want een aantal beschadigde pagina’s is gerestaureerd. Er zit een nieuwe stevige band omheen, maar het oorspronkelijke dunne lederen omslag is daar wel in verwerkt. Het boek is uiteindelijk in Utrecht op een veiling aangeboden, en daar heeft de Zeeuwse Bibliotheek het voor een zeer redelijk bedrag kunnen bemachtigen.

Het lag voor de hand dat ik als afgestudeerd arabist op zoek zou gaan naar een dergelijke aanwinst. Ik heb pas sinds 1 januari dit jaar beschikking over het – weliswaar bescheiden- budget antiquarische aanschaf. Dat ik mijn eerste grote slag al binnen de eerste vier maanden zou slaan, had ik ook niet verwacht. Meteen hebben we een voorwerp in huis dat het goed zal doen bij tentoonstellingen en presentaties.

In de 18e en 19e eeuw hielden leden van het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen in den vreemde zich bezig met het verzamelen van rariteiten. Vervolgens brachten zij die onder in de collectie van het Genootschap. Zo kwamen volkenkundige voorwerpen, maar ook exotische handschriften naar Middelburg. In deze lijn past ook de verrijking van de bijzondere Zeeuwse collecties met dit Koranmanuscript. Immers, een Zeeuwse handelsreiziger of onderzoeker had het ook goed in het 19e eeuwse Ottomaanse Rijk aan kunnen schaffen. De Zeeuwse Bibliotheek staat met een handgeschreven Koran keurig in de rij met andere, grote Nederlandse en buitenlandse bibliotheken.

Marinus Bierens, Conservator bijzondere collecties

Een kast met bijzonder drukwerk

donderdag, 7 april 2011

In de Zeeuwse Bibliotheek staan honderden kasten gevuld met drukwerk, dus waarom zoveel aandacht voor die ene kast, de ‘schatkamervitrine’, op de eerste verdieping?

DSC03558Dat komt omdat in die kast op dit moment wel hele mooie drukwerken uitgestald zijn. Geen gewone boeken, maar kleurrijke werken waarbij je kunt zien dat er veel aandacht is geschonken aan vormgeving, papier, band, typografie en lettertype. Bovendien zijn er maar enkele van gemaakt. Dat zijn de bibliofiele drukwerken.

Deze bijzondere uitgaven zijn soms gedrukt voor een speciale gelegenheid, maar meestal omdat de drukker zo enthousiast is en het als liefhebberij zelf maakt op een eigen (hand)pers. De drukwerken zijn vaak gesigneerd en genummerd. In Nederland werken veel ambachtelijke, niet-commerciële drukkers. Zo ontstaan boeken, katernen, losse bladen met gedichten en verhalen, verfraaid met tekeningen, etsen en houtsneden. Van de pers De Klaproos komt een prachtig gedrukt recept: ansjovis met champignons en pijnboompitten (gesigneerd en genummerd, 2000).

IMG_5410
Recept: ansjovis met champignons en pijnboompitten
Reken voor ieder 8 á 10 verse ansjovisjes. Maak ze schoon, mes achter de kop, half insnijden en met een lichte ruk kop en ingewande n wegtrekken; buik opensnijden en de graat eruit. Misschien kun je schoongemaakte kopen. Spoel de visjes onder de koude kraan af en dep ze droog. Haal ze door wat bloem waaraan je peper en zout (of eigen kruiden naar smaak) hebt toegevoegd. Bak ze kort, elke kant 2 minuten, in de olijfolie is het het lekkerst.
De champignons voor ieder 1 á 2 ons in plakjes gesneden, met wat knoflook naar smaak in de olie (niet te royaal) bakken tot het vocht bijna verdampt is. Een hand pijnboompitten erbij en samen verder bakken tot het geheel er lichtbruin uitziet. Voeg wat zout en (verse) peterselie toe. Serveer er rijst, brood of in plakjes gesneden aardappel bij.

In Zeeland werken weinig ambachtelijke drukkers, maar er zijn genoeg Zeeuwse connecties te vinden. In de schatkamervitrine ligt bijvoorbeeld een druk van het boek ‘Roosje, eene vertelling’ van de Vlissingse Jacobus Bellamy. In 1990 drukte de Leidse Clipeus Pers 50 genummerde exemplaren. En het bibliofiele werk van H.H. ter Balkt met de titel ‘Op de rotonden’ (In de Bonnefant te Banholt, 1996) bevat bijvoorbeeld de gedichten ‘De bevrijding van Hulst (1645)’ en ‘De watersnoodramp 1953’. Er is nog veel meer.

Al dertig jaar worden deze bijzondere werken verzameld en de Zeeuwse Bibliotheek heeft intussen een omvangrijke en belangrijke collectie opgebouwd. De verzameling kan zich meten met andere bibliofiele collecties in Nederland, zoals die van de Koninklijke Bibliotheek, het Museum Meermanno, de Universiteitsbibliotheek in Amsterdam en de Bibliotheek Haarlem.

De verzameling is zelfs zo groot dat een deel nog niet bekeken kan worden. Honderden losbladige grote en kleine drukwerkjes worden op dit moment uitgezocht, op formaat gesorteerd, in dozen opgeborgen en gereed gemaakt voor raadpleging.

In de eerdergenoemde kast is een piepkleine selectie tentoongesteld. Het is moeilijk om drukwerken te kiezen voor een expositie. De meest opvallende of kleurige exemplaren zijn eruit gelicht. Het zijn allemaal kunstwerken.

Toch heb ik wel eens het idee dat een drukker een beetje doorslaat. Een uitgave met een bierflesje, een vaas of een aardewerk kippetje kan mij minder bekoren.

IMG_5365

Het leidt de aandacht voor het drukwerk te veel af. Een drukwerk vervaardigd naar het voorbeeld van een lontarhandschrift (handschrift op bladen van de lontarpalm) is weer wel passend.

De expositie is nog tot en met zaterdag 28 mei te bekijken.

Liesbeth van der Geest, Conservator Bijzondere Collecties

Ronald Rijkse: Leven tussen letters

maandag, 28 februari 2011

OUD-CONSERVATOR, ORGANISATOR EN STIMULATOR VAN DE ZEEUWSE BOEKENWERELD

De kamer van Ronald Rijkse is een afspiegeling van zijn werkzame leven. Ingeklemd zit hij tussen de stapels boeken, papieren, enveloppen, kleine aantekenbriefjes, telefoonnummers, prenten en een pakje shag. Dat laatste mag alleen buiten worden benut. Het contrast met de andere ruimte, het depot in de kelder, waar Ronald dagelijks te vinden is, kan niet groter zijn. Hier heerst strenge orde en de tucht van weinig licht en een constante temperatuur. Wat hij boven in creativiteit en luciditeit bedenkt vindt uiteindelijk altijd zijn oorsprong en bestemming in de collectie, waaraan hij de afgelopen jaren zo’n fundamentele bijdrage heeft geleverd. Niet alleen door de collectie uit te breiden, maar zeker ook om die in stand te houden en aan iedereen te tonen.

P6220807Ronald werd op 28 december 1946 geboren in Goes. Na het gymnasium studeerde hij Nederlandse taal- en letterkunde aan -wat nu heet- de Universiteit van Amsterdam, waar hij in 1970 kandidaatsexamen deed. Al in 1969 was hij als vakantiehulp bij de Provinciale Bibliotheek aangetreden om er in 1976 officieel benoemd te worden. Hij zou er niet meer weggaan en uiteindelijk verantwoordelijk worden voor de belangrijke collectie kostbare werken.

In 1993 rondde hij zijn officiële studie af met het doctoraalexamen, maar intussen had hij zijn sporen in het vak al meer dan verdiend.

Bibliofiel

Zijn verdiensten voor de Zeeuwse Bibliotheek en daarmee ook voor de provincie Zeeland, zijn moeilijk samen te vatten.

Ronald heeft zich ontwikkeld tot hèt gezicht van de Zeeuwse Bibliotheek als het gaat om het oude boek en de bibliofiele collecties. Die liefde voor het boek zorgde ervoor dat de Zeeuwse Bibliotheek in het bezit kwam van duizenden bibliofiele uitgaven uit de 20e en 21e eeuw, kenmerkend door bijzondere vormgeving, typografie, lettertype, papier en band. Met die collectie kan de Zeeuwse Biblio­theek zich meten met landelijke collecties, zoals in het Museum Meermanno, Koninklijke Bibliotheek en Amsterdamse Universiteitsbibliotheek. Het is dan ook geen toeval dat vele (marge)drukkers en liefhebbers van bibliofiel drukwerk de weg naar Middelburg kunnen vinden: om de collectie en Ronald te zien. In 1995 stelde hij een jubileum­tentoonstelling samen ter gelegenheid van het twintigjarig bestaan van Stichting Drukwerk in de Marge, dat samenviel met het tienjarig bestaan van de Zeeuwse Bibliotheek.

De catalogus met de suggestieve titel “Pastei en hoerenjong” werd voorzien van een voorwoord door niemand minder dan Huib van Krimpen, zoon van de beroemde letterontwerper Jan van Krimpen, eminent kenner van de typografie.

Verzamelaar

Voor een conservator is het van belang om een netwerk te hebben. Ronald kent de wereld van het boek en de mensen die er deel van uitmaken. Omgekeerd kent men hem. Niet alleen in Zeeland, maar ook daarbuiten. Van zijn ervaring, visie en oordeel werd en wordt dankbaar gebruik gemaakt in vakkringen, zeker als het gaat om margedrukken, kinderliteratuur, boekbanden, maar ook bij meer algemeen boekhistorische (Zeeuwse) onderwerpen.

Het onderhouden van goede relaties in vakkringen en het vertrouwen dat verzamelaars en ook belangstellende leken in hem stellen, hebben vaak geleid tot verrijking van de collectie. Het kwam meer dan eens voor dat er plotseling een particulier voor het bureau van Ronald stond met een waardevolle schenking. Verzamelaars hadden het gevoel dat hun collectie veilig was in handen van een liefhebber en kenner als Ronald Rijkse.

Wie terugkijkt, ziet dat zijn periode samenvalt met de verbreding en verdieping van de rijke bewaarcollectie van de Provinciale Bibliotheek. Het is dan ook wrang te constateren dat Ronald weggaat op het moment dat de bezuinigingen minder ruimte laten om zijn met liefde uitgevoerde aankoop- en verwervingsbeleid in dezelfde omvang en intensiteit voort te zetten. De nota ‘Costelick Goed’ maakt duidelijk welke kostbaarheden er in de kluis en het magazijn van de Zeeuwse Bibliotheek te vinden zijn en dat er veel schatten in de “periode Ronald” zijn verworven. Dat gebeurde in goede samenwerking met de grootste bruikleengever het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen.

Hoogtepunten uit de verzameling zijn onder meer de zgn. miniatuur­­boekjes en de Middelburgse boekbanden uit de 18e eeuw, het Zeeuwse literaire erfgoed van P.C. Boutens en Hans Warren, de omvangrijke collectie kinderboeken en prenten en het buitenproportionele archief van bibliofiel drukwerk.

IMG_3036

De aankoop van de nalatenschap van de dichter P.C. Boutens is landelijk nieuws. Volkskrant, 19 augustus 1996

In 1996 was Ronald nauw betrokken bij de verwerving van de literaire nalatenschap van de Middelburgse dichter P.C. Boutens. De Zeeuwse Bibliotheek kreeg het beheer over waardevolle eerste drukken en bijzondere uitgaven, waaronder het beroemde in perkament gebonden Liber Amicorum, met bijdragen van grote literatoren en illustratoren uit het begin van vorige eeuw. Esthetisch een lust voor het oog en inhoudelijk een rijke bron voor literatuur en kunsthistorici.

In 2004 vond de officiële overdracht plaats van de complete literaire nalatenschap van de schrijver Hans Warren. Een immense verzameling brieven, manuscripten, boeken en documentatie die mede dankzij de goede verstandhouding met Ronald bij de bibliotheek is terecht­gekomen. De collectie werd beschreven door Mario Molegraaf.

Door de jaren heen heeft Ronald veel aandacht besteed aan de uitbreiding van de collectie kinderboeken uit de 18e en 19e eeuw. drietal

De basis hiervoor vormde de verzameling van Henri Tak (eerste helft van de 20e eeuw). De schenking van ongeveer 1000 kinderboeken en -prenten van John Landwehr in 2007 betekende een belangwekkende uitbreiding, evenals de collectie van Marchien Hof die uit ca. 3000 zondagsschoolboekjes en andere protestants-christelijke jeugdliteratuur bestaat.

De afgelopen jaren heeft het vak van conservator grote veranderingen ondergaan. Ronald heeft ze alle meegemaakt. Een van de belangrijkste ontwikkelingen is ongetwijfeld de verschuiving in aandacht van fysiek naar digitaal. Heel lang heeft Ronald het plan gekoesterd om een gedrukte catalogus van onze kinderboeken en kinderprentencollectie te maken. In 2011 bereiken we een resultaat dat nog veel verder gaat: de volledige digitalisering van 3300 kinderboeken en -prenten inclusief de opname in een speciale nationale catalogus, het Centraal Bestand Kinderboeken.

Conservator

Bij de ingebruikname van het restauratieatelier in 1979 kreeg Ronald samen met Ton van Kraaij de taak om te bepalen wat er wel en niet gerestaureerd moest worden. Een hele verantwoordelijkheid voor iemand die nog maar 3 jaar in dienst was.

Opvattingen over de staat waarin de collectie dient te verkeren zijn veranderd in die periode. Gold eerst het adagium van alles mooi in de oude staat terugbrengen of zelfs nog mooier maken (restaureren), tegenwoordig gaat men niet verder dan het tegengaan van verzuring en te zorgen dat het papier niet verder achteruit gaat (conserveren).

Het restauratieatelier werd eind vorige eeuw vanwege bezuinigingen gesloten. Maar dat was geen reden voor Ronald om zijn activiteiten te stoppen. Hij nam het initiatief tot de actie “Adopteer een boek” in samenwerking met de Vrienden van de Bibliotheek. Doel was om een aantal werken die door het bombardement van Middelburg in 1940 beschadigd werd te laten restaureren en conserveren. Er werd met succes een beroep gedaan op particulieren en instellingen die konden intekenden om de restauratie te bekostigen.

De goede samenwerking met het restauratieatelier van Marijn de Valk leidde in 2006 tot een opmerkelijk initiatief. Op het plein in de bibliotheek waren Antwerpse studenten van de restauratieopleiding dagen temidden van het publiek in de weer met het oplappen van werken uit de bewaarcollectie.

In 1985 werd het huidige gebouw van de Zeeuwse Bibliotheek betrokken waarin een ruime kluis was gebouwd die aan alle eisen wat betreft klimaatbeheersing voldoet. In de woorden van Ronald: “Eindelijk vond het oud bezit rust en kon de catalogisering voortvarend ter hand worden genomen”.

Die verantwoordelijkheden voor het oud bezit heeft Ronald door de jaren heen gehouden. Met de jaren veranderde ook de inhoud van zijn functie, die in de jaren ’90 officieel werd aangeduid als “conservator”.

Initiator

Ronald heeft altijd een evenwicht moeten vinden tussen enerzijds de interne dagelijkse zorg voor collecties en anderzijds de externe presentaties van het rijke bezit van de Zeeuwse Bibliotheek door middel van tentoonstellingen, publicaties, rondleidingen, bijdragen aan Omroep Zeeland en PZC. Of zoals Ronald het zelf zo plastisch uitdrukte: “We verzamelen niet om het verzamelen, maar om het bijeengebrachte culturele erfgoed ter beschikking te stellen voor iedereen die daar nader kennis mee wil maken”. Met veel energie en overtuiging heeft hij zich ingezet voor literaire activiteiten zoals de SLAZ-lezingen en de Slibreeks. Hij maakte vele kleine en grote tentoonstellingen en bracht het rijke bezit van de in woord en geschrift naar buiten. Veel mensen wist hij te boeien en enthousiast te maken door zijn rondleidingen in de kluis. Hij is trots op de collectie en weet de pareltjes feilloos voor het voetlicht te brengen.

FO114284Veel van zijn eigen plannen en ideeën heeft Ronald kunnen realiseren, al zal hij zelf altijd nog onvervulde wensen hebben. In al die jaren raakte hij soms bedolven onder het werk dat hij zelf gegenereerd had, maar hij schrok er niet voor terug dag en nacht door te werken om het beoogde doel te halen en zichzelf en zijn omgeving niet teleur te stellen. Wie de lijst van zijn productie aanschouwt, blijft in stilte achter. Daarin vallen een aantal hoogtepunten op: de gedrukte catalogus van de werken van P.C. Boutens, de tentoonstelling gewijd aan het werk van Hans Warren, een overzicht van hoogte en diepte­punten uit de 150 jarige geschiedenis van de Provinciale Bibliotheek. Steeds voorzien van gedegen commentaren en inleidingen.

PB090002

Zijn liefde voor margedrukkers is onveranderd gebleven. Sinds 1985 werd er bijna elk jaar een tentoonstelling van een margedrukker georganiseerd. Dat wil niet zeggen dat er steeds meer van het zelfde te zien was. De laatste margedrukker-tentoonstelling over de Althaea-pers (Jos Swiers) zoekt de grenzen van het margedrukken op: van het traditionele lood naar de mogelijkheden van de digitale technologie. Het commentaar van Ronald bij deze nieuwe ontwikkeling trok de aandacht en het citaat van Ed Schilders bevestigt nog eens zijn gerespecteerde plaats in de boek- en drukwereld: “De woorden van Ronald Rijkse waren me uit het hart gegrepen.

Het is niet niks als iemand van zijn statuur – kenner van zowel vorm als inhoud – de traditionele marge-uitgaven benoemt als gebrekkig avontuurlijk en voorspelbaar saai, meestal leunend op de naam van de voor de hand liggende auteurs. Verzamelbaarheid wint het dan van inhoudelijkheid en van oorspronkelijkheid. Dat geldt dus in verhevigde mate voor de verpakking. Ronald heeft wat mij betreft groot gelijk, en het zou mooi zijn als zijn woorden gaan doordringen naar het circuit van drukkers, en als vooral de creativiteit van de boekbinders daar vaker en origineler bij de verzorging van de tekst betrokken raakt”.

PA260025

Tot slot

De cultuurhistorische collecties van de Zeeuwse Bibliotheek vormen met elkaar het papieren geheugen van de Zeeuwse samenleving. Ook voor een bibliotheek die zich richt op de actualiteit en midden in de hedendaagse samenleving staat, is dit geheugen onmisbaar om ons rekenschap te geven van historische wortels en verbanden.

Het boegbeeld van de Zeeuwse Bibliotheek op het terrein van oude drukken en bijzondere collecties heeft ons inmiddels verlaten. Jaren geleden hebben we ons gerealiseerd dat we op enig moment afscheid zouden moeten nemen van deze waardevolle collega en dat de lege plek niet gemakkelijk te vullen is.

Marinus Bierens, die alle oude drukken in de kluis als catalograaf in handen heeft gehad, en Liesbeth van der Doe-van der Geest, die al jaren de Zeeuwse collecties van voor 1800 beheert, nemen het stokje over.

Ze zijn er klaar voor en hebben er zin in. Ronald blijft betrokken bij de lezingen van SLAZ. In 2011 zal hij samen met Paul Aarssen, oud-collega en nu conservator boeken van het Zeeuws Genootschap, een tentoonstelling over Zeeuwse boekdrukkers en -uitgevers samenstellen.

Ronald Rijkse heeft zijn sporen nagelaten in de Zeeuwse Bibliotheek, de provincie Zeeland en daarbuiten. Het is een geruststellende gedachte dat zijn opvolgers en wij ook in de toekomst altijd een beroep mogen doen op zijn fenomenale geheugen en goed doordachte adviezen. Wij zijn hem zeer erkentelijk voor zijn grote inzet en vriendschap.

Marlies Jongejan en Ton Brandenbarg, directie Zeeuwse Bibliotheek

*Deze tekst is afkomstig uit het boekje dat verschenen is ter gelegenheid van het afscheid van Ronald Rijkse op 3 december 2010.
Foto’s: Beeldbank Zeeland
Illustratie: Collectie Zeeuwse Bibliotheek

Expositie Bob Pingen: ARCAdia

maandag, 14 februari 2011

“Ben weer van mening veranderd, nou vind ik die andere toch mooier!”, zei het meisje van een jaar of tien dat vrijdagmiddag door de tentoonstellingsruimte in de Zeeuwse Bibliotheek huppelde. Even daarvoor vond de opening plaats van de expositie ARCAdia, schilderijen/2010 van Bob Pingen, te zien t/m 9 april 2011.

Namens de Jan van Leeuwen Stichting verwelkomde Ton Brandenbarg de bezoekers. De Stichting, opgericht 12 april 1994, stelt zich ten doel de in de Zeeuwse Bibliotheek aanwezige tentoonstellingsruimte aan te bieden aan hedendaagse kunst van goede kwaliteit, die op de een of andere manier met Zeeland te maken heeft. Daarbij wordt gedacht aan werk van beeldende kunstenaars die in Zeeland wonen en werken, maar ook aan dat van beeldende kunstenaars die zich door Zeeland laten inspireren. Adviseurs van de Stichting zijn Henk Koch, Kees Wijker en Wim Hofman. Deze keer viel Bob Pingen de eer te beurt. Deze Vlissingse kunstenaar exposeert al vanaf 1979.

In een uitgebreid artikel in het Zeeuws Tijdschrift, 1994, ‘De verovering van het grote vlak. Het werk van Bob Pingen’ wordt onze Zeeuwse kunstenaar geïntroduceerd en binnen de internationale kunstwereld geplaatst.

In ARCAdia toont Bob Pingen nu een reeks van 15 kleine doeken als uitkomst van zijn voortdurende zoektocht naar het ultieme schilderij. Kleurlagen schuiven over elkaar en vormen samen een staalkaart van lichtschakeringen die intens en geraffineerd is samengesteld. Pure schilderkunst die zich overtuigend kan meten met wat zich in de natuur voordoet, aldus een berichtje in de PZC. In de kunstrecensie ‘Het hoofd vol met waarnemingen‘ van Nico Out in de PZC (20-01-2011) is te lezen hoe het licht een hoofdrol speelt in de werken van Pingen. ‘Hij werkt met dunne kleurlagen. De kracht van zijn composities is gelegen in het spel van die over elkaar liggende lagen, subtiel schemeren ze over elkaar… Pingen benadrukt de ruimtelijkheid van de composities door af en toe langs de rand van een vorm iets van schaduw aan te brengen én door geraffineerd gebruik te maken van kleurcontrasten…’

Te midden van de kleurrijke schilderijen mocht de Zeeuwse dichter André van der Veeke de tentoonstelling van inleidende woorden voorzien. André memoreerde de tijd, zo’n dertig jaar geleden, dat hij Bob Pingen leerde kennen. ‘Alles of Niets‘ was de naam van het kunstenaarsgroepje waarvan André zelf de enige scribent was. Vooral de kennismaking met de naam Bob Pingen maakte indruk : echt een fascinerende naam voor een schilder, een sfeer van blauw, wit en groen daar omheen. De kracht die van de naam uitgaat.

Binnen de groep rondom het literaire tijdschrift Ballustrada namen kunstenaars het voortouw. Gelijktijdig betrad de abstracte schilderkunst van Bob Pingen een mystiek veld, stond boven het bestaande.

Als reiziger naar alle richtingen bleef hij Bob Pingen min of meer van grote afstand volgen. In het werk van Bob waardeert hij de aangename kleurtonen, de goed te verdragen lichtheid of being there. Optimistische schilderkunst: oppervlak, diepte en lichtheid tegelijkertijd. De verwantschap van Van der Veeke, de man van papier, met de schilder Pingen is treffend terug te vinden in de omslag van de dichtbundel ‘Rotterdam vertrekt’. Niet dat Pingen deze omslag heeft gemaakt maar HIJ HAD HET KUNNEN ZIJN…

Wat waardeer ik in deze expositie? Met betrekking tot de schilderijen gaat mijn voorkeur uit naar de groene en blauwe kleurenvelden in ‘Locatie (onbekend)’. Vervolgens de zachte kleuren in ‘Verticaal Grijs/Grijs’. Ook de doeken met titels als ‘Boogie’ en ‘Borderline’. Vooral deze laatste kan tot nadenken stemmen. In de conceptuele kunst verwijst de zeggingskracht van de titel samen met het beeld naar de achterliggende idee, bij ‘Borderline’ zie ik blauw, zwart, gevaarlijk rood en schuivende vlakken die als het ware een grote dissonantie laten zien. De beleving van Boogie is volstrekt anders, ga er maar voor staan.

André van der Veeke heeft iets met landschappen en kleuren. Grappig te zien hoe de omslag van zijn recente poëziebundel Blauw als ijs’ verrassend bordeauxrode kleurenvelden heeft. Uit deze bundel las hij het lange titelgedicht voor maar ook, met het oog op ‘Locatie (onbekend)’ het korte gedicht ‘Troostplek’, p. 37

Locatie (onbekend), 80×100 cm

TROOSTPLEK
Modderige wei
met bandensporen
Afwezigheid wordt
hardnekkig bewaakt
Overal knopen, lussen
rollen prikkeldraad
Desolate troostplek
keert zich af van
wat glanst of gloort

Mij rest alleen de absoluut irrelevante, maar toch interessante vraag: vind ik André van der Veeke een fascinerende naam voor een dichter. Jazeker, van der Veeke roept associaties op met de overkant, de grens over, Vlaanderen en Zeeuws, oude ambachten en het gewas vlas. Tijd om mij te gaan verdiepen in het ambacht en de woorden van deze dichter. Kleurtonen en woordenvelden zijn altijd prettig om waar te nemen. Dan horen jullie mij vast wel eens zeggen: “Ben weer van mening veranderd, eerst vond ik deze mooi maar nou vind ik die andere toch mooier.”

Nawoord over Arcadia:

André van der Veeke nam deel aan het project ‘Tekens in het land’, een initiatief van de tweejaarlijkse Kunstmanifestatie ‘De Muzen in Arcadia’, 2005.
Poëzie gecombineerd met tekeningen van Theo Jordans geven een doordringende en fantasievolle kijk op het zuidelijk landschap rond Aardenburg. Over kleuren gesproken, uit deze uitgave het volgende gedicht. Van en voor een kasteelheer die ergens in zijn Arcadia de vlasbloem weet of verlangt.

DE GLOED VAN VLAS

Niets is vluchtiger dan wit
dat verliest van blauw

De vloed van vlas
voordat de dag begint

Na zonsopgang ebt
het melkblauw al weg

Blijft als gloed
hangen in de lucht

Wordt opgeslagen
als verlangen.

Verticaal Grijs/Grijs, 60-40 cm

Anke Nijsse, medewerker Onderwijsbibliotheekdienst

*Dit blog is ook verschenen op het privéblog van Anke Nijsse; Zeeuws Knoopje.

De collectie grondwetten beschreven

maandag, 31 januari 2011

Sinds 10 jaar zweeft er een geheimzinnige verzameling met grondwetten van her en der in het gebouw van de Zeeuwse Bibliotheek. Bij slechts weinigen echt bekend, bij velen vaag bekend en buiten de deur vrijwel onbekend. Een tijdlang was de collectie zelfs zoek. Dit was de concrete aanleiding voor mij om de zaak nu maar eens met voorrang aan te pakken. Het resultaat: de zaak is volledig ingewerkt en toegankelijk.

Bij het vertrek van mr. Gerrit van Dijk als vakreferent rechten 10 jaar geleden, hebben hij en PR functionaris Sip Beth een passend project gekozen. Het idee was om van zoveel mogelijk landen een gedrukte grondwet te verwerven. Zo mogelijk voorzien van een handtekening van het staatshoofd. Naar alle ambassades hebben zij toen een brief geschreven met het verzoek een dergelijke publicatie te mogen ontvangen. Toen de heer Van Dijk met pensioen ging, zijn de resultaten in de bibliotheek tentoongesteld. Sindsdien heeft het project stilgelegen.

Want wie zitten er tussen? Meteen valt de persoon van de literator Václav Havel op, destijds president van Tsjechië.

Havel

De handtekening van de voormalige Tsjechische president en schrijver Václav Havel.

Hij heeft zelfs een Tsjechisch en een Engels exemplaar afzonderlijk laten inbinden en persoonlijk ondertekend. Ook bijzonder zijn Hosni Mubarak, de inmiddels afgetreden president van Egypte, Aleksandr Loekasjenko, nog steeds de autocratische president van Wit-Rusland en Mohammad Khatami, destijds de president van de islamitische republiek Iran. Daarnaast prijken ook presidenten van landen als Ierland, Pakistan en Hongarije.

Taiwan

De handtekening van de president van de republiek China (Taiwan)

Niet ieder land is een zelfstandige republiek met een eigen president. Een vijftal kleine staten in het Caraïbisch gebied reageerde op ons verzoek met een handtekening van hun gouverneur. Het zijn autonome eilanden of landstreken die een band met de vroegere koloniale mogendheid  Groot-Brittannië hebben.

De monarchieën hebben uiterst terughoudend gereageerd. Alleen vorst Hans Adam II van Liechtenstein is op het verzoek van de Zeeuwse Bibliotheek ingegaan. Alle overige koninkrijken lieten weten, dat het bij hen niet gebruikelijk  is zoiets aan hun majesteiten voor te leggen. Ik kan dat ook wel begrijpen. Koninklijke hofhoudingen zijn nog altijd hoog verheven, maar ook zeer discrete instellingen. Zij zien het als hun taak om hun vorstelijke families te beschermen.

Verder bekleedt een koning of koningin de positie van erfelijk staatshoofd. De persoon en de functie zijn voor het leven aan elkaar verbonden. Bij een president daarentegen is het gedaan, wanneer hij afgetreden is. We hebben dus ook geen handtekening van koningin Beatrix, maar wel een unieke facsimile van een koninklijk besluit dat zij ondertekend heeft.

In Groot-Brittannië wilde iemand ons voor de gek houden, en zette een handtekening van koningin Elizabeth II op een kopie van de Magna Carta. Nep-Elizabeth

De vervalste handtekening van koningin Elizabeth

Via internet vond ik echter al gauw hoe de echte handtekening van Elizabeth eruit ziet:

liz

De echte handtekening van koningin Elizabeth

Tientallen landen hebben ons geen handtekening, maar wel een grondwet toegestuurd. Sommige zijn fraai uitgevoerd in een mooi bandje, andere zijn niet meer dan vlekkige brochures. In het ergste geval komen ze niet verder dan een afdruk van internet.

Het is geen leesvoer om gezellig bij de haard te gaan zitten. Toch was ik wel geboeid om te zien wat landen als Soedan of Turkije over de vrijheid van godsdienst te zeggen hebben. Als taalkundige vind ik vooral de originele uitgaven geweldig. Veel landen dachten kennelijk: “Laten we de Engelse versie maar sturen, die kunnen ze tenminste lezen.” Ik geniet juist van uitgaven in het Chinees, het Lets of het Amhaars.

Het zijn niet alleen de speciaal toegestuurde wetteksten zelf die het belang van deze collectie uitmaken. Een flink aantal landen heeft geen ambassade in Nederland, maar wel in Brussel, vanwege de Europese Gemeenschap. Daarom hebben de heren Van Dijk en Beth juist ook de enveloppen bewaard. Dikwijls dragen die fraaie stempels en bijzondere postzegels. Van veel consulaten en presidentiële paleizen kwamen minzame brieven op mooi papier, voorzien van nationale symbolen of visitekaartjes. Diverse staten zagen meteen ook een gelegenheid om hun land toeristisch te promoten, door het toesturen van informatief materiaal. Voorbeelden zijn: Andorra, Israël en Zweden.

Als conservator ben ik eraan gewend om diep in het verleden te duiken. Geregeld vind ik in oude boeken handgeschreven aantekeningen van bekende of onbekende persoonlijkheden, die al heel lang overleden zijn. Hun handen zijn tot stof vergaan, maar wat ze opgeschreven hebben is er nog steeds. In dit geval ligt de actualiteit van de hedendaagse wereld als het ware op mijn bureau. Op de bladzijde die hier voor mij open ligt, hebben die persoonlijkheden hun hand laten rusten om hun naam op te schrijven.

Enthousiast geraakt, zouden Sip en ik best voorstanders zijn van een vervolg op dit project. De ambassades die een belofte gedaan hebben maar die nog niet nagekomen zijn, kunnen we nog eens een keer beleefd benaderen. We hebben immers inmiddels een aardige referentielijst met getekende exemplaren. Wie weet, kan dit anderen aanmoedigen om alsnog een exemplaar naar Middelburg te sturen. We denken er nog even over na, maar zien het wel zitten.

Het was niet eens zo vreselijk veel werk om deze aparte collectie te beschrijven. Van ieder land dat gereageerd heeft, wordt de correspondentie, al dan niet met gesigneerde grondwet, in een map bewaard. De mappen gaan in dozen en die staan in de kluis.

Via de catalogus zijn ze terug te vinden. Tik bijvoorbeeld gesigneerd president of gesigneerd gouverneur in en u krijgt alle exemplaren die persoonlijk ondertekend zijn. Het trefwoord Grondwetten (en als er daar geen van is, Staatsrecht) levert een aardig beeld op van de landen waar we iets van hebben.

U kunt ze de komende tijd zelf bekijken:

van 8 februari t/m 2 april liggen de topstukken uitgestald in de Schatkamervitrine op de eerste verdieping.

Marinus Bierens, Conservator Bijzondere Collecties

De kinder(schat)kamer van de Zeeuwse Bibliotheek

maandag, 17 januari 2011

Kinder- en jeugdboeken zijn vroeger door bibliotheken van welk type ook, nooit systematisch verzameld. Het werd gezien als een niet volwaardig onderzoeksobject. Het was immers maar voor kinderen, was een gebruiksvoorwerp dat, na kapot gelezen te zijn, bij het oud papier terechtkwam.

Enig snobisme en dédain op dit gebied was de bibliotheken niet vreemd en zo zijn vele nu zeer waardevolle materialen verloren gegaan. Er waren alleen particuliere verzamelaars die het belang ervan wel inzagen, maar dikwijls is hun collectie na hun dood verspreid geraakt of verstrooid terecht gekomen in al bestaande particuliere collecties en tegenwoordig ook in bibliotheken.drietal

De drie kleine katjes. Amsterdam [ca. 1900].

Sinds de jaren zeventig, toen het kinder- en jeugdboek, volgens Kees Fens, werd ingelijfd bij de literatuur zijn ook bij bibliotheken de ogen opengegaan. De collecties die daarvoor een zeer lage prioriteit hadden wat betreft ontsluiting en conservering werden tot leven gewekt, en zo is ook op mijn instigatie onze collectie wakker gekust.

Op het eind van mijn loopbaan als conservator herinner ik me nog de situatie in onze toenmalige Provinciale Bibliotheek van Zeeland eind jaren zestig. Weggestopt achter in het magazijn op de roostervloer in een donker hoekje, een niet toegankelijk en doods bezit. Dat is door de ontsluiting, het maken van exposities, opname in het Centraal Bestand Kinderboeken en zeker ook door de digitalisering wel anders geworden. Gerenommeerde onderzoekers en verzamelaars als het echtpaar Buijnsters en de beide Fritsen, Huiskamp (helaas overleden) en Booy, hebben onze collectie bezocht en onderzocht voor hun respectievelijk baanbrekende studies en artikelen. En zij vonden er ware unica.

Aan de basis van onze collectie staan twee Middelburgse heren: Willem Henri Tak (1844-1910) en Willem Hendrik Bal (1880-1962). Zij legateerden hun omvangrijke verzameling, alles bij elkaar een paar duizend voornamelijk 19de eeuwse geïllustreerde kinderboekjes.

En zo heb je, zonder er wat voor te hoeven doen, met zulke heren gelijk een mooi startpunt voor een verdere uitbouw van je collectie die nu zo’n 16.000 bandjes omvat en circa 1600 kinderprenten.

Vele andere schenkingen volgden in de daaropvolgende jaren. Ik noem de Zeeuwse kinderboeken uit de collectie Meertens en de honderden 18de en 19de eeuwse kinder- en schoolboekjes uit het bezit van de voormalige Pedagogische Academie te Middelburg, die wegens verhuizing eind jaren zeventig op het punt stonden te worden weggegooid (!).

nicholaes

A.B.C. uit: Nieuwen aengenaemen en nuttigen St. Nicolaes Almanach voor het jaer ons Heere Jesu-Christi 1798.

De jaren 2006 en 2007 waren topjaren wat betreft aanwinsten met respectievelijk zo’n 800 18de, 19de en vroeg 20ste eeuwse kinderboekjes en ruim 550 kinderprenten uit de collectie Landwehr en het legaat Marchien Hof, circa 6000 protestants-christelijke kinderboekjes uit de periode 1850-1950. Een kwalitatief hoogstaande verrijking van de collectie, want een behoorlijk aantal komt niet in een andere openbare collectie in Nederland voor.

Metamorfoze heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontsluiting: in 1999 zijn ca. 1000 kinderprenten gedigitaliseerd en de collectie Landwehr was in 2008 aan de beurt. Uit de collectie Marchien Hof zijn in 2008 de 800 meest opvallende en belangrijke boekjes beschreven en ontsloten en momenteel worden er, op verzoek van Metamorfoze, zo’n 4000 geïllustreerde kinderboeken uit de periode 1850-1950 gedigitaliseerd.

De eens gesloten schatkamer is definitief geopend.

Ronald Rijkse, Ex-conservator Oud Bezit en Bijzondere Collecties

*Dit artikel is eerder verschenen in: Metamorfoze Nieuws / Koninklijke Bibliotheek, veertiende jaargang nr. 3, 2010

In 2010 is de Zeeuwse Bibliotheek begonnen met de digitalisering van de kinderboekencollectie in het kader van Metamorfoze. In december 2010 is de kinderboekensite onzekinderboeken online. De collectie kinderboeken van de Zeeuwse Bibliotheek wordt hierop ook beschikbaar gesteld.

Stadsdichter, zou jij mijn woorden willen zijn?

donderdag, 13 januari 2011

‘Zou jij mijn woorden willen zijn?’ Dit verzoek en tevens deze opdracht heeft Henri Looymans aanvaard, vanaf januari 2011 is hij de nieuwe stadsdichter van Middelburg. Voor hij werd geïntroduceerd tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst van de gemeente Middelburg in wijkcentrum Palet, zaterdag 8 januari, werd eerst officieel afscheid genomen van Joop Buma die twee jaar stadsdichter was, in 2009 en 2010. Wethouder van Cultuur Ed de Graaf citeerde uit diverse gedichten verschillende strofen waarin Joop Buma zijn liefde voor de stad ‘ondubbelzinnig’ verwoordde of zoals hij dit noemde, hoe Joop ‘de liefde bedreef’ met de stad. Een wethouder die dezelfde passie heeft voor de stad, in elk geval alles weet over de wonderlijke huisnamen van Middelburg, van ’t Land van Belofte, Arcadië tot De Veldroos en De Korenbloem.
Al eerder was er een afscheidreceptie voor Joop (Johannes Herman) Buma, de dichter die zijn rol altijd met plezier vervulde en zó graag had willen doorgaan in deze funktie. Een stadsdichter wordt echter in principe voor één jaar benoemd, verlenging met een jaar is mogelijk maar dan is de ‘rol’ uitgespeeld.

De nieuwe stadsdichter Henri Looymans (1956) heeft Tilburg als bakermat. Hij studeerde Nederlands in zijn geboortestad en Mediëvistiek in Nijmegen. Na een korte periode in het onderwijs is hij sedert twintig jaar werkzaam in de zakelijke dienstverlening waarvan de laatste jaren als zelfstandig verandermanager. Hij woont al 25 jaar in Middelburg. “Ik ben verliefd geworden op de stad”, vertelde hij. Tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst mocht hij zijn debuut als stadsdichter meteen maken, hij verklaarde zijn liefde aldus:

Middelburg
Ik kan als ik wil op de wereld verblijven
Op iedere plek kan ik vreemdeling zijn
Maar waar ik ook ben en weer stellig verdwijn
Steeds roept mij die stad waar ik mij kan schrijven
Daar spreken de gevels en zwijgen de luiken
De kerk klimt er boven de daken uit
En als zaterdagnacht de kroegen sluit*
Dan kan je op zondag de schepping nog ruiken
Die stad roert mijn hart in wat het verlangt
Ik wandel haar straten zij vult mijn gezicht
Zij voert er mijn hand en ik schrijf haar gedicht
In een mantel van eeuwen die om mij hangt
Dit is mijn huis, de stad die mij ziet
Hier heb ik lief, en meer hoef ik niet.

In 2005 publiceerde Henri Looymans zijn eerste bundel “Zou jij mijn woorden willen zijn?” Een goed verzorgde uitgave met een prachtige omslag. Een vormvaste dichter die wat hij zeggen wil het liefst binnen klassieke vormen neerzet. De bundel bevat een grote variatie aan gedichten, de liefde wordt gezocht, gevonden en soms ook verloren. Een aanrader voor iedereen die kennis wil maken met de nieuwe stadsdichter!

Ik citeer de laatste 5 regels uit het gedicht ‘Mijn Lief’

Zou jij mijn woorden willen zijn
Opdat ik niets meer hoef te zeggen
Niets bewijzen niets weerleggen

Enkel schutten
Enkel zijn.

In mei verschijnt er een nieuwe dichtbundel, daarin zal Zeeland, zijn tweede land van belofte, een prominente rol spelen. In ‘Zou jij mijn woorden willen zijn?’ is de liefde voor Zeeland, hier enkel hier, al aanwezig. Ik hoop dat dit gedicht, een ode aan de winter in Zeeland, ook in de volgende bundel opgenomen wordt:
Omnes Zeelandiae loci (1):
Hibernum
voor Marsman
Hier overlands langs de duinen te zwenken
De velden ze wenken
Ze reiken tot mij in mijn Zeeuws schilderij:
Pikkende zwermen op slapende akkers
Met linksom en rechtsom het broedende water
De schorren waarin je de hemel ziet drijven
En slakende meeuwen als kijvende wijven
(Ze klinken naar later ze hoeden de trekkers in
grijskoude klei)
En robuust als de wallen van Jericho
Schutten de dijken de armen de rijken
Ze wachten de zee:

Torens als bakens en
Dorpen als vlaaien en
Boeren als goden die
Ploegen en zaaien
Hier enkel hier
In dit land zonder grenzen
Dit groen en godswonderlijk wiegenkleed
Hier draagt de aarde haar zondagsgewaden
En sluiert de nevel
Mijn sluimerend zilte
Mijn winters verstilde
Mijn Zeeuwse land

Voor Henri Looymans ‘geen dier’der plek voor ons op aard’ dan Zeeland, waar de stad waar hij kan schrijven hem nu heeft geroepen. ‘Zou jij mijn woorden willen zijn?’ Over de markt heeft hij al een gedicht geschreven… een plek waar het hart van de stad klopt en er met liefde volop handel wordt gedreven? We zijn benieuwd hoe hij verslag zal doen van deze spannende en hoopvolle relatie.

*de kroegen sluit – lijkt wellicht vreemd, staat letterlijk op de tekst die op 8-01 werd uitgedeeld.

P.S. het laatste nieuws vandaag is dat de stadsdichter wordt wegbezuinigd. Oei, nu al liefdesverdriet, welk gedicht gaat dit opleveren?

Anke Nijsse, medewerker Onderwijsbibliotheekdienst

(Dit blog is eerder verschenen op zeeuwsknoopje.blogspot.com)

Hulde aan Guépin

donderdag, 6 januari 2011

Bellamy was een bekende Vlissingse dichter, Jan Guépin is vergeten. Geen straat of park is naar hem vernoemd en het boekje: Hulde aan de nagedachtenis van wijlen Jan Guépin is het enige dat over hem verschenen is.

Toch een blog over Guépin vanwege de vele gedichten die opgenomen zijn in de handschriftencollectie van de Zeeuwse Bibliotheek. Guépin werd in 1715 in Vlissingen geboren. Zijn ouders waren Jacob (Jacques) Guépin en Mary Attwel, Hugenoten die rond 1683 uit Frankrijk en Engeland gevlucht waren. Jan was dus een tweede generatie asielzoeker. In het gezin spraken ze Frans en hij schreef eerst Franse gedichten. Later streefde hij naar het zuiver Nederlands en schreef in zijn jeugd punt- en klinkdichten. Hij zat op de Latijnse school, samen met Hermanus Jaarsma en Nicolaas Lambrechtsen. Herman Jaarsma was de zoon van de Doopsgezinde dominee Jaarsma en schreef ook gedichten. Nicolaas Lambrechtsen was lid van een bekende Walcherse familie en verbonden met de collectie van het Zeeuws Genootschap.

Guépin las graag gedichten van o.a. Vondel en Horatius. Van die laatste vertaalde hij een lierzang. De psalmberijming van Datheen (Dathenus) is onderwerp van gedichten en brieven vooruitlopend op het zogenaamde Psalmenoproer, dat pas in 1776 in alle heftigheid zou losbarsten. Guépin schreef zowel een satire als een lofzang over Petrus Dathenus. De lofzang is ook één van de weinige werken die gedrukt zijn van Guépin.

Tussen de handgeschreven gedichten zitten verdienstelijke zoals De mensch, vele gelegenheidsgedichten en ook diverse geestige uitnodigingen op rijm: “O dogter kom op mijn begeeren, op woensdagh in uw daagsche kleeren, want t mogt eens reeg’en onder ’t rijen, koom met uw vader bij malkand’ren, zo gaan wij zedig met den and’ren”.

Tot de aardige stukken horen ook twee reisverslagen. Eentje over een ‘sukkelreis’ van Rotterdam naar Vlissingen en over een wandeling bij Domburg.

In 1876 schrijft Passchier Fret een brief over een zin uit een gedicht van Guepin waarin hij liever varkens dan Joden ziet komen in Vlissingen. Fret geeft hierover uitleg.

foto guepin
Waterverftekening behorend bij Handschrift 3016 uit de Kluis van de Zeeuwse Bibliotheek.

Volgens de levensbeschrijving uitgegeven door F. Nagtglas was Guépin ook een geestig en vaardig tekenaar. De tekening die boven deze blog staat is mogelijk gemaakt door Guépin. De betekenis en de tekst eronder zijn mij niet helemaal duidelijk: “J. Guépin 1741. Een hen legt geen daer by een nest , zy ziet”. Achterop staat dat het geschonken is aan het Zeeuwsch Genootschap in 1873 door J.F. Bergman.

In mei 1766 schreef Guépin nog een gedicht voor de inhuldiging van Willem V als markies van Veere en Vlissingen. Het was zijn laatste gedicht en wel in het Frans. Na een kort ziekbed overleed hij op 15 juni 1766. (Bellamy was toen 8 jaar). De schrijvers J.J. Brahé en N.C. Lambrechtsen brachten Guépin hulde.

Cocky Klaver, projectmedewerker Handschriftencollectie