Archief van categorie ‘Collecties’

Hoe vind je het juiste boek voor je kind?

donderdag, 12 september 2013

Veel ouders vinden het lastig om een leesboek voor hun kind uit te zoeken. Wat kan mijn kind al lezen? Is dit boek niet te moeilijk of juist te gemakkelijk voor mijn kind? De leerkracht biedt soms hulp door te zeggen dat het kind boeken op niveau M4 of E7 kan lezen. Die cijfers en letters staan voor het AVI-niveau.

AVI
De AVI-niveau-indeling is op de eerste plaats bedoeld om leesstof te kunnen kiezen die aansluit bij de leesontwikkeling van het kind. AVI heeft te maken met technisch lezen. Bij technisch lezen gaat het om de techniek van het lezen: kan een kind snel en zonder fouten een tekst lezen? Kinderen die snel en (bijna) foutloos een tekst op een bepaald niveau kunnen lezen, hebben een hoog AVI-niveau. Kinderen die nog niet snel kunnen lezen, of die daarbij veel fouten maken, hebben een lager AVI-niveau. Op avi.cito.nl lees je hoe het leesniveau wordt getoetst, en op www.kennislink.nl staat hoe de moeilijkheidsgraad van een tekst wordt bepaald.

Eerste leesboekjes

Er zijn twaalf AVI-niveaus. Het laagste AVI-niveau is Start. Dat is het niveau van kinderen die nét begonnen zijn met lezen. Het hoogste AVI-niveau is Plus. Dat is het niveau van kinderen die snel en zonder fouten een lastige tekst kunnen lezen.

Tussen AVI-Start en AVI-Plus liggen tien AVI-niveaus: M3, E3, M4, E4, M5, E5, M6, E6, M7 en E7. ‘M’ betekent ‘midden’ en ‘E’ betekent ‘eind’. De cijfers 3 tot en met 7 geven aan in welke groep dat niveau gemiddeld bereikt wordt. Een AVI-niveau E5 wordt dus gemiddeld aan het einde van groep 5 behaald. En een AVI-niveau M7 wordt gemiddeld halverwege groep 7 behaald. Maar let op: het gaat hier om een gemiddelde!
(Bron: www.leesplein.nl)

Eerste leesboekjes

AVI in de bibliotheek
De AVI-meting is een toetsinstrument dat thuishoort in het onderwijs. Toch kom je AVI-aanduiding ook buiten de schoolmuren tegen. Boekhandels en bibliotheken hanteren ook AVI-aanduidingen; ouders en grootouders krijgen daardoor een houvast welk boek het beste past bij het leesniveau van hun (klein)kind.
(AVI-niveau, wat moet je er thuis mee?)

In de bibliotheek zetten we de boeken vanaf AVI-Start tot en met AVI E4 in een aparte kast, boeken met een hoger AVI-niveau zijn aan de buitenkant niet herkenbaar. Vanaf ca. AVI E4 beheersen kinderen de techniek van het lezen zo goed dat ze, als ze dat willen, ook zelf voor boeken met een hoger AVI-niveau kunnen kiezen.

Kritiek op AVI
De Werkgroep Jeugdboeken van de Vereniging van letterkundigen vindt het een kwalijke ontwikkeling dat de keuze voor een boek in de boekhandel, de bibliotheek of op school tijdens het vrij lezen steeds vaker wordt bepaald door het AVI-niveau van de boeken. In de brochure ‘AVI loslaten’ stelt de Werkgroep dat de nadruk op AVI remmend werkt op het leesplezier en de leesmotivatie bij kinderen.  Bestuurslid Annemarie Bon schrijft op de website ouders.nl:

“Het zijn heel andere factoren die een boek pas echt moeilijk maken. Zoals een ver-van-mijn-bed-onderwerp, ellenlange saaie beschrijvingen of sowieso een niet interessant genre voor een specifiek kind, flashbacks en perspectiefwisselingen, geen heldere bladspiegel en ga zo maar door. Een kind in groep vijf kan misschien moeite hebben met het woord politieauto, maar als het boek spannend genoeg is, zet een kind zich daar echt wel overheen.”

Bron: AVI maakt lezen tot een straf.

Plezier in lezen staat voorop
Wat belangrijk is dat kinderen veel lezen, en dat zij hun eigen smaak ontwikkelen. Als ouder kun je daarbij helpen door veel voor te lezen, met je kind naar de bibliotheek te gaan en ervoor te zorgen dat er aantrekkelijke boeken en tijdschriften in huis zijn. Laat zien hoe leuk lezen is!

De titel van deze blog is: ‘Hoe vind je het juiste boek voor je kind?’, maar ik wil ervoor pleiten om kinderen vooral zelf hun boeken te laten kiezen. Het volgende filmpje bewijst dat kinderen dit heel goed kunnen.

Misschien pakt je kind een keer naar een boek met een te hoog of een te laag leesniveau, maar dat is helemaal niet erg. Zoals onderwijsadviseur en leesspecialist Ed Koeckebacker zegt in een interview: ‘Lees niet wat je kunt, maar lees wat je wilt. Als je dan eens een te moeilijk boek pakt, nou en? Als je geïnteresseerd bent, lees je het toch wel. Je leest een boek toch niet omdat je alle woorden kent, maar omdat je spannende, gekke of leuke verhalen wilt beleven?’

Henk Kosters, sectie Jeugd en Jongeren

Van Akkoord tot Zing: muziektijdschriften

dinsdag, 3 september 2013

Tijdschriften hebben het moeilijk. Er zijn er teveel, ze lijken op elkaar en een groot deel van de lezers vindt hun informatie en amusement op het internet. Een denkbeeld dat zich door herhaling vastzet, kan gevolgen hebben voor de diversiteit van het aanbod. Gelukkig vinden we bij de Zeeuwse Bibliotheek onze tijdschriften nog steeds een waardevolle aanvulling op de boekencollectie.

muziek2

De muziekafdeling heeft op dit moment zo’n 35 tijdschriften in de collectie. Voor bijna alle genres en onderwerpen,voor bijna alle mensen die zich op de één of andere manier met muziek bezighouden, van luisteraar tot DJ, van Akkoord tot en met Zing.

Veel van de tijdschriften hebben tegenwoordig een digitale versie, die tegen betaling via een app op tablet of smartphone gedownload kan worden. Soms zijn die versies interactief, wat een aantrekkelijke meerwaarde kan hebben, zeker als het gaat om muziek. Wat is er mooier dan direct een filmpje, soundtrack of website te kunnen aanklikken tijdens het lezen van het artikel?

De bibliotheekwereld is echter nog niet zo ver dat via websites van bibliotheken ook tijdschriften kunnen worden aangeboden- de ontwikkeling met het uitlenen van e-books staat nog  in de kinderschoenen en blijft obstakels tegenkomen. Het ligt niet in de lijn der verwachting dat de bibliotheek tijdschriften digitaal zal gaan aanbieden. Niet getreurd, de papieren versie is nog steeds aantrekkelijk om te komen lezen in onze  fijne strandstoelen!

muziek3

Vanuit die strandstoel loop je dan ook gemakkelijk naar onze luistercabines, waar je via Muziekweb-Luister nagenoeg álles kunt beluisteren waarover je in het tijdschrift hebt gelezen, en mocht het niet genoeg zijn, dan hoeft de ontdekkingstocht daar niet te eindigen. Er zijn legio mogelijkheden om de ervaring thuis voort te zetten met CD’s, bladmuziek,  informatieve boeken en uit het tijdschrift overgenomen links. (Een kopietje van een interessant artikel is natuurlijk ook zo gemaakt.)

Kinderen

Voor bijna iedereen is er een muziektijdschrift. Alleen de kinderen hebben geen eigen muziekblad. Dat is wel jammer, omdat steeds vaker op basisscholen via de muziekschool instrumentale lesprojecten in de klas worden gegeven. Een gat in de markt, en wie springt erin?

De Pyramide, een blad  voor leerkrachten, staat vol met leuke liedjes en lesvoorbeelden. Het is een uitgave van Gehrels Muziekeducatie. Op de website wordt het blad uitgebreid met leuke downloads en geeft inspiratie voor de muziekles op school. Wat mij betreft zou Gehrels met mijn opmerking hierboven best uit de voeten kunnen…

muziek1

Pop

Zowel actieve als niet-actieve liefhebbers van popmuziek komen aan hun trekken met bladen als Oor, en Rolling Stone.

Muzikanten, DJ’s en producers vinden veel interessante nieuwtjes en artikelen in Music Maker en Interface. Voor de backline van bands: essentiële tips, actuele informatie over instrumenten en spullen in De Slagwerkkrant en De Bassist.

Al deze bladen hebben websites, waar aanvullingen staan op de papieren versie, maar digitaal zijn ze vooralsnog niet beschikbaar en die strandstoel of de luistercabine op de muziekafdeling is zo’n fijne plek…En natuurlijk kan je ook even naar het Leescafé!

Klassiek

Laatst publiceerde de bekende oude muziek-specialist Andrew Lawrence-King een artikel met de titel “What is Music?” In dit artikel gaat hij in op de verwevenheid van de kunsten en de connectie met de in onze ogen totaal ongerelateerde vaardigheid van het schermen.

“Is het Kunst, een Wetenschap, een Vaardigheid, of is muziek iets wat bij onze natuur hoort?”  Hij vraagt zich vervolgens af hoe musici daar zelf over denken en dachten, en of het concept “muziek” in de loop der eeuwen van betekenis is veranderd.
Hoe men ook van muziek geniet, van welke muziek en in welke vorm- het is een groot gebied in de menselijke cultuur. Ik ben het eens met Lawrence-King dat de waardering die iemand heeft voor een bepaald genre, te maken kan hebben met de historie van het begrip “muziek”. Wat muziek te maken heeft met schermen, lees je zelf in zijn blog.
De muziekafdeling heeft ook een divers aanbod van tijdschriften op het gebied van klassieke muziek en voor instrumenten.  Net als hierboven, is het niet mogelijk ze allemaal de revue te laten passeren, maar ik noem er enkele.

Om door te gaan met oude muziek, en ook omdat juist onlangs het zeer succesvolle Festival van Oude Muziek werd afgesloten in Utrecht, wijs ik op het tijdschrift van de organisatie dat vier maal per jaar uitkomt: Tijdschrift Oude Muziek. Muziekliefhebbers die al een passie hebben voor muziek uit vroeger eeuwen, hebben dit tijdschrift vast al ontdekt. Misschien ben je ook nieuwsgierig geworden?

muziek4

Meer lezen over oude muziek kun je bij ons met het Engelse Early Music , dat zeer uitgebreide wetenschappelijke artikelen bevat met bijvoorbeeld nieuwe inzichten over de uitvoeringspraktijk. We ontvangen ook informatieve tijdschriften van het Koninklijk Concertgebouworkest en van het Brabants Orkest, onlangs met het Limburgs Symfonieorkest gefuseerd tot Philharmonie Zuidnederland. Hierin achtergronden over de concertprogramma’s, dirigenten en solisten en de laatste ontwikkelingen in roerige klimaat.

Het Orgelpark, een zeer actief Amsterdams podium voor, zoals ze zelf zeggen “organisten, componisten en andere kunstenaars”, verspreidt een blad dat je ook thuis digitaal kunt ophalen: Timbres, maar wij hebben hem ook op papier.
Recensies van CD’s, informatie over festivals en interessante artikelen over klassieke muziek als begrip in de ruimste zin van het woord, het is allemaal te lezen in Luister en Gramophone.

Instrumenten en liefhebbers

Arco, Fluit, Gitarist, Het Orgel, Pianowereld.  Akkoord en  Zing.

Van A tot Z: tijdschriften met heel veel informatie over heel veel soorten muziek, allemaal lekker om te lezen in het gebouw van de Zeeuwse Bibliotheek. Voor inspiratie, of ontdekking van wat je nog niet kende, maar zomaar eens kunt proberen. Om je smaak te ontwikkelen, om te weten te komen welke muziek je blij maakt, of uiting geeft aan wat je zocht. We hebben het allemaal, of wijzen je de weg ernaartoe!

 

Els van de Wijdeven-Millenaar, Muziekafdeling

Foto’s: Marian van der Weide

Dagboek van een geniale Zeeuw

woensdag, 21 augustus 2013

Een goede koop hoeft niet duur te zijn. Voor het luttele bedrag van een halve gulden kocht de Provinciale Bibliotheek Middelburg in 1878 een bundel zeventiende-eeuwse aantekeningen. Reden hiervoor was dat de aantekeningen afkomstig waren van een Zeeuw.

Pas in 1905 ontdekte de jonge wis- en natuurkunde student Cornelis de Waard de werkelijke waarde van het manuscript. Hij wist het al snel te identificeren als het verloren gewaande handschrift van de internationaal vermaarde Zeeuwse natuuronderzoeker Isaac Beeckman (1588-1637).

 

beeckman

Journaal van Beeckman (Beeldbank Zeeland/Zeeuwse Bibliotheek)

 

Bombardement

Cornelis de Waard begon in 1939 met de publicatie van een gedrukte versie van het manuscript: “Journal tenu par Isaac Beeckman de 1604 à 1634”. Hiermee heeft hij in feite diens gedachtengoed gered. Tijdens het bombardement van Middelburg in de tweede wereldoorlog, raakte het origineel namelijk zwaar beschadigd. Na restauratiewerkzaamheden wordt het nu echter goed geconserveerd in de kluis van de Zeeuwse Bibliotheek.

microscoop.jpg

Afbeelding van een microscoop

 

Kaarsenmaker/buizenlegger

In 1588 werd Isaac Beeckman in een huis aan de Beestenmarkt in Middelburg geboren. Hij was de zoon van Abraham Beeckman, kaarsenmaker van beroep, maar tevens werkzaam als leidinglegger en –reparateur in brouwerijen en huizen van particulieren. In eerste instantie trad Isaac in de voetsporen van zijn vader. Hij maakte kaarsen, en ontpopte zich als inventief constructeur van  waterleidingen en speelse fonteinen. Zijn journaal bevat allerhande beschouwingen over het verbeteren van leidingsystemen en pompen, maar ook over het gedrag van vloeistoffen en aanpassingen van het kaarsenmaakproces. Met die kaarsen voerde hij ook weer experimenten uit. Zo constateerde hij dat een deur doorboord kon worden met een afgeschoten kaarsstomp.

 

huis

Links het woonhuis van Isaac Beeckman te Middelburg (Beeldbank Zeeland/Zeeuwse Bibliotheek)

 

Deeltjestheorie

Naast een opleiding als predikant, volgde Beeckman tevens studies op het gebied van letterkunde, geneeskunde en natuurwetenschappen. Dat was in die tijd niet ongewoon. Destijds, in de renaissance, was men van mening dat een mens zich op vele gebieden moest bekwamen, zowel lichamelijk en mentaal, als spiritueel. Een dergelijk mens heette homo universalis. Zo was Isaac Beeckman arts, predikant, filosoof en ambachtsman. Ook blijkt hij een innovatief wetenschappelijk theoreticus te zijn geweest. De door hem bedachte deeltjestheorie is in wezen een voorproefje van de huidige atoomtheorie, waarin atomen de bouwstenen zijn van materie (moleculen).

Volgens Beeckman waren alle objecten en levende wezens, maar ook geluiden en licht, opgebouwd uit deeltjes: homogenea physica. Deze homogenea bestaan uit verschillende combinaties van atomen van de vier elementen: lucht, aarde, water en vuur. De diepgelovige Beeckman zag in de vorm van deze atomen de voorzienigheid Gods weerspiegeld.

 

Descartes

In 1618 raakte Isaac Beeckman bevriend met de jonge student René Descartes, die destijds diende in het leger van Maurits van Oranje. Samen met Descartes ontwikkelde hij een nieuwe natuurfilosofie: het mechanistisch wereldbeeld. Beeckman stimuleerde Descartes ook om de draad van zijn leven weer op te pakken, en zich weer te gaan verdiepen in wiskunde en filosofie. Descartes was hem hiervoor dankbaar. Op 3 april 1619 schreef hij aan Beeckman:

“U bent namelijk inderdaad de enige die een lui iemand als mij in beweging hebt gebracht, de geleerdheid die al bijna uit het geheugen geglipt was weer hebt opgeroepen, en het verstand dat van ernstige bezigheden afgedwaald was naar iets beters hebt teruggebracht”.

 

descartes

René Descartes

 

Ledigheid

Beeckman wist Descartes uit zijn ledigheid te halen, maar was daar zelf ook niet afkerig van. Zijn wetenschappelijke teksten worden regelmatig onderbroken door lichtvoetige overpeinzingen als:

“Vijf of zes jaar van mijn leven, in het bijzonder toen ik in Zierikzee was, had ik nooit spijt van verloren uren, en vond ik het niet erg als ik niet gestudeerd had hoewel ik had kunnen studeren. De reden was omdat ik toen meende dat ik klaar was met mijn studie, en ik dacht niet aan enige verdere wetenschappelijke vorming. Deze manier van leven is hier op Aarde verreweg de gelukkigste, waarop de filosofen zich zouden moeten voorbereiden. Ik hoop die terug te krijgen zodra ik voor mijn gevoel bedreven ben in de geneeskunde. We moeten immers moeite doen om niet altijd moeite te hebben; ten slotte moeten we studeren wanneer we er zin in hebben, en nietsdoen zonder spijt wanneer we zin hebben in nietsdoen. “

 

duikbootstudie

Studie van een duikboot

 

Weerberichten

Menig verloren uur heeft Beeckman besteed aan het schouwen van de hemel. Zijn dagboeken van zijn verblijf in Zierikzee bevatten dagelijkse aantekeningen over bewolking en windrichting. Zo was er onder andere sprake van “soeten dan wel sterckachtige wind, die op 30 november 1612 echter zo sterck en geweldich was datter sommighe schepen van vergaen sijn”. De temperatuur voelde “kautachtlich, middelmatich, dan wel fraey” aan.

Over de barre winter van december 1607-februari 1608 schreef hij: “dat bij menschengedencken sulc een vorst niet gesien en was. Men kon over ijs van Harlingen naar Amsterdam lopen.”

De weerkundige aantekeningen in de dagboeken van Beeckman bleken van grote waarde te zijn voor het klimaatonderzoek door het KNMI.

 

Lenzen en telescopie

Uit Beeckmans aantekeningen spreekt ook een grote passie voor het slijpen van lenzen. Hij wilde graag zelf een telescoop maken gelijk aan die van Galileo Galilei. Het viel hem echter zwaar om een goeie lens te fabriceren. In zijn journaal doet hij uitgebreid verslag van zelfbedachte verbeteringen in zijn slijptechniek. Tegelijkertijd was hij bij diverse brillenslijpers in de leer, onder andere bij de Middelburgse Johannes Sachariassen. In zijn journaal merkt hij op dat diens vader, de brillenmaker Sacharius Janssen in 1604 de eerste “verrekycker” maakte. Die opmerking zorgde voor opschudding in wetenschappelijke kringen. Eertijds ging men er unaniem vanuit dat de Middelburgse brillenmaker Hans Lipperhey de telescoop had uitgevonden. Deze had hiervoor in 1608 octrooi aangevraagd. De opmerking van Beeckman bracht vertwijfeling. Jarenlang hebben wetenschappers elkaar betwist over aan wie nu de eer moest toekomen. Het was een feit dat beide potentiële uitvinders vrijwel buren waren van elkaar en de één wellicht de kunst van de ander had afgekeken. Na jaren discussie is de knoop in het voordeel van Lipperhey doorgehakt: hij wist als eerste een diafragma toe te passen in de telescoop.

 

polijsten

Polijsten van een bekken voor het slijpen van lenzen

 

Boekpresentatie

In 1983 verscheen het proefschrift “Isaac Beeckman (1588-1637) en de mechanisering van het wereldbeeld” van de hand van Klaas van Berkel. Het boek bevat een uitgebreide beschrijving van het leven van Isaac Beeckman en diens betekenis voor de cultuurgeschiedenis.

Inmiddels heeft de wetenschapsgeschiedenis voor nieuwe inzichten gezorgd, waardoor de tekst van het boek diende te worden herzien. Klaas van Berkel, heden ten dage hoogleraar Geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen, zal op donderdag 26 september 2013 in de Zeeuwse Bibliotheek de nieuwe uitgave van zijn boek presenteren. Hierbij zal het eerste exemplaar overhandigd worden aan Commissaris van de Koning Han Polman.  Rondom de presentatie zullen tevens lezingen gehouden worden door Huib Zuidervaart, onderzoeker Huygens/ING instituut van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, en door Floris Cohen, hoogleraar vergelijkende geschiedenis van de natuurwetenschap aan de Universiteit Utrecht. Zo zal die middag een beeld geschetst worden van het wetenschappelijke leven in Zeeland in de vroege zeventiende eeuw, en tevens de rol die Isaac Beeckman heeft gespeeld in de radicale vernieuwing van de wetenschap in die tijd.

Belangstellenden zijn van harte welkom. Meer informatie in de uitnodiging.

 uitnodigingbeeckman


Anne-Marie van Houtert-Ponssen, vakreferent

Strand, onderwatersport en afval

woensdag, 14 augustus 2013

Deze zomer zijn de stranden druk bezocht door vele toeristen en inwoners. Ook de Oosterschelde, het Veerse Meer en de Grevelingen zijn door snorkelaars en duikers uit de hele wereld verkend. Maar ook zeilers, hengelaars en beroepsvaart gebruiken de wateren om ons heen.

We willen met zijn allen blijven genieten van strand, zee, rivieren en meren. Dan moeten we daar ook iets aan doen! Hieronder tref je een aantal suggesties aan die bijdragen aan een plezierig strandbezoek en onderwaterbelevenissen.

Afval op het strand en de zeebodem

Als strandbezoeker heb je er vast wel eens last van: zwerfvuil. De hoeveelheid rondzwervend afval in zee is een steeds groter probleem voor mens en dier. Vereniging Kust & Zee voert campagne voor een gezonde zee en zet zich in voor een zee zonder zwerfvuil.

In Plastic soep lees je interviews en beschouwingen over het probleem dat plastic afval zich ophoopt in de oceanen en zo in de kringloop terechtkomt.

Fotowedstrijd ‘Zee zonder zwerfvuil’

Help mee het strand schoon te maken en breng zwerfvuil in beeld! Win een surfexperience met overnachting in een beachhostel voor twee personen in Scheveningen. Lees verder op de website van Kust & Zee.

Ja natuurlijk

Maarten VandenEynde en anderen exposeren in het GEM in Den Haag met de beeldende kunst manifestatie. Ja Natuurlijk wordt wegens succes met een week verlengd tot en met 25 augustus. Prikkelende kunstwerken van meer dan 80 internationale kunstenaars staan in het GEM/Fotomuseum en buiten in en rondom de tuin van het Gemeentemuseum. Met als trekpleister het vergeten stukje duinbos waar menig kunstwerk dienst doet als bruggenbouwer tussen mens en natuur. Daarmee is Ja Natuurlijk geschikt voor een bezoek tijdens zonnige én druilerige zomerdagen.

afvalkunst

Afvalkunst

Bron: http://www.plasticreef.com/?p=509

Europese videowedstrijd

Scholen en jeugdgroepen kunnen vanaf september 2013 meedoen aan een videowedstrijd. In een korte video moeten zij op een verrassende manier duidelijk maken wat het probleem is en waarom zwerfvuil aangepakt moet worden. Meedoen?

http://www.marlisco.eu/video-contest.nl.html

MyBeach CleanUp
MyBeach is een speciale zone op het strand, grenzend aan een strandpaviljoen. Strandbezoekers houden hier zelf het strand schoon. Het stukje strand is te herkennen aan opvallende materialen, zoals informatieborden, beachflags, prullenbakken en afvalzakjes. Gedurende het strandseizoen vinden er speciale activiteiten plaats, zoals een opruimactie van afval aan de hand van de Strandscanner app. Dit initiatief is gestart in Zeeuws-Vlaanderen. Meedoen kan nog tot en met 23 augustus. Dan is de laatste etappe op Ameland.

http://www.mybeach.info/cleanup-challenge/etappes/

Duik de Noordzee schoon
Sportduikers die graag hun hobby wrakduiken willen uitoefenen én een bijdrage willen leveren aan een beter leefmilieu op wrakken, kunnen actief bij dragen aan deze doelstellingen. Stichting Duik De Noordzee Schoon informeert daarnaast over de cultuurhistorische en biologische aspecten van de wrakken op de bodem van de Noordzee en over de gevaren van verspeeld vistuig dat massaal op deze wrakken is achtergebleven. Meer weten?

http://www.duikdenoordzeeschoon.nl/

Wrakken: schatkamers van de Noordzee” is een boek met DVD over dit project waarbij achtergebleven visnetten en vislijnen van scheepswrakken worden verwijderd, zodat zeedieren niet vast komen te zitten.

Kunst op de zeebodem

Jason deCaires Taylor laat sculpturen op de zeebodem zakken die al gauw door zeebewoners worden overgenomen. In 2006 heeft hij 2 onderwatermusea geopend: in de Caraïben en bij Mexico (Cancun/Isla MUJERES) op 8 meter diepte.

onderwaterkunstThe listener, een beeld in het onderwatermuseum
Bron:
http://www.designboom.com/art/underwater-eco-sculptures-by-jason-decaires-taylor/

 

Adriënne Withagen, Informatiespecialist

 

Oude muziekwerken in de bibliotheek

woensdag, 31 juli 2013

De Zeeuwse Bibliotheek heeft naast de open opstelling ook nog een groot magazijn tot haar beschikking. In dit magazijn bevindt zich al jaren een kast met muziekcollecties die nog afkomstig zijn uit de Kloveniersdoelen (de voormalige muziekbibliotheek). Deze materialen lagen nog ongeordend in een aparte kast. Hoe het één en ander in de muziekbibliotheek terecht is gekomen weet ik niet precies. Ik vermoed dat het meeste materiaal aan de muziekbibliotheek geschonken is. Alleen van de Stotijncollectie weten we dat de bibliotheek deze overgenomen heeft van het Zeeuws Orkest maar daar heeft mijn collega Els van de Wijdeven al wat over geschreven in het weblog van 12 juni j.l.

Ik ben aan de slag gegaan met de overige muziekmaterialen. Deze bevinden zich in grote mappen. Ik vond daarin heel veel sheets voor één bepaald instrument zoals piano, viool, cello. Daarnaast zijn er mappen vol met ensemblemuziek en mappen met allerlei Missen.

Ik heb al deze mappen doorgenomen en constateerde dat de kwaliteit van de sheets heel slecht is , er zit veel salonmuziek bij en ik betwijfel of dit van “hoogstaande” kwaliteit is. Maar het echte beoordelen laat ik liever aan een musicoloog over. Mijn taak als muziekbibliothecaris in deze is om te kijken wat er nog de moeite waard is om te bewaren in de bibliotheek en om het vervolgens toegankelijk te laten maken.

Bij het doorstruinen van de sheets kwam ik er al snel achter dat de meeste werken eind 19e begin 20e eeuw zijn uitgegeven. Er zit veel materiaal tussen dat weg kan, maar daarnaast zijn er ook muziekwerken die de moeite waard zijn en die naar mijn mening zelfs een plaats in de kluis van de bibliotheek verdienen.

Zo vond ik een aantal eerste drukken van composities zoals :

Trio voor piano, viool en violoncello op.34 van Josef Rheinberger, eerste druk uitgegeven in 1870 en het Trio nr. 3 voor piano, viool en violoncello van Anton Rubinstein op.52 eerste druk uitgegeven in 1857.

foto sheets 6

foto sheets 7

Josef Rheinberger leefde van 1839 tot 1901. Hij kwam uit Liechtenstein en was muziektheoreticus, muziekpedagoog en componist. Rheinberger schreef meer dan 200 werken. Tot zijn bekendere oeuvre horen zijn composities voor orgel.

Anton Rubinstein was een Russische componist die leefde van 1829 tot 1894. Daarnaast was hij één van de grootste pianisten in de negentiende eeuw. Een van z’n bekendste werken is “Melodie in F op.3 nr.1” voor piano.

In een map met allerlei koormuziek vond ik : Chorübungen der Münchener Musikschule; zusammengestellt von Franz Wüllner: zweite Stufe. München: Theodor Ackermann, 1883. In dit werk staat vermeld dat het eigendom is geweest van Henri Völlmar (1853-1939). Völlmar was een componist, dirigent en pianist die in Den Haag is geboren. Hij gaf concerten met o.a. de beroemde Henryk Wieniawski.

Zoals eerder aangegeven bevinden zich allerlei Missen in een aantal mappen. Bij het doornemen hiervan zag ik dat deze materialen het stempel Seminar St.Bonaventura Iseghem bevatten.

Deze Missen zijn afkomstig uit een kloosterbibliotheek te Iseghem, België. Tussen deze missen vond ik een eerste druk van Lorenzo Perosi – Messa Davidica eerste druk uitgegeven in 1897.

foto sheets 8 rea_1Ik vond hier het volgende over :”Het is onwaarschijnlijk dat deze compositie in ’t publiek domein is in de EU en in landen met een auteursrechtentermijn van 70 jaar”.

Daarnaast zijn er veel sheets met prachtige titelbladen. Wat ik heel apart vond was : Muziek uit het Water-Ballet “Badseizoen te land en te water” gegeven in den Koninklijk Nederlands Circus Carré – Maximiliaan Carré – uitgave ca. 1910. foto.sheets 1Ik kon hier het volgende over vinden: In 1894 vierde Oscar Carré  zijn zilveren jubileum als circusdirecteur en in 1895 werd een nieuw waterballet opgevoerd met muziek van Maximiliaan Carré. Dit werd een groot succes. (bron: www.amstelodamum.nl)

Een handige bron op internet die ik voor mijn speurwerk gebruikt heb is de Petrucci Music Library via www.imslp.org.  Naast het beschikbaarstellen van ca. 33.000 partituren in PDF formaat, is er ook informatie te vinden over de componisten, de uitgeverijen, wanneer een werk voor het eerst is uitgegeven.

De eerste impuls was om deze oude sheets maar bij het oud papier te doen. In tijden van bezuinigingen is er minder tijd en geld voor dit soort werkzaamheden. Ik ben blij dat ik toch nog de mogelijkheid heb gehad om deze materialen goed uit te zoeken want er kwamen toch een aantal “juweeltjes’ boven water. Het zou fantastisch zijn als een aantal werken nog gerestaureerd en ontsloten kan worden.

Wordt vervolgd!

 

Rea Bensch, Vakspecialist muziek

Slavernijverleden en de grabbelton die geschiedenis heet

donderdag, 4 juli 2013

Het Nederlandse slavernijverleden…alleen die naam al doet mij als historicus de rillingen over de rug lopen alsof een ongenode kousenbandslang door mijn broekspijpen richting mijn nek probeert te sluipen. Ik houd mij graag aan de regels van het vak, maar als je in het publieke debat belandt blijkt dat onmogelijk. Het is natuurlijk sowieso evident dat je de juiste begrippen hanteert omdat de vlag anders de lading niet meer dekt en dat is hier duidelijk het geval. Nederland kende a priori namelijk geen slavernij. In de voormalige koloniën was dit -onder de vigerende wetgeving van diezelfde Nederlandse staat- uiteraard wel het geval, maar dat neemt niet weg dat hier twee werelden bij elkaar worden gebracht die niet te verenigen zijn. Nuance is voor de historicus geen probleem, die is gewend dat een zwart-wit beeld niet bestaat, maar wel voor de moderne trendy ‘News Hopper’ die de wereld alleen nog ziet door de bril die media hem of haar verschaffen en de huidige samenleving projecteert op die van driehonderd jaar terug. Zonder enige gêne worden daarbij lukraak zaken uit de historische grabbelton gegoocheld en door elkaar geschud zonder enige context aan te brengen.

knipsel wikimediaMet gekromde tenen zat ik enige weken geleden te luisteren naar een lezing over slavernij waarin een kleine driehonderd jaar Nederlandse geschiedenis in een tiental zinnen werd uiteengezet. Van overheidswege van commissie voorziene bedrijven werden als piraten bestempeld (want in 2013 kennen we geen particulier geweldsmonopolie, dus zal het in het verleden ook wel niet gedeugd hebben, terwijl diezelfde groep minkukels nu ijvert om malafide huurlingen aan boord van de Nederlandse schepen voor de kust van Somalië mee te sturen in plaats van mariniers). Cijfers over enkele jaren werden maatgevend voor de gehele periode, zo ook het beleid van de WIC, dat kennelijk ook maatgevend was voor alle andere slavenhalers. En uiteraard was geen enkele natie zo wreed geweest als de Nederlanders. Nu was het bewind in Suriname extreem wreed, maar wat is wreed, of wreder dan … als je het niet vergelijkt met andere naties? Twee is kleiner dan drie en vier groter dan drie, maar drie blijft drie als vier en twee er niet zijn. De spreker wist van 1596 tot 1814 een tijdspanne te maken die 250 jaar overbrugde waarbij hij zonder scrupules van 1621 naar 1795 sprong alsof u en ik ’s ochtends het raam openzetten en denken: ‘alweer een nieuwe dag.’

knipsel transatlantic slavery

Een nog flagrantere schending van de vakterminologie kwam ik afgelopen weken tegen toen ik het feestelijke programma rond de 150-jarige afschaffing van de slavernij las en zag dat er in Amsterdam een heus symposium werd georganiseerd onder de noemer Transatlantic slavery in perspective? Die transatlantische slavernij was ik eerder al tegen het lijf gelopen in de liturgie van een op 30 juni georganiseerde dienst in de Oostkerk, maar dat was in elkaar geflanst door amateurs, niet door mensen van wie je beter zou verwachten. Wat moet ik mij daarbij voorstellen, bij Transatlantische slavernij? Dat is toch zeker de slavernij op de Atlantische Oceaan? En heeft die dan bestaan? Welnee, dat is de Stratenmaker-op-zee-show. Ja, er zijn miljoenen slaven over de oceaan vervoerd en die zijn met miljoenen tegelijk tewerkgesteld op plantages in de Nieuwe wereld, maar aan slavenarbeid werd aan boord van de transatlantische schepen niet gedaan om de eenvoudige reden dat de toekomstige slaven daar geketend in de ruimen zaten -welbeschouwd ook nog als krijgsgevangenen. Ook hier dekt de vlag de lading dus niet.

De nuance is ver te zoeken en er was dan ook volop gelegenheid je de afgelopen dagen kapot te ergeren aan mensen die de klok wel hadden horen luiden, maar niet wisten waar de klepel hing. Zo had de nieuwslezer van Omroep Zeeland het in de uitzending van 1 juli in zijn eerste zin doodleuk over de 150-jarige afschaffing van de slavenhandel, maar ook in serieuzere media als het NOS-journaal hakkelden en stotterden de verslaggevers en nieuwslezers zich door begrippen als afschaffing van de slavernij, slavernijverleden en slavenhandel. En omdat het allemaal zo erg is geweest durft niemand eigenlijk te zeggen hoeveel onzin er gedebiteerd wordt. Niet in de laatste plaats doordat talloze organisatoren zelf met het Nederlandse aandeel in de slavenhandel hun betoog starten, en vervolgens op slavernij overgaan zonder dat eigenlijk de slavenarbeid op de plantages in de koloniën en de afschaffing daarvan nog aan bod komt. Terwijl het daar dit jaar toch om begonnen was.

fokke en sukke

door Reid, Geleijnse & Van Tol
uit: De historische canon van Fokke & Sukke

Bovenal klonk er die 1ste juli de roep om excuses aan de Nederlandse regering. Voor wie niet beter weet lijkt dat misschien logisch, maar dat is het niet. Die Nederlandse staat schafte weliswaar zeer laat de wetgeving af die de slavernij reguleerde, maar bracht zelf de facto geen mensen in slavernij. Dat deden immers de plantage-eigenaars en een stad als Amsterdam en de WIC die in de Sociëteit van Suriname aandelen bezaten, niet de rijksoverheid zelf (ten minste als we Nederlands-Indië hier even buiten beschouwing laten). Nu kwam er eindelijk, dus honderdvijftig jaar te laat, een diepe spijtbetuiging van de regering uit monde van vice-premier Asscher, moesten het weer excuses zijn. Omdat daar een juridisch staartje aan kan vastzitten werd hier waarschijnlijk vanaf gezien. En omdat de voormalige ‘Prins Pils’ in dit verband wellicht een wat al te vlotte babbel zou hebben, had de RIVD maar besloten dat hij als Willem IV (want daar hebben we het toch eigenlijk over) beter zijn lippen stijf op elkaar zou kunnen houden en vooral gezellig met zijn eega mee zou klappen na elke speech. Maar waarom zou de overheid eigenlijk geen excuses aanbieden als dat het leed verzachten kan, als de Surinamers, Indiërs en Antillianen daarmee een last van hun schouders weggenomen kan worden?

Het lijkt mij dat de overheid niet bang hoeft te zijn voor claims omdat elke vraag om schadeloosstelling in principe verjaard is en er bovendien geen voormalige slaven meer in leven zijn. Als ‘nazaat’ van kan er toch moeilijk geclaimd worden? Dat zou een merkwaardige globale financiële claim carrousel opleveren. Dan kan ik ook wel geld van de Engelse staat gaan eisen voor wat de RAF mijn familie heeft aangedaan in de Tweede Wereldoorlog, de Duitsers en de Fransen omdat ze na 1940 Middelburg niet hebben gerestaureerd of, om dichter bij het onderwerp te blijven, de regering van Algerije aanklagen voor het onder slavernij brengen van mijn bet-bet-bet-bet-bet-overgrootvader die als zeeman gevangengenomen werd en als slaaf tewerk werd gesteld. Goed, ik hoef nu niet in Algerije te leven, maar waar het mij om gaat is dat mensen persoonlijk verantwoordelijk zijn voor hun daden en je kunt de nakomelingen daarvan niet de schuld geven, noch als nakomeling een ander aan gaan klagen.

Het adagium dat men er na eenmaal excuses vanaf is klopt natuurlijk ook niet helemaal, want de Keti Koti viering keert elk jaar terug en je kan als Nederlander maar moeilijk gaan doen of dat een feestdag is. Waar wordt herdacht moeten ook officiële woorden gesproken worden, ook al zie ik liever tien Surinaamse vrouwen in vrolijke ‘lawaai’ jurken dansen dan dat ik gedeputeerde De Reu tien minuten een tekst hoor oplepelen waarvan ik weet dat hij hem zelf niet geschreven heeft.

Dan heb ik het nog niet gehad over de alom geventileerde oneliners als ‘de geschiedenisboeken zijn er wazig over’ (PZC 2 juli, pag. 22) of ‘dat verleden wordt de kinderen op Curaçao of in Nederland niet geleerd.’ Dat soort kolder klinkt politiek heel leuk, maar is inmiddels al lang verjaard en achterhaald natuurlijk. Het is weliswaar ronduit hilarisch als Surinaamse scholieren van tien jaar oud moeten leren dat ‘De Rijn bij Lobith ons land binnenstroomt’ (het is overigens bij Spijk), maar die kadaverdiscipline is toch onderhand prehistorisch. Even resumerend: De slavernij is vensternummer 23 van de nationale canon en laat die canon (samengesteld door Frits van Oostrom) nu uitgangspunt zijn voor de kerndoelen in het voortgezet onderwijs die alle 8 tot 15-jarigen onderwezen moeten krijgen. Er is, met andere woorden, geen nieuw schoolboek meer te vinden waar dit onderwerp niet in voorkomt.

Balans Doelen no3 16okt2012

Balans, Middelburg

Ook de steden Amsterdam en Middelburg kennen –naast een slavernijmonument- hun zwarte geschiedenispagina’s. De Sociëteit van Suriname is venster nummer 20 van de Canon van Amsterdam. De Zeeuwse canon kent zelfs drie aanknopingspunten. Fort Zeelandia 1667 is vensternummer 28, slavenhandel en slavernijmonument vensternummer 32 en Molukkenkamp Westkapelle 1955 is vensternummer 47, waarbij de Surinamers onderdeel uitmaken van de immigrantenstromen die na de oorlog in de provincie terecht kwamen. Dat er in het onderwijs geen aandacht voor zou zijn lijkt me dus een fabeltje.

Het erge aan dit alles vind ik namelijk dat er wel herdacht wordt, maar dat slavernij nog steeds voorkomt. Erger nog, het bestaat nu ook in Europa, zelfs in Nederland. Wat heeft het voor zin slavernij te herdenken als er vijf kilometer bij huis vandaan moderne plantage-eigenaren rondlopen die Polen twaalf uur per dag champignons laten plukken tegen een hongerloon en deze in caravans stallen, terwijl hen heel andere arbeidsvoorwaarden werden voorgeschoteld; terwijl wij op sportschoenen van een niet nader te noemen Amerikaans sportmerk rondlopen die voor een dollar door een 12-jarige in de nachtelijke uren bij het licht van een 25-watt lampje in elkaar genaaid zijn in Bangladesh en hier honderdvijftig euro kosten, terwijl in Antwerpen 15-jarige meisjes uit Senegal -wier paspoort is afgepakt- tot prostitutie worden gedwongen.

knipsel kindslaven nike

Laten we daarom eerst eens onze eigen hypocriete hedendaagse samenleving onder de loep nemen en er voor zorgen dat onze huidige samenleving geen slavernij meer kent. Pas dan heeft het zin om om te zien naar het verleden, te herdenken en de les te trekken waarom dit in de toekomst niet meer voorkomen mag.

 

Johan Francke, Kennisdiensten & Collecties

Met één been in de toekomst: papier<>digitaal

woensdag, 12 juni 2013

Het lijkt alsof we lopen op een grens, met de ene voet zetten we een stap in de traditie, met de volgende stap staan we in een nieuwe omgeving. Rechts-links, rechts-links, stap voor stap naar een punt op de horizon waar de grens lijkt op te houden.

Nooit eerder was het verschil tussen de twee duidelijker. Of misschien toch, bijvoorbeeld tijdens de eeuwen die voorbijgingen vanaf de eerste blokdrukken rond het jaar 1000 tot de bloei van de boekdrukkunst in de 17de eeuw. Rechts de handschriften, links de gedrukte werken. Beperkt beschikbaar, kostbaar produceerbaar aan de ene kant; massaproductie en bijna onbeperkt beschikbaar aan de andere kant. Een grote revolutie en het begin van de emancipatie van de massa.

Door de crisis in Europa, ik durf het nauwelijks te schrijven, is de gang die we al sinds een jaar of dertig maken, toch wel wat lastiger geworden. Want we kunnen lang niet alles meenemen van de ene kant naar de andere kant- er blijft wel eens wat liggen waar we spijt van hebben. Langzamer stappen dan maar, zou je zeggen. Het is lastig om in tijden van afbraak het hoofd koel te houden en precies in te schatten wat van waarde is voor generaties na ons. Het punt is, dat “the powers that be” met een bepaalde radicaliteit te werk gaan, die vooral zelfverzekerdheid moet uitstralen, maar meestal weinig steekhoudend wordt beargumenteerd. “Alles is digitaal beschikbaar” is zo’n argument. Maar dat is het natuurlijk pas als we het meenemen…van die ene naar de andere kant.

Toen ik zelf een jaar of drie, vier was, eind jaren ‘50, had mijn vader een Philips bandrecorder. Ik kan me nog herinneren dat er een keer een opname werd gemaakt. Ik zat op de tafel, op het wollen tafelkleed, voetjes bungelend in de ruimte, kijkend naar dat bruine stukje band dat buiten de ronde cassette stak en rondjes draaide, want de opname was begonnen.

(Druk op Play + Rec.) Mijn vader’s stem die me dingen vroeg, mijn eigen ademloze fascinatie voor het draaiende flapje, enkele kleine kreetjes, een paar woordjes en uiteindelijk mijn moeder die enigszins gefrustreerd zachtjes opmerkte: “Laat maar, ze doet het niet”. Mijn eigen fantasiemelodietje, dat ik altijd neuriede als ik voor mezelf speelde, bleef onvastgelegd.

Die opname zette mijn vader ruim dertig jaar later op een cassettebandje. En enkele jaren geleden probeerde ik wat er nog aan ruis over was, toch over te zetten op een CDtje.

Waarom doen mensen dit, dit vasthouden van de tijd, dit vasthouden van een gevoel, een herinnering? Waarom bloggen we?
Eén voet in de traditie, één voet in de toekomst, zo waggelen we voort en proberen van de ene kant genoeg mee te nemen naar de andere kant. Want die ene kant, de kant van papier, de kant van ambachtelijk vervaardigde materialen, de kant van tijdrovend een instrument leren bespelen, aan die kant moeten we voortdurend dingen laten liggen, afschaffen, achterlaten.

Het leuke aan mijn baan is, dat ik op dit moment dingen tegenkom van die kant, de kant van papier, brandbaar, kwetsbaar en rafelend. Ik werk op de muziekafdeling en momenteel houd ik me bezig met het inventariseren van een collectie bladmuziek die jaren geleden werd gekocht van Het Zeeuws Orkest. Nooit eerder zo intensief bekeken, komen er nu verschillende pareltjes tevoorschijn zoals een luxe eerste editie van de partituur van de Mis van Alphons Diepenbrock. Diepenbrock is een belangrijke Nederlandse componist, die leefde van 1862 tot 1921. De uitgave is gebruikt, want er staan in blauw en rood potlood -zoals men dat deed in de 19de eeuw, begin 20ste eeuw- notities in van de dirigent. Als musicus gaat mijn hart sneller kloppen van dit soort dingen: een lijn van hier naar daar, en zo tastbaar.

photo1jun13

Als bibliothecaris wil ik meer weten over deze partituur, over het werk en de omstandigheden waarin het tot stand kwam. En dan stap ik op het andere been, ga via de website van het onvolprezen Nederlands Muziek Instituut naar de digitale catalogus van de werken van Alphons Diepenbrock en kom snel, zeer snel bij een schat aan informatie over het prachtige boekwerk dat voor me ligt. Als lezer van deze blog kunt u mijn spoor volgen: naar de archieven-sectie en het artikel over Diepenbrock, dan dan klik ik simpelweg op website oeuvrecatalogus en plons in de volgende vijver van informatie.

photo2jun13

De meeste vragen die ik heb over het proces van de totstandkoming, over de componist en hoe cultureel Nederland er in zijn tijd uitzag, krijgen een meer dan bevredigend antwoord.

Nu zou ik eigenlijk ook heel graag willen weten van wie deze aantekeningen zijn, in blauw en rood, en hoe de weg van dit bepaalde boek is geweest, van daar naar hier, de Zeeuwse Bibliotheek. Dat laatste stukje kan ik reconstrueren met een beetje verbeeldingskracht: bij de collectie die werd aangekocht, zat een groot gedeelte van de verzameling orkestmuziek van de dit jaar overleden fagottist en dirigent Louis Stotijn, die een aantal jaren Het Zeeuws Orkest dirigeerde. Onder zijn leiding ontwikkelde dit orkest zich tot een orkest met volledige bezetting en een unieke status in Nederland: het enige semi-beroepsorkest met een zeer professionele programmering.

Het geslacht Stotijn is in de afgelopen eeuw belangrijk geweest in het muziekleven van Nederland. Louis was de neef van de bekende hoboïst en muziekpedagoog Jaap Stotijn. Ik kan me voorstellen dat via via de partituur bij hen terecht is gekomen: ze gaven namelijk ook allebei les aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag. Of dit op waarheid berust, dat blijft gokken, maar het lijkt een voor de hand liggende conclusie.
Papier en digitaal, het vult elkaar zo mooi aan op deze manier. Het NMI heeft ook een exemplaar van dezelfde uitgave, zag ik in hun catalogus. Maar is deze ook betekend?

Zo stapt men voort, rechts-links…met een glimlach als rechts toch altijd nóg meer geheimen heeft om te onderzoeken. En dat op die basis het besluit kan worden genomen dat dit werk zeker mee moet naar de andere kant: naar de toekomst, door digitalisering van de prachtige steendruk van het titelblad door Antoon Derkinderenen en elke van de 91 pagina’s met aantekeningen in blauw en rood potlood. Tot die tijd: goed bewaren dat erfgoed,deze bronnen voor verhalen en inspiratie van de verbeelding. Ook al is er ergens in het land  een ander exemplaar, dan nog kan een rood-blauw potlood het verschil maken.

photo3jun13
Op het bureaublad van mijn laptop staat een kopie van een cassettebandje waar ik soms per ongeluk op klik. Dan hoor ik het piepjonge stemmetje van mijn jongste zoon met een zachte G zeggen: “Geld betalen is niet gemakkelijk!” Hij werd vorige week 29, zijn Brabantse G heeft plaatsgemaakt voor de tongval van de stad.

 

Els van de Wijdeven-Millenaar, muziekafdeling.

Muziekwebluister in de Zeeuwse Bibliotheek!

donderdag, 16 mei 2013

Wat is Muziekwebluister

Muziekwebluister is een aparte online dienst van de Centrale Discotheek Rotterdam (CDR) die naast de bestaande diensten van de CDR (zoals het aanvragen van titels via het bestelverkeer) aangeboden wordt. Met muziekwebluister komen meer dan 4,5 miljoen tracks beschikbaar. Op deze wijze blijft muziek een zichtbare en hoorbare plaats in de bibliotheek houden!

 muziekwebluister 2

 

Muziekwebluister in de Zeeuwse Bibliotheek

Sinds kort biedt de Zeeuwse Bibliotheek deze online dienst aan in de strandhuisjes die zich bevinden op de muziekafdeling. De muziekafdeling is gesitueerd op de begane grond van de Zeeuwse Bibliotheek.

strandhuisje muziekafdeling

Het aanbod omvat diverse muziekstromingen zoals popmuziek, klassieke muziek, jazz, wereldmuziek, Nederlandstalige muziek etc. Daarnaast biedt muziekwebluister een schat aan informatie over albums, artiesten en genres.

 

Hoe werkt Muziekwebluister

Je komt binnen in de catalogus van Muziekweb (Muziekweb is de website van de Centrale Discotheek Rotterdam) waarin je kunt zoeken naar een titel /songtitel of artiest die je wilt beluisteren. Voor wat betreft klassieke muziek zoek je in de klassieke catalogus naar componist, uitvoerende of titel. De uitgekozen tracks kun je selecteren door er een vinkje voor te plaatsen. Vervolgens kies je om het nummer direct af te spelen of toe te voegen aan een afspeellijst. Zodra je muziekwebluister verlaat wordt de speellijst gewist. Wil je echter een speellijst maken die bewaard blijft, log dan in met jouw pasnummer en wachtwoord. Je kunt dan 3 persoonlijke afspeellijsten maken die bewaard blijven.

muziekweblusiter 1

Muziekwebluister is ook heel geschikt voor het beluisteren van nieuwe cd’s of voor het opdoen van nieuwe muzieksuggesties. Wekelijks worden nieuwe cd’s toegevoegd onder de rubriek Nieuw Binnen en onder de rubriek Muziekstijlen krijg je veel suggesties om eens een andere stijl te verkennen.

 

Rea Bensch, Vakspecialist muziek

 

BoekStartochtend op de jeugdafdeling van de Zeeuwse Bibliotheek

vrijdag, 10 mei 2013

Baby- en Kindergebaren: communiceren met je kind als praten nog niet lukt
Op zaterdagochtend 13 april was onze BoekStartochtend gewijd aan het voorlezen ondersteund door gebaren. Docent babygebaren Bregje Koster van Baby- en kindergebaar toonde een groep BoekStartouders en hun baby’s hoe en welke gebaren gebruikt kunnen worden tijdens het voorlezen.

Kinderen vanaf een maand of 7 zijn al goed in staat om gebaren te onthouden en om ze te gebruiken. Praten kunnen kinderen van deze leeftijd nog niet, maar ze krijgen met het aanleren van enkele gebaren wel een manier om aan te geven wat ze willen. En ook hier weer: het allerbelangrijkst is het samen met je kindje bezig zijn. En dat het plezierig was bleek wel uit de lachende baby’s.

boekstartfoto
Voorlezen
Dat voorlezen goed is voor de taalontwikkeling voor je kind wisten we natuurlijk allang. Maar voorlezen aan baby’s? Zelfs nog voordat zij kunnen praten? Ook dat blijkt een gunstig effect op de taalontwikkeling van je kind te hebben. Wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat kinderen die als baby al zijn voorgelezen, later beter zijn in taal. Je kunt dus niet vroeg genoeg beginnen met voorlezen.

Boekstart
Om het voorlezen aan baby’s te promoten en te stimuleren hebben de openbare bibliotheken samen met Kunst van Lezen het leesbevorderingsprogramma BoekStart ontwikkeld.
Binnen BoekStart werken de deelnemende bibliotheken nauw samen met de gemeente en met andere partners zoals het consultatiebureau.Boekstart_3xPMS

Op de jeugdafdeling van de Zeeuwse Bibliotheek zijn we in november 2010 met BoekStart begonnen. Door middel van een brief van de gemeente met een waardebon voor een BoekStartkoffertje worden ouders gestimuleerd naar de bibliotheek te gaan en hun baby in te schrijven. Bij de overhandiging van het koffertje vertellen we in het kort wat over BoekStart, geven we wat informatie over de jeugdafdeling en vertellen we vooral ook hoe leuk en belangrijk voorlezen is.

Op onze jeugdafdeling hebben we een speciaal hoekje ingericht met allerlei soorten materialen voor baby’s zoals knisperboekjes, aanwijsboekjes, rijmpjescd’s en voelboekjes. We hebben er ook een plankje met praktische opvoedboeken voor de jonge ouders. Op de afdeling voor volwassenen staan nog veel meer boeken en tijdschriften over opvoeding. Dat BoekStart een groot succes is blijkt uit het groot aantal ingeschreven BoekStartbaby’s. Sinds de aanvang van het programma hebben we al zo’n 700 Baby’s mogen verwelkomen op onze jeugdafdeling.

Vies
Baby’s steken alles in hun mond. Dat hoort bij het leren ontdekken van de wereld om hen heen. Ze sabbelen dus ook op de BoekStartboekjes. De stoffen boekjes worden dan ook met regelmaat gewassen. Ouders mogen dit uiteraard ook zelf doen…

Een van de onderdelen van BoekStart is het organiseren van activiteiten voor ouders en baby’s. De afgelopen jaren hebben we onder andere in samenwerking met GGD Zeeland en het Consultatiebureau een bijeenkomst met een logopediste gehad. Zij vertelde onder andere over taalontwikkeling, wel of geen speentje, wel of niet duimen. Ook heeft Jet Boeke, de schrijfster van de bekende rode kater Dikkie Dik, een bezoek gebracht aan onze jeugdafdeling.

Onze collectie babyboekjes is mooi en fris, we hebben een prachtige jeugdafdeling en een enthousiast team. BoekStart is een programma dat ouders en baby’s op een vrolijke en ongedwongen manier in aanraking brengt met boeken en voorlezen. Waarschijnlijk gaan we op verzoek van enkele deelnemers aan de workshop babygebaren in de komende tijd nog een extra ouderavond organiseren over de theorie en de achtergrond van babygebaren. We houden je op de hoogte.

4beertjesensloganMarjon Mutsaers, jeugdafdeling

Links:
www.boekstart.nl
www.babygebaar.nl

De wereld door een Zeeuwse verrekijker

donderdag, 25 april 2013

Elke keer als ik een catalogus van een antiquariaat of veilinghuis binnen krijg, dan blader ik het meteen door op zoek naar een unieke oude Zeeuwse druk. Ook al is de collectie groot, er ontbreken toch boeken met een bijzonder Zeeuws onderwerp of boeken van Zeeuwse auteurs of gemaakt door Zeeuwse drukkers.

IMG_9849De Zeeusche verre-kyker, 1649. (Collectie Zeeuwse Bibliotheek, 1115 D 228)

Niet zo lang geleden had ik geluk. De titel valt meteen op: De Zeeusche verre-kyker. Het is een pamflet uit 1649. In die tijd heette dat een blauwboekje, libel of paskwil. Het is een klein gedrukt werkje over een actueel onderwerp. In dit geval in het jaar 1649. Het is een manier om een mening te verkondigen of een publiek debat te voeren en meestal gaat het over politiek of godsdienst. De drukwerken worden verspreid op plaatsen waar veel mensen samen komen, zoals markten of kermissen. Ze zijn niet duur, maar toch heeft niet iedereen geld om een exemplaar te kopen en ook niet iedereen kan lezen, dus worden de teksten vaak voorgelezen of zelfs gezongen. Om het publiek aan te spreken zijn de teksten soms satirisch of spottend geschreven. Het is tenslotte ook amusement.

De nieuwe aanwinst voor de collectie heeft een blauwe omslag en op het titelblad wordt geen drukker vermeld. In plaats daarvan is een kort rijmpje gedrukt: ‘Ghedruckt tot Vlissingen in ’t Groene Wout, Daermen soo veel vande Capers Hout’. Dat zet meteen de toon van het werkje, want dit is spottend bedoeld. Nader onderzoek heeft uitgewezen dat het ook niet in Zeeland is gedrukt, maar in Den Haag.

IMG_9850-tkstVerrekykerHet titelblad van De Zeeusche verre-kyker uit 1649. (Collectie Zeeuwse Bibliotheek, 1115 D 228)

Het pamflet leest als een spannend verhaal. De West-Indische Compagnie (WIC) heeft een kolonie gesticht aan de kust van Brazilië om de handel te bevorderen en grote winsten te maken. De Compagnie heeft geld nodig. Vooral de Zeeuwse kamer van de WIC ziet de voordelen en de Zeeuwse kapers profiteren er als eersten van. Ook de Portugezen zijn in Brazilië aanwezig om dezelfde redenen en regelmatig breken er gevechten uit om het eigen gebied en de forten, die er gebouwd zijn, te behouden en te verdedigen. In 1646 zijn, op verzoek van de kamer Zeeland, duizenden soldaten naar het gebied gestuurd om de problemen op te lossen. De kolonie blijkt veel te veel geld en soldatenlevens te kosten. De schrijver van De Zeeusche verre-kyker heeft kritiek op de Zeeuwse opvattingen. Om dat te vertellen laat hij twee mannen, Brilleman en Borger, met elkaar praten over de chaos in Brazilië en de tegenvallende handel.

Het gesprek tussen Borger en Brilleman begint met een vreselijke droom:

Goeden dach Buir-man / hoe so vroegh uyt het Bed /

Omdat een swaeren droom mijn ’t slapen heeft belet/

En dat soo schrickelijck / ick sach ter neder vallen door den swaerde /

De braeve officieren en soldaten allen / Die van hier zijn ghevaeren /

met een soo goede wil /

Om te recouvereren / het Hollandsche Brasil.

Borger koopt van Brilleman, een marskramer, een kristallen bril of verrekijker, want hij wil nu wel eens echt zien hoe het er aan toegaat in Brazilië. Borger vertelt wat hij ziet en samen geven ze commentaar. De rijke heren van de WIC moeten het ontgelden. Ze beschuldigen hen van “brave pracktijcken om haer blauwe sacken te vullen”. Ze hebben medelijden met de arme soldaten die weinig verdienen en nauwelijks te eten hebben, alleen “wat meel om pap van te koken”, terwijl de hoge heren “glat en vet” zijn. En de Zeeuwen, die zo nodig nog meer soldaten naar het gebied willen sturen en nog meer geld in deze onderneming willen steken, zien het helemaal verkeerd.

Brilleman-1De brilleman op een centsprent, 19e eeuw. (Collectie Zeeuwse Bibliotheek, pla 416 A 28)

Borger kan met zijn verrekijker zelfs terugkijken in de tijd. In 1647 ziet hij in de Republiek een vloot klaar liggen met de “frayste” officieren en soldaten aan boord. Het is een lust om te zien. Iedereen denkt dat Portugal verslagen zal worden. “Hier is de huyt al verkogt, eer de Beer gevangen was”. Daarna volgt hij verschillende veldslagen. Met blazende trompetten, slaande trommels en vliegende vaandels gaan de soldaten “de Duyvel bannen”. Borger en Brilleman hebben er geen vertrouwen in. Veel gevechten worden inderdaad verloren en soldaten sneuvelen. “Dode soldaten hoef je niet te betalen”, zeggen de hoge heren. Er volgen nog meer debacles en het duurt te lang voordat er weer nieuwe troepen gearriveerd zijn. De bezittingen in Brazilië zijn niet meer te verdedigen.

Borger en Brilleman kijken naar de jaren 1648 en 1649. Misschien helpt het om samen te spannen met Spanje? Borger stelt voor alles te verkopen: het wordt echt niets meer. Geen mens wil nog naar Brazilië. Hij pleit voor het vreedzaam optrekken met de Portugezen. De Republiek en Portugal hebben elkaar nodig. Het is duidelijk, Borger verkondigt het standpunt van de Amsterdamse kooplieden. In tegenstelling tot de Zeeuwen zien zij, net als Borger, niets in het avontuur in Brazilië.

Met de wereld die Borger en Brilleman zien door de Zeeuwse verrekijker hopen zij de publieke opinie te beïnvloeden. Zou dat gelukt zijn? Het effect van De Zeeusche verre-kyker is moeilijk in te schatten. De afloop kennen we, want in 1654 worden de Nederlanders door de Portugezen verslagen. De kolonie overzee is verloren gegaan.

Liesbeth van der Geest, conservator bijzondere collecties

 

Verder lezen:

– Clazina Dingemanse en Marijke Meijer Drees, ‘‘Praatjes’ over de WIC en Brazilië: literaire aspecten van gesprekspamfletten uit 1649’, in : De zeventiende eeuw, jaargang 21, nr. 1 (2005) p. 112-127.

– Doeke Roos, Zeeuwen en de Westindische Compagnie, Hulst 1992.