Archief van categorie ‘Collecties’

Schrijven met een boodschap

donderdag, 3 december 2015

banner heel walcheren schrijft

De Aula van ZB was dinsdagavond 1 december gevuld met verhalenschrijvers en hun fans. Het echtpaar Mullié, schrijvers van de Zeeuwse roman Ick Roelant, had in november een verhalenwedstrijd uitgeschreven met de titel ‘Heel Walcheren schrijft’. Het is de bedoeling dat zij met deze wedstrijd door heel Nederland trekken. De verhalen van alle winnaars worden tenslotte gepubliceerd in de door Uitgeverij Maan uit te geven bundel ‘Heel Nederland schrijft’.

Ick Roelant

Meer dan 40 Walcherse aspirant schrijvers stuurden een verhaal in, wat een geweldig resultaat is. Uit de inzendingen werden door de jury vijf verhalen gekozen die duidelijk beter zijn dan de andere inzendingen. Deze genomineerde verhalen werden voorgelezen door de auteurs. Na het juryberaad in de pauze, tijdens welk moment ook het publiek een stem mocht uitbrengen, werd de winnaar bekend gemaakt.

jury-schrijfwedstrijd

Erwin van de Linde (41) uit Vlissingen was de gelukkige met zijn verhaal Ik geef je je vrijheid. Ik had de eer in de jury te zitten en was geraakt door zijn verhaal dat gaat over een Syrische vluchteling, die in Nederland terecht komt en door een duif herinnerd wordt aan zijn eigen duif in Syrië, die hij toen hij met zijn vrouw op de vlucht sloeg voor de oorlog, de vrijheid heeft gegeven. Het verdriet om het achterlaten van huis, haard en herinneringen is groot. De duif wordt het symbool van dit verdriet, maar ook van de tocht naar de vrijheid.

Erwins verhaal wordt woensdag 9 december gepubliceerd in huis-aan-huisblad De Faam. Lees het, want het is meer dan een mooi verhaal. Het wijst ons op het gegeven dat alle vluchtelingen mensen zijn met individuele verhalen. Zij zijn niet voor niets op de vlucht gegaan, komen uit oorlogsgebieden waar ze dagelijks werden geconfronteerd met beschietingen, geweld en andere ellende. Gebieden waar je niet meer normaal kunt leven, waar je niet meer normaal je kinderen kunt grootbrengen…

Een gesprekje na afloop van de prijsuitreiking leerde dat Erwin lesgeeft aan de ISK Walcheren. Een school die tot doel heeft om gevluchte kinderen tussen de 12 en 18 jaar Nederlands te leren en  ze voor te bereiden op een ‘normale’ middelbare schooltijd. Met nieuwe kansen om hun plaats in onze samenleving in te nemen. En wie gunt ze dat niet! Hij heeft een leerling in zijn klas die thuis in Syrië duiven hield en daarover vertelde. Hij mist ze. Erwin vatte het plan op om met deze leerling naar een duivenmelker uit zijn straat te gaan, om hem iets van het plezier van zijn hobby terug te geven. Dit bezoek moet nog plaatsvinden, maar het verhaal dat hij schreef is wel op dit voorval gebaseerd.

Erwin is een man met hart voor zijn werk, hij ziet zijn leerlingen zoals ze zijn. Enerzijds ‘gewone’ pubers, met puberintresses en pubergedrag. Maar ook als jonge mensen met nare, soms afschuwelijke ervaringen achter de rug. Met trauma’s en verdriet. Ontheemd en ‘gekleurd’ door hun herinneringen. Petje af voor deze schrijver in de dop. Voor zijn dagelijkse inzet om jonge mensen te begeleiden en weer een stuk vertrouwen terug te geven. Vertrouwen in mensen en in al het goede dat het leven ook voor hen in petto heeft.

Anya Marinissen, bibliothecaris ZB

 

Aaron Copland

dinsdag, 20 oktober 2015

Dit jaar is het 25 jaar geleden dat de componist Aaron Copland is overleden. Copland wordt als de belangrijkste vertegenwoordiger van de ‘Amerikaanse modernen  beschouwd. Het leek mij een goede reden om wat meer over hem te weten te komen en mijn weblog aan hem te wijden.

aaron copland

Aaron Copland is geboren in 1900 en gestorven in 1990. Hij was een Amerikaanse componist, muziekpedagoog, dirigent en pianist. Hij behoorde tot de ‘Amerikaanse modernen’ die een voorliefde voor theatermuziek hadden.

De componist en dirigent Leonard Bernstein heeft zich erg voor de muziek van Copland ingezet. Aaron was een zoon van een joods echtpaar dat uit Litouwen, respectievelijk Polen gemigreerd was.

Aaron Copland groeide op als jongste van het gezin. De oorspronkelijke naam van zijn vader was echter Kaplan. Coplands vader had voordat hij naar de Verenigde Staten emigreerde, de Engelse naam Copland aangenomen.

Alle kinderen uit het gezin kregen muziekles en op elfjarige leeftijd schreef Aaron Copland zijn eerste compositie, zeven maten van een opera met de naam ‘Zenatello’.

Aaron-Copland-Quotes-1

Toen hij 15 jaar was besloot Aaron na een concert van Ignacy Jan Paderewski dat hij  componist wilde worden. Zijn moeder stelde hem in de gelegenheid om in Parijs muziek te gaan studeren. Hij verbleef drie jaar in Parijs, eerst als leerling van Paul Vidal, daarna van Nadia Boulanger.

In de zomermaanden van 1924 en 1925 kwam hij in Berlijn, Salzburg en Wenen met de Europese avant-garde in contact. In 1925 en 1926 kreeg hij een studiebeurs van de Guggenheim Foundation zodat hij in deze jaren door Europa kon reizen. Met Roger Sessions organiseerde hij een concertreeks met nieuwe muziek in New York City, de Copland-Sessions Concerts ( 1928-1931).

Tijdens zijn studie in Parijs was zijn interesse in jazz ontstaan. Jazzritmes en de harmonie van de blues vindt men terug in zijn vroege werken zoals het ‘Scherzo’ van de Symfonie voor orgel en orkest (1924), de suite ‘Music for the Theatre’ (1925) en het tweede deel ‘Essay in Jazz’ uit het Concert voor piano en orkest.

In 1932 maakte Copland een reis naar Mexico en daardoor ontstond het muziekstuk ‘El Salon Mexico‘ (1933-1936) voor orkest.

fanfare copland

Het bekendste werk van Copland is zijn ‘Fanfare for the Common Man voor koperblazers en slagwerk uit 1942, dat later zelfs bewerkt werd door de Britse popgroep Emerson, Lake & Palmer.

Het werd als openingstune van de Nationale Conventies van de Democratische partij gebruikt en de fanfare werd eveneens gebruikt als hoofdthema in het vierde deel van zijn Symfonie nr.3.

Appalachian Spring

In 1944 componeerde  Copland het werk  ‘Appalachian Spring‘ waarvoor hij in 1945 de Pulitzer-prijs voor muziek ontving. In de jaren vijftig sloot Copland zich aan bij de experimentele werken van de late jaren twintig, composities met de dodecafonie ( twaalftoontechniek). Na de Tweede Wereldoorlog kwam het Schönberg-syndroom en jonge componisten namen geleidelijk afstand van Copland.

In de laatste jaren van zijn leven componeerde hij nauwelijks, hij werd als ‘the grand old man’ van de Amerikaanse muziek gezien.

De boekentafel muziek op het plein van ZB| Planbureau en Bibliotheek van Zeeland is gewijd aan Aaron Copland. Op de tafel liggen cd’s, bladmuziek en boeken over en van Aaron Copland die u kunt lenen of beluisteren in de strandhokjes op de muziekafdeling.

Rea Bensch, Domeinspecialist muziek

 

(Bron: Wikipedia)

Kinderboeken die je niet wilt lezen

donderdag, 3 september 2015

We zijn inmiddels alweer toe aan het vijfde deel over boeken die je liever niet zou lezen; ditmaal in zijn geheel gewijd aan het kinderboek. Om meer precies te zijn: aan het kinderboek waar volwassen schrijvers illustratieve of taalkundige ingrepen hebben gedaan die een nogal dubbele bodem hebben. Ergo; die een kind argeloos leest, maar waar de volwassene de (meestal seksistische) expliciete boodschap meteen in ziet. Ook zijn er schrijvers die het relativeringsniveau en de verstandelijke vermogens van de kinderen kennelijk iets te hoog inschatten door de kleuters levensgevaarlijke, educatief onverantwoorde experimentjes voor te schotelen. Een grote hoeveelheid missers wordt doorgaans geproduceerd door schrijvers en illustrators die niet de moeite nemen elkaars werk door te spreken. Een en ander is weer netjes categorisch voor u ingedeeld:

Teksten die in de volwassen wereld een heel andere betekenis hebben

Wie het in de VS over A big D… heeft, hoeft dat niet verder uit te leggen. Men noemt de laatste drie letters van het D-woord vaak niet eens, omdat de censuur in het land van de begrensde mogelijkheden dat nu eenmaal gebiedt. Het is dan ook obsceen om, zoals Margot Finke deed in haar serie met boeken over de avonturen van Horatio Humble hem The Big “D” te laten verslaan.

Big D

Kinderen hebben allerlei knuffels in bed. En ja, ook van een bever kun je een heel leuk knuffelbeestje maken. Maar als de bever het beste speelmaatje in bed wordt voor meisjes die niet kunnen slapen, ga ik toch een beetje aan andere soorten speelgoed denken.

beaver

Er is natuurlijk altijd verschil tussen de letterlijke en figuurlijke betekenis van woorden, maar in het volgende geval loert het misverstand wel heel erg om de hoek: als meneer Rogers ‘iets in haar mond legt’ waar ze heel stil van wordt, zodat meneer Rogers vergeet om boos te worden.

MrRogers

In de al vaker aangehaalde categorie: verkeerde titel bij het verkeerde plaatje, is daar het Roodkapje verhaal van William Steig, waarbij we in het grote enge bos een als Roodkapje verkleed varkentje door het bos zien slenteren en meneer Vos haar achter een boom opwacht in The Amazing Bone. De tekening op de omslag doet in combinatie met de titel van het boek toch echt verwachten dat die brave meneer Vos een heuse potloodventer is.

Amazing bone

In diezelfde categorie boeken treffen we een illustratie uit een Peter Pan verhaal met een onderschrift waarbij Pleasure Island het nieuwe Thailand lijkt voor pedofielen. Een vrijbuiter met een zak geld probeert in de kroeg jongetjes te ronselen om ze naar het eiland te ontvoeren.

Pleasure island

 

Educatief niet verantwoorde teksten over dieren

Kon bij de vorige boeken nog sprake zijn van dubbelzinnigheid, dat is bij de volgende categorie absoluut niet meer aan de orde. Hier is simpelweg sprake van educatief totaal onverantwoorde tekst, waarbij je mag hopen dat de kinderen die dit lezen het geleerde niet in de praktijk gaan brengen. Zo heb ik de rijmpjes van Moeder de Gans altijd nogal onschuldig gevonden, tot ik onderstaande tekst las. De kinderen van het lieveheersbeestje zitten opgesloten in hun huis dat in brand staat. Zij komen allemaal om in de vlammen…

mother Goose

Het afschieten van een kreupel paard om het vervolgens te verwerken als diervoeder en het weer aan de andere dieren te geven, is een cyclus van het huisdier die ons in de volwassen wereld wel bekend is, maar die we onze kinderen tot in de puberjaren liever besparen. Misschien is dit boek wel stiekem gesponsord door de National Rifle Association. Die moeten immers jong leden werven om over twintig jaar nog bestaansrecht te hebben.

dead horse

Om even bij de dieren te blijven, kan ik er ook het nut niet van inzien om kinderen te enthousiasmeren hun vinger in het achterste van hun huisdier te steken. Wie ooit zijn of haar kat wel eens per ongeluk op een verkeerde plaats heeft geaaid weet welke repercussies daar op staan. Het beestje is niet mals in het ogenblikkelijk uitdelen van straffen.

Sticking your finger

Ook het gebruik van drugs of toxische stoffen door dieren of mensen zou ik het liefst bij scheikunde in de examenklas van het voortgezet onderwijs behandelen. Daar dacht deze schrijver echter anders over, toen hij het aapje George eens flink uit de fles Ether liet snuiven om daar vervolgens de gevolgen erg illustratief van in beeld te brengen. Je zou hier ook bij zestienjarigen nog een sticker verwachten met ‘Don’t try this at home’, maar die ontbreekt toch echt.

Ether

 

Boekillustraties die een beetje te expliciet zijn

‘Achteraf is het de koe in de kont kijken’ vind ik een heel mooi Nederlands spreekwoord, dat ook zeker van toepassing is op de volgende illustratie uit een boek met uitvouwbare illustraties. Tegenwoordig zouden we dat een 3D-boek of een pop-up boek noemen. Dit soort boeken kunnen erg leerzaam zijn, maar als het om de anatomie van mens en dier gaat kun je ook te expliciet zijn. Zo is de mond van onderstaande koe nog leuk gevonden, maar om ditzelfde stukje karton voor de achterzijde van de koe te gebruiken, was dan weer een wat minder geslaagd idee dat nogal grotesk uitgevallen is.

cow's milk

Toegegeven, het is even zoeken op onderstaand plaatje, maar de blokkentoren met letters vormt een beetje vreemd woord voor een kinderboek. Tenzij je arts bent, zul je dit liever niet aan je kind uit gaan leggen. Sommigen denken misschien dat het gewoon toeval is dat die letterblokken zo staan, maar een kleine berekening leert dat het toeval dat het woord hepatitis hier staat, neerkomt op een kans van 1 op 1.112.214.746.

Hepatitus

De volgende is er eentje in de categorie ‘waarom had dat perspectief niet een beetje anders gekund?’ Nu begrijp ik dat men hier de anatomie van de ledematen van de mens met die van het paard wil vergelijken, maar had de houding en de plaats van het lichaam misschien iets gelukkiger gekozen kunnen worden? Gelukkig is het boek in het Frans verschenen.

AnatomiepaardAnatomiepaard2

Op het moment van schrijven draait de film Ted 2 in de bioscoop, en je zou denken dat het hier om een teddybeer met dezelfde subversieve geest gaat. Opnieuw hebben tekstschrijver en illustrator waarschijnlijk niet samen aan het boek gewerkt en heeft de drukker tekst en plaatjes pas bij elkaar gevoegd zonder er verder nog naar te kijken.

Teddybear

Datzelfde zou het geval kunnen zijn bij het volgende boekje over schildpadden. Nu zie ik niet dagelijks slapende schildpadden, maar dat die niet de houding aannemen die op het volgende plaatje wordt getoond, weet ik wel zeker.

Schildpaddenslapen

 

Poep en plas

Iedereen heeft het wel eens gedaan, al was het alleen maar om het natuurkundige proces van een gasbubbel onder water te zien: een wind laten in de badkuip. Dit je kroost van onder de zeven aanleren in een boek is wat minder subtiel.

farth in bath

Dat je met het laten van een flukse wind ook andere resultaten kunt bereiken, wordt in de volgende karate-instructie getoond. Nu weet ik niet wat deze karateka gegeten heeft, maar het lijkt er op dat deze zijn dojo in een loods naast het bedrijventerrein van Tianjin heeft gehad. Want om bakstenen te pletten met windkracht twaalf moet je toch meer dan een droog sneetje brood gegeten hebben.

Japanesefart

Misschien dat de illustrator van onderstaande tekening aan een tante dacht die je niet zo graag kust, maar als ik de tekening van een afstandje bekijk, zie ik er toch een ander lichaamsdeel in dan het hoofd van een gevreesde tante. Om het eufemistisch uit te drukken zou ik hier eerder iets anders dan een plakkerige zoen verwachten. Ook hier geldt weer dat een klein beetje verandering van perspectief wonderen had verricht met de tekening.

Mouth

 

Het liefdesleven van de leeuw en de poes

Tenslotte de groep van de katachtigen. Omdat sommige van deze dieren als metafoor dienen voor bepaalde menselijke lichaamsdelen is het altijd uitkijken als je tekst en illustratie bij elkaar brengt. Sowieso dient de schrijver kritisch naar zijn tekst te kijken, hetgeen in onderstaande gevallen wederom niet is gebeurd. The secret of being a good lover is…not knowing when to stop. De campagne ‘You can’t always get what you want, is in ieder geval duidelijk  aan de schrijver voorbijgegaan.

Good lover

In de Disney studio’s grossiert men er in om dieren het karakter en de motoriek van mensen mee te geven. Nu zijn fabels enigszins geloofwaardig zolang de dieren nog dierenmanieren houden. De twee liefkozende leeuwen op het Junglebook plaatje hieronder zijn die grens al lang gepasseerd. De illustrator had er net zo goed een bed onder kunnen tekenen.

Lioness

Ook niet zo handig is het om kinderen taal aan te leren, die volwassenen in een andere context gebruiken. Dat is vragen om vuilbekkerij. Of zoals de leeuw het op onderstaand plaatje verwoordt: “Suck it!

suck it lion

Nu u uitgebreid bent voorgelicht over hoe een kinderboek er niet uit moet zien, gaan we volgende keer weer verder bij de wetenschappelijke boektitels en omslagen waar niet zo goed over is nagedacht.

Johan Francke, Informatiespecialist

 

Zeeuwse Boekenprijs 2015

donderdag, 27 augustus 2015

De Zeeuwse Boekenprijs groeit, dit jaar zijn er met 86 inzendingen alweer 9 aanmeldingen meer dan de 77 uit 2014. Dat is veel, zeker als je weet dat het eerste jaar dat de prijs werd uitgereikt er ‘slechts’ 37 inzendingen waren. Ons dunbevolkte Zeeland zit blijkbaar vol met actieve en enthousiaste schrijvers en uitgevers. Bovendien wordt er ook buiten Zeeland veel over onze provincie geschreven in fictie en non-fictie, daar kunnen we trots op zijn. De prijs wordt ook in de landelijke pers steeds vaker vermeld en besproken.

ZBP 2015 logo 1 oranje rood HR jpg

In 2003 nam hoofdredacteur Paul van der Velde van het Zeeuws Tijdschrift, het initiatief tot het instellen van de Zeeuwse Boekenprijs, met als doel meer aandacht en waardering voor het Zeeuwse boek te genereren. Van der Velde, die tevens secretaris van de ZBP-jury is, stelt elk jaar een (inter)nationale deskundige jury samen. Vaste voorzitter van de jury is Commissaris van de Koning Han Polman.

Organisatie

Voor de organisatie van de prijs wordt nauw samengewerkt met de Zeeuwse Bibliotheek. De afgelopen jaren zette collega Machteld zich daar deskundig en enthousiast voor in, vanaf dit jaar mag ik deze mooie taak uitvoeren, en daar ben ik erg blij mee.

Om te beginnen mocht ik alle ingezonden boeken uitpakken. Aan uitgeverijen en auteurs wordt gevraagd om de boeken in zesvoud in te zenden. Dat is niet zomaar. De juryleden ontvangen elk een exemplaar om het boek goed te kunnen beoordelen en zij mogen dit boek ook houden. Terecht vind ik: 86 boeken doornemen en beoordelen is niet niks. De jury doet dit geheel vrijwillig en ontvangt daar verder geen vergoeding voor. Bovendien is één exemplaar van de zes bestemd voor de collectie van de Zeeuwse Bibliotheek, zodat alle titels daar te raadplegen en te leen zijn.

Behalve dat ik vanaf 2015 de prijs en de prijsuitreiking samen met Paul van der Velde en andere betrokkenen mag organiseren, ben ik gevraagd om dit jaar namens de Zeeuwse Bibliotheek/Scoop in de jury plaats te nemen. Daarmee ben ik zeer vereerd natuurlijk en het maakt me bewust van mijn grote verantwoordelijkheid om elk boek zorgvuldig te beoordelen.

Verrassingspakketten

Tussen 15 juni en 15 juli kwamen er vrijwel dagelijks pakketten binnen. Het was elke keer weer een verrassing voor mij wat er in zou zitten en spannend om zo’n pakket open te maken. Sommige schrijvers of uitgeverijen deden er een begeleidend briefje bij, wat nog eens extra duidelijk maakte dat zo’n boek niet zomaar wordt aangemeld. Schrijvers hebben er veelal lang en intensief mee geleefd en aan gewerkt, onderzoek gedaan en zich uitputtend in hun onderwerp of thema verdiept. Kortom: zo’n boek is een soort kind dat soms moeizaam wordt losgelaten. Een extra reden voor de jury om haar taak zeer serieus te nemen.

Uit de boeken die voor de ZBP in aanmerking komen, kiest de jury, tijdens het zogenoemde beslissingsdiner in de Auberge Campveerse Toren (al jaren hoofdsponsor van de prijs) te Veere, ten slotte één boek dat naar haar oordeel het meest waardevol is. Dit boek wordt bekroond met de ZBP. De schrijver ontvangt 1000 euro.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Zeeuws Meisje

(foto: Mieke Meijer)

Alle genomineerden van de Zeeuwse Boekenprijs ontvangen bovendien een prachtige keramische tegel met Zeeuws meisje, maar alleen de tegel van de eerste prijswinnaar heeft gouden oorijzers en draagt een gouden boekje. Het ontwerp van de tegel is van beeldend kunstenaar/dichteres Eva Crebolder.

Vanaf 2013 deelt de jury ook een aantal zogenaamde ‘Accolades’ uit. Dit zijn extra waarderingen van de jury voor bijvoorbeeld het beste debuut, het beste jeugdboek en het mooist of origineelst uitgegeven boek. Elk  ingezonden boek komt hiervoor in aanmerking, ook al staat het niet op de short- of longlist. Persoonlijk vind ik dit een hele mooie uitbreiding van de prijs. Behalve de genomineerden en de uiteindelijke winnaar, zijn er immers nog meer titels die het verdienen om aandacht en waardering te krijgen.

Prijs van de Zeeuwse Boekhandels en PZC-Publieksprijs

Behalve de Zeeuwse Boekenprijs en de Accolades zijn er jaarlijks nog twee prijzen te verdelen: de Zeeuwse boekhandels kennen unaniem een oeuvreprijs toe. Winnaar kan zowel een Zeeuwse auteur, recensent of een uitgever zijn, maar ook bijvoorbeeld een journalist die veel over Zeeuwse boeken publiceert.

En natuurlijk is er de PZC-Publieksprijs. Bij deze laatste kan het publiek stemmen op het favoriete Zeeuwse boek, wat vaak leidt tot een spannende eindrace. Met ingang van maandag 5 oktober kan er via de website van de Provinciale Zeeuwse Courant voor de Publieksprijs worden gestemd. Alle aangemelde boeken komen in aanmerking. Er kan ook per post worden gestemd via een briefkaart naar het adres van de PZC o.v.v. PZC-Publieksprijs: Postbus 5046, 4380 KA Vlissingen. De stembus sluit op vrijdag 6 november om 12.00 uur.

Nog meer data

Op 5 september wordt de longlist (tien titels) van de aangemelde boeken bekend gemaakt. Je kunt de lijst vanaf deze datum bekijken op de website van de Zeeuwse Bibliotheek.

Op vrijdag 18 september wordt door Paul van der Velde de shortlist bekend gemaakt, tijdens het Festival Film by the Sea in de literaire salon van Wim Brands (van het VPRO-programma ‘Brands met Boeken’). De shortlist bestaat uit vijf titels.

De prijsuitreiking van de dertiende editie van de ZBP valt dit jaar op zaterdag 7 november en vindt plaats tijdens een diner in de Zeeuwse Bibliotheek. Alle 86 inzendingen zijn nu te zien op de website van het Zeeuws Tijdschrift. Ook de verdere samenstelling van de jury 2015 is daar te vinden.

Tentoonstelling Zeeland Paviljoen

ZBPtentoonstelling

In de maanden september en oktober zijn alle aangemelde boeken uitgebreid te bekijken in een tentoonstelling en een presentatie op een beeldscherm. Plaats: het Zeeland Paviljoen op de eerste verdieping van de Zeeuwse Bibliotheek.

Meer weten over de Zeeuwse Boekenprijs en over de winnaars tot nu toe? Lees dan het dossier over de ZBP op Zeeland Geboekt.

Spannende maanden

We gaan spannende maanden tegemoet, waar ik me erg op verheug. Zeeuwse boeken en hun schrijvers, ze verdienen het om al die extra aandacht te krijgen. Volg de ontwikkelingen van de ZBP 2015 via onze website en via het PZC-boekenblog Zeeland Geboekt.

Anya Marinissen, Zeeuwse Bibliotheek/SCOOP

 

 

IMSLP : toejuichen of weg ermee?

donderdag, 6 augustus 2015

Ik begin dit schrijven eerst maar met uit te leggen wat IMSLP is.
IMSLP is de Petrucci-library, een online bibliotheek met partituren die zich in het publieke domein bevinden. De website is gebaseerd op wiki-software.
Het IMSLP vindt dat muziek voor iedereen bereikbaar hoort te zijn. Met dat doel voor ogen is het project opgezet, om zodoende partituren kosteloos beschikbaar te stellen aan iedereen die internettoegang heeft. Het IMSLP bevat voornamelijk gescande partituren.
Het uiteindelijke doel van het IMSLP is om alle bestaande rechtenvrije muziekpartituren bijeen te brengen, naast de partituren van hedendaagse componisten die hun muziek vrijelijk aan het publiek beschikbaar willen stellen.
Na zijn start op 16 februari 2006 kende het IMSLP een exponentiële groei.
Op dit moment hebben ca. 96.000 composities partituren in de Petrucci-library.

Petrucci1

De meningen over IMSLP zijn verdeeld: Uitgevers zien hun afzetmarkten in gevaar komen, en laten muziekdocenten, (muziek) bibliothecarissen, muziekstudenten en actieve muziekbeoefenaars liever kennis maken met wetenschappelijke uitgaven, urtextedities e.d. dan met de vaak slecht leesbare scans van verouderde edities. De kwaliteit van de PDF’s is nl. vaak slecht.
(Een suggestie hierbij kan zijn om een link toe te voegen naar de originele bron, de zgn.“backlink”)

Petrucci2

Toch zijn er instanties die het project toejuichen zoals de Bibliotheque National de France. Deze bibliotheek heeft grote plannen met IMPLS; records van IMSLP gaan toegevoegd worden aan hun catalogus en komen via het programma Gallica vrij beschikbaar met zelf toegevoegde metadata.

Bij de Universiteit van Montana is IMSLP één van de mogelijkheden bij het raadplegen van bronnen, daarnaast wordt bij de introductie van de studenten gewezen op andere in de bibliotheek aanwezige edities.

De Sachsische Universitatsbibliothek heeft IMSLP in de catalogus verwerkt en zij hebben een speciaal teken toegevoegd aan de zoekresultaten zodat deze meteen herkenbaar zijn.
Kwaliteit van de toegevoegde metadata bleek wel magertjes te zijn maar na een proefperiode bleek toch dat men er blij mee is.

Uitgeverij Bärenreiter is daarentegen niet zo blij met IMSLP . Hun uitgaven zoals bijv. de New Mozart Edition zijn geupload en daarbij is de documentatie ervan verwijderd…
De toekomst van wetenschappelijke edities komt misschien in gevaar. Zijn musicologen nog bereid tijd in langdurige projecten te steken?

Toch blijft het voor grote bibliotheken de moeite om in onderhandeling te gaan met IMSLP om tot goede afspraken te komen.
Ik heb vernomen dat er plannen zijn van de Koninklijke Bibliotheek/Nationale Bibliotheekcatalogus om IMSLP aan te gaan bieden en ben benieuwd hoe ver dit gevorderd is. Volgens mij lijkt IMSLP een niet meer tegen te houden fenomeen.
Voor de bibliothecarissen het volgende advies : IMSLP: juich het toe! Zie het als een kans en zorg er tevens voor dat de eigen duurbetaalde edities niet ondergesneeuwd worden door de virtuele uitgaven!
De Petrucci-library is te raadplegen via de site van de Zeeuwse Bibliotheek onder het kopje: collectie – muziekcollecties : databanken of via http://imslp.org/

Rea Bensch
Domeinspecialist muziek

Bronnen: http://imslp.org/wiki/hoofdpagina
Artikel: IMSLP; Hurray of weg ermee van Luuk Hoekstra

Sagen, legenden en volksverhalen

maandag, 20 juli 2015

Houden wij van volksverhalen? Kennen wij volksverhalen? Lezen wij volksverhalen? Kan het volksverhaal zich standhouden in de tijd van nieuwsberichten, games en Facebook? Of zijn de kampvuren en haarden waarbij ze verteld werden, reeds lang uitgedoofd?

Sagen en legenden: ze horen bij de literatuur. Kijkt u maar in de kasten van de Bibliotheek. Deze bundels staan naast de gedichten en toneelstukken. De Nederlandse Bibliotheekdienst (NBD) heeft ze daar een tijd geleden ondergebracht, nadat ze eerst elders bij de rubriek folklore stonden. Ze staan nu ook gerangschikt op taal, en niet op land. Dat is een bepaalde manier van denken: ik meende dat lezers sagen en legenden zochten die iets over een land of een streek zeggen, en dat de taal er niet toe doet. Want lang niet alle Duitstalige volksverhalen spelen in Duitsland zelf, maar ook in Zwitserland, Oostenrijk of Liechtenstein. En bij welk taalgebied horen volksverhalen uit de meertalige landen België, Luxemburg of Zwitserland?

Sagen en legenden zijn vanzelfsprekend in een bepaalde taal gesteld, maar ze zeggen vooral iets over de streek of stad waar ze spelen. Ze gaan over figuren die daar in het echt of in de verbeelding van de inwoners geleefd hebben, ze verklaren namen van plaatsen of rivieren, of ze verwijzen naar werkelijke of vermeende historische gebeurtenissen.

sagenII

Maar wat is nu het verschil tussen sagen, legenden, sprookjes en volksverhalen? Volgens het trefwoordensysteem is ‘volksverhalen’ een overkoepelende term boven de andere drie. Bij ‘volksverhalen’ denk ik gauw aan groepjes verkleumde mensen die elkaar ’s winters bij een knapperend haardvuur vermaken met oeroude overgeleverde verhalen. Vaak bevestigd met: “Dit is allemaal echt gebeurd, want de oudoom van mijn grootmoeder heeft het zelf meegemaakt”. Voor mijn gevoel zijn ‘sagen’ wat langer, misschien soms zelfs wel op rijm, en hebben een wat officiëler status. Je moet ongeveer beroeps zijn om die voor te dragen. ‘Legenden’ geven dikwijls een toelichting op plaatselijke bezienswaardigheden aan de hand van vertellingen over opmerkelijke mensen die daar ooit geleefd hebben. ‘Sprookjes’ zie ik als aanpassingen van volksverhalen voor kinderen, of zelfs regelrecht voor kinderen geschreven.

sagenIII

Maar in de beleving van andere mensen zal het onderscheid weer heel anders zijn. Bij het toekennen van het trefwoord, ga ik zelf maar uit van de titel van de bundel. Mocht u dus geen treffers vinden bij “volksverhalen Normandië”, probeer dan eens “legenden Normandië”, en jawel, daar treft u een boek aan waar het woord “légendes” in de titel staat. Daarentegen vindt u bij de “Ardennen” zowel “sagen en legenden” als “volksverhalen”.

Toen ik kind was, stond bij ons thuis in de kast het Zeeuwsch sagenboek door J.R.W. en M. Sinninghe uit 1933. Ik heb het vele malen vol spanning doorgelezen tot ik het vrijwel uit mijn hoofd kende.

sagenI

Het gevolg was wel, dat het plaatje op pagina 69 (Westplate ziet den duivel in de spiegel) op mijn netvlies gebrand raakte. Jaren lang sliep ik uit voorzorg met het laken tot over mijn oren, voor het geval de duivel ’s nachts aan het laken zou trekken. Dat is nooit gebeurd, dus sindsdien ben ik voor de duvel niet meer bang. Wanneer ik tegenwoordig dergelijke bundels van elders bestudeer, zie ik dat alle thema’s overal voorkomen: geesten, tovenaars, duivels, schelmenverhalen, godsdienstige legenden en historische sagen.

In de 19e eeuw is men in heel Europa (in Zeeland iets later gezien het jaartal van het sagenboek) hard aan het verzamelen geslagen, om de uitstervende volksverhalen voor het nageslacht vast te leggen. Maar nog steeds verschijnen er nieuwe verzamelingen, die zowel uit bestaand materiaal als toch weer nieuwe bronnen putten. In het Nederlands taalgebied is Verhalen van stad en streek : sagen en legenden in Nederland / samengesteld door Willem de Blécourt [en anderen] uit 2010 een inspirerend voorbeeld. Het pretendeert niet alomvattend te zijn, en een sprookjesboek is het zeker niet, maar het geeft een korte, literair verantwoorde weergave van een beperkt aantal verhalen en bespreekt de achtergronden daarvan. Voor wat Zeeland betreft, bevat het naast enkele oeroude verhalen uit het Zeeuwsch sagenboek, bijvoorbeeld ook een hedendaags relaas over mysterieuze graancirkels op Schouwen-Duiveland.

sagenIV

De laatste jaren heb ik de rubriek ‘volksverhalen’ bij de moderne talen flink kunnen aanvullen. Graag stel ik u voor, om als u naar een bepaalde streek op reis gaat, of juist als u daarvandaan teruggekomen bent, om eens zo’n bundel in te zien. Ze zijn ook erg geschikt als taaloefening. Het zijn korte, onderhoudende verhalen, die heel wat toegankelijker zijn dan een dikke roman. Voor Frans en Duits (let wel, het gaat niet alleen over Duitsland en Frankrijk zelf!) zijn er ook luisterboeken met volksverhalen beschikbaar. Waardevol cultureel erfgoed en toch licht verteerbaar, zeker in combinatie met streekrecepten.

Marinus Bierens,

Vakreferent vreemde talen

Ger Blom 45 jaar in het muziekonderwijs

donderdag, 9 juli 2015

Regiodirecteur Ger Blom vertrekt na 45 jaar bij de Zeeuwse Muziekschool. Wat heeft hij allemaal meegemaakt in deze tijd? De muziekschool was aanvankelijk een kleine opleiding en nog vrij elitair. Dat werd in de jaren ‘60 en ‘70 anders. Het onderwijs aan de muziekschool, individuele instrumentale en vocale lessen, werd voor veel meer mensen bereikbaar en als gevolg daarvan groeide de muziekschool uit tot een grote instelling die provinciebreed muzieklessen verzorgt.

Als iemand zich al 45 voor jaar inzet voor muzikaal en cultureel Zeeland en politiek bedrijft op lokaal niveau, dan is er vast een interessant verhaal.

Ger Blom

Ger Blom neemt in juli afscheid van de Zeeuwse Muziekschool. Vijfenveertig jaar geleden, om precies te zijn op 17 maart 1970, begon hij hier als docent accordeon. Vanuit het verre Limburg kwam hij met het openbaar vervoer voor zes en half uur  naar Oostburg en Zierikzee om daar les te geven. Die reis duurde langer dan de uren dat er werd lesgegeven. Kort daarna kwamen er meer lesplaatsen bij, zoals Goes, Vlissingen en later ook Middelburg. Hij vertelt: “Het grote voordeel van al deze lesplaatsen was dat ik de behoorlijke verschillen in cultuur en mentaliteit in de diverse regio’s leerde kennen. Dit heeft me enorm veel mensenkennis verstrekt.”

Accordeon

In 1974 startte Blom met de opbouw van een accordeonensemble, dat eerst zou groeien tot het Zeeuwse Accordeon Sextet en later de kern werd van het accordeonorkest van de Zeeuwse Muziekschool. Dit orkest dat uiteindelijk uit zo’n 30 leerlingen bestond, speelde op een heel behoorlijk niveau, en het sextet, waar het allemaal mee begon trad ook zelfstandig op. Het nam deel aan concoursen in binnen- en buitenland (1980 werd dit sextet Europees kampioen), gaf concerten en speelde voor de radio. Blom werd in 1981 dirigent van het Nederlands Accordeon Orkest, en beleefde ook met dit orkest vele hoogtepunten, waaronder radio-optredens en de opname van een LP.

Blom: “In de jaren negentig heb ik het lesgeven in verband met mijn functie als regiodirecteur moeten afbouwen- het was bijna niet te combineren met die nieuwe functie. Maar om toch feeling met het “werkveld” te behouden heb ik de laatste jaren beperkt lesgegeven. Dit was een welkome afwisseling.”

Blom stapte in ‘86 de wereld van de Hafabra binnen. Hoe ging dat en wat maakte hij daar mee?

“Als ventje van zeven jaar heb ik mijn eerste muziekbeginselen gemaakt op slagwerk bij het fanfareorkest in mijn woonplaats. Toen ik in 1986 dirigent werd ging een lang gekoesterde wens van zowel mij als mijn vader in vervulling. In de loop van de jaren was ik dirigent bij fanfare “Vlijt en Volharding”uit Oost-Souburg; brassband “Excelsior” ‘s Heer Arendskerke; brassband “Onda” Middelburg en fanfare “Vrijheid Eendracht” uit Lamswaarde. Verder verving ik ook bij andere orkesten. Mijn grootste uitdagingen waren de landelijke Fanfare Promotie Concerten en diverse topconcoursen van de KNFM in Arnhem, met “Vlijt en Volharding”. In 1997 zette het laatste orkest daar een topprestatie neer, dat was prachtig.”

Het muziekonderwijs staat al jaren onder druk. Hoe is het in de loop van de jaren veranderd?

Blom: “De veranderingen hebben natuurlijk verschillende oorzaken. In de jaren ‘70 beperkte de vrijetijdsbesteding voor jongeren zich tot sport en muziek, er was gewoonweg niets anders. Er zijn in de loop der jaren heel veel afleidingen bij gekomen en  de aandacht voor de muzieklessen is wat vervlakt. Er zijn natuurlijk nog steeds leerlingen die er echt vol voor gaan, maar ten opzichte van het verleden zijn het er minder. Ook de opvattingen over de inhoud van de lessen zijn sterk veranderd, en riante individuele lessen van 30 minuten zijn niet langer reëel. Er wordt nu veel vaker duoles en groepsles gegeven. Dit heeft allemaal te maken met de bezuinigingen van de overheid.

Het technische aspect van een instrument leren bespelen moet ruimte geven aan het plezier en creativiteit. Voor veel kinderen is het leskrijgen in groepjes aantrekkelijker, maar ik durf te stellen dat dit ten koste van de technische vaardigheden gaat, en dat de bevlogenheid van de leerlingen om een zo hoog mogelijk niveau te bereiken misschien wel daarom sterk is verminderd.”

Het onderwerp ligt zowel Blom als mijzelf na aan het hart. Ook ik ben van mening dat het muziekonderwijs én én hoort te zijn, en dat bereik je niet met inperking van tijd en middelen, maar zou volop kans verdienen om maatschappelijk te worden gedragen. En individuele instrumentale instructie, én groepsles, én creatief met muziek. En in de klas, vanaf kleuterklas tot en met voortgezet onderwijs.

hulst-blazersklas

Blazersklas Hulst

Blom: ”Het zal in grote mate van de politiek afhangen hoe het muziekonderwijs zich verder gaat ontwikkelen. Momenteel leeft wel de gedachte dat ieder kind op de basisschool er recht op heeft om kennis te maken met muziek. Wanneer deze interesse gewekt is, dan zou het een logisch gevolg zijn dat het kind een instrument wil leren bespelen. Ouders lopen dan op tegen een fors tarief (door de opgelegde bezuinigingen, evdw-m) voor muziekschoollessen, of komen wellicht zelfs tot ontdekking dat, door het helemaal wegbezuinigen van de muziekschool, er geen mogelijkheid meer voorhanden is.

Het muziekonderwijs staat zwaar onder druk en de kinderen zullen hier dan ook de dupe van zijn. De politiek dient heel goed te beseffen waar men mee bezig is en wat de desastreuze consequenties voor de toekomst zullen zijn.”

Landelijk zijn al heel veel muziekscholen verdwenen. Soms lukt het docenten om een collectief te vormen en in min of meer georganiseerde toch vorm te blijven geven aan lessen op hun instrument. De meerwaarde van een muziekschool moet worden gevonden in de diversiteit binnen het lesaanbod, wat er allemaal mogelijk is aan ontdekking, creativiteit en het samenspel van uiteenlopende instrumenten. Als dat verdwijnt, treedt onherroepelijk verschraling op.

De afgelopen jaren heeft de Zeeuwse Muziekschool zich (letterlijk) laten zien en horen bij het door henzelf georganiseerde ZMS2C, dat achtereenvolgens plaatsvond in Goes, Hulst, Tholen en Middelburg.

zms logo

Wat hoop je voor de toekomst van het muziekonderwijs in Zeeland?

Blom: “Ik hoop dat de politiek gaat beseffen dat wanneer de cultuursector wegbezuinigd wordt, er enorme verarming zal optreden. Als gevolg van het wegvallen van subsidies zullen muziekverenigingen verdwijnen, verveling slaat toe. Natuurlijk is er minder geld. Maar geef de cultuurdragers de kans om met minder geld goede ideeën uit te werken. Alles wegbezuinigen is totale onzin. Er is maar één leuze voor de politiek: ’Bezint eer ge begint’!

Je bent een veelzijdig en betrokken mens en actief in de politiek. Je neemt nu afscheid van de Zeeuwse Muziekschool. Wat ga je missen, wat ga je intensiever beoefenen nu je meer vrije tijd krijgt?

Blom:”Ik zal zeer zeker het contact en de samenwerking met de docenten en leerlingen missen. Maar ik zal me intensiever met politiek gaan bezighouden en wat zeker mijn grote  aandacht zal krijgen is het muziekonderwijs voor kinderen te behouden. Verder richt ik me op de mogelijkheden om talentvolle jonge musici een podium te bieden. Doordat ik voorzitter ben van de stichting “Kerk biedt Podium” in Middelburg, hoop ik hiermee een eerste aanzet te kunnen geven. Verder zal ik de talentenklas van de Zeeuwse Muziekschool waarvan ik diverse jaren coördinator was, nauwlettend volgen en waar nodig ondersteunen.

Kerk biedt podium

Ter ontspanning ga ik graag fietsen op mijn racefiets of mountainbike. Ik krijg nu meer tijd om ook aan grote tochten in het buitenland deel te nemen.

fiets

Ik wens Ger Blom toe dat vele inspirerende, lange fietstochten hem energie geven om de beleidsmakers duidelijk te maken hoe essentieel muziekonderwijs is voor onze maatschappij. Voor de kinderen en jongeren die op hun beurt weer zullen kunnen doorgeven wat muziek met je doet en voor je doet.

Els van de Wijdeven-Millenaar, muziekspecialist

 

Lang leve de MOOC

woensdag, 1 juli 2015

MOOC

Het internet maakt nieuwe onderwijsvormen mogelijk die van grote waarde zijn voor educatieve ontwikkeling. Dit geldt bijvoorbeeld voor het gebruik van MOOC: Massive Open Online Course als een vorm van computergestuurd afstandsonderwijs.

De eerste MOOC’s kwamen voort uit het ideaal van de open educatiebeweging bedoeld voor grote aantallen deelnemers en gratis online toegankelijk voor iedereen, onafhankelijk van tijd en plaats zonder de vereiste van een bepaalde vooropleiding. Amerikaanse universiteiten hebben een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van MOOCS. Binnen Europa is  OpenupED actief opgericht door het International Council for Open and Distance Education.

openupED

OpenupED biedt inmiddels een veertigtal cursussen in 12 talen uit elf landen die voldoen aan gecontroleerde kwaliteitseisen. Ook de Nederlandse Open Universiteit neemt sinds 2013 deel aan het OpenupED initiatief en biedt een aantal Open online cursussen.

MOOC’s worden internationaal beschikbaar gesteld door organisaties zoals Coursera, edX en Udacity in de Verenigde Staten en FutureLearn in het Verenigd Koninkrijk. Deze laatste werd in 2013 opgezet en inmiddels hebben 1,2 miljoen studenten gebruik gemaakt van een van de 180 aangeboden cursussen.

De MOOC zou ook geschikt kunnen zijn als instrument voor de verbetering van onderwijs in ontwikkelingslanden, maar het probleem is de slechte toegankelijkheid van het internet. Vooral Afrika is een continent waar toegankelijkheid van internet te wensen overlaat. Volgens gegevens van de Wereldbank zijn in Nederland 94 van 100 inwoners aangesloten, terwijl de meeste landen in Afrika niet hoger scoren dan 10 aangeslotenen. Een verdere uitbreiding van het netwerk van lokale bibliotheken in ontwikkelingslanden zou een belangrijke rol kunnen spelen in het verschaffen van toegang tot internet en een belangrijke educatierol kunnen vervullen in relatie tot het aanbod van nieuwe onderwijsvormen die geschikt zijn zoals MOOC’s.

 

Cees de Blaaij, Vakreferent Sociale Wetenschappen en Geschiedenis

De spreeuw van Mozart

maandag, 1 juni 2015

Een kikker kwaakt, een koe loeit, een olifant schettert, een vogel fluit. We associëren dit eigenlijk met zingen. Het geluid dat ze produceren spreekt ons aan en we hebben er plezier in om ernaar te luisteren.

Dit kan ik beamen, want elke dag hoor ik op dezelfde tijd onder andere de merels fluiten. Het lijkt net of ze allerlei melodietjes aan het ‘zingen’ zijn. Het is ook bekend dat door de jaren heen vogelgezang verwerkt is in muzikale composities.

Wie kent niet de werken van Olivier Messiaen, waarin vogelgeluiden verwerkt zijn, zoals in het muziekstuk Oiseaux exotiques. Al meer dan 30 jaar maakt de Amerikaanse ornitholoog Luis Baptista geluidsopnamen van vogels. Over drummende spotvogels, merels die Beethoven fluiten en het raadsel van De spreeuw van Mozart. Hier had ik nog nooit over gehoord en mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Ik vond het dan ook zeer leuk om een artikel te vinden over De spreeuw van Mozart in de NRC en dat zich daar een aantal musicologen, waaronder Luis Baptista, mee beziggehouden heeft.

Mozart-by-Croce-1780-81

Mozart, portret door Johann Nepomuk della Croce, 1780

(Bron: Wikipedia)

Het verhaal gaat  als volgt:

Op 27 mei 1784 kocht Wolfgang Amadeus Mozart voor 4 cent een spreeuw in een dierenwinkel. Hij raakte zeer gehecht aan het beest en hij leerde de vogel een thema fluiten uit zijn Zeventiende pianoconcert in G KV 453. De vogel bleek niet helemaal de juiste melodie te fluiten, maar het was toch aardig in de richting. Mozart was helemaal gelukkig.

706px-Sturnus_vulgaris_-London_Zoo,_England_-juvenile-8_(1)

Een jonge spreeuw

(Bron: Wikimedia commons)

Toen de vogel 3 jaar later doodging, was Mozart dan ook zeer aangedaan. Hij had speciaal voor de begrafenis van de vogel een lang gedicht geschreven. Zijn vrienden moesten zich in het zwart kleden voor de begrafenis van de spreeuw.

Kort daarna schreef Mozart Ein musikalischer Spass KV 522, een stuk waarover door de musicologen nog lang nagedacht is. Het muziekwerk werd namelijk niet begrepen; het miste de kwaliteit van Mozart. ‘Een muziekstuk met een cadens die veel te lang aanhoudt en met een lachwekkende diepe pizzicato-toon eindigt…’ (Dit is niet mijn mening, want ik vind het een prettig muziekstuk om naar te luisteren, maar ik leef natuurlijk wel in een andere tijd).

Er werden allerlei analyses en theorieën op losgelaten. Mozart zou de zang van de spreeuw in het stuk verwerkt hebben. De vogel fluit hier en daar dissonanten en enigszins vals en daarom zouden de hoorns vreemd klinken.

Wat ik zelf wel een aannemelijke conclusie vind, is de theorie van Luis Baptista. Hij geeft aan dat vogels als de spreeuw twee paar stembanden hebben waarmee ze onafhankelijk van elkaar twee deuntjes kunnen zingen. In het muziekwerk Ein musikalischer Spass lijkt het of je dissonanten hoort, maar het is in feite muziek in twee verschillende toonsoorten.

Zou dit muziekwerk dan op te vatten zijn als een laatste requiem voor zijn geliefde spreeuw…? Wie zal het zeggen. Het is zeker de moeite waard om dit werk te beluisteren.

Rea Bensch, Domeinspecialist muziek

 

Bronnen:

http://retro.nrc.nl

Wikipedia/Wikimedia commons

You Tube

 

How to act at a distance in the early modern world

dinsdag, 26 mei 2015

The case of the Commercie Compagnie Middelburg

Op de vrijdag na Hemelvaartsdag vond in de Aula van de Zeeuwse Bibliotheek het eerste door de University College Roosevelt binnen onze muren georganiseerde symposium plaats. Dit symposium werd georganiseerd in het kader van de afronding van het werkcollege dat Dr. Arjan van Dixhoorn zijn derdejaars gaf. Dat werkcollege, ‘Zeeland and the Early Modern World’, had als doel het informatienetwerk van de Middelburgse Commercie Compagnie (MCC) te onderzoeken. Alle studenten (en dat waren er acht) gaven daartoe een presentatie.

TH vanuit Opal (Large)

Voor diegenen onder u die in 2014 in een grot in Tora Bora verbleven: de Middelburgsche Commercie Compagnie was in opzet een rederij die in 1720 tijdens de zogenaamde South Sea Bubble (een kredietcrisis op basis van verkoop van luchtkastelen) werd gesticht en pas in 1889 geliquideerd zou worden. Het bedrijf is vooral beroemd geworden omdat het complete archief van de bedrijfsadministratie bewaard is gebleven in het Zeeuws Archief (en inmiddels op de werelderfgoed lijst van de Unesco staat) en de MCC tussen 1734 en 1809 113 slavenreizen heeft ondernomen. Nu de opgewaaide bladeren in de vorm van het vraagstuk van de slavenhandel na vorig jaar weer rustig op de grond geland zijn, was het tijd om te bezien wat je zoal nog meer kan doen met een dergelijk bedrijfsarchief. Onder andere onderzoeken hoe de directie het klaarspeelde om wereldwijd haar ogen en oren open te houden en over de gehele globe haar kapiteins probeerde te dirigeren.

ZB9 100_3716

Om dat te onderzoeken werden de studenten in het diepe gegooid om voor het eerst in hun leven zelfstandig een wetenschappelijk onderzoek op te zetten en uit te voeren. Daarmee is enerzijds aangegeven dat de verwachtingen niet te hoog gespannen mogen zijn. Het gaat hier immers niet om volwaardige geschiedenisstudenten, maar om studenten die in de toekomst én nog moeten kiezen of ze wel onderzoeker willen worden én -indien ze dit pad van de alfawetenschappen bewandelen- ze dan ook nog geschiedenis willen gaan studeren. Anderzijds is van de UCR studenten hun bevlogenheid en bovengemiddelde intelligentie bekend. Aldus zie je op zo’n middag vaak rijp en groen voorbij komen.

100_3721

Anders dan bij andere symposia was het hier vaak wel een zaak van herkauwen. Daarmee bedoel ik dat de studenten door hun docent dan wel het bos in werden gestuurd, maar niet zonder allen een identieke picknickmand mee te geven. Dat betekent dat driekwart van hen de luisteraars in de Aula vergaapt op het gegeven dat in dat mandje is genuttigd uit Wolfgang Krohns, The dynamics of science and technology: social values, technical norms and scientific criteria in the development of knowledge. Dit met als doel het onderzochte te kunnen toetsen aan de theoretische onderbouwing en uitgangspunten.

Gelukkig blijft er nog genoeg unieks over om er toch een boeiende middag van te maken.

Hermanus van de Putte2

Hermanus van de Putte (1661 – 1724 ), regent en slavenhandelaar

Het aardige aan dit werkcollege is dat studenten van nu, die zijn opgegroeid met smartphones, tablets, internet en sociale media als twitter en facebook gaan onderzoeken hoe onze voorouders driehonderd jaar geleden hun informatienetwerk opzetten. De, althans voor historici, niet-verrassende uitkomst is dat wij weliswaar in een informatie- en communicatie samenleving wonen, maar deze niet uniek is voor onze eeuw. Deze bestond namelijk al bij aanvang van de Nieuwe Tijd, zo rond 1600. De MCC, zo bleek die middag, heeft handelsagenten  gehad in alle grote havens ter wereld in Rusland, Noorwegen, Engeland, Frankrijk, Spanje,  Afrika, de Caraïben, de Kaapverdische Eilanden, Madeira, de Azoren tot St. Helena toe. Deze wereldgeschiedenis van een Middelburgs bedrijf leent zich uitstekend voor een geschiedeniscollege van de UCR, want daar wordt ‘glocal history’ onderwezen vanuit het idee dat alles wat in de wereld gebeurt ook vanuit het lokale perspectief bekeken kan worden. Met andere woorden: om een systeem te begrijpen hoef je niet naar het ageren van staten te kijken, maar is het bestuderen van kleinere instituties, gemeenschappen, bedrijven en netwerken voldoende om het geheel te overzien.

MCC de Hoop Nieuwepoortstraat e

MCC De Hoop, Nieuwepoortstraat Middelburg

Het programma bestond uit een inleiding en slotopmerking van Prof. Dr. Arjan van Dixhoorn, zeven presentaties van twintig minuten door de studenten van het werkcollege en een korte film over het onderwerp. Daarmee was het een middag vullend programma dat van half twee tot kwart voor zes duurde. Net zoals met goede wijn in bijbelverhalen, werd ook hier het beste tot het laatst bewaard. Vooral de presentatie van Gina Leyva Freundt (de enige niet Nederlandstalige studente) over een handelsagent op Jamaica tussen 1738-1744 en die van Sjors Coenen over de correspondentie tussen het hoofdkantoor en kooplieden uit Marseille in de maanden maart tot en met juni 1733 brachten nieuwe zaken aan het licht.

Nestor Romero Clemente en Lewis Dean sloten af en brachten een geheel eigen bijdrage aan dit programma in de vorm van een korte film of teaser, waarin het betreffende werkcollege wordt aangeprezen. Eerder al bedacht Nestor een teaser voor een college van Prof. Dr. Albert Clement en een teaser voor de N8 van de n8 in Middelburg. Wat Nestor maakt met zijn huis-tuin-en-keukenapparatuur overstijgt het niveau van de gemiddelde documentairemaker van de NPO nu al. Wie de teaser van het college zag, weet dat Nestor in de voetsporen van David Attenborough treedt. We kunnen alleen maar hopen dat deze regisseur in spé niet geheel voor Zeeland verloren zal gaan, aangezien zijn opleiding, net als die van alle andere studenten van deze middag, is afgerond.

100_3718

Onder de pakweg vijftig aanwezigen bevond zich ook een afvaardiging van het Familiefonds Snouck Hurgronje. Met de leerstoel van Prof. Dr. Arjan van Dixhoorn is namelijk iets vreemds aan de hand; het is de enige leerstoel in Nederland die wordt bekostigd uit de opbrengst van een nalatenschap die in zijn geheel is geroofd van de Staat, of in dit geval de Staten van Zeeland, want de fraude werd al driehonderd jaar geleden gepleegd. Achteraf kunnen we er blij om zijn dat Isaac Hurgronje op deze wijze zijn rijkdommen alsnog teruggeeft aan hen van wie dit geld gestolen was: de gemeenschap, want het gaat om een niet onaanzienlijk bedrag van rond de zes ton in guldens.

Nu zijn er graaiers die daar tegenwoordig hun hand niet voor omdraaien, maar als we dit naar hedendaagse valuta omrekenen hebben we het toch over tenminste € 13,6 miljoen. Dat geld werd door de toenmalige vendumeester en later burgemeester van Vlissingen, achterovergedrukt uit de verkoop van tijdens de Negenjarige- en Spaanse Successieoorlog buitgemaakte schepen. Het Familiefonds houdt er thans toezicht op dat dit geld nuttig wordt besteed. Dat is wat mij betreft het geval, want hoe anders krijgt Zeeland ooit nog de kans toekomstige internationale wetenschappers bekend en enthousiast te maken voor de geschiedenis van dit gewest? Die kans mogen we na 1575 niet nog een keer door onze handen laten glippen.

 

Johan Francke, Informatiespecialist