Auteur Archief

Passiemuziek

maandag, 31 maart 2014

Binnenkort breken de Paasdagen weer aan en 2 weken voor Pasen begint de Passietijd. Deze tijd wordt gekenmerkt door het aantal Passionen dat uitgevoerd zal worden, zoals de beroemde Matthäus-Passion van Johann Sebastian Bach.

De muziekafdeling van de Zeeuwse Bibliotheek heeft hierop ingespeeld door de boekentafel Muziek in te richten met boeken, bladmuziek, cd’s en dvd’s  die betrekking hebben op de Passietijd.

Wat is een Passie

Een Passie is een verhaal, een toneelstuk, een muziekstuk of een beeldend kunstwerk dat het lijden van Jezus Christus als uitgangspunt heeft.

SMP-Harnoncourt-R4-4aWarner-3CD

De muzikale passie of passiemuziek heeft in de loop der eeuwen een grote ontwikkeling doorgemaakt. Oorspronkelijk werd de muziek eenstemmig gezongen. Rond de 10e eeuw werden de rollen van Christus, de verteller, het volk en anderen verdeeld over verschillende zangers en groepen zangers. Dit wordt koraalpassie of responsori genoemd. De gezongen tekst komt letterlijk overeen met één van de Evangelies.

Rond 1500 kwam de polyfone muziek. De passiemuziek werd hierop aangepast. Er kwamen harmonieën en meerstemmigheid bij, wat resulteerde in de motetpassie.

Later in de 17e en 18e eeuw schreven componisten als Johann Sebastian Bach, Georg Friedrich Händel en Georg Philipp Telemann in de vorm van een oratoriumpassie. In een oratorische passie wordt de letterlijke evangelietekst afgewisseld met teksten die het evangelieverhaal beschouwen.

Een volgende stap was de zgn. Brockes-Passie, een passie op teksten van de Hamburgse magistraat Brockes, waarbij de bijbelteksten herdicht zijn. Van de vele oratoria zijn Bachs Matthäus-Passion en Johannes-Passion de bekendste en meest gespeelde.

Selectie

De verschillende passievormen zoals hierboven geschetst zijn aanwezig in de Zeeuwse Bibliotheek en een selectie hieruit bevindt zich op de boekentafel bij binnenkomst.

0760623098326

Op een aantal werken zal ik wat nader ingaan:

Wat natuurlijk niet mag ontbreken zijn diverse uitvoeringen en uitgaven van de Matthäus-Passion en Johannes-Passion van Johann Sebastian Bach. De Matthäus-Passion vertelt het lijdens- en sterfverhaal van Jezus volgens het Evangelie volgens Matthäus. De Johannes-Passion is een oratorium met als onderwerp het lijden en sterven van Jezus volgens het Evangelie volgens Johannes. Voor de Matthäus-Passion zijn 2 orkesten en 2 koren nodig. Bij de Johannes-Passion volstaat een klein orkest en koor. Het zijn allebei prachtige werken en zeker de moeite waard om deze muziek te beluisteren of naar een uitvoering hiervan te gaan.

Wat verder interessant is zijn de uitgaven en uitvoeringen van de Matthäus-Passion van Heinrich Schütz. Hij schreef de Matthäus in 1666. Daarna werd het werk 200 jaar niet uitgevoerd. Pas in 1929 werd het werk weer gezongen op het tweede Heinrich Schütz Festival in Celle. De bezetting van dit werk is louter vocaal, dit in tegenstelling tot de passiewerken van Johann Sebastian Bach.

MP

Voor wie meer van de hedendaagse muziek houdt is het wellicht een aanrader om de Lukas-Passion van Krzysztof Penderecki te beluisteren. Deze passie gaat over het lijden en sterven van Jezus Christus volgens Lucas. Het is een oratorium in het Latijn en de premiere vond plaats op 30 maart 1966. Dit werk werd ondanks de avant-garde klanken meteen een succes vanwege de expressiviteit. Het wordt beschouwd als een zeer belangrijk werk van de hedendaagse muziek.

MP2

Kortom er is teveel om het allemaal te benoemen. Zoals ik al eerder heb vermeld zijn deze werken in diverse uitgaven en uitvoeringen te leen in de Zeeuwse Bibliotheek. Een selectie uit de passiemuziek ligt tot en met 19 april 2014 op de boekentafel Muziek. Daarnaast is er op de begane grond een zeer uitgebreide muziekcollectie waar u altijd van harte welkom bent!

Nog even een tip : binnenkort is te leen in de Zeeuwse Bibliotheek The Gospel according to the other Mary. Hierin wordt Jezus’ lijdensverhaal verteld door de ogen van Maria Magdalena.

Met dit werk bewijst Adams eens te meer dat het grootste verhaal van lijden en compassie uit de Westerse geschiedenis nog niets aan relevantie verloren heeft.

 

Rea Bensch, Domeinspecialist muziek

 

 

Zielepieten gerestaureerd

maandag, 24 maart 2014

Door gelukkige omstandigheden zijn er begin dit jaar weer een paar oude boeken uit onze collectie oud bezit gerestaureerd. Dankzij gulle gevers konden wij drie exemplaren naar het atelier van Marijn de Valk in Nieuw- en Sint Joosland brengen. Verleden week zijn ze weer keurig en netjes teruggekomen. Vergeleken met het grote aantal boeken dat in de oorlog  hevig beschadigd geraakt is, lijkt het maar weinig. Toch voel ik meer voor “Alle beetjes helpen” dan voor “een druppel op een gloeiende plaat”. Want wat nu hersteld is, kan er weer eeuwen tegenaan. Een conservator denkt niet alleen maar aan het verleden, maar denkt juist ook vooruit!

Toch maar even naar het verleden om te kijken hoe het zo gekomen is. Op 21 juni van het afgelopen jaar hield de Zeeuwse Bibliotheek een open dag. Collega Jeanine Naerebout kwam met het idee om de aandacht weer eens te vestigen op het kapotte oud bezit. We hebben toen een paar droevig uitziende exemplaren neergelegd, met daarbij een vermelding van het bedrag dat nodig zou zijn om ze te laten restaureren. Wij kozen bewust voor wat kleinere exemplaren, omdat de kosten voor het herstel van grote boeken willekeurige bezoekers van de open dag wellicht zou afschrikken.

Een jaar of tien geleden hadden wij een grote actie ‘Adopteer een boek’. In beginsel bestaat die mogelijkheid nog steeds, alleen hebben we er al jaren geen bekendheid meer aan gegeven. Onze indruk is, dat het daarin geïnteresseerde publiek destijds al bereikt is, en dat je niet snel meer mensen kunt aansporen tot het betalen van flinke bedragen. Ook het tijdsgewricht speelt daarin een rol, in die zin dat er zowel bij bedrijven als bij particulieren minder geld in omloop is. Misschien hadden wij twintig jaar geleden nog wel een paar grote bedrijven in het Sloegebied kunnen benaderen voor sponsoring, maar die kans is nu helemaal verkeken.

Wij zochten nog naar een pakkende titel voor deze nieuwe actie, en de boekrestaurateur kwam op het idee van ‘Zielepieten’. Enigszins omstreden, dat geef ik toe, maar we hoopten dat het bezoekers van de open dag wel zou aanspreken. Tegelijkertijd hebben we een en ander op de website gezet.

De aanvankelijke respons was minimaal. We hebben de vitrines nog een paar weken laten staan. Toen kregen we bericht van een echtpaar uit Zuidhorn, provincie Groningen, dat ze graag een zielepiet wilden laten restaureren. Zij bleken lid te zijn van de Stichting Vrienden van de Zeeuwse Bibliotheek. Sterker nog, enkele maanden later hielden zij hun huwelijksjubileum, en verzochten de gasten als cadeau om bij te dragen aan de restauratie van een boek uit de Zeeuwse Bibliotheek. In diezelfde periode benaderde de Christelijke Scholengemeenschap Walcheren (CSW) mij met de vraag of ze een boek konden laten restaureren. Ze wilden wel graag dat het inhoudelijk een band met het onderwijs had.

zielepiet2

Vóór de restauratie

Alle drie de boeken lagen uit elkaar: de originele 17e of 18e-eeuwse band losgescheurd, losliggende pagina’s. Hier noem ik u enkele conserverende handelingen die het atelier verricht heeft: “droogreinigen van de band en het boekblok met een smoke-sponge, zachte kwast en museumstofzuiger; overlijmen van de rug met stijfsel en Tyvec (soft structure); weer vastzetten van de losse bindingen volgens de ‘methode Middleton’ met behulp van een strook aerolinnen”. Ook als u deze termen niet kent, moet u wel onder de indruk raken van het hoogstaande ambachtelijke handwerk dat Marijn de Valk en haar collega’s verrichten.

Zielepiet 2

Na de restauratie

De welwillende gevers ontvangen een certificaat, waarin de Zeeuwse Bibliotheek hen haar dank betuigt voor de financiële steun aan de Stichting Vrienden. Het geschonken bedrag is overigens aftrekbaar voor de inkomstenbelasting. Tevens komt er een inlegvel in het boek zelf, waarop de namen van de sponsoren vermeld worden.

De actie ‘Zielepieten’ loopt door en is te vinden op de website. Wij hebben al wat losse giften ontvangen, zowel van particulieren als van het nieuwe Veilinghuis Korendijk (dependance van het Zeeuws Veilinghuis). Deze worden gebruikt als startkapitaal om het volgende geïllustreerde boek te laten restaureren: “Beschrivinge van out Bataviën met de antiquiteyten vandien / Petrus Sciverius, 1636”. We hopen natuurlijk dat er een gestage stroom van boekrestauratie op gang komt, teneinde het in Zeeland aanwezige erfgoed te bewaren voor de toekomst.

Marinus Bierens, conservator bijzondere collecties

 

Lies, damned lies and statistics

zaterdag, 22 maart 2014

Op donderdagavond 20 maart vond er wederom een KennisCafé plaats in het Leescafé van de Zeeuwse Bibliotheek. De titel van het café luidde “Lies, damned lies and statistics”. Statistiek dus, een vakgebied wat weinig “sexy” lijkt en dat redelijk vaak negatief in het nieuws is.

De gasten deze avond waren Nel Verhoeven (professor statistiek bij het UCR en onderzoekster), Ger Rijkers (departementsleider en professor op het UCR), en Joop Maas (senior adviseur bij BOOM communicatie). De muziek werd verzorgt door Geert van Oorschot, die met veel enthousiasme aan het spelen was.

Nel Verhoeven kreeg als eerste het woord, om de leek het één en ander te vertellen over statistiek. Wat Verhoeven zo mooi vindt aan statistiek is dat je er altijd je nieuwsgierigheid mee kan bevredigen. Veel mensen vinden het echter een immens moeilijk vak, en mevrouw Verhoeven moet dus ook vaak verhalen aanhoren over hoe men “statistiek nooit heeft begrepen”.

KennisCaféStatistiek

Wat statistiek zo moeilijk maakt zijn de vaak lange formules, die vroeger droog werden voorgeschoteld en maar uit het hoofd geleerd moesten worden. Dus, om statistiek behapbaar te maken moeten de lange formules per stukje worden uitgelegd, zodat de formule niet een ding wordt om te onthouden, maar echt wordt begrepen. Dit is dan ook wat Nel Verhoeven doet in haar lessen op het University College Roosevelt.

Statistiek wordt ontzettend veel gebruikt, en we komen het dus vaak tegen in het dagelijks leven. Bijvoorbeeld onderzoek gedaan door overheidsinstanties, de media die rapporteren over onderzoek (hier later meer over) en ga zo maar door. Bij al deze statistische onderzoeken is het belangrijk om op verschillende dingen te letten; bijvoorbeeld de methode van steekproef trekken. Zo gebruiken veel instanties panels/panelleden. Dit is een probleem omdat het vaak een specifieke groep is, dus moeilijk voor het generaliseren van de onderzoeksresultaten. Ook worden er vaak “willekeurige” mensen op straat aangesproken om mee te doen aan een onderzoek. Echter is dit vaak niet willekeurig, omdat de onderzoekers zich vaak comfortabeler voelen om op de één af te stappen, dan op de ander. Dit hoeft echt niet altijd bewust te zijn, ook onbewuste keuzes beïnvloeden de willekeur van de benaderde mensen.

Dat je op moet passen met statistische onderzoeken of de berichtgeving daarvan, bleek ook uit een voorbeeld dat werd genoemd deze avond. Zo las Nel Verhoeven ooit over een onderzoek waaruit de schijnbare conclusie was dat de kans op borstkanker pér glas wijn per dag met 5% zou stijgen. Mevrouw Verhoeven zag de leuke avondjes al aan haar neus voorbij gaan, en dus zocht ze het originele onderzoek op. Wat bleek? Per wijnglas zou er 0.5% kans op borstkanker bijkomen, bovenop de al bestaande kans op borstkanker die werd beïnvloed door een groot aantal andere factoren. Nel Verhoeven is dus maar gewoon wijn blijven drinken, gezien de bijgekomen kans zo verwaarloosbaar klein was.

Ook professor Ger Rijkers zegt voorzichtig te zijn met de informatie die je krijgt. De heer Rijkers zit zelf meer in de chemie en biologie, waar statistiek ook veel voor wordt gebruikt “statistiek van de kleine getallen”. Hij citeert een professor die zijn colleges altijd begint met “de helft van wat ik jullie ga vertellen is waar, ik weet alleen niet welke helft”. Er worden verschillende voorbeelden gegeven van statistiek in DNA onderzoek. Bijvoorbeeld de vraag van een moeder die een kindje kreeg met een ernstige en zeldzame longziekte, hoe groot de kans was dat het volgende kindje de ziekte ook zou krijgen. Nu bleek bij deze mevrouw dat haar wettelijke echtgenoot niet de vader van het kind kon zijn, omdat zijn genetisch materiaal niet overeen kwam; in dit geval was het dus 100% zeker dat het volgende kindje de longziekte niet zou krijgen, mits ze het kindje kreeg met haar wettelijke echtgenoot. Toch is het vaak zo dat er nagenoeg geen zekerheid bestaat bij vragen als deze. Zelfs al is de kans 25% op een aandoening en 75% kans op een gezond kindje, dan nog is de kans heel erg groot dat het kindje de aandoening krijgt.

Het blijkt dus dat het lezen en interpreteren van statistisch onderzoek om de nodige voorzichtigheid vraagt. Joop Maas bracht hier nog een andere dimensie in; het is zijn taak om de gegevens, uitslagen en conclusies over te brengen naar het grotere publiek. Hierbij komen vaak belangen kijken van de overheid of andere (vaak commerciële) opdrachtgevers. Zo moet Joop Maas nadenken over vragen als ‘wat gaan we vertellen’,  ‘hoe gaan we dat doen’ en ‘wat laten we weg, waar leggen we het accent’? Daar zit natuurlijk ook een stuk moraal in, wat is verantwoord en wat niet meer? Nu is het zeker niet altijd negatief om over deze vragen na te denken, maar het is wel belangrijk om in uw achterhoofd te houden bij het lezen over statistische onderzoeken. Dit is bijvoorbeeld ook erg belangrijk in reclames die gebruik maken van statistische uitkomsten, zoals “als beste getest!” Dit zegt eigenlijk helemaal niets over de kwaliteit van het product, en het is dus niet verkeerd om vraagtekens te zetten bij zulk soort reclameleuzen.

Ook kwamen kwesties als de ING en de AH bonuskaart aan bod. De heer Maas snapt niet zo goed waarom mensen het lastig vinden als een bank winst wil gaan maken uit de waardevolle informatie die ze hebben, als de bank belooft het vetorecht altijd bij de klant te houden (als klant kunt u dus bepalen wat er met uw gegevens gaat gebeuren). Is het namelijk niet bijna onze dagelijkse bezigheid geworden om informatie over onszelf prijs te geven, bijvoorbeeld bij de AH bonuskaart, Facebook, Twitter en dergelijke. We zijn maar weinig bezig met de privacy die we daarvoor opgeven. Een belangrijke motivatie voor het prijsgeven van persoonlijke informatie is wat men er voor terug kan krijgen. Bij de AH bonuskaart is het zo dat er kortingen worden gegeven in ruil voor gegevens. De ING heeft deze mogelijke voordelen te weinig benadrukt, waardoor er verontwaardiging is ontstaan, aldus de heer Maas. De professoren zeggen hier ook mee te maken te hebben in onderzoeken; het is voor onderzoekers verboden om welke informatie dan ook commercieel te gebruiken. Hier moeten ze veel moeite doen in het anonimiseren van de gegevens. Toch zeggen zij ook dat we eigenlijk al zo veel persoonlijke gegevens prijs geven, dat het nauwelijks verschil zou maken.

Als laatste werd er gesproken over het slechte beeld wat mensen hebben over statistiek. De gasten waren het ermee eens dat de media een grote rol spelen in dit slechte beeld. In onderzoeken wordt er geprobeerd fraude zo moeilijk mogelijk te maken; waar een onderzoek eerst alleen werd gelezen als het af was, voordat het gepubliceerd werd, is het nu zo dat onderzoekers een plan moeten inleveren om überhaupt kans te maken op publicatie. Ook moeten zij hun onderzoeksmethoden verantwoorden.

Al met al was het dus een interessante avond, met veel inzichten en achtergronden over statistiek, en wat het nou zo moeilijk maakt. Het advies blijft: wees altijd kritisch op wat u leest.

Tessa van Hoorn, UCR

 

Koppermaandag

donderdag, 13 maart 2014

Elk jaar wordt de Zeeuwse Bibliotheek in januari door diverse drukkers in het land verrast met een Koppermaandaggeschenk. Dit jaar trok vooral het miniatuurboekje van De Althaea Pers van Jos Swiers uit Den Haag de aandacht. En écht niet alleen omdat het een Zeeuws tintje heeft!

Wat betekent Koppermaandag eigenlijk? Een bijzondere maandag? Het lijkt wel op ‘Pinkerster-drie’, de extra derde Pinksterdag, zoals dat in Zeeland en met name op Walcheren bekend is. En wat is er zo bijzonder aan het boekje van De Althaea Pers?

koppermaandaggeschenk

Foto: Koppermaandaggeschenk van De Althaea Pers.

Koppermaandag

Koppermaandag heeft te maken met een traditie die terug gaat tot de late Middeleeuwen. Bedoeld wordt de eerste maandag na Driekoningen. Op die maandag houden ambachtslieden, verenigd in de gilden, een feestdag. Dan worden de gildebrieven en de privileges voorgelezen en vervolgens trekken de gildeleden de stad in om geld in te zamelen dat in de avond wordt verbrast. Een andere naam voor verbrassen of feestvieren is kopperen. Het  woord ‘kop’ staat voor ‘beker’. Na de opheffing van de gilden blijft deze gewoonte bestaan bij de werklieden in de drukkerswereld.

De knechten en gezellen van de boekdrukkers doen nog iets extra’s. Zij drukken voor die dag een speciale prent als proeve van vakbekwaamheid. Deze prent, vaak een gelukwens, wordt op koppermaandag aan de meesterdrukkers of de eigenaar van de drukkerij overhandigd. De drukwerken worden die dag ook verkocht en van de opbrengst wordt feest gevierd.

Drukker Jos Swiers schrijft: “Toen het handmatig drukken werd opgevolgd door de grootschalige mechanische en latere geautomatiseerde en digitale productieprocessen, raakte dit gebruik snel uit de mode. In de wereld van de marginale en ambachtelijke thuisdrukkers heeft het echter in de tweede helft van de twintigste eeuw een nieuw leven gekregen. De Althaea Pers houdt deze traditie mede in stand door jaarlijks op koppermaandag een uitgave te laten verschijnen. Die uitgave betreft altijd een onderwerp dat direct of indirect verband houdt met de boek-, drukkers- of papierwereld.” Daarom heeft de Zeeuwse Bibliotheek ook dit jaar weer een prachtig geschenk gekregen. Swiers drukte zijn geschenk op 13 januari 2014: Koppermaandag.

“Harmonie en Vriendschap” in Middelburg

Het kleine Koppermaandaggeschenk, een boekje van 4,0 x 5,5 cm, van De Althaea Pers bevat de tekst van ‘Het Drukkerslied’. En nu komt de Zeeuwse link: dit lied is door leden van de Typografische Vereeniging “Harmonie en Vriendschap” uit Middelburg in 1854 gemaakt voor hun jaarlijkse feestelijke bijeenkomst.

De Middelburgse vereniging is opgericht in 1847. In de collectie van de Zeeuwse Bibliotheek is ook een gedenkboekje aanwezig dat is uitgegeven bij het vijftigjarig bestaan in 1897). Daarin wordt de geschiedenis van de vereniging verhaald: ”Op een’ Zondag morgen in de Lente van het jaar 1947 stapten eenige vrienden, beoefenaren der typografie, reeds vroegtijdig een der stadspoorten uit, tot het doen van eene wandeling door Walchersche heerlijke dreven […]”. De namen van de eerste leden en die van 1897 staan erbij vermeld.

De typografen vieren hun eerste Koppermaandagfeest op maandag 8 januari 1849 in de Schuttershofzaal. Maar de rest van het jaar zijn ook er gezellige bijeenkomsten met zang, voordrachten en later zelfs toneelvoorstellingen. Elk jaar maken ze een uitstapje, dat ze zelf een ‘landtogt’ noemen.

In de beginjaren wandelt het gezelschap, vaak al om vijf uur ’s morgens, richting Domburg. Later trekken ze naar Tholen, Bergen op Zoom of Gent of naar de collega-typografen in Goes. Daar zetelt de typografenvereniging “Laurens Coster”.

In 1864 worden alle liederen die de leden hebben vervaardigd, uitgegeven in een feestbundel ‘Feestzang-bundel, merendeels vervaardigd door de leden der Typografische Vereeniging “Harmonie en Vriendschap” te Middelburg, uitgegeven ten voordele van hun ziekenfonds’. Het werk is uitgegeven door de Gebroeders Milborn.

feestzangbundel

Foto: titelblad Feestzangbundel

Het blijkt dat de bundel vooral is uitgegeven om geld in te zamelen voor de ondersteuning van de zieke leden. In 1879 wordt, met hetzelfde doel, een tweede feest-zangbundel uitgegeven bij J.C. & W. Altorffer.

Drukker Jos Swiers bezit zelf een opmerkelijk boek waarin beide liederenbundels bijeengebonden zijn in een fraaie band met op de voorplat, in een opdruk van goud, de naam van Gilles Johannes Spierens (1868-1923), boekbinder in Middelburg. Op de foto staat – linksonder – zijn naam.

spierens

De onderwerpen van de liederen in de feestbundels geven een indruk van wat de leden bezig houdt: het werk, odes aan de drukkunst, de jaarlijkse landtochten, het koppermaandagfeest, vriendschap, volksliederen,  tafelzangen, ochtend-, avond- en morgenzangen en afscheidsliederen. Het zijn vooral vrolijke liedjes.

Het Drukkerslied

drukkerslied

Foto: Lied no. 33. Het Drukkerslied in de feestbundel van “Harmonie en Vriendschap”.

Het Drukkerslied, dat opgenomen is in het Koppermaandaggeschenk van De Althaea Pers, is afgedrukt in de eerste feestbundel van “Harmonie en Vriendschap”. De wijs waarop het lied moet worden gezongen is als volgt:

‘Al is ons Prinsje nog zo klein, hoezee!’. Ik moet eerlijk zeggen dat ik de wijs niet ken, maar daar hebben de Middelburgse typografen geen last van gehad.

Zij zingen:

Hier staat de zetter aan de kast, hij zet,

Een drukker daar die vormen wascht, zeer net,

De jongen hier die zet pastei

Op een galei, op een galei,

Ha, ha, ha, ha, ha, ha! (bis)

 

De doek gewreven, goed en knap, dat ’s regt,

De baas komt met ’n proef aan den trap en zegt:

Hier nog een e en daar ’t woord haar,

Dan is het klaar, dan is het klaar,

Ha, ha, enz.

 

Pas aan het eind, er zijn 10 coupletten, komt een verwijzing naar het feest:

Maar nu geeft men van ’t landtogtfeest bewijs,

Ach! Meester wees maar niet bevreesd, want Thijs,

Hij weet zijn maat van flesch en glas,

Zoo juist van pas, zoo juist van pas,

Ha, ha, enz.

 

Lang leven dan elke drukkersbaas, gerust,

Om ’t even ook van Jan en Piet, met lust,

Wij drinken hun gezondheid toe,

Zeer blij te moè,

Ha, ha, enz.

Voor de liefhebbers van bibliofiele drukwerk: de tekst van het Koppermaandaggeschenkje is opgemaakt in de 4 pts Angsana New en afgedrukt op 90 grams Conqueror crème. De band is opgebouwd uit 220 grams Liberty zwart en 100 grams sierpapier.

 

schatkamervitrine

Foto: De tentoonstellingsvitrine op de eerste verdieping van de Zeeuwse Bibliotheek.

Het kleine Koppermaandagboekje en de feestzangbundels van “Harmonie en Vriendschap” zijn te zien in de tentoonstellingsvitrine op de eerste verdieping van de Zeeuwse Bibliotheek. Nee, de ‘kop’ staat er niet bij, maar het lezen van de liederen nodigt wel uit tot feesten!

Liesbeth van der Geest, conservator bijzondere collecties / Zeelandcollectie.

 

*Meer informatie over het Drukkerslied op de website van De Althaea Pers.

 

Drie werkjes van Louis Lombard in de Zeeuwse Bibliotheek

dinsdag, 11 februari 2014

Lombardzelf1

Louis Lombard  (Lyon, Frankrijk, 15-12-1861 – Genua, Italië,  1-11-1927)         

Lombard werd geboren in Lyon, Frankrijk. Hij begon zijn muzikale studie in 1870 aan het conservatorium te Marseille. Hij sloot zijn studies viool, zang en harmonieleer af aan het Conservatoire de Paris. In 1876 vertrok hij voor een tournee naar de Verenigde Staten en zou er blijven tot de eeuwwisseling. Hij ging er talen studeren -hij beheerste in totaal acht talen-  en begon tevens te componeren en te dirigeren.

In 1886 werd hij genaturaliseerd tot Amerikaans staatsburger, waarna hij zich vervolgens in de staat New York vestigde.

partitLombard

De drie werkjes van Louis Lombard

Drie jaar later richtte hij naar het model van het Conservatoire de Paris het Utica Conservatory of Music op en gaf leiding aan dit nieuwe instituut.

In 1892 schreef Louis Lombard een pleidooi voor het oprichten van meer conservatoria in de grotere steden van de Verenigde Staten. Hij richtte dit pleidooi aan de leden van de New York State Music Teachers Association. In 1893 publiceerde hij deze tekst in zijn succesvolle boek The Art Melodious: Observations of a Musician.

In 1896 stopte hij korte tijd met zijn muziekcarrière. Hij studeerde een tijdje rechten aan de Universiteit van Columbia en investeerde op Wall Street, wat hem binnen de kortste keren een aardig fortuin opleverde.

Enkele jaren later trouwde hij met Alice Maud Allen, de dochter van een spoorwegmagnaat. Hij kocht spoedig daarna voor 2,5 miljoen dollar het beroemde Castello di Trevano in Lugano, Zwitserland.

Castello

Castello di Trevano

Castello di Trevano werd gebouwd door de privésecretaris van de Russische tsaar Alexander III, Baron Paul (Pavel) von Derwies, die schatrijk was geworden door de aanleg van het Russische spoorwegnet. In 1870 begon de bouw  en over de jaren ontstond een kasteel, volledig gewijd aan de kunsten. Het gebouw werd opgetrokken in Franse stijl met twee vleugels, waarvan de linkervleugel werd ingericht met een theater, concertzaal en kapel. Veel kunst uit beroemde Franse landhuizen en paleizen werd aangekocht. Lang kon de baron echter niet genieten van dit bezit. Hij overleed in 1881 onder onduidelijke omstandigheden na een val van zijn paard. Zijn zoon Sergei had geen belangstelling voor het kasteel en verkocht het in 1889 aan een andere Russische hoogwaardigheidsbekleder, Aleksandr Heinz. Hij had ook niet veel geluk, want ook hij overleed zonder er zelfs maar voet binnen te hebben gezet. In 1890 kwam het tenslotte in bezit van Louis Lombard. Er begon een nieuwe periode met concerten en voorstellingen voor hoge gasten en een kring van bevriende kunstenaars.

Rond dezelfde tijd dat dit Castello werd ontworpen en gebouwd, was Richard Wagner bezig met het Festspielhaus te Bayreuth. Deze operatempel werd tussen 1872 en 1876  gebouwd speciaal voor Wagner’s grote opera’s. Bayreuth heeft de tand des tijds overleefd. Castello di Trevano helaas niet. Het werd in 1961 met de grond gelijkgemaakt om plaats te maken voor een opleidingsinstituut voor architectuur.

Het Castello zag beroemde gasten als Koningin Victoria, Tsaar Alexander III en Keizerin Eugénie van Oostenrijk. Gevierde contemporaine componisten ontmoetten er elkaar. Lombard ontving er Fauré, Leoncavallo, Massenet, Saint-Saëns, om er enkele te noemen. Hij bracht zijn tijd op het Castello door met het componeren van werken voor orkest, harmonie-orkest, strijkkwartet en piano, en het organiseren van concerten met zijn huisorkest en gastsolisten.

De Eerste Wereldoorlog zorgde ervoor dat aan deze periode definitief een einde kwam. Lombard verloor namelijk een groot gedeelte van zijn fortuin. Hij werd tussen 1916 en 1920 vice-consul voor de Verenigde Staten, eerst te Zürich, en later in Lugano. Na zijn dood raakte hij in de vergetelheid. Hij was een markant en excentriek persoon die model stond voor een klasse van entrepreneurs in de muziekwereld en hierop grote invloed uitoefenden in de decennia rond de eeuwwisseling.

Hij nam actief deel aan de ontwikkeling van professionele scholing van musici in de Verenigde Staten. Hij toonde aan dat het mogelijk was om het uit te voeren, en liet zien dat de subsidie van de regering onontbeerlijk is voor de culturele vorming en het cultureel gezicht van een land. Hij schreef zijn essays ruim 120 jaar geleden.

Een citaat uit zijn pleidooi: …No one caring for the moral and intellectual improvements of mankind can overlook the civilizing influence of musical culture; yet, while we ought to do much for musical education, we have done but little…Now, although we can we have the self-made business man, we mustnot expect the phenomenon of the self-made musician. The art of music can neither be acquired intuitively nor by haphazard experience. Besides aptitude and study, good teachers with a sound educational system are needed to develop artists.”

Hij geeft hier uiting aan zijn zienswijze dat muziek mensen ontwikkelt, en dat meer aandacht zou moeten worden besteed aan de muzikale ontwikkeling. Hij zegt verder dat het wel mogelijk is om een selfmade zakenman te worden, maar dat een autodidact op het gebied van muziek een fenomeen is dat men niet vaak zal tegenkomen. Hij twijfelt aan de mogelijkheid voor iemand om op basis van intuïtie en ervaring zich te ontwikkelen tot een goede muzikant.

Toen Lombard zich sterk maakte voor een beroepsopleiding in Amerika, was er eigenlijk niets. Er waren weinig privédocenten, die niet allemaal even serieus omgingen met de scholing van hun pupillen.

Van overzee werden beroemde orkesten, dirigenten en solisten uitgenodigd voor concerten en tournees in de grotere steden van de Verenigde Staten. Dat waren dure operaties en de concerten waren daarom alleen toegankelijk voor bemiddelden. Lombard pleitte voor een systeem dat de muziekeducatie voor iedereen toegankelijk zou maken en een kweekvijver zou zijn voor goede musici van eigen, Amerikaanse bodem. Want dat mes snijdt aan twee kanten- goede muziek zou niet langer hoeven te worden geïmporteerd, maar zou algemeen beschikbaar komen in de steden van het jonge land.

 The-Voice-NL-2013

 The Voice of Holland

De ontwikkelingen staan niet stil. Informatie en kennis werd 100 jaar later algemeen beschikbaar en zette een tendens in gang. Deze zorgt ervoor dat men tegenwoordig op bestuurlijk niveau aanneemt dat selfmade vakmanschap géén fenomeen meer hoeft te zijn. De selfmade muzikant, die Lombard niet zag zitten, verschijnt bijna dagelijks op radio, tv en YouTube. En ‘peer-to-peer’ educatie is tegenwoordig eerder de norm dan uitzondering.

Dat dit ervoor zorgt dat er veranderingen optreden in wat we nog kunnen begrijpen, aanvaarden en waarderen, hoeft geen betoog. Steeds vaker horen we van populistische kringen de opmerking dat gesubsidieerde kunst ‘elitekunst’ zou zijn. Heeft dit eigenlijk niet méér te maken met de liberalisering van de smaakontwikkeling- of met andere woorden “Wat de boer niet kent….”? En onmiskenbaar een verarming van de algemene ontwikkeling die op school wordt aangeboden aan onze kinderen?

Er ontstaat door vroegtijdige manifestatie van een potentieel talent (talentenshows) en de commercie hieromheen een grote vervlakking op. Het gebrek aan diepgang wordt overschitterd door glamour en ‘bling’, het spat van de schermen in een continue stroom van zoethouders en bonkt ons in de straten voorbij met boomboxen.

Toch gebeurt er in de niches nog steeds ontzettend veel, er is heel veel te ontdekken aan muziek in alle genres. Dat hebben we te danken aan het klimaat dat er ooit in Nederland was. Aan bijvoorbeeld de muziekscholen, waar een groot gedeelte van de ouders van nu hun toonladders en Clementi-sonatines repeteerden, met knarsende tanden misschien wel. Diezelfde mensen groeiden op, leerden naast oude meesters ook een beetje Boogiewoogie spelen. Ze ontdekten dat het spelen met concentratie je even in een andere wereld brengt. Dat andere mensen luisteren en genieten van een live muziek, dat ze inhaken en opmerken ‘dat ze die kans ook wel gehad zouden willen hebben’. Ook de volwassenen die hun pianolessen haatten, komen op latere leeftijd heel vaak terug op het muziekmaken zelf- en vinden het meestal jammer dat ze zijn gestopt. Ze kopen dan een keyboard via een webshop, omdat het eigenlijk ook wel fijn was, muziekmaken.

De kans om een instrument te leren spelen, om in het koor met een goed onderbouwde techniek te kunnen zingen. Natuurlijk is er heel veel zelf te leren, via het  internet, via dvd’s van de bibliotheek, Skypelessen, van een andere autodidact of van een bevoegde docent; er is alle keus.

Er gaat echter niets boven de persoonlijke aandacht van een gemotiveerde docent, die een pak aan ervaring en inzicht meeneemt naar elke les. Luisteren en kijken- begrijpend lezen, observeren, horen, ontdekken,  het is te leren.

Het begint op de plek waar je als kind de meeste tijd doorbrengt: op school. In die omgeving cultuur aangeboden krijgen omdat het net zo bepalend is voor de toekomst als de vaardigheid om te rekenen, of te weten waar Parijs ligt.

Lombard pleitte niet voor niets voor muziekeducatie in Amerika- hij besefte dat cultuur en kunst bepalende factoren zijn voor de identiteit van een land. Dat je wel grote namen kunt uitnodigen van overzee ter inspiratie, maar dat het voor een gezond kunstklimaat onontbeerlijk is om zelf aan de slag te gaan. Zodat de identiteit zijn neerslag vindt in wat een volk bindt: de klank van de mensen en de klank van het landschap: Aaron Copland – Appalachian Spring.

Leuk eigenlijk, hoe drie mapjes met bladmuziek op mijn bureau zo een pleidooi vormden voor het behoud van kunst- en muziekeducatie. De Zeeuwse Bibliotheek heeft een uitgebreide collectie bladmuziek, informatieve boeken over muziek en andere materialen. Sinds de verbouwing, nu ruim een jaar geleden, zijn we de trotse bezitter van een elektrische piano op de afdeling. Mét hoofdtelefoon, dus er kan stiekem toch even worden gekeken of die gewraakte Clementi er nog een beetje inzit.

Els van de Wijdeven-Millenaar, muziekafdeling

Bronnen:

* University of Illinois Press: American Music Vol. 3, No. 3, Autumn 1985- Louis Lombards’ “Our conservatories” by Irving Lowens

* http://www.geocaching.com (foto Castello di Trevano)

* Wikipedia

* Youtube

* www.scirptgirl.nl (foto Voice of Holland)

 

Bibliotheek van de toekomst: quo vadis?

dinsdag, 4 februari 2014

Er waart een spookbeeld van de bibliotheek van de toekomst door de wereld van de liefhebbers van het gedrukte boek. De boekenverkoop en de uitleen bij bibliotheken zijn de laatste jaren sterk verminderd. Niet alleen bibliotheken verkeren in een moeilijke positie, de problemen bij boekhandelketen Polare heeft andermaal de aandacht gericht op de crisis van de hele boekenketen. Waar Polare failliet dreigt te gaan zijn vele boekhandels reeds verdwenen.

Uitgevers reorganiseren en bibliotheken sluiten. Er wordt in de media stevig geklaagd over ‘ontlezing’ en cultuurpessimisten wijzen op de kwalijke gevolgen in de vorm van toenemende oppervlakkigheid en het inspelen op onmiddellijke bevrediging van consumenten. Het apocalyptische beeld van de ‘laatste’ overblijvende lezer doemt op. Een scenario dat de beklemmende sfeer weerspiegelt van rolprenten als “The Omega Man” en “The Book of Eli”. Tot zover het minder goede nieuws.

De vraag is of we zo pessimistisch naar de toekomst moeten kijken aangaande het veronderstelde lot van openbare bibliotheken. De twee-eenheid boek en bibliotheek staat weliswaar onder druk, maar dit betekent niet dat de bibliotheek als vanzelf in een zwart gat verdwijnt. Evenmin dienen we tegelijkertijd digitalisering en Internet als het panacee voor alle problemen te beschouwen.

Er is een ander wenkend perspectief. Nieuwe bestaansmogelijkheden kunnen worden verkend en vervolgens worden geïntegreerd in de bestaande dienstverlening. Uit de praktijk is gebleken dat bibliotheken daadwerkelijk een nieuwe plek kunnen veroveren in de samenleving. Niet alleen als een plaats waar je nog steeds boeken kunt lenen, maar ook als ontmoetingsplaats voor debat en culturele activiteiten. Een plek waar studenten terecht kunnen om in stilte te studeren, en waar tegelijkertijd een zekere mate van ‘reuring’ aanwezig is op basis van publieksgerichte activiteiten.

We kunnen daarbij denken aan verschillende mogelijkheden zoals de inzet en ontwikkeling van een Fablab, een experimenteeromgeving, waar met digitale machines zoals 3D printers veel gerealiseerd kan worden op het gebied van kunst en techniek. Op fablab.nl vind je een overzicht van in Nederland bestaande Fablabs.

chattanooga public library

Chattanooga Public Library (4e verdieping)

Ook de Zeeuwse Bibliotheek ziet voor zichzelf een opdracht om ‘future proof’ te zijn in samenwerking met derden. Er zijn genoeg voorbeelden van bibliotheken die zichzelf succesvol, ondanks bezuinigingen, al dan niet in samenwerking, in een andere setting kunnen presenteren. In Chattanooga, Tennessee werd een hele verdieping van de lokale bibliotheek van 4.000 m2 omgetoverd tot een werkplaats. De bibliotheek was niet langer een ‘read only’ omgeving, maar werd multifunctioneel.

Het uitlenen van boeken blijft een kernactiviteit. Digitalisering speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling, maar we dienen bestaande gegevens genuanceerd te interpreteren. Het percentage Amerikanen dat e-books leest is volgens het Pew Research Center in de periode 2012-2013 weliswaar met vijf procent gestegen van 23% naar 28%. Een groot deel is en blijft echter verknocht aan het lezen van ‘gewone’ gedrukte boeken.

Een dergelijk beeld zien we ook terug in Nederland. Het blijft dus voorlopig noodzaak om oude en nieuwe media naast elkaar te handhaven. Tegelijkertijd moeten ook nieuwe initiatieven ontwikkeld worden om een centrale en zinvolle plaats in de lokale samenleving in te nemen en voortdurend te anticiperen op veranderingen in de maatschappij. Een bibliotheek kan ook kan functioneren als makelaar tussen vraag en aanbod van informatie. Daarbij horen uitgeefactiviteiten waarvoor diverse platforms kunnen worden ontwikkeld met behulp van de eigen collectie ter ondersteuning van het onderwijs en het benutten van leesbevordering.

Cees de Blaaij, vakreferent

‘Poëzie lezen behoort tot het cement van de samenleving’

dinsdag, 28 januari 2014

Nationale gedichtendag

Op 30 januari 2014 is het Nationale Gedichtendag. Ook de Zeeuwse Bibliotheek doet mee. ‘Lezen is het cement van de samenleving. Het lezen van verhalen en gedichten helpt ons om sociaal te functioneren. Door fictie te lezen, kunnen we ons beter inleven, meer begrip opbrengen voor anderen en gemakkelijker nieuwe contacten leggen. De interactie met taal en tekst op zich heeft ook een positief effect. Wie in zijn vrije tijd voor het plezier leest – en dat kan óók non-fictie zijn – ziet zijn woordenschat en taalvaardigheid groeien en gaat daardoor weer vaker lezen.’

Bovenstaande tekst is te lezen op de website van de Stichting Lezen. Blijkbaar zit er aan het lezen in het algemeen een opvoedkundig kantje. Dat geloof ik ook meteen. Wie heeft niet ooit een roman, een gedicht of een andere tekst gelezen, waarbij hij het gevoel had dat het hem rechtstreeks uit het hart gegrepen was? Waarbij hij zich moeiteloos kon verplaatsen in de beschreven situatie en/of de hoofdpersoon. Of waarbij hij op zijn minst heeft gedacht: ‘Nu ik dit lees, begrijp ik toch beter waarom deze persoon doet wat hij doet, waarom deze versregels mij zo raken. Waarom deze woorden mij zo aanspreken.’

Logo liz

Poëzie

Poëzie kan een feest van inhoud, taal en ritme zijn, voedend voor de ziel en voor onze ontwikkeling. Niet iedereen houdt ervan, dat is bekend. Veel mensen, en zeker jongeren op de middelbare school, vinden poëzie nodeloos saai en ingewikkeld. Ze kunnen er niet goed mee overweg dat niet alles wat er staat eenduidige betekenissen heeft. Dat is jammer, want eigenlijk kan alles poëzie zijn, in gedichten bestaat er een enorme vrijheid. Zo zou het op school moeten gaan: eerst zelf schrijven en dan pas andermans gedichten lezen. Ik denk dat dan veel meer jongeren poëzie leuk gaan vinden. Als je eerst zelf hersengymnastiek hebt gedaan tijdens het werken aan een gedicht, krijg je vanzelf interesse voor echte dichters. Het is net zoals voetbal: als je zelf voetbalt, ga je ook meer en beter kijken naar hoe professionele voetballers het doen. In Middelburg wordt aan bovenstaande vaardigheden in ieder geval goed gewerkt:

AnneVegter

Dichter des vaderlands, Anne Vegter

Sinds jaar en dag bestaat de Nationale Gedichtendag, altijd op de laatste donderdag van januari. De afgelopen twee jaar zelfs gevolgd door een complete Poëzieweek. Bibliotheken, boekhandels en scholen in Nederland storten zich in deze dagen op de poëzie.

Ook de Zeeuwse Bibliotheek draagt haar steentje bij, dit jaar met een klinkend programma waarbij de Middelburgse scholen nauw betrokken zijn. In samenwerking met de School der Poëzie  is begin januari al begonnen met een posterwedstrijd. Leerlingen mochten een gedicht schrijven over het thema van Gedichtendag 2014: verwondering. Deze poster mocht mooi en passend worden versierd. Onlangs heeft een deskundige jury, bestaande uit de Middelburgse stadsdichter Theo Raats en beeldend kunstenaar Femke Gerestein, zich van de moeilijke taak gekweten om de posters de beoordelen. De prijsuitreiking vindt plaats op 30 januari 2014 tussen 16.00 en 17.00 uur in de Aula van de Zeeuwse Bibliotheek door burgemeester Harald Bergmann, tijdens een spetterende talkshow. Dichteres des Vaderlands, Anne Vegter treedt op met muziek van de Eef van Breen Group, Stadsdichter Theo Raats geeft de aftrap van een Haikuwedstrijd die de Zeeuwse Bibliotheek organiseert en van 14.00 tot 15.30 uur kan er door volwassenen en jeugd een Workshop poëzie+ worden gevolgd, waarbij Anne Vegter optreedt als ‘poëziedokter’. Kortom, een programma dat ‘staat’!

golven

Poster ‘Golven’ voor de posterwedstrijd

Wil je meemaken hoe leuk, spannend en zinvol poëzie kan zijn? Kom dan op Nationale Gedichtendag naar de Zeeuwse Bibliotheek. Je zult er geen spijt van krijgen. Overigens worden de vaak prachtige poëzieposters niet alleen in de bibliotheek tentoongesteld. Inmiddels hangen ze ook in het Stadskantoor, in de etalage van de Hema, bij Boekhandel de Drvkkery en in het Zeeuws Archief. Ga kijken en verwonder je over de poëtische vaardigheden van kinderen en jongeren. Iedereen kan dichten!

Anya Marinissen

Romanteam Zeeuwse Bibliotheek, webredacteur www.literatuurinzeeland.nl

 

Gezond 100 jaar worden!

dinsdag, 21 januari 2014

Op vrijdag 20 november 2013 stond er weer een KennisCafé op het programma, met als onderwerp Gezond 100 jaar worden! Er zijn steeds meer mensen die een dieet volgen en extra sporten met als publiek doel er beter uit te zien. Het dieperliggende doel is vaak ook om gezonder te gaan leven. De sprekers (Prof. Dr. Ger Rijkers, afdelingshoofd Science op UCR, en Kris Verburgh, schrijver van bestseller “De Voedselzandloper”) toonden ons hoe iemand gezond 100 jaar zou kunnen worden.

Een langer leven

Ger Rijkers nam ons mee naar wat het probleem nou eigenlijk inhoudt. Ook al wordt de gemiddelde Zeeuw ouder – ongeveer 81 jaar – dan de gemiddelde Nederlander, uit onderzoek blijkt dat de Zeeuw ongeveer 20 jaar van die tijd in slechte gezondheid verkeert. Een onaangename bijkomstigheid. Volgens de levenstrap leef je van 0 tot 100 jaar, waarbij je op je 50e je hoogtepunt bereikt zou hebben. Vanaf je 50e gaat het allemaal langzaam bergafwaarts. En ook al is het niet zo erg dat dit hoogtepunt bereikt is bij 50, de mate waarin het afneemt op dit moment gaat volgens wetenschappers té snel. Dit zouden we moeten kunnen vertragen.

Kenniscafe 20 dec 003

Gelukkig er is hoop! Meisjes die nu geboren worden hebben al maar liefst 50% kans om 100 te worden. Opmerkelijk is overigens dat er een halve eeuw geleden al geadverteerd werd met de potentie om 100 te bereiken.

Verouderen brengt nou eenmaal het een en ander met zich mee. Hoe ouder je bent, des te vatbaarder je bent voor infecties. Je huid veroudert ook mee, en je verliest spiermassa. Dit werkt helaas niet bevorderlijk voor het gezond ouder worden.

Zijn er dan plekken op aarde waar de leeftijdsgrens hoger ligt? Ja, die zijn er, en zij worden de Blue Zones genoemd. Deze vijf zones bevinden zich in Griekenland, Japan, Italie (Sicilie), Costa Rica en Californie. Het geheim van deze mensen is dat zij op een natuurlijke manier bewegen, dat zij tot de juiste genetische stam behoren, dat ze een positieve blik op de wereld hebben en dat ze verstandig eten.

Vervolgens gaf Ger Rijkers enkele adviezen om de kans te vergroten 100 jaar te mogen worden:

  1. Niet roken. Als er al gerookt wordt: stop met roken!
  2. Drink, maar met mate. Max. 1 glas per dag, en het liefst rode wijn.
  3. Beweeg. En ga eens staan in plaats van te zitten.

 

Dit zijn slechts voorbeelden. Een publiekslid in een rolstoel vroeg zich af hoe hij met dit schema nou een hoog MET* kon bereiken. Ger Rijkers stelde hem gerust: voortbewegen op een andere inspannende manier (stevig rolstoelrijden) heeft dezelfde potenties als bijvoorbeeld hardlopen.

*De MET-waarde ofwel het metabool equivalent is een meeteenheid binnen de fysiologie voor de hoeveelheid energie die een bepaalde fysieke inspanning kost ten opzichte van de hoeveelheid benodigde energie in rust.
  1. 4.      Eet goed, eet “Mediterraans”. Mediterranen eten minder verzadigde vetten doordat zij vele gezonde olijfolieën gebruiken in plaats van bijvoorbeeld boter waar veel verzadigde vetten in zitten. Daarnaast bevat dit dieet erg veel salades waardoor je genoeg groentes binnenkrijgt. Hierdoor krijgen ze dus ook voldoende antioxidanten binnen.

Behalve op fysiek gebied wil men ook op mentaal gebied gezond blijven, natuurlijk. Het brein veroudert namelijk ook mee, en niemand wil een mentale aandoening oplopen zoals Parkinson of Alzheimer. Dit domein is moeilijker te tackelen, maar ook hier kan men regressie tegengaan door actief te blijven. Het maken van een dagelijkse kruiswoordpuzzel of sudoku helpt al een heleboel. Onderzoek heeft namelijk uitgewezen, aan de hand van een racespel, dat spellen zelfs de cognitieve capaciteiten kunnen verbeteren, ook op de zeer lange duur.

De Voedselzandloper

Kenniscafe 20 dec 005

Vervolgens gingen we door met blok 2. Hierin nam de schrijver van de voedselzandloper, Kris Verburgh, het woord. Volgens Kris Verburgh zouden we met alle hedendaagse dieetadviezen weg moeten doen, omdat de meeste diëten niet op de lange termijn blijken te werken en sommige zelfs helemaal niet werken! Biogerontologie (de wetenschap van het verouderen) speelt een steeds grotere rol in de geneeskunde, en dit is de tak van wetenschap die “De Voedselzandloper” heeft geïnspireerd. Waarom worden wij dus ouder? Kris Verburgh legt het uit:

  1. 1.      Suiker-metabolisme. Het suiker-metabolisme is belangrijk om de glucosespiegel op peil te houden. Vooral oude mensen hebben een slechte suiker-metabolisme. Wanneer suiker in het lichaam komt, bindt dit aan receptoren zodat het in het bloed kan worden opgenomen. Suiker kan echter ook crosslinks vormen waarbij het suiker zich tussen 2 eiwitten (bijvoorbeeld in collageen) verbindt. De eiwitten zijn hierdoor minder rekbaar en minder flexibel. Dit veroorzaakt rimpels. Dit kan vergeleken worden met het roosteren van brood. Dit wordt namelijk ook minder flexibel. Crosslinks kunnen ook verouderingsziekten introduceren. Een goed voorbeeld van dit is Cataract (staar). Crosslinks kunnen ook een hoge bloeddruk veroorzaken en atherosclerose (aderverkalking) bevorderen. Daarom is het dus belangrijk om niet al te veel suikers in het dieet op te nemen, om deze cross-link vorming te voorkomen.
  2. 2.      Eiwit-samenklontering (Proteine-neerslag). Proteinen zijn de bouwstenen van de cel. Als dit gaat samenklonteren veroorzaakt dit veroudering. Dit kan bijvoorbeeld een rol spelen in de verzwakking van het hart (Cardiac Muscle lipofuscin). Bij de ziekte van Alzheimer gaan proteinen binnen en buiten de hersencellen samenklonteren en vormen plaques, waardoor alzheimer wordt bevordert en dit veroorzaakt vergeetachtigheid. Dit zorgt ervoor dat hersencellen afsterven. Daarom wordt er dus aanbevolen om voorzichtig te zijn met de ingenomen eiwitten. De eiwitten in wit vlees zijn beter dan eiwitten in rood vlees omdat deze minder snel zullen gaan samenklonteren met de lichaamseigen eiwitten.

 

Met deze twee feiten kunnen we twee principes ontdekken om ouderdom tegen te gaan:

  1. 1.      Minder (snelle) suikers à Minder suiker-crosslinks, minder IGF-1
  2. 2.      Minder (dierlijke) proteinen à Minder proteïne-samenklontering

–          Model geeft weer wat patienten meer en minder moeten eten.

–          Vermijd brood, aardappelen, pasta en rijst, want hier zitten de “verborgen koolhydraten” in!

Het is daarom belangrijk om te kijken naar de glycemische indices van voedingsmiddelen die we consumeren boven alle andere factoren. Een dieet met een lage glycemische index is veel beter dan een dieet dat, bijvoorbeeld, vetarm is.

De Schijf van Vijf en De Voedingsdriehoek zijn verouderde concepten, aldus Kris Verburgh. De Harvard Food Pyramid, of de Mayo Clinic, is een geschikt alternatief. De basis hoort niet meer te bestaan uit aardappelen, brood, pasta en rijst. Groente en fruit zijn veel belangrijker voor ons. Enkele tekortkomingen van de klassieke voedingsaanbevelingen: teveel nadruk op koolhydraten, geen onderscheid tussen rood vlees en gevogelte of vis, geen onderscheid tussen gezonde en ongezonde vetten, en tot slot, en wellicht het belangrijkst, deze diagrammen geven geen alternatieven! De voedselzandloper, daarentegen, laat zien welk product minder goed is én wat het juiste alternatief is qua voedingswaarden.

Kris Verburgh geeft toe dat het Mediterrane dieet dat Ger Rijkers voorschreef veel beter is dan het westerse dieet, maar zelfs het Mediterrane dieet kan beter. Vervang de pasta en aardappelen maar eens door peulvruchten en champignons, en je komt al een heel eind verder!

Kenniscafe 20 dec 007

Discussie

In blok 3 werd er vervolgens antwoord gegeven op een aantal vragen. Zo waren de meningen verdeeld over de vraag of men wel zou moeten willen 100 te worden. Ger Rijkers vindt dat we dit niet zonder meer zouden moeten willen, kijkend naar de gemiddelde conditie van 100-jarigen. Kris Verburgh denkt dat we dit wel zouden moeten willen als we nog gezond zijn en er nog goed uit zouden zien.

Vervolgens werd er gekeken naar wat de levensverwachting over 100 jaar ongeveer zal zijn. Beiden waren het hier over eens dat we waarschijnlijk ouder zullen worden, maar dat het moeilijk is om dit nu in te kunnen schatten. Een gemiddelde leeftijdsverhoging van 10 jaar behoort tot de mogelijkheden.

Kenniscafe 20 dec 006

De laatste vraag betrof biologische producten. Zijn biologische producten nou echt gezonder? Ger Rijkers vertelt ons dat gezondheidsclaims toegekend door de EFSA. Water en Vitamine D kennen een gezondheidsclaim, maar voor de rest zijn alle claims afgewezen. “Biologisch” wil niet gelijk zeggen dat een product gezonder is, het zegt alleen maar iets over hoe het geproduceerd is. Daarentegen valt wel te stellen dat als je biologisch eet, je je bewust toont over wat je naar binnen werkt, en dit feit is alleen maar te prijzen. Kris Verburgh is het hier helemaal mee eens. Hij sluit af met een vraag voor het publiek, de vraag die volgens hem het meest belangrijk is hier: “Eet ik nu wel gezond genoeg?”

Kenniscafe 29 nov 004

Impliciet vraagt hij hier gezond genoeg om ouder te worden. En diezelfde vraag stel ik nu aan u. Laat het ons weten in de commentaarsectie onder deze blog, wij zijn benieuwd. Bedankt voor het lezen, en tot het volgende KennisCafé!

Jeanine Naerebout

Inbreken met behulp van Facebook?

donderdag, 16 januari 2014

Tips voor inbraakpreventie

Via Facebook en Twitter speuren woninginbrekers naar geschikte doelwitten. Het is een wijdverspreid beeld. Maar wat hebben inbrekers eigenlijk aan sociale media? Linda Nagelhout zegt in haar winnende bijdrage aan de schrijfwedstrijd van Secondant dat het effect anders is dan verwacht.

Uit haar onderzoek blijken de geënquêteerden zich meestal bewust te zijn van de risico’s van sociale media. Vermeldingen in het telefoonboek zijn misschien wel riskanter.(1)

Toch is verstandige omgang met privacy op bijvoorbeeld Facebook, LinkedIn en Twitter aan te bevelen. De Open Universiteit heeft handige tips voor bescherming van de persoonlijke gegevens op een rijtje gezet op de website.(2)

burglar

Het belangrijkste preventieve middel  heeft (vooralsnog) te maken met de situatie in en rond de woning. Denk aan het huis goed afsluiten en zorgen voor een levendige indruk. Bekende preventieve maatregelen, zoals hang- en sluitwerkmaterialen gebruiken met het Politiekeurmerk Veilig Wonen en het waarschuwen van de politie bij verdachte situaties, zullen nog altijd meer effect hebben dan het achterwege laten van gevoelige tweets.

De campagne ‘Laat de inbreker in de kou staan’(4) zet drie deelboodschappen in:

  • Doe ramen en deuren op slot.
  • Laat verlichting aan, ook als u er niet bent.
  • Doe nooit zomaar open voor onbekenden.

 

Dus als je nog op wintersportvakantie gaat of verre zonnige oorden gaat bezoeken doe dan je voordeel met deze tips.

 

Adriënne Withagen,

SCOOP & Zeeuwse Bibliotheek

 

Bronnen:

1.Nagelhout, L. Sociale media voor doelwitselectie bij woninginbraak: de mythe van de vakantietweet

Secondant (2103) 6 p. 28-31

http://www.hetccv.nl/binaries/content/assets/ccv/secondant/2013/secondant_6_2013_vakantietweet.pdf

2. Cursus van de Open Universititeit http://www.ou.nl/web/cursus-social-media/basis-privacy-algemeen

3. Tips van de politie http://www.politie.nl/onderwerpen/woninginbraak.html

4.  Campagne van Politiekeurmerk veilig wonen http://www.politiekeurmerk.nl/gemeente/campagne-laat-de-inbreker-in-de-kou-staan-

5. Infosheet Trends woninginbraak 2013 van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) http://www.hetccv.nl/binaries/content/assets/ccv/trends/infosheet_trends_woninginbraak_2013.pdf

Het Zeeuwse wapen: ’invention of tradition’?

dinsdag, 10 december 2013

Begin december week was er iemand jarig bij de provincie. De 65-jarige jubilaris was het wapen van de provincie dat in 1948 bij Koninklijk Besluit was goedgekeurd. Geen Zeeuw zal dit wapen kennen, omdat het opgetuigd is met even onzinnige als loze symboliek, die de provincie moeten inbedden in een historisch gedrocht waarin het zich nog slechts recent bevindt. Nu rekent tegenwoordig iedereen in (zijn eigen) mensenleven als het gaat over de factor tijd, maar historici kijken niet op een paar honderd jaar en voor geologen zijn we zelfs nog minder dan het knopje van de speld in de hooiberg.

Dit even terzijde, terug naar het begin. Met mijn historisch besef was ik die 4de december uit bed gestapt met het idee dat met ‘nog twee nachtjes slapen’ de Sint jarig zou zijn. Enigszins verbaasd was ik dan ook toen ik door een collega werd gebeld die meldde dat Omroep Zeeland ‘een specialist’ nodig had die een en ander over het provinciale wapen wist te melden: want dat bestond vandaag 65 jaar! ‘Dan weten ze meer dan ik’, dacht ik nog, voordat ik antwoordde dat ik dit varkentje wel ging wassen. Dat bleek ook toen de cameraploeg arriveerde, want die had al helemaal in het hoofd wat er wel en niet gezegd ging worden, want als je vragen moet stellen moet je je soms net zo goed voorbereiden als de geïnterviewde.

Het uur daarvoor had ik me namelijk bezig gehouden met het uit mijn hoofd leren van de volledige tekst in het Latijn, die sinds 1586 bij het provinciewapen hoort. Maar nee, dat was helegaar niet de bedoeling en als ik het in modern Nederlands ging uitleggen duurde het zeker tien keer te lang. Kortom, toen na vier pogingen en een half uur later een kwartier tekst op de band stond, was dit genoeg om eruit te knippen wat de redactie nodig had, zodat ik in de uitzending vrolijk aan het vertellen was hoe het wapen eind 16de eeuw zijn intrede deed (terwijl ik toch echt bij 1450 begonnen was). Daarmee natuurlijk de hoon op me halend van historisch geïnteresseerd Zeeland dat tandenknarsend zijn geschiedenis in de 16de eeuw geworteld zag worden door ‘de specialist.’

Laat ik daarom bij het einde beginnen. Het officiële wapen dat de provincie nu kent is bij Koninklijk Besluit van 4 december 1948 vastgesteld. Het was een van de eerste daden die de jonge koningin Juliana verrichtte; zij was juist haar moeder koningin Wilhelmina opgevolgd. Het wapen van de provincie wordt daarin vastgehouden door twee Nederlandse leeuwen, die de pre euro mensen onder ons nog wel kennen van de muntzijde van de gulden. Een vette kroon bovenop het wapen completeert het geheel.

wapen

Dat is natuurlijk grote onzin, want het wapenschild zelf bevat het wapen van Zeeland, de rest betreft erbij gefantaseerde flauwekul. Het huis van Oranje is pas eind 16de eeuw langzaamaan bij de provincie betrokken geraakt, met daarbij de kanttekening dat de stadhouderloze tijdperken (1650-1672 en 1702-1747) ongeveer de helft van onze Gouden Eeuw beslaan, dus ook zonder Oranje verging het de provincie prima. De twee Nederlandse leeuwen terzijde vormen het raamwerk waarbinnen de provincie past. De 17de-eeuwse Zeeuw was hierover vrijwel zeker ‘bysonder malcontent’ geweest. Zeeland was immers een ‘soevereine en independente staat.’ Niks Nederland! Een Republiek ja, maar dan alleen om samen met Holland en de andere vijf provincies defensie en buitenlands beleid te regelen, verder regelden wij hier alle zaken zelf.

In de radio-uitzending van Omroep Zeeland van 4 december 2013 was Guus van Breugel van het Centraal Bureau voor de Genealogie aan het woord. Hij beweerde dat het Zeeuwse wapen al in de 13de eeuw bestond. Er zou een afbeelding in een boek van Matthew Paris over de Engelse geschiedenis staan afgebeeld van de graaf van Holland. Daarnaast zou zich een schild hebben bevonden waarop aan de onderzijde een blauw veld was te zien met daarboven een gouden leeuw op een rood veld. Dat zou de eerste melding van het Zeeuwse wapen zijn geweest, in het geval de graaf ook Zeeland toebedeeld zou krijgen. De oudste afbeelding van het Zeeuwse wapen is -volgens de provincie zelf- te vinden als randversiering voor een manuscript uit 1450 dat in opdracht van Philips de Goede, hertog van Bourgondië (en graaf van Zeeland) is gemaakt. Dit wordt bewaard in de Nationale Bibliotheek van Oostenrijk in Wenen. Het wapen laat nog niet de leeuw rijzend uit de banen van azuur (blauw) en zilver (wit) zien: dat duikt voor het eerst rond 1470 op. De leeuw en de banen moeten dan ook los van elkaar worden gezien en dus niet als een zich aan het water ontworstelende leeuw.

Dit beeld is langzamerhand gegroeid met de spreuk ‘Luctor et emergo.‘ Die spreuk is zeker een eeuw jonger dan het wapen en het lijkt alsof wapen en spreuk naar elkaar zijn toegegroeid. De spreuk stamt namelijk uit 1585 en komt voor op een dan geslagen penning met het wapen van Zeeland aan de achterkant. In 1585 ging het slecht met de strijd tegen Spanje en lieten de Zeeuwse staten (met politieke bijbedoelingen) een penning slaan. Het opstandige gewest Zeeland uitte hiermee zijn vreugde over het Verdrag van Nonesuch. Daarin beloofde koningin Elisabeth I van Engeland de Opstand tegen Philips II te steunen. Dat blijkt ook uit de volledige tekst die in het Latijn luidt: ‘Autore Deo, favente regina, luctor et emergo’.

Aan de ene kant van de munt stond ‘Autore Deo, favente regina’, en aan de andere zijde ‘Luctor et Emergo.’ Destijds werd het wapen en de tekst in een pamflet als volgt uitgelegd: ‘Door Gods werck ende goetgunstigheyt der Connunghinne worstelt ende climt den Zeelandtschen Leeuw op uyt den water.’ Nu hield men in die tijd wel van lange titels, maar voor een muntje of een vlag was dat wat omslachtig, dus dat ‘Luctor et emergo’ onder het wapen terecht is gekomen, komt door de lengte van de spreuk. Daarbij komt, dat het eerste deel van de spreuk niet zelfstandig gelezen kan worden. Hoewel van begin af aan een relatie tussen de leeuw en het water is gelegd en vervolgens de spreuk in de volgende eeuwen alleen nog gelezen is als ‘Ik worstel en kom boven’ en in het Zeeuws Volkslied zelfs als ‘Ik worstel en ontzwem’, is de oorsprong dus niet de strijd tegen het water, maar de strijd tegen de Spanjaarden.

Hoe zeer de nood aan de man was blijkt wel als we de, volgens Beugelsdijk, oorspronkelijke -16de -eeuwse?- wapenspreuk optekenen, die luidde namelijk ‘Dómine, salva nos, quia perimus’, ofwel ‘Heer redt ons, want wij gaan ten onder’, een mooie pre-destinatieve uitdrukking die ook wonderwel bij godvruchtig Zeeland past. Het leuke is dat beide spreuken, los van de historische context gezien, nog steeds met het water in verband kunnen worden gebracht. Door de letterlijke betekenis en de eeuwenlange strijd van de Zeeuwen tegen het water, wordt dit tegenwoordig namelijk wel zo beleefd. Het is de oude rijksarchivaris P. Scherft geweest die dit dogma halverwege de 20ste eeuw wist te ontrafelen en de watermythe wist te ontzenuwen. Het staat namelijk vast dat de Zeeuwse leeuw niet uit de golven oprijst. Eigenlijk bestaat het Zeeuwse wapen uit twee gedeelten: de bovenste helft die een ‘klimmende leeuw’, toont die voor de helft is afgebeeld, en de onderste helft van zes golvende banen, ‘de zee’. Het geheel suggereert – ten onrechte – een leeuw die strijd levert tegen de woelende baren. Vroeger was die suggestie nauwelijks aanwezig. In de vormgeving van het wapen waren leeuw en golven door een strakke lijn gescheiden. De bovenste helft van het wapen bestond uit een goudgele achtergrond.

vlagvanzeeland

Detail van het schilderij hieronder. De vlag van Zeeland zoals deze omstreeks 1615 werd gevoerd: drie azuurblauwe en drie zilverwitte (vlakke) banen met daarboven een rode leeuw die uit het water oprijst tegen een geel vlak. Daarboven hangt de geuzenvlag van Middelburg; de stadsburcht op een rode vlag.

zeehondt

Het vertrek van een hoogwaardigheidsbekleder uit Middelburg. Het oorlogsschip de Zeehondt wordt door trekpaarden het Welsingekanaal voor Middelburg uitgetrokken richting zee. Het statenjacht van prins Maurits vuurt een saluutschot af. Hein Kluiver duidde dit schilderij als het vertrek van Sir Robert Sidney uit Middelburg in 1616, maar dit is niet zeker, olieverfschilderij door Adriaen Pieterszoon van de Venne, 63×131 cm., 1615, collectie Rijksmuseum Amsterdam.

vlag2

In de officiële vlag, zoals die sinds 1949 is vastgesteld is dat mooie contrasterende gele veld geheel verdwenen.

Zeeland bestond immers niet alleen uit water, maar ook uit (landbouw)land. In de nieuwste vlag is het water alom. Over het ontwerp is nogal wat te doen geweest: moest het een vlag zijn die gedachten opriep aan de nationale driekleur, moesten juist de Zeeuwse kleuren worden geaccentueerd, was het verantwoord het wapen in de vlag op te nemen? Uiteindelijk kozen Gedeputeerde Staten voor een ontwerp dat was ingediend door het toenmalige statenlid jhr. mr. T.A.J.W. Schorer. Aanvankelijk bestond er voorkeur voor een vlag van zes banen, zoals die er altijd geweest was: drie blauwe en drie witte banen. Het statenlid won het pleit door te stellen dat een zevenbanige vlag evenwichtiger was en dat een donkere baan aan onder- en bovenkant beter afstak tegen de lucht. Daarmee verdween de veelkleurigheid in de originele vlag waarin de rode leeuw op een gele achtergrond oprees, hetgeen nu alleen nog op het wapenschild te zien is.

U begrijpt het al, als historicus moet ik niks hebben van dit nieuwe stukje vod, noch van die 65-jarige; voor mij is dit ‘invention of tradition.’

Johan Francke, informatiespecialist (Zelandica)

Bronnen:
-site Rijksmuseum
-site Zeeuwse Bibliotheek, Zeeuwse Collectie, wapen van Zeeland
-site Provincie Zeeland over het wapen en de vlag.

-site Omroep Zeeland: bekijk hier het item.