Archief van categorie ‘Collecties’

Read Around the Globe: Steinz – gids voor de wereldliteratuur

dinsdag, 13 januari 2015

Wat te lezen na Honderd jaar eenzaamheidHet diner of een ander favoriet boek? Hoe liep het af met Jane Eyre, en waarom is Anna Karenina zo bijzonder? Door welke romans werd Haruki Murakami beïnvloed, en wie hebben zich op hun beurt laten inspireren door Norwegian Wood

Wie gezegend is met een gezonde leeshonger naar goede literatuur heeft automatisch vragen naar verdere verdieping van informatie over schrijvers en hun werk en behoefte aan goede ideeën om verder te lezen.

Steinz – gids voor de wereldliteratuur geeft antwoord op bovenstaande en vele andere vragen, aan de hand van ruim 400 karakteriseringen van auteurs uit 26 taalgebieden. Er is aandacht voor hun beste werk, en Pieter Steinz geeft vele tips voor boeken in een vergelijkbare stijl of over hetzelfde onderwerp.

steinz-gids-los

Steinz – gids voor de wereldliteratuur, is een samenvoeging, bewerking en actualisering van de succesboeken Lezen &cetera (2003) en Lezen op locatie (2004). Dit monnikenwerk is een handboek voor de individuele lezer, maar ook een naslagwerk voor leesgroepen, boekhandelaars, scholieren, studenten en docenten. Het boek geeft een schat aan informatie en dwarsverbanden in honderden verrassende pagina’s.

Pieter Steinz
De auteur van Steinz – gids voor de wereldliteratuur, Pieter Steinz (1963), werkte meer dan twintig jaar als kunst- en boekenredacteur bij NRC Handelsblad. Hij was sinds 2012 directeur van het Nederlands Letterenfonds, totdat hij terugtrad wegens de spierziekte ALS. Van zijn hand verschenen onder meer de veelgeprezen gidsen Lezen &ceteraDracula heeft echt geleefd en bestseller Made in Europe (2014). De laatste, meest recente titel is een geweldige reisgids langs de culturele hoogtepunten van Europa, die leest als een roman. Het laat zien welke culturele verworvenheden typisch Europees zijn en in alle Europese landen tot bindend cultuurgoed behoren. In Made in Europe verdiept Steinz zich in het culturele DNA van ons continent, of dat nou de Mona Lisa is, de verlichte ideeën van de filosoof Voltaire of de Billy Boekenkast van woongigant Ikea. Over alle onderwerpen weet hij nieuwe, interessante feitjes te vertellen.

9789046815540.pcovr.01.madeineurope.indd

Boekwebben

Voor Steinz – gids voor de wereldliteratuur maakte hij 52 boekwebben. Dat zijn literaire schema’s rondom beroemde boeken, met een overzicht van invloeden en suggesties voor verder lezen. Dat is heel handig om als leidraad te gebruiken wanneer je op zoek bent naar de betekenis van een bepaalde auteur of wilt weten wat zijn of haar beste titels zijn. Neem bijvoorbeeld Gerard Reve, de schrijver van de beroemde generatieroman De avonden (1947). In het boekweb over Reve, zie je in één oogopslag dat hij onder meer werd beïnvloed door Gustave Flaubert en Multatuli, wat de hoogtepunten van zijn oeuvre zijn en welke auteurs op hun beurt weer door Reve werden beïnvloed. Vooral dat laatste is interessant en brengt je zeker op ideeën om verder te lezen in gegarandeerd prachtige boeken.

Steinz geeft verder 104 enthousiasmerende samenvattingen van klassieken uit de wereldliteratuur, van de Decamerone tot Wolf Hall en van Advocaat van de hanen tot Der Zauberberg. Hij doet dat in een aansprekende stijl met citaten uit het boek die kernachtig laten zien waarom juist dit verhaal zo de moeite waard is om te lezen.

Lijstjes en quizzen

Hij bespreekt 26 zogenaamde ‘one-book-wonders’, auteurs die beroemd zijn geworden om slechts één briljant boek. Dit naast weer 26 andere lijstjes met elk dertien boeken over één onderwerp. Bijvoorbeeld dertien titels waarin Spanje het decor vormt of dertien klassieke en moderne romans over ‘overspel’. Bovendien laat hij in 52 landkaarten zien waar de meesterwerken uit de wereldliteratuur zich afspelen. En dat is weer ideaal voor ‘lezen op locatie’. Heerlijk om op stedentrip te zijn in Praag en dan, dankzij de tips van Steinz, te lezen in een roman die zich daadwerkelijk in deze stad afspeelt. Zoals het klassieke meesterwerk De ondraaglijke lichtheid van het bestaan van Milan Kundera.
Kundera-Ondraaglijke

Dwars door het boek heen vind je 26 quizzen rondom literaire thema’s. Dat varieert van een quiz over de beginzinnen van beroemde werken tot dertien cryptogrammen over werken uit de wereldliteratuur. Maar ook dertien vragen over de plaatsen waar buitenlandse boeken als La chute van Camus en Hans Brinker, or the silver skates van Mary Mapes Dodge zich afspelen. Ik vond het een uitdaging om zo’n quiz te doen en te puzzelen of mijn kennis op dit gebied toereikend is. Ook leuk trouwens om zo’n quiz in een leeskring te spelen. Als afwisseling een avond met een literair gezelschapsspel, tussen het bespreken van de gelezen boeken door.

Weblog Read Around the Globe

Sinds 1 januari 2015 schrijft Pieter Steinz, samen met zijn dochter Jet, een weblog dat bij het boek hoort. Na aanmelding kun je dit weblog volgen. Er zijn dagelijks nieuwe posts. Op vrijdag 9 januari was er bijvoorbeeld een stukje over de winnaar van de Nobelprijs voor literatuur 2014, Patrick Modiano. Wie is hij en wat zou je van hem moeten lezen?

Zaterdag 10 januari werd het citaat van de week gepresenteerd, een zin uit de beroemde roman Dode zielen van Nicolaj Gogol. Steinz: “De zeldzame aantrekkingskracht van de roman zit hem in de humoristische typeringen, in het pittoreske, maar allesbehalve realistische beeld van het tsaristische platteland. En in de met veel enthousiasme bewandelde zijpaden. Wie wil kan er ook nog een verholen portret van de kunstenaar of een pikzwarte schets van de menselijke natuur in zien. Wie krijgt na zo’n aanbeveling geen zin om deze klassieker eens ter hand te nemen?”

Een ander voorbeeld: op dinsdag 13 januari werd de (post)modernistische auteur en literaire superster Daniel Kehlman veertig jaar oud. Steinz belicht op deze dag in het weblog het vernieuwende werk van de Duitse Oostenrijker. Ik kende hem nog niet, maar ben nu van plan om eens een roman van hem te lezen.

ruhm_cover

Petje af

Alles bij elkaar zijn boek en weblog zeer de moeite waard om te raadplegen en te blijven volgen. Petje af voor de bevlogen Steinz, die het ondanks zijn heftige, progressieve ziekte, niet kan laten om zijn uitgebreide literaire kennis en inzichten zo enthousiast met ons te delen. Ik laat me er in ieder geval dagelijks door inspireren en hoop dat de lezer van dit blog net zo blij van dit boek wordt als ik!

Anya Marinissen,

Webredacteur en bibliothecaris Romanteam Zeeuwse Bibliotheek.

 

Boeken die je niet wilt lezen (deel III)

woensdag, 7 januari 2015

Ditmaal de voorlopig laatste aflevering van Boeken die je niet wilt lezen. Voorlopig omdat er waarschijnlijk nog genoeg pareltjes onder het maaiveld liggen, maar ze zijn niet makkelijk vindbaar omdat nu eenmaal niemand ze wil lezen. Deze keer een greep uit de bekende oeuvres doe het zelf/hobby, kookboeken en jeugdboeken maar ook recycling, poezen en katten, titels die in de context anders uitpakken, boeken voor hem of voor haar en diversen.

Boeken voor hem of voor haar

Er is op zich niets mis met informatieve boeken die sociale gebreken proberen op te lossen, maar soms ligt het probleem toch echt bij jezelf. Een titel als How to meet women on the subway is natuurlijk een handig duwtje in de rug voor de schizofrene en mensenschuwe medemens, maar als je datzelfde boek in de metro gaat lezen terwijl je tien centimeter van een echte vrouw vandaan zit, lijkt een praktijkgerichte cursus meer op zijn plaats.

How to meet women in the subway

(Foto: lonidee/Instagram)
De volgende titel heb ik weliswaar onder deze categorie ondergebracht, maar klinkt even vreemd in de oren als Robert M. Pirsig’s Zen en de kunst van het motoronderhoud . Waar ik in dit geval door de paradox heen kan prikken, lukt me dat bij Pamela Wible’s (alleen de naam al) Pet goats and pap smears toch echt niet, want hoe moet ik uitstrijkjes met geiten als huisdier zien te rijmen? Ook de vrolijk vormgegeven en nogal letterlijk genomen omslag van het boek brengt de lezer niet dichterbij de oplossing (die waarschijnlijk in de medische sfeer zit). Eerder ben je toch geneigd te denken dat het hier om dierenporno gaat. Ik denk in ieder geval niet dat de meeste vrouwen in de rij zullen gaan staan voor dit boek.
pet goats and pap smears

Doe het zelf/hobby

De hieronder beschreven boeken vinden wellicht wel lezers, maar hadden beter niet geschreven kunnen worden. Ze bevorderen namelijk de burgerlijke ongehoorzaamheid en nodigen uit de levens van de medemens te bedreigen. Is het niet op een zeer directe wijze, zoals in How to make money in your spare time, waarin de lezer maffiose- en oplichterspraktijken worden aangeleerd, dan toch wel indirect door van opgroeiende pubers heuse pyromanen te maken in de Practical Pyromaniac. Het eerste boek heb ik om praktisch moverende reden overigens weer wel cadeau gedaan aan een vriend die al langer dan een jaar werkloos was. Je moet immers wat in deze tijd.

How to make money in spare time Practical pyromaniac

In de context…

Als ik u de titel Still stripping after 25 years meegeef, schat ik de kans op 99,9% dat u denkt dat dit de biografie is van een zeer succesvolle stripteasedanseres. Niets is echter minder waar als we de huisvlijt van Eleanor Burns gaan lezen die al die jaren al Quiltkleedjes in elkaar punnikt. Eleanor had zich dus af kunnen vragen of het niet-quiltende gedeelte der wereldbevolking deze titel wellicht verkeerd zou kunnen  interpreteren?
Still stripping

Soms is er helemaal niets mis met een boek, maar gaat het bij de laatste schakel in het drukproces in de fout: de medewerker/ster die de lay-out verzorgt. Zo is het handig de gouden regel te hanteren dat als een achternaam van een auteur een kleur bevat en de titel van het boek begint met een zelfstandig naamwoord, je dit maar beter niet op elkaar kan laten volgen omdat de context dan wel eens een beetje racistisch uit kan pakken. Nu zijn er in de Engelstalige wereld veel mensen die Brown heten, maar als je dan een boek schrijft dat Kids are weird is getiteld, moet je bepaalde zaken dus niet achter elkaar gaan plaatsen.
Brown kids are weird

Poezen en katten

In het verlengde van die contexttitels liggen woorden die synoniem zijn voor meerdere begrippen. Daarmee moet je altijd duidelijk zijn, dus als je een boek schrijft over wat voor leuke spelletjes je allemaal kunt verzinnen voor je kat noem je dat Games you can play with a cat en niet Games you can play with your pussy. Waarschijnlijk dacht schrijver Ira Alterman het zo allemaal wat persoonlijker te maken -want dat verkoopt- maar het werd onbedoeld wel erg persoonlijk. Overigens prefereer ik de titel Games you can play with your pussy nog wel boven de ‘verbeterde’ titel van de Duitse vertaling, want dan ontgaat de lust je al meteen: Spiele mit Kaetzchen und andere nicht immer ernstgemeinte Anregungen fuer Freunde des Etagenpanthers.
Games you can play with your pussy
Sprekend over de verwarring tussen kat en poes moet ik meteen ergens anders aan denken… Hoewel het eigenlijk buiten deze rubriek valt omdat het geen boek betreft maar een kalender, wil ik dit toch niet onbenoemd laten. Zo zag ik pas geleden in het dierenasiel een kalender van 2015 die als titel droeg: mannen met katten, waarin je elke maand een andere ‘celeb hunk’ met zijn kat aantreft. De opbrengst is voor dierenasiel Sliedrecht waarvoor Inge Smulders de foto’s maakte, maar ik dacht meteen ‘wat eenzijdig seksistisch, want waarom ligt hier geen kalender naast van vrouwen met poezen?’ Of zouden de medewerkers van het dierenasiel deze weblog ook meelezen?
mannen met katten
Diversen

Enkele jaren geleden werd voor de noordoostkust van Australië een solozeiler met zijn twintig voets scheepje letterlijk overvaren door een mammoettanker. Nu heeft een zeilschip altijd voorrang op een gemotoriseerd schip, maar ik waag toch te betwijfelen of het deze zeiler wel was gelukt de reus van 300 meter te ontwijken als deze het boek How to avoid huge ships van kapitein John W. Trimmer had gelezen. Nu is het boekje heel dun, maar het gaat hier toch vooral om toegepaste wetenschap die je pas nodig hebt als het moment daar is. Dat deze rubriek Boeken die je niet wilt lezen aan een groeiende behoefte voldoet bewijst juist dit boek, want in navolging van deze titel verscheen van de hand van Joel Rickett het bibliografische How to avoid huge ships: and other implausibly titled books. Ik ben dus duidelijk niet de enige die al deze gepubliceerde onzin opvalt.

How to avoid huge shipshow to avoid huge ships II

Recycling

Titels hier variëren van ‘vreemd’ tot ‘dat wil ik echt niet weten’, tenminste, als het gaat om seks in het hiernamaals wil de mens wellicht best weten of dat er is, en zo ja, of dat beter is dan hier. Probleem is echter dat de auteur het zelf ook onmogelijk kan weten, dus heeft het lezen van Sex in the afterlife niet veel nut.

sex in the afterlife

Zo vergaat het mij eigenlijk ook bij de milieuvriendelijk vooruitstrevende titel Reusing old graves. Graven stapelen neemt immers minder ruimte in beslag dan graven spreiden, maar ik leg de botjes en beenderen van mijn voorvaderen liever niet in de eikenhouten grabbelton bij die van een ander, maar misschien dat iemand in de uitvaartbranche het desondanks toch interessante literatuur vindt.
Reusing old graves

Kookboeken

Helemaal terug van weggeweest zijn de kookboeken, maar of voor cupcake bakkend Holland en andere masterchefs deze kannibalentitels tot de verbeelding spreken is de vraag. Eating people is wrong van Malcolm Bradbury is fictie, maar de omslag suggereert dat niet, terwijl Lewis Burke Frumkes How to raise your i.q. by eating gifted children onder de noemer ‘satire’ zou moeten vallen, terwijl ik er absoluut niet om lachen kan. Wellicht komt dat een beetje door mijn allergie voor Amerikaanse fysiek-verbale grappen.
Eating people is wrongHow to raise you iq

Jeugdboeken voor 18+

Als laatste drie titels voor de jeugd die je afgaand op titel en omslag als bibliothecaris ook bij de volwassen romans onder Liefde & leven of gewoon erotiek zou plaatsen. Om te beginnen een boek over voetballende jongens die op jongens vallen in Fellow fags en vervolgens een curieus boekje over de jeugd van de scouting die allerlei wurgspelletjes doen in Scouts in bondage. Het is in ieder geval toch niet vreemd dat ik de associatie met slavernij en gevangenschap niet direct had gelegd lijkt me?

fellow fags Scouts in bondage
De laatste titel is er weer een in het verlengde van Winnie the Pooh’s Pooh gets stuck. Het gaat hier om de combinatie taal en beeld in het kleuterboek Woody. Hierin zien we een houtmijt die zich net als Rupsje nooitgenoeg door het boek heenvreet. Als je daarbij teksten plaatst als But early the next morning he gets a woody… and becomes so big and tall! met bijbehorend plaatje, dan is voor mij duidelijk dat de illustrator een andere doelgroep voor ogen heeft dan die van 3 tot 5 jaar.
woody
Amateurs, liefhebbers, hobbyisten, tekenaars en andere pennenkrassers: ga vooral door met al jullie broddelwerk en laat je printer duizenden pagina’s over de wereld uitspugen! Misschien dat een ander er ooit nog een keer zijn werk van kan maken een bibliotheek met jullie verbale diarree te vullen.

 

Johan Francke (informatiespecialist)

P.S. Hamel en de stenen olifant

donderdag, 20 november 2014

In 1884 schenkt consul-generaal P.S. Hamel uit Bangkok een beschilderd stenen beeldje van een olifant aan het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen in Middelburg. Het is een flink exemplaar met een bruin gekleurde huid en kleine oren die zo typerend zijn voor de Aziatische olifant.

tropenjarenomslag

Een foto van het beeldje verscheen zaterdag 15 november jl. in de Provinciale Zeeuwse Courant bij een artikel van Jan van Damme over het nieuw verschenen boek ‘Tropenjaren’ van oud-journalist Hans Walraven.

Walraven schrijft over het leven van zijn voorouder, de in Breskens geboren Pieter Simon Hamel. Zie hiervoor ook de column van Jan van Damme op zijn blog ‘Zeeland Geboekt’ en het blog van Hans Walraven ‘Terug naar Elmina’.

De olifant ziet er vandaag waarschijnlijk anders uit dan in 1884. Zijn linkervoorpoot is afgebroken en een ivoren slagtand is losgeraakt. Het heeft de tand des tijds niet ongeschonden doorstaan. Sinds de schenking maakt de olifant deel uit van de volkenkundige verzameling van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen. De collectie is ondergebracht in het Zeeuws Museum in Middelburg. In de ‘Wonderkamers’ van het museum zijn veel van deze voorwerpen te zien.

Aan het einde van de negentiende eeuw was het gebruikelijk dat de leden van het genootschap schenkingen deden. Zo ontstonden verzamelingen van schelpen, opgezette dieren, munten en penningen, meubels en schilderijen, gesteenten en mineralen, boeken en handschriften, enzovoort. De meeste etnografische voorwerpen kwamen van Zeeuwen in het buitenland. Ze geven een tijdsbeeld van andere culturen, inzicht in gebruiken, gewoonten en ideeën en dienen (nog steeds) als object voor wetenschappelijk onderzoek.

Pieter Simon Hamel (Breskens 1845 – Berndorf am Rhein 1900)

Door het grondige onderzoek van Hans Walraven naar zijn voorouder zijn we meer te weten gekomen over deze tot nu toe onbekende Zeeuw. De schenker van de olifant blijkt een bijzondere man geweest te zijn.

Pieter Simon Hamel is de zoon van schipper Simon Hamel uit Breskens en Catharina Calandt uit Retranchement. Hij krijgt een unieke kans om verder te studeren en wordt onderwijzer, eerst in Dordrecht en later in Groede.

In 1869 trekt hij de wereld in en wordt benoemd tot hulponderwijzer in Elmina, de hoofdplaats van de Nederlandsche Bezittingen ter kuste van Guinea, aan de West-Afrikaanse kust: het huidige Ghana. Elmina is bekend vanwege het grote witte slavenfort aan de kust en het is de bestuurshoofdstad van het overzeese gebied.

ElminaIMG_9836

Tekening van het kasteel/fort Elmina (collectie Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen/Zeeuwse Bibliotheek)

Hamel maakt snel carrière en wordt er uiteindelijk consul. In 1880 volgt zijn benoeming tot consul-generaal in Siam (het latere Thailand) en in 1890 wordt hij consul-generaal voor Zuid-China en Formosa. Zijn standplaats is de Chinese vrijhaven Amoy. Er is nog veel meer te vertellen, zoals zijn belevenissen op zijn geheime reis door West-Afrika in 1877. Het originele reisverhaal, in bezit van auteur Walraven, vormde de inspiratie voor het boek ‘Tropenjaren’. Het is een bijzonder spannend verhaal. Maar ook de ontmoetingen met koning Chulalongkorn in Siam zijn bijzonder. Deze koning is de zoon van de koning uit het beroemde verhaal van Anna and the King of Siam.

KoningAmatifou

Op 10 augustus 1877 bezoekt Pieter Simon Hamel koning Amatifou in Krinjabo (Ivoorkust) (collectie Hans Walraven)

In 1900 overlijdt Hamel in Duitsland. Hij is enkele jaren daarvoor ziek terug gekomen uit China en krijgt een medische behandeling in Berndorf am Rhein. Zijn vrienden in Middelburg horen pas na enkele maanden van zijn dood.

En nu, sinds 15 november 2014, is Hamel is geen onbekende Zeeuw meer. Dat zag Frederik Nagtglas al veel eerder in 1901. Hij schreef een ‘in memoriam’ bij het overlijden van Hamel in de Middelburgsche Courant  van 5 januari: “Onder de merkwaardige Zeeuwen, die een voetstap nalieten in het zand van den Tijd, verdient Hamel een plaats”. Anno 2014 zouden we zeggen dat zijn naam opgenomen moet worden in de nieuwe digitale versie van de ‘Encyclopedie van Zeeland’.

IMP.S.Hamel

Het ‘In memoriam’ voor P.S. Hamel door F. Nagtglas in de Middelburgsche Courant, 1901 (collectie Zeeuwse Bibliotheek)

Handschriftencollectie

In de handschriftencollectie van het Zeeuws Genootschap, die bewaard wordt in de Zeeuwse Bibliotheek, zijn twee brieven van Pieter Simon Hamel te vinden.

In 1869 schrijft de 23-jarige onderwijzer uit Groede een brief aan de eerdergenoemde Nagtglas in Middelburg. Via de inspecteur van het Lager Onderwijs in Zeeland, C.M. van Visvliet, heeft hij hem een keer ontmoet.

Frederik Nagtglas (1821-1902) is in die tijd een bekend man in Zeeland. Maar Nagtglas is ook de broer van C.J.M. Nagtglas, gouverneur in het gebied van de Nederlandsche Bezittingen ter kuste van Guinea. Hamel is daar benoemd tot hulponderwijzer en staat op het punt naar Afrika te vertrekken. Hij vraagt of “WelEdel Heer” Nagtglas een goed woordje voor hem wil doen bij de gouverneur.

De tweede brief is uit 1884. Het is een emotionele brief en ook gericht aan Frederik Nagtglas. Hamel schrijft over het overlijden van zijn jonge vrouw, de Middelburgse Marie den Bouwmeester. Hamel en Nagtglas zijn in de tussenliggende jaren goede vrienden geworden. Hamel begint zijn brief nu met “Geachte Heer & Vriend”.

vrouweninelmina

Vrouwen in Elmina (collectie Hans Walraven)

In dezelfde handschriftencollectie zijn meer documenten te vinden uit de tijd dat Hamel in West-Afrika verbleef. Dat is te danken aan de schenking van een groot deel van het privé-archief van gouverneur C.J.M. Nagtglas aan het Zeeuws Genootschap. Naast brieven, kaarten, notities, prenten en kranten is ook een rapport van enkele Nederlandse ambtenaren te vinden, met een beschrijving van het Nederlandse gebied in Afrika. Over Elmina is te lezen hoe de omgeving er uit zag, welke mensen er woonden en waarvan zij leefden, hoeveel huizen er stonden en welke landbouwproducten er geteeld werden.

De stenen olifant uit Siam

Het moet beslist Frederik Nagtglas zijn geweest die Hamel heeft geattendeerd op het Zeeuws Genootschap. Nagtglas was naast bestuurslid ook bibliothecaris en conservator van de eerdergenoemde bijzondere verzamelingen. Telkens als Hamel op verlof is in Nederland bezoekt hij zijn familie en vrienden in Zeeland. In 1881 wordt Hamel lid van het genootschap en in 1884 volgt de schenking van de olifant. Heeft Hamel het beeldje zelf meegenomen en is het onderweg al kapot gegaan?

Hamel schenkt het genootschap nog meer voorwerpen waaronder een Chinees mandje van gevlochten bamboe, een verguld Boeddha-beeldje en een houten model van een op water drijvend Siamees winkelhuis. Dat laatste is te zien in de ‘Wonderkamers’ van het Zeeuws Museum.

Tentoonstelling ‘De tropenjaren van Pieter Simon Hamel’

Over het leven van Hamel is in het Zeelandpaviljoen van de Zeeuwse Bibliotheek een tentoonstelling ingericht. Daar ligt het originele reisverslag uit 1877, een negentiende-eeuwse jeneverfles als voorbeeld van de partij flessen die Hamel op zijn reis meenam om betalingen te doen, prenten over het leven aan de Goudkust, de brieven aan Fredrik Nagtglas en zijn familie en het rapport over Elmina. Ook liggen er schenkingen aan het Zeeuws Genootschap van zijn zwager H.P. den Bouwmeester, later wethouder van Middelburg, en natuurlijk die van Hamel zelf, waaronder de stenen olifant met zijn afgebroken poot en losse slagtand.

schatkamervitrinekast

De expositie is tijdens de openingsuren van de Zeeuws Bibliotheek in Middelburg te bezichtigen, tot en met 27 december 2014.

 

Liesbeth van der Geest, conservator oude drukken en bijzondere collecties

Muziekeducatie voor iedereen!

maandag, 20 oktober 2014

Een sector in crisis. Niet zeuren, niet klagen: uitdagingen scheppen vernieuwingen en bieden kansen tot ontplooiing van initiatieven. Verandering is goed.

Eigenlijk is er natuurlijk maar één doel: naast een groot aantal andere voorzieningen waarvan de economische winst in praktische zin onmeetbaar is, moet ook de sector kunstzinnige vorming zelf aan de slag om met minder kosten overeind te blijven.

Onze economie is namelijk gebaseerd op winst die in cijfers uitgedrukt kan worden. En daarom moeten we nadenken over het overleven van een cultuurbeeldenstorm, en condities scheppen voor een toekomst waarin zowel muziek als beeldende en andere kunstvormen een rol kunnen spelen in de belevingswereld van alle mensen in onze samenleving, vanaf de wieg tot het graf. Ik wil het hier een moment over muziekeducatie hebben.

In recente decennia is heel veel onderzoek gedaan naar de gunstige invloed van muziek op de hersenen, op het welbevinden en de creativiteit van mensen. Dat is goed nieuws: google simpelweg: gunstige invloed muziek en je vindt onmiddellijk een groot aantal artikelen dat de laatste jaren over dit onderwerp is gepubliceerd. Van emotioneel beladen teksten tot wetenschappelijk onderzoek, het scala aan publicaties is breed én breed toegankelijk.

En de conclusie in al deze epistels is hetzelfde: muziek is goed voor de mens!

Hulst blazersklas

Actieve muziekbeoefening draagt op een groot aantal vlakken bij aan de ontwikkeling van kinderen. Niet alleen kinderen; iedereen die op de één of andere manier bezig is met muziek, zij het door het leren bespelen van een instrument, zij het door actief te luisteren (in tegenstelling tot het draaien van ‘muzak’ als achtergrond- wat juist een tegenovergesteld effect heeft) stimuleert gebieden in de hersenen die de gezondheid gunstig beïnvloeden.

Aan de andere kant: de geldkraan is dichtgedraaid. De overheid vindt dat zij niet langer verantwoordelijk is voor de bescherming en de toegankelijkheid van muziekeducatie, -beoefening en -beleving. Muziekscholen zijn in een rap tempo ingekrompen en in veel gevallen zelfs helemaal opgeheven als gevolg van de stijgende kosten door de verdwenen  subsidies. Bij het publiek heeft publiciteit hierover tot gevolg gehad dat een idee zich heeft vastgezet: “muziekles is duur, concerten zijn duur”. Dat idee, samen met een in verschillende lagen van de bevolking groeiende aversie tegen de kunstcultuur in het algemeen, maakt dat het klimaat is verzuurd, en dat knokken voor de toegankelijkheid van muziek creativiteit vergt, een lange adem en in veel gevallen een boterham met tevredenheid.

Deze creativeit, bij musici nu eenmaal vaak volop aanwezig (vanwege het beoefenen van muziek, zie de onderzoeken) heeft een explosie van kleine, middelgrote en grote initiatieven teweeg gebracht. Zonder de coördinerende inbreng van overheid en instituten is er een wirwar ontstaan van prachtige uitwerkingen, projecten, websites, zzp’ers en collectiefjes. Vrije markt-werking alom, maar wie vindt nog zijn weg in dit grote online aanbod? En hoe onderscheid je kwalitatief goede leraren van de minder goede? En ís die muziekschool eigenlijk wel zo duur?

Muziek in de basisschool

Het basisidee dat privélessen op muziekscholen te duur zijn, en dit inmiddels voor een grote groep mensen inderdaad is geworden, heeft er de afgelopen jaren voor gezorgd dat men aan de slag moest gaan met het concept “Instrumentale lessen in de basisschool”.

De campagne “Muziek telt!”, vanaf 2009 vormgegeven door het Fonds voor Cultuurparticipatie samen met Kunstfactor en Muziekcentrum Nederland, heeft het pionierswerk dat verricht moest worden op een intensieve manier ondersteund.

Aanvankelijk ontstond er aardig wat onrust bij instrumentale docenten omdat er geen op-maat-lesprogramma voorhanden was. Om te kunnen voldoen aan de nieuwe eis, klassikaal lesgeven, zijn andere competenties nodig, evenals het bijstellen van verwachtingen en werken met een ander lesprogramma.

Niet zelden werden docenten die bij verschillende instituten werden aangewezen om deze lessen uit te gaan voeren, overgeslagen als het ging om de vormgeving en indeling van de lessen (aantal, logistiek, inhoud). Ze werden plotseling met een vaag kader in het het diepe gegooid. “Ga 12 lessen koperen blaasinstrumenten verzorgen bij basisschool X, elk kind krijgt een instrument van de plaatselijke vereniging.” Wel eens in een klaslokaal 15 tot 20 kinderen tegelijkertijd op trompetten horen toeteren? Of op djembé’s horen rammen? Paniek!

Aantal lessen x aantal kinderen x verwachting x resultaat x …

Twaalf lessen kunnen -voor een kind dat enthousiast begint- genoeg zijn om elke vorm van muziekbeoefening voorgoed af te zweren. Omdat de groep te groot is, de techniek van het instrument te moeilijk, of het geluid dwars door je heen gaat, de docent niet is getraind op het omgaan met groepen, geschikt lesmateriaal niet voorhanden. Omdat het kind niet zelf mag kiezen uit een breed instrumentenaanbod, maar 3 maanden lang vastzit aan een instrument waar het misschien fysiek geen enkele aanleg voor heeft, nauwelijks geluid uit krijgt, of waarvan het geluid doet schrikken. Dat kan geen gunstige kennismaking zijn, net zo min als de pianolessen van de strenge pianojuf uit vroeger jaren, die met opgelegde toonladders en drieklanken menig kind tot tranen bracht.

Begrijp me goed, ik ben een enorme voorstander van muzische lessen op de basisschool, vocaal, instrumentaal, én dans. Ik denk wel dat de lessen pas effect hebben, wanneer docent en klas zich happy voelen met hun activiteit.

muziekblog

Het faciliteren van ondersteuning van de docent, goed luisteren naar diens uitleg over de specifieke eigenschappen en (on)mogelijkheden van zijn instrument, en vertrouwen schenken aan de deskundigheid van de docent: dit alles legt de basis voor een goed werkend systeem. In persoonlijke gesprekken met diverse docenten heb ik toch wel regelmatig gemerkt dat in veel gevallen het proces van de lesontwikkeling met medewerking van de uitvoerende docenten eenvoudigweg is overgeslagen. De voorwaarde om kinderen te kunnen inspireren is een enthousiaste docent, die het leuk vindt om zijn instrument te laten horen, die het leuk vindt om erover na te denken hoe hij of zij alle kinderen kan betrekken bij de lessen, óók de kinderen met ‘rugzakjes’.

Samen muziekmaken, samen klanken ontdekken, hoe werkt het instrument werkt, zelf mogen experimenteren, componeren, knutselen- het brengt het kind aan het rekenen, praten, voelen, bewegen, kijken, voorstellen, en vooral: luisteren. Luisteren naar klanken van zichzelf, van anderen, de natuur, de stad, alles in beweging en zelf hieraan meedoen. Je stem vinden, gebruiken. Lekker dansen.

Deze ervaring hoort een kind te inspireren, een zaadje te planten voor binnenkort of later. Wordt er eigenlijk wel genoeg geluisterd naar wat kinderen willen, naar hun dromen en wensen met betrekking tot een instrument bespelen?

Diverse conservatoria hebben de laatste jaren bijscholingsprogramma’s ingericht voor de instrumentale docent, en langzaamaan ontstaat er een nieuwe werkelijkheid die hoop biedt voor de toekomst. De idealistische wens om mensen van alle leeftijden in aanraking te brengen met muziek, ondersteund door wetenschappelijk en empirisch bewijs, houdt musici op de been. Ze geeft waarde aan de vele uren bloed, zweet en tranen die worden besteed aan het studeren van het instrument, aan het nadenken over communicatievormen (anders dan taaie toonladders) om deze liefde over te brengen, om jong en oud actief te laten omgaan met muziek op elk niveau. Een verzamelplek voor goed materiaal, een indexering van betrouwbare informatieve en ondersteunende websites zou geen overbodige luxe zijn: daarin ligt nog een mooi project!

Welke rol kan de bibliotheek bij deze ontwikkelingen spelen?

Bibliotheek.nl heeft op haar website een etalage Muziekmaken, waar veel tips te vinden zijn over uiteenlopende onderwerpen zoals muziekgenres, apps voor de tablet, nieuws over (digitale) bladmuziek en informatie over muziek voor en met kinderen. Bovendien is er een overzicht te vinden van alle bibliotheken in Nederland waar een muziekcollectie is, handig!

Hopelijk wordt de etalage uitgebreid met nog veel meer onderwerpen. Het is al een fijne plek aan het worden, neem eens een kijkje!

trompetmuziekafd

Plaatselijke collectie

Een bezoek aan de Zeeuwse Bibliotheek met de uitgebreide muziekcollectie kan de docent op zijn of haar plaats weer inspireren tot net even andere insteek. Bladeren in liedbundels, luisteren naar liedjes in één van de luistercabines via Muziekweb , cd’s uit de collectie van zowel jeugd- als muziekafdeling, cd’s die bij bladmuziekboeken horen (tip: véél is bruikbaar materiaal als backing track!), liedjes uit vroeger tijden uit het magazijn opvragen omdat je een bepaald thema hebt gekozen. Illustraties meenemen uit fotoboeken, tijdschriften, prentenboeken, knutselboeken. Het zelf lessen ontwikkelen is enorm tijdrovend, maar ook enorm leerzaam. Inspiratie daarbij is onontbeerlijk, in digitale vorm én op papier.

Samenwerking tussen school en bibliotheek kan een plaatselijke dynamische muziekpraktijk tot stand brengen, een kruisbestuiving van ontdekking en uitvoering.

Meer dan basisschool

Natuurlijk is bovenstaand concept op veel meer muzikale gebieden toe te passen dan het basisonderwijs. Van kleuteropvang tot universitair niveau, van beginner tot professionele musicus, van luisteraar tot componist, voor iedereen die belangstelling heeft voor welke vorm van muziek dan ook, is er materiaal te vinden in de bibliotheek. De ontdekking van muziek uit andere culturen kweekt tevens begrip voor elkaar. Muziek als therapie voor een betere samenleving is geen utopie, het is slechts een idee dat uitvoering nodig heeft om zichzelf te mogen bewijzen. Begin gewoon ergens, en kijk waar het pad van ontdekking naartoe leidt.

In gebieden waar oorlogstrauma’s en armoede de orde van de dag bepalen, beweegt Musicians without Borders mensen hun gevoelens te verwerken door middel van muziek. Ik zou ervoor willen pleiten de visie van deze organisatie te adopteren ook voor onze eigen samenleving. Wedden dat ook onze kinderen door muziek maken, opgroeien tot evenwichtige, creatieve, minder stressvolle volwassenen? Minder ziekteverzuim, minder concentratiestoornissen, betere motoriek en een beter analytisch vermogen dragen uiteindelijk vast bij tot economische winst.

En zo is ook de investering in individuele instrumentale lessen als opvolger voor de kennismakingsklassen in de basisscholen, wellicht toch een uitstekende keuze, die het geld dubbel en dwars waard is. En ook dáár zijn we goed voor uitgerust bij de muziekafdeling, met een uitgebreide collectie voor bijna elk denkbaar instrument.

 

Els van de Wijdeven-Millenaar

Muziekspecialist

 

Bronnen, verder lezen en nuttige websites:

 

  • Music Education in crisis –  Ed. Peter Dickinson, Boydell Press, 2013
  • Er zit  muziek in ieder kind – Fonds voor cultuurparticipatie – eindred. Tynke Hiemastra, 2013
  • Music and the brain – studies in the neurology of music – ed. Macdonald Critchley & R.A. Henson
  • Ons muzikale brein – de wetenschap van een menselijke obsessie – Daniel J. Levitin, vert. R. Vernooy, Atlas 2013
  • Musicofilia – Oliver Sacks 2007

 

 

  • foto’s: eigen bestand, docent ZMS Met toestemming

De poëzie van Martinus Nijhoff

donderdag, 9 oktober 2014

Zeeland Nazomerfestival 2014 is weer voorbij. Dit jaar met een record aantal bezoekers. In samenwerking met de PZC is er tijdens ZNF een publieksenquête gehouden. Daaruit blijkt dat van de locatievoorstellingen het stuk De schrijver, zijn vrouw, haar minnares het hoogst scoorde.

Voorstelling

Het verhaal handelt over de dichter Martinus Nijhoff (roepnaam Pom) en zijn vrouw Netty, ook schrijfster. Ze hadden hun levens goed verdeeld: een half jaar woonde Netty samen met Nijhoff en het andere halve jaar verbleef ze in Parijs bij haar minnares, de schilderes Marlow Moss. Dat was in de jaren dertig natuurlijk hoogst ongebruikelijk.

Het stuk werd opgevoerd in de duinen van het Zeeuwse Dishoek, waar Nijhoff en zijn vrouw in die tijd woonden. Netty Nijhoff wil een driehoeksverhouding beginnen. Ze vertelt dit niet eerst aan haar echtgenoot en haar vriendin, want die zullen het idee meteen afwijzen. Netty neemt Marlow Moss mee naar Dishoek, waar Martinus Nijhoff al verblijft. Hij verheugt zich op de terugkomst van Netty.

De rest van het stuk brengen Pom en Marlow ruziemakend door, waarbij Pom Nijhoff voor het grootste gedeelte naakt in een dampend bad zit. Dit gaf tijdens de voorstelling, met een schitterend wit decor van een opengeklapt huis, tegen de achtergrond van het steeds donkerder wordende duinlandschap, een surrealistische sfeer.
Nijhoff en Moss houden het geruzie bijna tot het einde van het stuk vol. Moss doet dat behoorlijk grof, voor Nijhoff blijkt het heel lastig en pijnlijk om op haar te reageren. Netty blijft lief tegen beide partijen. Ze is vastbesloten om haar ideaalbeeld over hoe het leven moet zijn, te laten slagen. Uiteindelijk ziet ze in dat ze misschien wel gewaardeerd wordt als inspiratiebron voor beide kunstenaars, maar zelf niet meer aan schrijven toekomt.

nijhoff

Boerse Vlaming

Ik vond het een prachtige voorstelling met hele goede acteurs, hoewel ik eerst vond dat je Nijhoff niet kunt laten spelen door een wat boers uitziende Vlaming met de bijbehorende Vlaamse tongval. Ik heb de echte Nijhoff natuurlijk niet gekend, maar stel me toch een wat ander type mens voor. Dat was dus even wennen, maar in de loop van het stuk vergat ik mijn bezwaren. Hoofdrolspeler Stefaan Degand is een hele goede acteur, die zijn rol overtuigend speelde. Als toeschouwer werd ik echt het verhaal ingezogen en daarin stond ik, gezien de positieve reacties van de vele toeschouwers, niet alleen.

Bewondering

Ik ben een groot bewonderaar van het werk van Martinus Nijhoff (1894-1953). Hij heeft onvergetelijke gedichten geschreven. Denk maar aan het beroemd geworden Awater en het verhalende gedicht Het uur u. Nog zo’n poëzieklassieker is Het lied der dwaze bijen. Wie kent niet die prachtige openingsregels: “Een geur van hooger honing verbitterde de bloemen, een geur van hooger honing verdreef ons uit de woning”. Ook het zintuiglijke, verstilde gedicht De moeder de vrouw, waarvan zeker de openingsregel menigeen bekend zal voorkomen blijft prachtig:

De moeder de vrouw

Ik ging naar Bommel om de brug te zien.
Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden
die elkaar vroeger schenen te vermijden,
worden weer buren. Een minuut of tien
dat ik daar lag, in ’t gras, mijn thee gedronken,
mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd –
laat mij daar midden uit de oneindigheid
een stem vernemen dat mijn oren klonken.

Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer
kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren.
Zij was alleen aan dek, zij stond bij ’t roer,

en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.
O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.
Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.

Misschien wel het meest bekend van Nijhoffs hand, is het gedicht De wolken:

De wolken

Ik droeg nog kleine kleren, en ik lag
Lang-uit met moeder in de warme hei,
De wolken schoven boven ons voorbij
En moeder vroeg wat ‘k in de wolken zag.

En ik riep: Scandinavië, en: eenden,
Daar gaat een dame, schapen met een herder –
De wond’ren werden woord en dreven verder,
Maar ‘k zag dat moeder met een glimlach weende.

Toen kwam de tijd dat ‘k niet naar boven keek,
Ofschoon de hemel vol van wolken hing,
Ik greep niet naar de vlucht van ‘t vreemde ding
Dat met zijn schaduw langs mijn leven streek.

– Nu ligt mijn jongen naast mij in de heide
En wijst me wat hij in de wolken ziet,
Nu schrei ik zelf, en zie in het verschiet
De verre wolken waarom moeder schreide –

nijhoff2

Ontroering

Ik heb dit laatste gedicht al vele malen herlezen en altijd weer weet Nijhoff mij te ontroeren. Tijdens mijn studie Nederlands was zijn bundel Vormen (1924) verplichte kost en toen al vond ik dit gedicht prachtig. Ik vind het ook erg passen in deze tijd: het verlies van de onschuld. Met de volwassenheid wordt het leven in onze complexe maatschappij er niet leuker op. Ik word er ook weemoedig van en vraag me af of het mogelijk is om als volwassene iets van die onschuld en puurheid te bewaren. Ik ben bang dat het voor de meesten van ons niet is weggelegd.

Wie na het lezen van dit blog zin heeft gekregen om meer van Nijhoff te lezen, in de collectie van de Zeeuwse Bibliotheek is heel veel poëzie en ander werk van hem te vinden. Ik hoop dat je het werk van Nijhoff net zo gaat waarderen als ik.

 

Anya Marinissen,
Webredacteur en bibliothecaris

 

* Afbeeldingen:

Boekomslag Awaters spoor. Literaire omzwervingen door het Utrecht van Martinus Nijhoff, Niels Bokhove, Uitgeverij Bas Lubberhuizen.

Boekomslag Dit zijn de daden waar ik mens voor was, Gedichten van Martinus Nijhoff, samengesteld door Thomas Möhlmann, uitgeverij Prometheus.

Jean Philippe Rameau ( 1683-1754)

woensdag, 17 september 2014

Dit jaar is het 250 jaar geleden dat één van de belangrijkste barokcomponisten overleed, nl. Jean Philippe Rameau. Dit leek mij een mooie aanleiding om extra aandacht te besteden aan deze componist via dit weblog.

Rameau was naast componist ook organist, klavecinist, muziek pedagoog en een zeer belangrijk muziektheoreticus. Zijn muziektheoretisch werk “Traité l’harmonie” is de basis voor de functionele harmonieleer. Als componist was hij ook zeer belangrijk, zijn invloed op de ontwikkeling van de opera mag zeker niet onderschat worden. Het is daarom opmerkelijk dat Rameau zoveel minder bekend is dan zijn generatiegenoten Bach, Händel en Vivaldi.

Attribué_à_Joseph_Aved,_Portrait_de_Jean-Philippe_Rameau_(vers_1728)_-_002

Rameau werd in 1683 geboren als zoon van een organist in Dijon. De eerste veertig jaar van zijn leven leed hij een obscuur bestaan in de provinciën, waar hij werkzaam was als organist. In 1706 publiceerde hij in Parijs zijn eerste boek met klavecimbelstukken. In 1722 ging hij weer naar Parijs voor de uitgave van “Traité de l’harmonie” en hij is vanaf die tijd in Parijs blijven wonen.

Rameau_Traite_de_l’harmonie

Rameau’s theorieën omtrent de harmonieleer werden al snel bekend binnen en buiten Frankrijk. Hij werd erkend als een belangrijk muziektheoreticus en leraar. Ondertussen werkte Rameau hard om ook naam te maken als componist. Steeds vaker componeerde hij genrestukken waarin hij de wereld om hem heen beschreef.

Een bekend werk is “Les sauvages”.

SAMSUNG DIGITAL CAMERA

In 1726, 42 jaar oud, trouwde Rameau met de 19 jaar oude Marie-Louise Mangot, een zangeres en klaveciniste. Samen kregen ze vier kinderen. In die tijd koos hij voor een carrièrewending, hij wilde operacomponist worden. Hij componeerde in 1733 de opera Hippolyte et Aricie. Deze opera sloeg in als een bom, was zeer vernieuwend, alles werd harmonisch complexer, dramatischer en expressiever. Voor het opera-ballet kon Rameau zich helemaal uitleven in z’n muzikale fantasieën. Een beroemd voorbeeld hiervan is de vulkaanuitbarsting in “Les Indes Galantes”.

indes galantes

Er ontstond een conflict tussen de aanhangers van de componist Lully ( die toen allang overleden was ) en die van Rameau. Bij de volgende opera’s werd de “strijd” alleen maar heviger maar Rameau kreeg de steun van de steenrijke financier La Pouplinière. Hij werkte samen met Voltaire en mocht zijn opwachting maken aan het hof.

Dankzij het uitstekende orkest van La Pouplinière kon Rameau gebruik maken van de klarinet en hoorn, in die tijd vernieuwende instrumenten. Het orkest neemt in zijn theaterwerken een belangrijke plek in. De ouverture en entr’acte muziek werden een onderdeel van het drama. De banden met het Hof waren goed.

lessuvages

In 1745 kreeg hij een Koninklijk pensioen toebedeeld, wat het einde betekende van al zijn geldzorgen. Rond 1750 was Rameau op de piek van z’n roem. Van 1752 tot 1754 verliest hij echter een deel van zijn aanhang. Verlichtingsfilosoof Jean-Jacques Rousseau hekelde de harmonische complexiteit en gaf de voorkeur aan de melodische muziek van de Italiaanse opera’s. Langzamerhand verloor Rameau de steun van de filosofen en componeerde hij steeds minder. In 1764 overleed Rameau na hevige koortsaanvallen. Er is een anekdote die vertelt dat Rameau op zijn sterfbed de priester betichtte van vals zingen.

Van 30 september tot 27 oktober 2014 zal de muziektafel op het plein in de Zeeuwse Bibliotheek ingericht zijn met werken van Rameau!

 

Rea Bensch, Domeinspecialist muziek

(Bronnen: Wikipedia, Componisten.net, Muziekweb)

 

Kaartenbak met fiches

woensdag, 3 september 2014

Vakantie

Vorige week zag ik vanuit een klein dorpje in de Haute Marne (Frankrijk) in de verte de Saint-Mammès kathedraal van Langres schitteren in het avondlicht. Na een regenbui ging de zon schijnen en verlichtte zo de torens van de kerk. Wat een prachtig plaatje.

Langres

Langres in het avondlicht (foto: privécollectie)

De kathedraal wilde ik graag van dichtbij gaan bekijken en meteen de volgende dag liep ik in de Romaans-gotische kerk. Het zoeken naar kleine details in de kerk is aangenaam. Er moest ergens een koe gebeeldhouwd zijn, maar waar? Eindelijk vond ik haar in het topje van het koor. Ze was alleen met een verrekijker te spotten. Naast de kerk is nog een kloostergang te bewonderen en daar is tegenwoordig een bibliotheek gevestigd. Een dubbele reden om ook daar eens binnen te stappen.

Een bibliotheek in een kloostergang. Tot voor 1985 zetelde de Provinciale Bibliotheek van Zeeland in de abdijgebouwen van Middelburg. Stel je eens voor dat dat nog steeds zo was. Door de gangen lopend mijmerde ik daarover en ineens viel mijn blik op een rij kaartenbakken. Zoiets kom je niet veel meer tegen in bibliotheken. Vakantie of niet, ik moest er in kijken. De laatjes waren gevuld met tot in de hoekjes volgeschreven fiches. Niet helemaal toevallig bekeek ik het kaartje met informatie over Denis Diderot.

kaartenkastjeArland

Kaartenkastje in de bibliotheek Marcel Arland, Langres (foto: privécollectie)

Omdat ik toch al aan de oude Provinciale Bibliotheek van Zeeland dacht, deed het mij meteen denken aan het kleine oude kastje met fiches in de kluis van de Zeeuwse Bibliotheek. Het is opgeborgen in een klein hoekje, achter grotere ijzeren ladenkasten, dicht bij de oude en bijzondere drukwerken.

kaartenkastjeLiesbeth

Kaartenkastje in de Zeeuwse Bibliotheek (foto: LvdG)

Oude kaartencatalogus

Voor de automatisering van de bibliotheekcatalogus was dat bijzondere kastje met kaartjes zeer belangrijk en volop in bedrijf. Heel zorgvuldig werd er in gezocht en het kaartje dat je nodig had moest ook weer op dezelfde plaats teruggelegd worden. Alleen met speciale toestemming mocht er, alleen voor wetenschappelijk onderzoek (!), door anderen in de laatjes gezocht worden. Het zoekproces werd zorgvuldig in de gaten gehouden. Stel je voor dat het laatje om zou vallen…

In de laatjes zitten duizenden fiches en het functioneerde destijds als catalogus van de handschriftencollectie van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen. Die collectie wordt beheerd en bewaard in de Zeeuwse Bibliotheek en het kastje hoort er ook bij. Over die handschriftencollectie met onder andere brieven, aantekeningen en dagboeken schreef ik al eerder een blog.

honderdenfiches

Honderden fiches (foto: LvdG)

Alle 8000 handschriften zijn stuk voor stuk beschreven op fiches. Op het kaartje werden zoveel mogelijk gegevens gezet, zoals de schrijver, een titel of een omschrijving van het handschrift, datum en jaar, de grootte van het document, de herkomst of de naam van de schenker. Alles wat belangrijk genoeg was om te onthouden. De fiches zijn in de laatjes opgeborgen en gesorteerd op de naam van de schrijver. Er is ook nog een tweede catalogus. Het zijn dezelfde kaartjes, maar dan opgeborgen op de titel of omschrijving van het handschrift. Als je toen een specifiek handschrift zocht, dan was dat een langdurige zaak. Hoe anders is dat nu.

Digitaliseren

Alle teksten van de kaartjes zijn jaren geleden overgetikt en nu terug te vinden in de catalogus van de Zeeuwse bibliotheken. Je kunt meerdere zoekmethoden tegelijkertijd gebruiken en snel een overzicht krijgen van wat er precies in de collectie aanwezig is.

catalogus

Zoeken in de catalogus van de Zeeuwse bibliotheken (foto: Zeeuwse Bibliotheek)

Waarschijnlijk duurt het niet zo lang meer voordat de manuscripten gedigitaliseerd zijn en dan kan iedere geïnteresseerde de inhoud thuis (of waar dan ook) lezen.

Gelukkig zijn niet overal de kaartenbakken verdwenen. Sporadisch kom je nog een bijzondere kaartenbak tegen met een register, een catalogus of met notities. Vaak is dat op een afdeling bijzondere collecties van een grote bibliotheek of juist in kleine bibliotheken, zoals in Langres. Maar dat is zeker niet voor lang meer. Als je zo’n bakje ontdekt dan moet je er vooral eens inkijken en je verbazen over alles wat ooit op het kaartje is genoteerd.

Mijn dag in Langres kon niet meer stuk. Maar toen had ik de musea nog niet gezien! Een uitgebreid bezoek aan de stad kan ik zeker aanraden. Vergeet vooral niet de kloostergang naast de kathedraal te bezoeken.

 

Liesbeth van der Geest, conservator Bijzondere Collecties

Verder lezen?

Honderd jaar Leidse Boekjes

 

 

 

Hoe verwerven wij materialen ter uitbreiding van de bijzondere collecties?

dinsdag, 26 augustus 2014

Tot nu toe heeft de Zeeuwse Bibliotheek een klein budget in stand gehouden om de collectie van het oud bezit te blijven verrijken. Het gaat hier zowel om handschriften en oude drukken die in Zeeland vervaardigd zijn, als om materialen van algemene inhoud en herkomst.

Conservator Liesbeth van der Geest houdt Zeeuwse bijzondere exemplaren in de gaten. Ze volgt antiquariaten en veilingen om te zien of er iets interessants aangeboden wordt. Ze tracht titels die nog ontbreken, aan de collectie toe te voegen. Het kan echter ook voorkomen dat er een bijzonder exemplaar van een reeds aanwezige titel op de markt komt. Daarbij kan het om de band gaan, een handgeschreven opdracht of uitzonderlijke illustraties. Handschriften zijn natuurlijk altijd uniek. Maar wanneer het uitgesproken archiefmateriaal is, hoort het meer bij een andere instelling thuis. Soms is het bedrag zo hoog, dat het budget voor antiquarische aankoop van Zeeuwse drukwerken, boekbanden en handschriften niet toereikend is. In uitzonderlijke gevallen kunnen wij een beroep doen op weldoeners.

Tevens beheert Liesbeth van der Geest de collectie bibliofilia, hedendaags ambachtelijk drukwerk dat slechts in zeer beperkte oplage verschijnt. Vanoudsher was dit een zwaartepunt binnen de bijzondere collecties, maar tegenwoordig is het beschikbare budget zo gering dat de conservator een weloverwogen keuze moet maken.

Voor de grote collectie historische kinderboeken doen wij geen aankopen. Er komen af en toe schenkingen binnen, die we met veel genoegen aannemen en direct verwerken, maar er zijn geen financiële middelen tot uitbreiding.

Ik richt mij als conservator op oude werken van algemene, dus niet Zeeuwse strekking. Er wordt op internet, bij veilingen en antiquariaten, maar ook door particulieren een ontzaglijke hoeveelheid aangeboden. Bij het maken van een keuze daaruit, die financieel te onderbouwen is, komen er heel wat argumenten kijken.

Java05

Serat tapel Adam, Djokjakarta, ca. 1850, Handschrift 6488

Een belangrijke overweging is de samenstelling van de bestaande collectie oud bezit (drukwerken ouder dan het jaar 1801), zowel in eigendom van de Zeeuwse Bibliotheek als in bruikleen van bijvoorbeeld het Koninklijk Zeeuws Genootschap der Wetenschappen. Inhoudelijk ligt de nadruk hier op godsdienst, geschiedschrijving, letterkunde en in wat mindere mate op reisbeschrijvingen en medische wetenschap. De werken zijn gesteld in het Nederlands, Latijn en Frans, en veel minder in het Duits, Engels of andere talen. Dan dient de vraag zich aan: gebruiken wij de beschikbare middelen om deze onderwerpen en taalgebieden te versterken, of juist om de collectie te verbreden met hele andersoortige boeken? Iedere conservator heeft daar zijn of haar eigen ideeën over gehad, en heeft dan ook iets van die persoonlijke voorkeur in het aankoopbeleid laten weerspiegelen. Dat zorgt wel voor variatie in het geheel.

Ik kies voor verbreding en kijk welke onderwerpen tot nog toe naar verhouding karig bedeeld zijn, zoals bijvoorbeeld wis- en natuurkunde. Nu zijn oude boeken over deze onderwerpen betrekkelijk zeldzaam, dus is de keuze te overzien. Ook let ik op de taal. Onlangs is er een aantal 18e eeuwse boeken in het Zweeds de collectie binnengekomen. Hebreeuwse boeken zijn, ondanks zware nadruk op theologie, amper vertegenwoordigd. Een doorslaggevend argument kan ook iets puur cijfermatigs zijn, namelijk de vraag of de Zeeuwse Bibliotheek hier een voor Nederland uniek exemplaar verwerft.

Indische miniatuur 1

Indiaas handschrift, ca. 1850, PLA 313 C 3

Bij bijzondere collecties kan men niet van rendement spreken, maar toch houdt de conservator rekening met een breed publiek. Wat bij iedere aankoop meespeelt, is: hoe ziet het eruit in een vitrine? Kan het de aandacht van iedere willekeurige bezoeker trekken en enige tijd vasthouden? Kunnen we het gebruiken bij een tentoonstelling of presentatie? Met het oog daarop zijn er ook wat exotische handschriften binnengekomen. Een mooi vormgegeven koran, een Ethiopische schriftrol, Japanse hangprenten met tekst, of Indiase miniaturen.

Zoals met alles, is ook de toekomst van de bijzondere collecties in de Zeeuwse Bibliotheek ongewis. De aankoopbudgetten, onderdeel van het totale budget van de Wetenschappelijke Bibliotheek, zijn de laatste jaren evenredig verminderd. Of het in de toekomst nog mogelijk zal zijn om aankopen te doen, is de vraag. Misschien kan de collectie alleen nog door schenkingen verrijkt worden. Het is te hopen dat de oude drukken en handschriften in Middelburg voor Zeeland behouden blijven. Wat over Zeeland zelf gaat, moet natuurlijk thuis blijven en beschikbaar zijn voor alle inwoners van deze provincie. Maar ook de algemene werken mogen immer blijk geven van de brede belangstelling van Zeeuwen op alle gebieden van wetenschap en cultuur.

 

Marinus Bierens, conservator bijzondere collecties

 

Caribische muziek: even stilstaan, maar dan meedansen!

maandag, 18 augustus 2014

Caribische muziek maakt vrolijk: een beeld van dansende mensen, opwaaiende rokjes, felle kleuren en vooral veel blije gezichten. Zodra de muziek begint, wordt het moeilijk om stil te blijven zitten. Een slechte bui verdwijnt en het lichaam ontspant, voelt opeens zelfs soepel!

De mix van Zuid-Amerikaanse, Afrikaanse, Europese en Aziatische klanken in perfecte symbiose heeft dit effect op bijna iedereen. Zeg nou zelf: als de zon begint te schijnen, lijken problemen weg te smelten; armoede lijkt minder zwaar en nu is belangrijker dan morgen.

De muziek die dit wonderbaarlijke effect heeft is ontstaan in grote ellende. Slaven die vanuit West-Afrika naar West-Indië werden vervoerd, als vee werden verhandeld en terechtkwamen op plantages of in fabrieken: ze hadden niets meer dan het ritme van hun continent in het hart.

Alles was hen ontnomen. Zelfs hun identiteit, wanneer er nieuwe namen werden toegewezen en in hun huid het merk van de eigenaar was gebrand.

Het verzet tegen deze positie vond uiting op verschillende manieren, van verborgen sabotage tot “playing stupid”- doen alsof men dom was. Het verdriet vond uiting in beurtzang, ritme en dans.

Muziek verbindt mensen. Geloof, hoop, liefde, blijheid, verdriet, woede en verzet- het vindt allemaal een stem in muziek, melodie, ritme en dans.

Ondanks het ontmoedigingsbeleid dat de Europese machthebbers er regelmatig op loslieten, werd er muziek gemaakt. En op deze manier ontstonden de beguine in St. Lucia, de mento in Jamaica, de salsa in Cuba, de bossa nova in Brazilië.  Met weer andere muzikale invloeden protesteren bijvoorbeeld de calypso (Trinidad) en de reggae (Jamaica) tegen racisme en sociale onrechtvaardigheden.

Trinidad– geboorteplek van de steel drum. In de tijd van de slavernij waren stokgevechten populair onder de slaven, maar ze werden verboden omdat de slavenhouders inzagen dat de stokken zeer effectieve wapens waren. Ook het ritueel gebruik van de stokken als ritme-instrumenten werd daarmee in de ban gedaan. De mensen moesten op zoek naar andere manieren om muziek te maken en hun cultuur vast te houden.

In de 20ste eeuw kwam de olie-industrie. De arbeiders begonnen stalen tonnen te gebruiken en te bewerken zodat er verschillende toonhoogtes speelbaar werden. De steel drum kreeg voor hen op deze manier ook een politieke betekenis: die van de Afrikaanse creativiteit en kracht.

aruba

Bovenstaand voorbeeld geeft aan hoe mensen zich aanpassen en toch hun eigen identiteit bewaren, verder ontwikkelen en uiten, ook al wordt door overheden geprobeerd dit te onderdrukken. Die elasticiteit en inventiviteit vind je terug in de muziek van het hele Caribisch gebied, van Cuba helemaal rondom de archipel tot de Nederlandse Antillen.

Hier vinden we op Curaçao de populaire tumba, hier uitgelegd, en op Aruba is de dande zeer populair met een jaarlijks festival gewijd aan deze vorm.

De smeltkroes van culturen kunt u beluisteren met cd’s die u kunt lenen uit de Zeeuwse Bibliotheek. U vindt hier onder meer deze aanraders:

*  Island in the Sun: a history of Caribbean Music bij rubriek 86/VC (Midden-en  Zuid-Amerika);

*  Mirror to the soul: music, culture and identity in the Caribbean 1920-73 bij de rubriek 86/MIRR

(Caribisch gebied)

* The rough guide to calypso gold bij rubriek 86/CALY (Trinidad)

* Mento, not calypso!: the original sound of Jamaica bij rubriek 86/VC (Jamaica)

En vergeet Bob Marley niet, diverse cd’s bij rubriek 78!

 

Els van de Wijdeven-Millenaar, Muziekspecialist

 

Bronnen:

1. The Garland Encyclopedia of World Music, Volume: South America, Mexico, Central America & the Caribbean. Martha Ellen Davis- The Music of the Caribbean.

2. www.academia.edu :

a. African-Caribbean Resistance Culture: Past and Contemporary

b.  Dennis R. Hidalgo – Africa and the Caribbean: Overview

3. Wikipedia: Music of the African Diaspora

4. You Tube: video’s.

Zeeuwen, een volk van vertellers en verzenmakers

donderdag, 10 juli 2014

Zeeuwen houden van verhalen. Literatuurliefhebbers staan er misschien niet zo bij stil, maar Zeeland heeft op het gebied van de letteren een uitstekende naam gevestigd. Er zijn nogal wat Zeeuwse auteurs die aan de weg timmeren, nu en in het verleden, vaak met behoorlijk veel succes. Leven en werken in Zeeland inspireerde niet de minsten; we kunnen er trots op zijn de vruchten daarvan te kunnen lezen.

Streekliteratuurcover

Bijna iedereen kent natuurlijk het werk van Annie M.G. Schmidt, de domineesdochter uit Kapelle. Haar indrukwekkende, tegendraadse oeuvre behoeft verder geen toelichting en heeft zichzelf allang bewezen: haar werk zit bij ons allemaal van kind af aan in het collectieve geheugen. Uit een verder verleden, de zeventiende eeuw, is dichter en jurist Jacob Cats een treffend voorbeeld van een Zeeuwse auteur, die in de twintigste eeuw zelfs een zekere herwaardering kreeg. Maar ook Betje Wolff, P.C. Boutens, Jacobus Bellamy, Jacques Hamelink, Jan G. Elburg (Cobra), J.C. van Schagen, Etty Hillesum, Henri Arnoldus (Pietje Puk) en Hans Warren, allen reeds overleden, hebben hun kwaliteiten bewezen. Ze hebben vaak ook een aanzienlijk deel van hun werk aan Zeeland gewijd.

P.C. Hooft-Prijswinnaar Hans Verhagen, Johanna Kruit, Wim Hofman, Carolijn Visser, Oek de Jong, John Brosens, Kees Slager, Franca Treur, Floortje Zwigtman, Rieks Veenker, Frans van Dixhoorn, Tom Schrijer … zomaar een greep uit momenteel actieve, succesvolle Zeeuwse schrijvers en dichters. Ik vergeet er ongetwijfeld nog een aantal, maar schrijftalent is in Zeeland volop aanwezig.

Niet-Zeeuwen die wel in Zeeland gewoond en (veel) gedicht hebben, zijn er ook: Marnix van Sint Aldegonde, Jan Campert, Roel Houwink, Martinus Nijhoff en Ed Leeflang.  Minder bekende auteurs, die wellicht in de toekomst nog meer van zich laten horen, kun je vinden op www.literatuurinzeeland.nl, dat behalve schrijversbiografieën ook een podium biedt aan (beginnende) Zeeuwse schrijvers en dichters.
Toch wil ik nog twee Zeeuwse auteurs noemen, die juist in de afgelopen maanden positieve, landelijke aandacht voor hun laatst verschenen roman ontvingen.

Toortelboom

Meester Mitraillette

Allereerst de uit Vlaanderen afkomstige, maar al jaren in Zeeuws-Vlaanderen woonachtige Jan Vantoortelboom. In 2011 verscheen zijn goed ontvangen debuutroman De verzonken jongen. Het boek werd meermaals bekroond,  o.a. met de Bronzen Uil 2011. Zijn volgende roman, Meester Mitraillette, kwam in februari van dit jaar uit en beleefde in korte tijd een groot succes. Dit succes werd mede veroorzaakt door de lovende bespreking van een team van boekhandelaren, dat maandelijks in het populaire televisieprogramma De Wereld Draait Door een boek van de maand kiest.

Deze eer viel Meester Mitraillette ten deel, waarna de verkoopcijfers omhoog schoten en alle serieuze kranten een recensie aan het boek wijdden. Dat het verhaal zich gedeeltelijk afspeelt tijdens Wereldoorlog I, de grote oorlog die dit jaar precies honderd jaar geleden begon, helpt ongetwijfeld mee om de interesse te wekken. Maar dat is niet het hoofdthema van het verhaal en eigenlijk zelfs ondergeschikt aan het geheel.

Meester-MitrailletteIn twee verhaallijnen wordt het levensverhaal van hoofdpersoon David Verbocht geschetst. Zijn leven als kind en zijn leven als beginnend leraar in het Vlaamse Elverdinge, een dorpje vlakbij Ieper. Wat David in zijn jeugd meemaakt, en dan gaat het vooral om de dood van zijn broertje ‘Rattenkop’, is zeer bepalend voor de wijze waarop hij later als leraar in het leven staat. Schuldgevoelens maken daar een belangrijk deel van uit. Maar ook de manier waarop hij wordt grootgebracht, de ontluikende pubertijd, zijn eerste verliefdheid. Vantoortelboom laat overtuigend zien hoe al deze grote en kleine gebeurtenissen in Davids leven doorwerken tot het einde toe. In sobere zinnen en goed gekozen woorden schetst hij situaties en sfeer en roept hij gevoelens op. Hij bouwt het verhaal fijnzinnig, overtuigend en helder op, waardoor de ontroering niet uitblijft.

00 Rinus Spruit Meester-Mitraillette

Een dag om aan de balk te spijkeren

Qua thematiek een totaal ander boek is de eveneens succesvolle roman Een dag om aan de balk te spijkeren  van Rinus Spruit, die najaar 2013 verscheen. Toch zijn er ook wel wat overeenkomsten te vinden. Beide romans worden met hun sobere schrijfstijl en de beschreven plattelandssituatie vergeleken met bestseller Boven is het stil van Gerbrand Bakker. Beide romans hebben een jonge, mannelijke hoofdpersoon die nog volop bezig is aan zijn ontwikkeling naar volwassen mens.

Maar hoofdpersoon en antiheld Maarten Rietgans heeft wel een heel ander karakter en ook zijn veel langere leven verloopt totaal anders dan dat van David Verbocht. Maarten zit vol ambitieuze plannen en heeft een grote drang naar roem. Maar als hij, steeds vechtend tegen zijn diepgewortelde verlegenheid, het gedroomde bereikt, valt de verantwoordelijkheid hem zwaar en vliegt de levensangst hem naar de keel. Na het overlijden van zijn moeder ontvlucht hij het Zeeuwse platteland. Hij meldt zich als leerling-verpleegkundige bij een Rotterdams ziekenhuis, en slaagt daar uitstekend, maar neemt dan ontslag omdat hij zich niet geliefd voelt bij zijn collega’s. Bovendien gaat hij er bij elke vorm van erkenning vandoor. Of hij nu als bankbediende, fotograaf, buschauffeur of meteropnemer werkt, zijn dienstverband duurt nooit lang.
In de liefde gaat het hem al niet beter af. Hoewel hij wekelijks reacties krijgt op zijn veelvuldig geplaatste contactadvertenties, keurt hij het overgrote deel van de vrouwen bij voorbaat af. Een enkele spelfout kan al fataal zijn voor een toekomstige ontmoeting.
Zijn zoektocht naar werk, een vrouw, een groots en meeslepend leven én een rustig bestaan is afwisselend sensitief, ontroerend en komisch beschreven. Melancholische observaties tekenen Maarten, maar het verhaal wordt nergens zwaar of sentimenteel, ook niet als hij vol heimwee terugkeert naar de Zeeuwse klei en zijn ouderlijk huis.

Wim Brands, presentator van het wekelijks programma VPRO-boeken spreekt zeer lovend over Een dag om aan de balk te spijkeren. Spruit verscheen ook in zijn programma, de uitzending is nog terug te zien.

Jan Vantoortelboom en Rinus Spruit, twee Zeeuwse schrijvers die momenteel goed scoren en zeer de moeite waard zijn om te lezen. Als ze maar blijven schrijven die twee, we mogen nog heel wat van hen verwachten. Ze kunnen zich in ieder geval met recht aansluiten bij het rijtje van eerder genoemde Zeeuwse auteurs, die hun namen zo breed hebben gevestigd!

Anya Marinissen,
Romanteam Zeeuwse Bibliotheek
Webredacteur
www.literatuurinzeeland.nl